Gods generaalsin Nederland

Deel 3 · Volg hun geloof na · Hoofdstuk 6

Titus Brandsma

de mysticus met het treinabonnement

1881-1942Nijmegen

In de nacht van 12 op 13 februari 1942 zat een priester van zestig jaar in een cel van de strafgevangenis in Scheveningen. Hij was een paar weken eerder opgepakt door de Duitse bezetter. In zijn cel hing een afbeelding van Jezus. Hij keek ernaar en schreef een gedicht. Het werd een van de bekendste teksten die hij heeft nagelaten. Twee handgeschreven versies zijn bewaard gebleven, de eerste met titel en datum erboven. Aan het slot staat een gebed in eenvoudige woorden: “Blijf bij mij, bij mij, Jezus zoet.”

De man die het schreef, was pater Titus Brandsma. Tien jaar eerder was hij rector magnificus van de Katholieke Universiteit in Nijmegen geweest. Hij was hoogleraar, journalist, oprichter van scholen en tijdschriften, en adviseur van tientallen katholieke kranten. Nu zat hij alleen, ver van de treinen waarin hij het land had doorkruist. Vijf maanden later zou hij sterven in het concentratiekamp Dachau.

Titus Brandsma was een katholieke kloosterling, en zijn kerk heeft hem in 2022 heilig verklaard. Niet iedere lezer van dit boek zal zich bij dat woord thuis voelen. Maar wie zijn leven leest, ziet een man die zijn Heer liefhad, die de waarheid zei toen dat gevaarlijk was, en die in de cel bleef bidden. Om die reden staat hij in dit boek.

Het begon op een boerderij in Friesland.

VIJF VAN DE ZES KINDEREN

Anno Sjoerd Brandsma werd geboren op 23 februari 1881 in Oegeklooster, bij Bolsward. Zijn ouders heetten Titus Brandsma en Tjitsje Postma. Ze hadden een melkveebedrijf en maakten zelf kaas. Het was een oude Friese boerenfamilie, en katholiek. Friese katholieken stonden volgens de levensbeschrijving van het Titus Brandsma Memorial sociaal en economisch op achterstand.

Er waren zes kinderen: vier meisjes en twee jongens. Anno was de op een na jongste. Van die zes kozen er vijf voor het kloosterleven. Zijn vader was actief in de lokale politiek en zette zich in voor de Friese taal en cultuur. Die liefde voor het Fries nam Anno mee, zijn hele leven lang.

Volgens een Vlaams kerkelijk portret had hij als kind een zwakke gezondheid, vooral zijn maag gaf hem last. Dat zou later terugkomen.

In 1892 ging hij naar het gymnasium van de franciscanen in Megen, in Brabant. Hij was elf. Friesland lag ver weg, en de jongen bleef zes jaar in het zuiden. Toen hij zeventien was, koos hij voor de orde van de karmelieten.

DE NAAM VAN ZIJN VADER

In september 1898 begon hij aan het noviciaat in het klooster van de karmelieten in Boxmeer. Daar kreeg hij een kloosternaam. Hij werd Titus, naar zijn vader.

Een jaar later, in oktober 1899, legde hij zijn eerste geloften af. Op 17 juni 1905 werd hij tot priester gewijd. Omroep Brabant meldt dat dat gebeurde in de Sint-Jan in ’s-Hertogenbosch.

De karmelieten zagen dat deze jonge pater een goed verstand had. Ze stuurden hem naar Rome, naar de Gregoriana, een pauselijke universiteit. Hij studeerde er filosofie. Volgens het Vlaamse portret kreeg hij in 1907 in Rome een maagbloeding. Die bron noemt het, andere bronnen zwijgen erover. In 1909 promoveerde hij in de filosofie.

Wat moet het voor een boerenzoon uit Friesland zijn geweest, om in Rome te studeren? Daar hebben we geen woorden van hemzelf over. Wel weten we wat hij na zijn terugkeer deed.

VEERTIEN JAAR IN OSS

Van 1909 tot 1923 gaf Titus les aan het studiehuis van de karmelieten in Oss. Hij leidde daar jonge kloosterlingen op. Volgens het Titus Brandsma Instituut, dat zijn werk bestudeert, deed hij in die veertien jaar nog veel meer.

Hij werd hoofdredacteur van het plaatselijke blad De Stad Oss en gaf het een nieuw gezicht. Hij richtte het tijdschrift Carmelrozen op, over geloofsleven en spiritualiteit. Hij schreef in De Gelderlander over de geschiedenis van de vroomheid in Nederland. En hij begon een school in Oss, met een eigen bibliotheek. Die school groeide uit tot wat nu de stichting Carmel College is.

Er zit een lijn in dat werk. Katholieken in Nederland hadden lang op achterstand gestaan, in het onderwijs, in de pers, in de samenleving. Titus wilde dat ze zouden meedoen, met goede scholen en goede kranten. De Radboud Universiteit noemt hem een voorvechter van katholieke emancipatie en van persvrijheid. Hij pleitte er ook voor dat het Fries op school een plek kreeg.

“DE MYSTICUS MET HET TREINABONNEMENT”

In 1923 werd in Nijmegen de Katholieke Universiteit opgericht, de voorloper van de huidige Radboud Universiteit. Titus hoorde bij de mensen van het eerste uur. Hij werd hoogleraar filosofie en gaf ook les in de geschiedenis van de mystiek in Nederland. Hij woonde eerst aan de Kronenburgersingel en later in het karmelietenklooster aan de Doddendaal, dat hij mee had helpen opzetten.

Mystiek was zijn grote liefde. Daarmee bedoelde hij geen zweverigheid. Het ging hem om de oude schrijvers die beschreven hoe een mens God dichtbij kan kennen. Hij hield lezingen in het hele land. Hij reisde met de trein van stad naar stad. De schrijver Godfried Bomans, die in Nijmegen had gestudeerd, gaf hem daarom een bijnaam die bleef hangen. Hij noemde hem “de mysticus met het treinabonnement”.

Het was liefdevol bedoeld, en het klopte. Titus zat in besturen, richtte verenigingen op, schreef artikelen en gaf lezingen. Paus Johannes Paulus II zei later in Rome dat hij persoonlijk betrokken was bij zijn studenten.

Niet iedereen in Nijmegen was even gelukkig met die drukte. Historici van de universiteit vertelden in 2022 dat collega’s vonden dat hij door al zijn activiteiten te weinig tijd overhield voor zijn wetenschappelijke werk. Zijn bijdrage aan de filosofie noemen ze bescheiden. Zijn artikelen over de mystiek waren volgens hen wel baanbrekend. Het lijkt erop dat hij zijn tijd liever aan mensen gaf dan aan boeken. Ik kan hem dat moeilijk kwalijk nemen.

RECTOR VOOR ÉÉN JAAR

In het studiejaar 1932-1933 was Titus Brandsma rector magnificus van de universiteit. Op 17 oktober 1932 hield hij de rede op de verjaardag van de universiteit. Hij sprak over het godsbegrip, over de vraag hoe mensen God kennen.

In die rede zei hij ook iets over wat er in Europa aan het gebeuren was. Volgens het universiteitsblad Vox noemde hij de rassenleer en het totalitaire denken een soort opvulling van de leegte die in veel levens was ontstaan, nu het geloof daar verdwenen was. Het was 1932. Hitler was nog niet aan de macht in Duitsland.

Hij zag het gevaar vroeg. In 1936 sloot hij zich aan bij het Comité van Waakzaamheid, een groep intellectuelen die waarschuwde tegen het nationaalsocialisme. Het was een seculiere organisatie, geen kerkelijke. Dat zegt iets over hem: als het erop aankwam, zocht hij bondgenoten waar hij ze vond.

Diezelfde openheid zag Johannes Paulus II jaren later. In de preek bij zijn zaligverklaring vertelde de paus dat Titus zich had ingezet voor de oecumenische beweging, voor toenadering tussen kerken. Een protestantse predikant had hem volgens de paus een mysterium gratiae genoemd, een geheim van genade.

EEN PATER TUSSEN DE JOURNALISTEN

In 1935 reisde Titus naar Ierland. Hij verbleef in kloosters van de karmelieten in Dublin en Kinsale, als voorbereiding op een reeks lezingen in de Verenigde Staten. Eind dat jaar kreeg hij een nieuwe taak. De Nederlandse bisschoppen benoemden hem tot geestelijk adviseur van de vereniging van katholieke journalisten.

Hij nam het serieus. Volgens de Radboud Universiteit werkte hij aan de vernieuwing van de katholieke dagbladen en aan betere arbeidsvoorwaarden voor journalisten. Hij begon een opleiding voor journalisten, die na zijn dood verder werd uitgebouwd. Het Arolsen Archives, dat documenten over de vervolging in de oorlog beheert, schrijft dat hij adviseur was van meer dan dertig katholieke kranten. Op 3 oktober 1939 werd hij benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Ruim een half jaar later vielen de Duitsers het land binnen.

Vanaf mei 1940 veranderde alles. De katholieke journalistenvereniging werd verboden. De persvrijheid verdween. Volgens de karmelieten drong Titus er bij de bisschoppen op aan om zich uit te spreken tegen de vervolging van Joden. In 1941 verzette hij zich tegen de eis van de bezetter om Joodse kinderen van katholieke scholen te sturen. In een brief aan schoolhoofden, in augustus 1941, noemde hij die verwijdering volgens America Magazine een schreeuwend onrecht.

VEERTIEN REDACTIES IN JANUARI

Eind 1941 wilde de NSB, de Nederlandse partij die met de bezetter samenwerkte, advertenties plaatsen in katholieke kranten. De bisschoppen hadden katholieken al in de jaren dertig verboden lid te worden van de NSB. Aartsbisschop Jan de Jong van Utrecht vroeg Titus om de directies van de katholieke dagbladen te bezoeken. Hij moest hen uitleggen dat zulke advertenties niet geplaatst mochten worden.

Titus ging op pad. Met de trein, zoals altijd. In de eerste weken van januari 1942 bezocht hij volgens de karmelieten veertien redacties. Hij bracht een brief van de bisschoppen mee.

Volgens Vox werd de Duitse Sicherheitsdienst getipt over zijn bezoeken aan de redacties. Hij reisde door, van krant naar krant.

Wat zou jij gedaan hebben, als je zestig was, een zwakke gezondheid had en wist dat je gevolgd werd? Ik stel die vraag ook aan mezelf. Ik weet het antwoord niet zeker.

Op 19 januari 1942 werd hij gearresteerd. Volgens de meeste bronnen gebeurde dat in Nijmegen, in het klooster aan de Doddendaal. Een Amerikaanse katholieke bron noemt Boxmeer, maar de karmelieten zelf en de Radboud Universiteit houden het op Nijmegen.

“ALLEREERST OM HET ANTI-NATIONAAL KARAKTER”

Hij werd overgebracht naar de strafgevangenis in Scheveningen, die in de oorlog het Oranjehotel werd genoemd. Daar werd hij wekenlang verhoord. Zijn ondervrager was de SS’er Paul Hardegen.

Hardegen vroeg hem op papier uit te leggen waarom het Nederlandse volk, en vooral het katholieke deel ervan, zich tegen de NSB verzette. Titus schreef het op in zijn cel. Zijn antwoord begint met de zin: “Allereerst om het anti-nationaal karakter van haar ontstaan en groei.” Daarna volgden zijn andere bezwaren tegen de beweging. Na zijn dood werd zijn tekst door het verzet gedrukt en verspreid.

In zijn cel schreef hij meer. Hij hield een dagboek bij, dat later bekend werd als Mijn cel. Daarin beschrijft hij de eenzaamheid als iets wat hij kon aanvaarden. Volgens America Magazine schreef hij dat hij zich in zijn cel thuis voelde. Hij begon er ook aan een boek over Teresa van Avila, een Spaanse kloosterzuster uit de zestiende eeuw van wie hij veel hield. Dat boek kwam nooit af.

En in de nacht van 12 op 13 februari schreef hij zijn gedicht voor het beeld van Jezus. Het gaat over liefde voor Jezus, over lijden dat een weg naar God kan worden, en over de troost van Zijn nabijheid in de eenzaamheid. Een ander gedicht van hem uit die tijd, Alleen zijn, werd later opgenomen in het Geuzenliedboek, een bundel met liederen en gedichten uit het verzet.

KAMP AMERSFOORT, 12 MAART 1942

Op 12 maart 1942 werd Titus overgebracht naar Kamp Amersfoort, het doorgangskamp van de bezetter. Het leven daar was hard. Volgens een Vlaams kerkelijk portret hield hij op Goede Vrijdag 1942 een voordracht voor zijn medegevangenen. Die bron is de enige die het noemt.

De Radboud Universiteit schrijft dat hij andere gevangenen hielp om hun innerlijke waardigheid te bewaren. Een Amerikaans katholiek tijdschrift vertelt dat hij in die tijd tegen medegevangenen zei dat ze in een donkere tunnel zaten, maar dat ze verder moesten. Ook dat verhaal kennen we uit één bron.

Van Amersfoort ging het naar de gevangenis in Kleef, net over de Duitse grens. Volgens Catholic World Report vroeg hij daar zonder resultaat om vrijlating, omdat zijn gezondheid achteruit ging.

Op 19 juni 1942 kwam hij aan in het concentratiekamp Dachau, bij München. Die datum staat in de tijdlijn van de Radboud Universiteit en bij het Arolsen Archives. Andere bronnen noemen 13 juni of zelfs mei, maar die zijn minder precies.

DE PRIESTERBARAK IN DACHAU

Volgens het Vlaamse portret kwam Titus in Dachau terecht in de barakken voor priesters. Zijn gezondheid was al slecht. Volgens de karmelieten en het Arolsen Archives werd hij in de derde week van juli opgenomen in de ziekenbarak. Daar werden ook medische experimenten op gevangenen gedaan. Meerdere bronnen schrijven dat dat bij hem ook gebeurde. Het Arolsen Archives zegt het met een voorbehoud: dat zou zo zijn geweest.

Over de weken in het kamp gaan verhalen rond die vooral uit katholieke kring komen. Hij zou medegevangenen in het geheim hebben gezegend en zijn karige eten hebben gedeeld. Er wordt verteld dat hij zwaar werd geslagen. Zulke verhalen passen bij wat we van hem weten, maar ik heb ze niet in onafhankelijke bronnen teruggevonden. Ik noem ze daarom met dat voorbehoud.

Wat vaststaat, is dat hij in de ziekenbarak een verpleegster ontmoette. Zij gaf daar gevangenen dodelijke injecties. In het kerkelijk onderzoek na de oorlog kreeg ze een schuilnaam, Tizia. Volgens America Magazine was ze een overtuigd nationaalsocialiste die niets van priesters moest hebben. Titus was vriendelijk tegen haar. Hij gaf haar een houten rozenkrans, een snoer met kralen dat katholieken bij het bidden gebruiken. Volgens het tijdschrift stak ze hem in de zak van haar schort.

ZONDAG 26 JULI 1942

Op zondag 26 juli 1942, om tien voor twee in de middag, stierf Titus Brandsma in Dachau. Hij was eenenzestig jaar. De verpleegster had hem een injectie gegeven, waarschijnlijk met fenol. Op zijn overlijdensakte schreven de kampautoriteiten een andere oorzaak: falen van hart en bloedsomloop door een darmontsteking. Zijn lichaam werd drie dagen later verbrand. Zijn as kwam in een massagraf bij het crematorium.

Op dezelfde dag dat hij stierf, werd in de katholieke kerken in Nederland een brief van de bisschoppen voorgelezen. Daarin protesteerden ze tegen de wegvoering van de Joden. Titus heeft het niet meer gehoord. Het was wel waar hij jaren om had gevraagd.

En de verpleegster? Volgens America Magazine vond ze de rozenkrans later terug en raakte ze erdoor ontroerd. Ze nam later afstand van het nationaalsocialisme en werd katholiek. Ze gaf de pater daar zelf de eer voor. Jaren later getuigde ze in het onderzoek naar zijn leven. Paus Johannes Paulus II vertelde in 1985 dat ze zich herinnerde dat deze gevangene medelijden met haar had gehad.

Volgens de paus zag Titus zijn vervolgers als kinderen van God. Hij geloofde dat liefde de harten terug kon winnen van wie haar hadden afgewezen. Het verhaal van de verpleegster laat zien dat hij dat ook in de ziekenbarak van Dachau meende.

Ik moet hier even stilstaan. Hoe kun je liefde opbrengen voor iemand die je komt doden? Ik weet niet of ik dat zou kunnen. Jezus bad aan het kruis voor wie Hem kruisigden. In Dachau leek een gevangen pater op Hem.

EEN STUK VAN ZIJN HABIJT

Na de oorlog werd Titus Brandsma niet vergeten. In 1968 werd in Nijmegen het Titus Brandsma Instituut opgericht, op basis van kopieën van handschriften die hij had verzameld. In 1982 kreeg hij postuum het Verzetsherdenkingskruis. Op 3 november 1985 verklaarde paus Johannes Paulus II hem in de Sint-Pietersbasiliek in Rome zalig, als martelaar. In de katholieke kerk is dat de stap voor een heiligverklaring.

Sinds 1992 bestaat er een Titus Brandsma Prijs voor moedige journalistiek. In 1999 koos een jury van de KRO hem tot de meest opmerkelijke katholiek van de twintigste eeuw. In 2005 werd hij in Nijmegen verkozen tot grootste Nijmegenaar aller tijden. Oss maakte hem in 2015 tot ereburger.

Voor een heiligverklaring vraagt de katholieke kerk een wonder. Dat werd gevonden in de Verenigde Staten. De Amerikaanse karmeliet Michael Driscoll kreeg in 2004 een ernstige vorm van huidkanker. Hij bad om genezing op voorspraak van Titus Brandsma, zoals katholieken dat noemen. Volgens Catholic World Report kreeg hij een stukje stof van diens habijt en legde hij dat dagelijks op zijn hoofd. Hij onderging ook zware operaties en bestraling. Hij genas, en de kanker kwam niet terug. Medische adviseurs van het Vaticaan noemden zijn herstel wetenschappelijk onverklaarbaar. Op 25 november 2021 erkende paus Franciscus het als een wonder.

Hoe je dat ziet, hangt af van waar je vandaan komt. Veel protestanten bidden niet via overleden gelovigen, en ik ga dat hier niet anders voorstellen. Wel is de dankbaarheid te herkennen van een zieke man die beter werd en God daarvoor wilde eren.

ROME, 15 MEI 2022

Op zondagochtend 15 mei 2022 stond het Sint-Pietersplein in Rome vol. Paus Franciscus verklaarde tien mensen heilig. Titus Brandsma was een van hen. Er waren volgens de NOS drie Nederlandse bisschoppen en ongeveer tweehonderd Nederlandse pelgrims. Minister Wopke Hoekstra was er, en de burgemeester van Nijmegen, Hubert Bruls. Op het plein zat ook Michael Driscoll, tachtig jaar oud en gezond.

Als relikwie werd een stuk van het habijt van Titus naar voren gebracht. Het plein was versierd met Nederlandse bloemen.

Tachtig jaar eerder was het lichaam van de Friese pater verbrand in een kamp in Beieren. Er was geen graf. Er bleef een gedicht over dat hij schreef in een cel in Scheveningen, en een houten rozenkrans in de schortzak van een verpleegster die hem doodde.

Dossier

Wat vaststaat en wat verteld wordt

Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte op 23 februari 1881 in Oegeklooster bij Bolsward; zes kinderen, vijf in het kloosterleven; gymnasium in Megen (1892-1898); intrede bij de karmelieten in Boxmeer (1898) en de naam Titus naar zijn vader; priesterwijding op 17 juni 1905; doctoraat in Rome (1909); docent in Oss (1909-1923) en hoofdredacteur van De Stad Oss; hoogleraar in Nijmegen vanaf 1923; rector magnificus in 1932-1933; geestelijk adviseur van de katholieke journalisten vanaf 1935; lid van het Comité van Waakzaamheid (1936); het bezoek aan de redacties om NSBadvertenties te weigeren; arrestatie op 19 januari 1942; Scheveningen, Amersfoort, Kleef en Dachau; het gedicht van 12 en 13 februari 1942; overlijden op 26 juli 1942 door een injectie; de verpleegster die later getuigde; zaligverklaring op 3 november 1985; heiligverklaring op 15 mei 2022.

Alleen uit één bron of uit kerkelijke kring: de zwakke maag en de maagbloeding in Rome (1907); de wijding in de Sint-Jan in ’s-Hertogenbosch; de voordracht op Goede Vrijdag in Amersfoort; de uitspraak over de donkere tunnel; zijn zegeningen, het delen van eten en de mishandelingen in Dachau; de details van de rozenkrans en de bekering van de verpleegster; de bijnaam van Bomans (via het Titus Brandsma Instituut).

Onbevestigd of betwist: de plaats van de arrestatie (bijna alle bronnen noemen Nijmegen, één noemt Boxmeer); de datum van aankomst in Dachau (19 juni volgens de Radboud Universiteit en het Arolsen Archives, andere bronnen noemen 13 juni of mei); de medische experimenten op hem (het Arolsen Archives brengt dit met een voorbehoud).

Duiding: of het herstel van Michael Driscoll een wonder was en of daarbij de voorspraak van Titus Brandsma een rol speelde, is een geloofsvraag en een oordeel van de katholieke kerk. Artsen beschreven een onverwacht herstel, geen oorzaak.

Bronnen bij dit hoofdstuk

  1. Radboud Universiteit, tijdlijn Titus Brandsma
  2. Radboud Universiteit, “Who was Titus Brandsma” (Inigo Bocken, Titus Brandsma Instituut)
  3. Titus Brandsma Memorial, Levensweg
  4. Britse karmelieten, korte biografie
  5. Vox, 13 mei 2022
  6. Vaticaan, homilie bij de zaligverklaring, 3 november 1985
  7. Vatican News, 4 maart 2022
  8. Arolsen Archives, “Titus Anno Brandsma: Resistance Fighter and Patron Saint”
  9. America Magazine, 10 mei 2022
  10. Catholic World Report, 8 maart 2022
  11. EWTN, biografieën van heiligen verklaard door paus Franciscus
  12. NOS, 15 mei 2022, “Oorlogsheld Titus Brandsma heiligverklaard”
  13. NOS, 15 mei 2022, “Pater en hoogleraar Brandsma wordt heiligverklaard: zo gaat dat”
  14. Omroep Brabant, 15 mei 2022
  15. Kerknet, “Titus Brandsma, op weg naar heiligheid”, 12 april 2022
  16. Titus Brandsma Teksten, “O Jezus”
  17. De Linkerwang, maart 2023
  18. Friesland.nl, geboorteplaats Titus Brandsma
  19. DBNL, auteurspagina Titus Brandsma
Liever het hele boek?PDF downloadenE-book (EPUB)Over dit deel