In het najaar van 1942 stond een gereformeerde dominee uit Heemse in Winterswijk. Hij had gesproken over het verzet tegen het nationaalsocialisme. Na afloop kwam een vrouw van negenenveertig naar hem toe. Ze was moeder van vijf kinderen, getrouwd met een graanhandelaar, en ze zat in het landelijke bestuur van de gereformeerde vrouwenverenigingen. Ze wilde dat hij het land in ging om overal onderduikadressen en gastgezinnen te zoeken.
De dominee had zijn bezwaren. Hij reisde niet graag met de trein. Volgens het verhaal dat later bij de NOS werd opgetekend, wuifde ze dat weg. “Zeg kerel, zou het nou zo erg zijn als jij om het leven kwam,” vroeg ze, als er daardoor duizenden jongens gered werden?
Hij ging.
De vrouw heette Helena Theodora Kuipers-Rietberg. In het verzet werd ze Tante Riek. De dominee was Fredrik Slomp, die iedereen Frits noemde, en die al snel Frits de Zwerver heette. Uit dat gesprek groeide de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers, de LO. Het werd de grootste verzetsorganisatie van Nederland. Zij zou het einde van de oorlog niet halen. Hij zou nog vierendertig jaar leven en wilde geen standbeeld.
Hun verhaal begint in twee gereformeerde gezinnen, een in de Achterhoek en een in Drenthe.
EEN GRAANHANDELAARSDOCHTER UIT WINTERSWIJK
Helena Rietberg werd geboren op 26 mei 1893 in Winterswijk. Haar vader, Hendrik Rietberg, was graanhandelaar en molenaar. Haar moeder heette Clara Christina Theodora Dulfer. Het was een gereformeerd gezin uit de middenstand, met meerdere kinderen. Over haar plaats in die kinderrij zijn de bronnen het niet eens, dus die laat ik open.
Op de HBS leerde ze Piet Kuipers kennen, voluit Pieter Heijo Kuipers. Ook hij werd graanhandelaar. Volgens het Biografisch Woordenboek van Nederland trouwden ze op 21 april 1921. Ze kregen vijf kinderen, twee zonen en drie dochters, geboren tussen 1922 en 1932.
Heleen, zoals ze ook genoemd werd, bleef niet bij haar eigen huishouden. In 1932 hielp ze in Winterswijk een gereformeerde vrouwenvereniging oprichten. Vanaf 1937 zat ze in het hoofdbestuur van de landelijke Bond van Gereformeerde Vrouwenvereenigingen. Volgens de NOS was ze er penningmeester. Ze kende daardoor vrouwen in het hele land, in dorpen en steden waar ze zelf nooit had gewoond.
Niemand wist in die jaren waar die adressenlijst ooit voor gebruikt zou worden. Achteraf lijkt het alsof ze tien jaar lang een netwerk had gebouwd zonder te weten waarvoor.
EEN BOERENZOON DIE MENSEN WAKKER WILDE SCHUDDEN
Fredrik Slomp werd geboren op 5 maart 1898 in Ruinerwold, in Drenthe. Zijn vader Jan was boer, zijn moeder heette Grietje Zantinge. Hij was de tweede van drie zonen, ook in een gereformeerd gezin.
In 1914 besloot hij theologie te gaan studeren. In Trouw stond in 1952 waarom: hij wilde mensen wakker maken.
Het ging niet vanzelf. Na zijn militaire dienst zakte hij in 1920 voor het staatsexamen. Een jaar later werd hij met een uitzondering op de regels toegelaten tot de Theologische School in Kampen. Op 27 september 1926 studeerde hij af. Een maand later, op 26 oktober, trouwde hij met Tjaltje ten Kate, de oudste dochter van een schoolhoofd. Ze kregen een dochter in 1929 en een zoon in 1932. Deze gegevens over zijn jonge jaren komen uit één uitgebreide biografische schets op ww2gravestone.com. Ik heb ze niet in een tweede bron teruggevonden.
Begin 1927 werd hij de eerste gereformeerde predikant van Nieuwlande in Zuid-Drenthe. Rond 1930 kwam hij in Heemse, naast Hardenberg, dicht bij de Duitse grens. Daar bleef hij tot na de oorlog.
PREKEN AAN DE ANDERE KANT VAN DE GRENS
De jaren dertig waren in Heemse en Hardenberg jaren van werkloosheid. Historicus Bert Jan Hartman schreef in 2021 een artikel over Slomp in die crisistijd. Hij laat zien hoe de dominee zich persoonlijk inzette voor mannen die hun werk kwijt waren. En hij laat zien dat Slomp vanaf 1933, toen Hitler in Duitsland aan de macht kwam, waarschuwde tegen het nationaalsocialisme. Dat deed in die jaren lang niet iedereen.
Slomp had contacten aan de overkant. Hij preekte voor gereformeerden in het graafschap Bentheim en sprak in Oost-Friesland. Gelovigen van over de grens vertelden hem hoe ouders de greep op hun kinderen verloren. In het voorjaar van 1938, zo vertelt de biografie die Jan Hof later over hem schreef, raadde hij Duitse collega’s aan de hakenkruisvlag te weigeren. “Doe het niet. Weiger!” Hof sprak voor dat boek met Slomp zelf, maar de dialogen in zijn biografie zijn naverteld en niet meer na te gaan.
Na de Kristallnacht van november 1938 kwamen steeds meer Duitse Joden illegaal de grens over. Slomp hielp hen onderdak te vinden. Volgens Liberation Route Europe hielp hij ook Duitsers die niet in de Wehrmacht wilden dienen.
Hoe zou jij reageren als vluchtelingen uit het buurland aan je deur stonden, in een tijd dat de meeste mensen nog dachten dat het wel mee zou vallen?
ZONDAG 12 JULI 1942
Toen de Duitsers in mei 1940 Nederland bezetten, bleef Slomp spreken. Hij deed het vanaf de kansel en op verboden bijeenkomsten van de Anti-Revolutionaire Partij en het christelijke vakverbond.
Op 12 juli 1942 preekte hij in Zwolle. Volgens de biografische schets op ww2gravestone.com riep hij de kerkgangers op het werk van de Arbeidsdienst te saboteren, en noemde hij dat een christenplicht. De Gestapo wilde hem daarna arresteren. Iemand waarschuwde hem op tijd. Hij dook onder. Dat hij in 1942 moest onderduiken, staat ook bij Liberation Route Europe. De precieze datum en de stad van die preek heb ik maar in één bron gevonden.
Zo werd de dominee van Heemse een man zonder vast adres.
EEN GESPREK NA DE PREEK
Over de maand van dat gesprek verschillen de bronnen. Het Nationaal Onderduikmuseum in Aalten spreekt van oktober 1942, na een preek van Slomp in Winterswijk. Het Biografisch Woordenboek van Nederland en de Anne Frank Stichting houden november 1942 aan. Volgens één bron ging het om een lezing over de strijd tegen het nationaalsocialisme. Vast staat dat het in het najaar van 1942 was, en dat het initiatief bij haar lag.
Op de bronzen plaquette in Winterswijk staat het met zoveel woorden: zij nam het initiatief tot de LO. Ook historicus Dick Kaajan schrijft dat de stoot tot de reizen van Slomp van mevrouw Kuipers-Rietberg kwam.
Het museum in Aalten vertelt dat de LO in november 1942 officieel werd opgericht in Aalten, in het huis van verzetsleider Jan Wikkerink, die iedereen Ome Jan noemde. Tante Riek hield nauw contact met hem.
Slomp zelf beschreef haar later, zo vertelde de NOS, als een vrouw met energie en vastberadenheid, met scherp inzicht en tegelijk teder. Haar besef van roeping was volgens hem absoluut. Ik lees in die woorden iemand die niet lang bleef twijfelen als ze eenmaal wist wat er moest gebeuren.
DE VROEDVROUWEN VAN EGYPTE
Vanaf november 1942 reisde Slomp het land door. Hij gebruikte schuilnamen als dominee Planken en ouderling Van Zanten. Hij zocht mensen die onderduikers wilden opnemen, en hij hielp overal plaatselijke comités op te richten. Vaak ging dat binnen een dag.
Dick Kaajan deed onderzoek naar Slomp en beschrijft twee preken die hij steeds opnieuw hield. De eerste ging over de vroedvrouwen Sifra en Pua in Egypte, die het bevel van de farao negeerden. De vroedvrouwen vreesden echter God en deden niet wat de koning van Egypte tot hen gesproken had, maar lieten de jongetjes in leven. (Exodus 1:17). Slomp trok daaruit de les dat liegen tegen de bezetter in deze oorlog geoorloofd was, en dat sabotage een plicht was voor christenen.
De tweede preek ging over het woord van Jezus dat Hij de satan als een bliksem uit de hemel zag vallen. Slomp verbond die tekst met 10 mei 1940 en met de overwinning van Christus. Hij preekte erover in Wolfheze op 30 januari 1944. In Dordrecht riep hij de kerk op om Joden en onderduikers in huis te nemen. Volgens Kaajan ontstond er na zo’n dienst vaak dezelfde dag nog een afdeling van de LO.
Het museum in Aalten noemt zijn preken inspirerend en wervend. Ze droegen eraan bij dat de LO zo snel groeide. In augustus 1943 kwamen daar de Landelijke Knokploegen bij, de LKP. Die overvielen distributiekantoren om bonkaarten te halen voor de mensen die ondergedoken zaten. Op de plaquette in Winterswijk staat dat de LO zorgde voor ongeveer 300.000 onderduikers.
Ik vind het opvallend dat Slomp geen nieuwe theologie bedacht. Hij nam een oud verhaal over twee vrouwen die God meer vreesden dan de koning, en liet gewone gelovigen daarin hun eigen keuze zien.
EEN HUIS VOL MENSEN DIE ER NIET MOCHTEN ZIJN
Intussen werkte Tante Riek in Winterswijk. Zij en Piet waren direct na de bezetting begonnen. Ze hielpen Joden, mannen die niet in Duitsland wilden werken en neergestorte geallieerde piloten. In 1941 hielpen Piet en de zonen ontsnapte Britse en Franse krijgsgevangenen op weg naar huis. Ze hadden zelf Joodse onderduikers in huis.
Vanaf de zomer van 1943 betaalde ze voor het Nationaal Steun Fonds uit aan gezinnen van onderduikers. Elke week was er een vergadering die de Beurs werd genoemd. Zij was daar de enige vrouw, namens de LO in Winterswijk.
Uit het onderzoek van Gerda Brethouwer, aangehaald door Bram de Graaf, komt een eerlijk detail. Tante Riek wilde eigenlijk stoppen, vanwege haar jonge gezin. Haar netwerk en haar kennis maakten haar onmisbaar. “Dus ging ze door.” Brethouwer schrijft er ook bij dat het geloof haar drijfveer was.
Ik ben blij dat dit detail bewaard is. Ze had kinderen thuis, ze wilde eruit, en ze bleef.
CEL 56 IN DE KOEPEL
In oktober 1943 werd LO-leider A.J. Boss gearresteerd, en kort daarna volgde een inval in Hoorn. De bezetter leek de organisatie goed te kennen. Volgens Kaajan trok Slomp zich toen terug uit de dagelijkse leiding, om veiligheidsredenen en omdat sommige gearresteerden hem de schuld gaven. Dominee B.A. van Lummel nam zijn plaats in. De Duitsers spraken intussen van “Die Organisation Frits”.
Slomp zat ondergedoken in Oosterbeek en Wageningen. Hij had zijn haar zwart geverfd, liet een snor staan, droeg een bril en had een vals persoonsbewijs op naam van Roelofsen, meubelhandelaar.
Op 1 mei 1944 fietste hij bij Ruurlo. Marechaussee G.F. Stap hield hem aan en vond een verboden brochure bij hem. Twee uur lang werd hij verhoord, onder bedreiging met de dood. Daarna ging hij naar de Sicherheitsdienst in Arnhem en naar de koepelgevangenis, als gevangene 1102 in cel 56.
Op 3 mei liet hij een boodschap naar buiten brengen: “Waag niet het leven van de jongens om mij eruit te halen.” Ze deden het toch. Op 11 mei 1944 kwam een knokploeg, verkleed als marechaussees, de Koepel binnen. Met hulp van de gevangenisbibliothecaris haalden ze Slomp en LO-districtsleider Henk Kruithof eruit. Prins Bernhard noemde het later in het voorwoord van de biografie een perfecte overval. Buiten zei Slomp tegen zijn bevrijders dat ze helden waren.
Kaajan voegt er iets eerlijks aan toe. Slomp had in de cel donkere momenten gehad. Hij was minder kalm geweest dan latere verhalen deden geloven. Ook dat hoort bij zijn verhaal.
Slomp en zijn gezin doken onder tot het einde van de oorlog.
BENNEKOM, 19 AUGUSTUS 1944
In mei 1944 werd de LO verraden door een vrouw die zich in de organisatie had binnengewerkt. Piet Kuipers werd gewaarschuwd en dook onder. Begin juli brachten Heleen en Piet de kinderen deels ergens anders onder. Ze ontkwamen net op tijd en kwamen terecht bij een sigarenfabrikant in Bennekom.
Op 17 augustus werd een koerier met nieuwe persoonsbewijzen voor hen opgepakt. Twee dagen later, op 19 augustus 1944, arresteerde de Sicherheitsdienst hen allebei.
Ze kwamen in de Koepel in Arnhem terecht, de gevangenis waar Slomp drie maanden eerder was weggehaald. Ze maakten een afspraak. Zij zou alle schuld op zich nemen. Ze dachten dat een vrouw minder zwaar gestraft zou worden dan een man. Het werkte, voor Piet. Hij werd vrijgelaten en dook opnieuw onder.
Volgens de biografische schets op ww2gravestone.com zaten ze in de Koepel in cellen naast elkaar. Om Piet moed te geven zong ze soms hardop een psalm. Welke psalm het was, vertelt de bron niet. Ik heb dit detail ook maar op één plek gevonden.
EEN BRIEFJE UIT DE TREIN
Op 25 augustus 1944 werd ze overgebracht naar kamp Vught. Begin september naderden de geallieerden. Het kamp werd ontruimd. Op 7 september 1944 ging ze op transport naar Ravensbrück, het vrouwenkamp ten noorden van Berlijn.
Uit die trein gooide ze een briefje naar buiten, voor haar gezin. Volgens de NOS vroeg ze God over hen te waken, en vroeg ze hen om voor elkaar te bidden.
Wat schrijf je, als je niet weet of je je kinderen terugziet? Zij legde hen in Gods handen.
HET BREICOMMANDO VAN RAVENSBRÜCK
In Ravensbrück werd ze vanwege haar ogen niet voor de zware dwangarbeid ingezet. Ze kwam in het breicommando. Later werd ze Tischälteste, de vrouw die aan tafel het eten verdeelde. Ze deelde eten uit aan vrouwen die in de Siemensfabriek werkten. Ze zat bij haar verzetsvriendin Minnie Jolink toen die stierf.
Een medegevangene zei later dat ze van de kleine mogelijkheden in het kamp steeds iets wist te maken, en dat ze liefde en warmte om zich heen verspreidde. Piet kreeg later een brief van een vrouw die met haar in het kamp had gezeten. Die noemde haar een heel lieve vrouw.
Eind oktober 1944 werd ze ziek. Ze stierf in Ravensbrück, kort na Kerstmis. Op de plaquette in Winterswijk en bij het Nationaal Onderduikmuseum staat 27 december 1944. Het Biografisch Woordenboek houdt 27 of 28 december aan. De oorzaak was waarschijnlijk tyfus of een dubbele longontsteking. Ze was eenenvijftig. Zoals bij de meeste doden van Ravensbrück werd haar lichaam verbrand. Er is geen graf.
Haar familie wist maandenlang niet hoe het met haar was.
EEN LANDMIJN EN EEN EVANGELISATIEZAAL
In april 1945 kwam de bevrijding. Slomp nam op verzoek van de afgezette burgemeester kort het gezag over. Daarna werd hij onderofficier in het Canadese leger, als verbinding tussen de geallieerden en het verzet.
Zijn kerk in Heemse gaf hem een jaar verlof. Volgens ww2gravestone.com zorgde hij dat jaar voor weduwen en wezen van zo’n 1.700 omgekomen verzetsmensen. Dat getal heb ik niet in een tweede bron teruggevonden. Wel bewaard is het dagboek van verzetsweduwe Pietertje te Rietstap, dat in 2020 verscheen. Ze schrijft daarin over zijn troostbezoek.
Het verdere verloop van zijn leven ken ik vooral uit dezelfde biografische schets. In het najaar van 1945 nam hij een beroep aan naar Blokker. In 1948 ging hij naar Nederlands-Indië. Daar reed in 1949 een jeep waarin hij zat op een landmijn. Hij hield er blijvend gehoorverlies aan over. In 1950 kwam hij terug en ging hij naar Hoorn. Hij wilde evangeliseren onder arbeiders en mensen met weinig geld. Daarover kreeg hij onenigheid met de kerkenraad, en in 1962 ging hij vervroegd met emeritaat. Dat hij na de oorlog in Hoorn als evangelieprediker werkte, in het gebouw Rehoboth, bevestigt ook Kaajan.
Tot 1966 deed hij evangelisatiewerk in Wolvega. Daarna verhuisde hij naar Vaassen. Op zijn zeventigste verjaardag, 5 maart 1968, kreeg hij uit handen van de burgemeester van Epe een koninklijke onderscheiding. In 1972 hoorde hij dat hij kanker had. In 1975 sprak hij uitgebreid met Jan Hof, die zijn levensverhaal wilde schrijven.
Fredrik Slomp stierf op 13 december 1978 in Vaassen. Hij werd tachtig. Hij is begraven in Berghuizen, in de Drentse gemeente De Wolden, niet ver van het Ruinerwold waar hij geboren was.
Op ww2gravestone.com staat dat hij en Tjaltje in 2014 postuum door Yad Vashem werden erkend als Rechtvaardigen onder de Volkeren. Ik heb dat niet kunnen bevestigen in de databank van Yad Vashem zelf.
EEN HERT OP HET PLEIN
Op 9 mei 1946 kreeg Helena Kuipers-Rietberg postuum het Verzetskruis. In verzetskringen kreeg ze een erenaam: de moeder van de LO.
Op 4 mei 1955 onthulde prinses Wilhelmina in Winterswijk een monument voor haar en voor alle vrouwen in het verzet. Het beeld stond eerst voor haar vroegere huis en kreeg later een andere plek. Het laat een vrouw zien die een jong hert beschermt. Het hert staat voor de mensen die bij haar een schuilplaats vonden. Het verwijst naar Psalm 42: Zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen, zo schreeuwt mijn ziel tot U, o God! (Psalm 42:2).
Frits Slomp wilde tijdens zijn leven niet zo geëerd worden, schrijft ArtWay. Pas in 1995, zeventien jaar na zijn dood, kwam er in Heemse een bronzen borstbeeld van Norman Burkett. Op de steen staat dat het is voor allen die ons een toekomst gaven.
Twee beelden in het oosten van het land. Het ene van een dominee die geen eer zocht. Het andere van een vrouw die een opgejaagd hert in bescherming neemt.
Wat vaststaat en wat verteld wordt
Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte van Helena Rietberg op 26 mei 1893 in Winterswijk; huwelijk met Piet Kuipers en vijf kinderen; bestuurswerk in de gereformeerde vrouwenbond; hulp aan Joden, arbeidsweigeraars en piloten; het gesprek met Slomp in het najaar van 1942 en haar initiatief tot de LO; de LKP vanaf augustus 1943; verraad in mei 1944; arrestatie in Bennekom op 19 augustus 1944; dat zij de schuld op zich nam en Piet vrijkwam; Vught en Ravensbrück (vanaf 7 september 1944); overlijden in Ravensbrück eind december 1944 (officieel 27 december); de erenaam moeder van de LO; het monument van 1955. Bij Slomp: geboorte op 5 maart 1898; predikant in Heemse vanaf ongeveer 1930; waarschuwingen tegen het nationaalsocialisme vanaf 1933; hulp aan Duitse Joden na 1938; onderduik in 1942; reizen als Frits de Zwerver; zijn vaste preken over Exodus 1 en Lukas 10:18; arrestatie bij Ruurlo op 1 mei 1944 en bevrijding uit de Koepel op 11 mei 1944; overlijden op 13 december 1978; borstbeeld in Heemse in 1995.
Alleen uit eigen getuigenis: haar uitspraak tegen Slomp over de trein en de duizenden jongens (via Slomp en de familie, opgetekend door de NOS); Slomps beschrijving van haar karakter; het briefje uit de trein; het psalmzingen in de Koepel; Slomps wens om mensen wakker te maken (Trouw, 1952); de dialogen in de biografie van Jan Hof.
Onbevestigd: de maand van het gesprek (oktober of november 1942) en of het een preek of een lezing was; de datum en plaats van de preek in Zwolle (12 juli 1942); de zorg voor 1.700 verzetsweduwen en wezen; de details van Slomps leven na 1945 (Blokker, Indië, de landmijn, het conflict in Hoorn, Wolvega), die uit één bron komen; de Yad Vashem-erkenning van Slomp en zijn vrouw in 2014; de naam van de verraadster.
Duiding: het getal van ongeveer 300.000 onderduikers staat op de plaquette in Winterswijk. Het geeft een orde van grootte, geen telling. De oorzaak van haar dood (tyfus of longontsteking) is niet met zekerheid bekend.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Huygens ING, Biografisch Woordenboek van Nederland, “Rietberg, Helena Theodora (1893-1944)”
- Nationaal Onderduikmuseum, kwartet Winterswijk
- Nationaal Onderduikmuseum, monument Tante Riek
- Nationaal Onderduikmuseum, de LO
- Anne Frank Stichting, oprichting van de LO
- NOS Bevrijdingsjaar, Tante Riek
- Dick Kaajan, “Nieuw licht op arrestatie en bevrijding van Frits de Zwerver in mei 1944”
- Bert Jan Hartman, “Het optreden van ds. Fredrik Slomp tijdens de crisisjaren en de opkomst van het fascisme”, DNK 2021
- Jan Hof, Frits de Zwerver, leesfragment met voorwoord van prins Bernhard
- ww2gravestone.com, Helena Theodora Kuipers-Rietberg
- ww2gravestone.com, Slomp, Fredrik (Frits)
- TracesOfWar, Kuipers-Rietberg, Helena Theodora
- TracesOfWar, infobord Helena Rietbergstraat Gouda
- TracesOfWar, monument Tante Riek Winterswijk
- Bram de Graaf, over vrouwen in het verzet
- Liberation Route Europe, monument Frits de Zwerver in Heemse
- ArtWay, Norman Burkett: Frits de Zwerver