Deel 2 · Wat betekenen deze stenen?
Nawoord
Acht plekken, van Leiden in 1609 tot Ulrum in 1834. Een stad die de pelgrims een dak gaf. Een zaal in Dordrecht die er niet meer staat. Een kathedraal in ’s-Hertogenbosch die moest wachten. Een preek in Utrecht over een jongen tussen de leraars. Een kerk boven een woonkamer in Amsterdam. Een akker in Zeist waar alle stenen gelijk zijn. Een winter in Nijkerk waarin de kerk begon te huilen. En honderdzevenendertig namen in een herberg in Ulrum.
Wie deze plekken achter elkaar bezoekt, ziet een land dat steeds opnieuw moest leren omgaan met verschil. Soms ging dat goed. Vluchtelingen vonden een plek, en achter gewone voordeuren konden mensen samenkomen. Soms ging het slecht. Predikanten moesten het land uit, katholieken kerkten op zolders en in schuren, en in Ulrum kregen gezinnen soldaten in huis.
Opvallend vaak begon iets nieuws klein. Een groep Engelsen in een stad vol vreemdelingen. Een gezin dat een zolder liet inrichten. Een preek op een gewone zondag in Nijkerk. Een gemeente die bij elkaar kwam in een herberg. Niemand van hen wist wat eruit zou groeien.
Ook in dit deel liep ik vaak tegen grenzen aan. Gebouwen zijn afgebroken, archieven zijn zoekgeraakt, en van sommige verhalen kennen we alleen de versie van wie erbij betrokken was. Ik heb die gaten laten staan. Wat wel vaststaat, is genoeg om te laten zien dat geloof in deze eeuwen iets kostte.
In het derde deel komen we dichterbij. Naar Utrecht en Amsterdam in de negentiende eeuw, naar een klooster in Echt in de oorlog, een congrescentrum in Noordwijkerhout, een festivalterrein in Biddinghuizen en de kerken in Amsterdam-Zuidoost. Tot die tijd liggen de stenen van dit deel er gewoon. Ga erheen. Neem iemand mee.
Wanneer uw kinderen morgen vragen zullen: Wat betekenen deze stenen voor u? (Jozua 4:6)