Gods generaalsin Nederland

Deel 2 · Volg hun geloof na · Hoofdstuk 5

Johannes Verkuyl

de zendeling die koos voor de vrijheid van een ander volk

1908-2001Amsterdam

Op 20 oktober 1966 stond in Amsterdam een Indonesische christen op het podium van de Vrije Universiteit. Hij heette Todung Sutan Gunung Mulia. Hij kreeg een eredoctoraat, voor zijn werk om de christelijke gemeenschap in Indonesië te onderwijzen en aan te moedigen. De man die hem de bul overhandigde en de lofrede hield, was zijn promotor: Johannes Verkuyl.

Het had weinig gescheeld of het was er nooit van gekomen. In 1964 had Mulia het eredoctoraat afgeslagen. Een doctorstitel van de oude koloniale macht was in het Indonesië van Soekarno geen aanbeveling. In 1965 vroeg hij om uitstel. Pas in januari 1966, toen de verhouding tussen beide landen beter werd, liet hij weten dat hij kon komen.

Verkuyl kende de achtergrond van die aarzeling van dichtbij. Hij had twintig jaar eerder met Mulia samengewerkt in Jakarta, in de jaren dat Indonesië zich losmaakte van Nederland. Hij had in die jaren partij gekozen, en daar had hij een prijs voor betaald. In Nederland werd hij uitgemaakt voor verrader.

Johannes Verkuyl werd een van de bekendste zendingsmannen van Nederland. Hij bracht vierentwintig jaar door in Indonesië, overleefde een Japans kamp, schreef tientallen boeken en werd hoogleraar zendingswetenschap. Zijn hele leven bleef hij zeggen dat het evangelie te maken heeft met gerechtigheid voor mensen, ook voor volken.

Het begon in een polderdorp.

EEN JONGEN UIT DE HAARLEMMERMEER

Johannes Verkuyl werd geboren op 16 januari 1908 in Nieuw-Vennep, in de Haarlemmermeer. Volgens het Indonesische Bijbelgenootschap was hij de vijfde van tien kinderen. Over zijn ouders en zijn jeugd heb ik verder weinig betrouwbaars gevonden. Een genealogie van de familie ligt in zijn archief bij de Vrije Universiteit, maar die is niet openbaar.

In 1927 ging hij theologie studeren aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij studeerde er tot 1932. In dat jaar werd hij predikant van een kleine gereformeerde gemeente in Laren.

Het zou een gewone dominee-loopbaan kunnen zijn geworden. Maar Verkuyls blik ging al vroeg verder dan zijn eigen dorp.

STUDENTEN VAN DE ANDERE KANT VAN DE WERELD

In de jaren dertig studeerden er in Nederland jonge mensen uit Indië en andere delen van Azië. Verkuyl werd hun studentenpastor. Over het jaartal verschillen de bronnen. Het Indonesische Bijbelgenootschap noemt 1935, als een deeltijdbaan. Het missiologische naslagwerk waarin collega Jerald Gort zijn leven beschreef, noemt 1937.

Wat hij daar hoorde, staat niet in de bronnen die ik kon inzien. Wel is duidelijk wat er later uit groeide. Hij leerde Indonesiërs kennen voordat hij ooit in Indonesië was. Gort schrijft dat hij later het streven van Indonesiërs naar eigen nationale expressie steunde.

Ergens in deze jaren trouwde hij met Rie van den Heuvel. Ze kregen kinderen. Toen ze eind 1939 vertrokken, waren het er drie.

Wanneer hij promoveerde, is niet helemaal duidelijk. Volgens het Indonesische Bijbelgenootschap haalde hij zijn doctoraat cum laude bij professor J.H. Bavinck, nog voor hij naar Indië vertrok. Gort schrijft dat hij zijn doctoraat aan de Vrije Universiteit afrondde tijdens een verlof in 1948. De titel van het proefschrift heb ik niet kunnen vinden.

EEN SCHIP NAAR TANJUNG PRIOK

Eind december 1939 vertrok het gezin Verkuyl naar Nederlands-Indië. In Europa was de oorlog net begonnen. In januari 1940 kwamen ze aan in Tanjung Priok, de haven van Batavia, het huidige Jakarta.

Zijn kerk zond hem uit als zendingspredikant voor Midden-Java. Hij begon als hulpprediker in Purwokerto, in de streek Banyumas. Het was de start van wat uiteindelijk vierentwintig jaar in Indonesië zou worden.

Waarom ging hij? De bronnen die ik vond, laten hem daar zelf weinig over zeggen. Wel beschrijft het Indonesische Bijbelgenootschap hoe hij de opdracht van het evangelie zag: als een moedige roeping om op te komen voor gerechtigheid, ook in de structuren van een samenleving. Voor Verkuyl hoorde het verkondigen van Christus en het zoeken van recht bij elkaar. Hij zou dat de rest van zijn leven blijven zeggen, en ook doen.

PEKALONGAN EN BANDUNG

Twee jaar later veranderde alles. In 1942 bezette Japan Nederlands-Indië. Nederlanders werden opgepakt en in kampen gezet, mannen apart van vrouwen en kinderen.

Volgens het Indonesische Bijbelgenootschap werd Verkuyl gevangengezet in Pekalongan, aan de noordkust van Midden-Java. Zijn vrouw was kort daarvoor bevallen. Zij werd met vier jonge kinderen naar een kamp in Bandung gebracht. Gort schrijft dat het gezin drie en een half jaar in verschillende Japanse kampen doorbracht, tot 1945.

Hoe hij die jaren doorkwam, en hoe zijn vrouw het met vier kleine kinderen volhield, heb ik nergens beschreven gevonden. Ik laat die lege plek hier liever leeg dan dat ik hem vul met wat ik zelf denk.

Wat ik wel weet: wie drie en een half jaar gevangen zat en daarna niet naar huis ging, maar bleef, had een reden om te blijven.

AUGUSTUS 1945

Op 15 augustus 1945 capituleerde Japan. Twee dagen later riepen Soekarno en Hatta de Republiek Indonesië uit. Voor de Nederlanders die net uit de Japanse kampen kwamen, begon een onzekere tijd.

Verkuyl ging naar Jakarta. Volgens het Indonesische Bijbelgenootschap werd hij in 1945 hoofd van de Nederlandse zending daar. Het gezin ging wonen bij de kerkzaal aan de Kwitang.

In de jaren die volgden, stond hij tussen twee werelden. Nederland stuurde troepen om het gezag te herstellen. In juli 1947 en in december 1948 volgden de twee militaire acties die in Nederland “politionele acties” heetten.

Verkuyl zag het anders. Gort schrijft dat hij direct betrokken raakte bij de strijd van Indonesië voor onafhankelijkheid. Volgens het Indonesische Bijbelgenootschap stak hij de grens over naar het republikeinse gebied rond Yogyakarta om te spreken met president Soekarno en vicepresident Hatta. Ook zou hij bij de Nederlandse kerken, bij het publiek en zelfs bij koningin Wilhelmina hebben aangedrongen op erkenning van de Indonesische soevereiniteit. Die gesprekken en contacten heb ik buiten deze Indonesische bron niet kunnen controleren.

DE ACHTERGROND VAN HET INDONESISCHE VRAAGSTUK

In 1946 verscheen een brochure van zijn hand: De achtergrond van het Indonesische vraagstuk. Hij probeerde Nederlanders uit te leggen wat er in Indonesië gebeurde, en waarom.

Ruim een halve eeuw later schreef Reinier Salverda dat deze brochure een van de beste verklaringen uit die tijd was voor een pijnlijke vraag. Waarom konden Indonesiërs Nederland niet meer vertrouwen, wat Nederland ook van plan was? Salverda vond het jammer dat de historicus over wiens boek hij schreef, de brochure niet had besproken.

In Nederland kwam het hard aan. Volgens het Indonesische Bijbelgenootschap werd hij een verrader genoemd. En in Indonesië keken sommigen hem ook met wantrouwen aan, als iemand die toch bij de godsdienst van de koloniale macht hoorde. Hij zat tussen twee stoelen.

Een oud-student van hem, de Amerikaanse zendeling John Boer, schreef in 2015 dat Verkuyl om zijn steun aan de onafhankelijkheid zelfs door de Nederlanders gevangen werd gezet. Dat heb ik in geen enkele andere bron teruggevonden. Mogelijk is het een verwarring met het Japanse kamp. Ik noem het, maar ik kan het niet bevestigen. Ook binnen de eigen gereformeerde wereld bleef zijn standpunt niet onopgemerkt. In oktober 1950 schreef de bekende theoloog Klaas Schilder in het blad De Reformatie een artikel met de titel “Verkuyl en Kuyper”. Het ging over koloniale politiek. Wat Schilder precies schreef, heb ik niet kunnen lezen. Dat hij er een artikel aan wijdde, zegt genoeg over hoe het debat leefde.

Wat zou jij gedaan hebben, als je net uit een kamp kwam en je eigen volk vroeg om loyaliteit? Het is makkelijk om zeventig jaar later te zeggen wie gelijk had. In 1946 was het dat niet. Verkuyl koos voor wat hij als recht zag, en hij nam de scheldwoorden op de koop toe.

Op 27 december 1949 droeg Nederland de soevereiniteit over aan Indonesië.

EEN HUIS AAN DE KWITANG, OKTOBER 1946

Midden in die onrustige jaren begon Verkuyl aan iets dat langer zou blijven bestaan dan de politieke ruzies. In oktober 1946 nam hij het initiatief tot een noodcommissie voor christelijke lectuur. Er moest christelijke leesstof komen voor de kerken in Indonesië.

Hij werkte daarbij samen met Todung Sutan Gunung Mulia, dezelfde man die twintig jaar later in Amsterdam zijn eredoctoraat zou krijgen. Mulia was in 1933 een van de eerste Indonesiërs die promoveerden. Uit hun samenwerking groeide een christelijke uitgeverij, de Badan Penerbit Kristen. Mulia zou in 1950 ook meehelpen bij de oprichting van de Raad van Kerken in Indonesië. Verkuyl noemde die raad later in zijn lofrede “een unicum” in Azië. Verkuyl werkte er van 1946 tot 1963 en bepaalde mee de theologische richting. In 1971 kreeg de uitgeverij op zijn advies de naam van zijn vriend erbij: BPK Gunung Mulia. Die naam draagt ze nog steeds.

Tussen 1946 en 1990 verschenen er bij deze uitgeverij meer dan dertig boeken van Verkuyl, in het Indonesisch.

Het Indonesische Bijbelgenootschap vergelijkt hem in een artikel uit 2026 met een tarwekorrel die in oktober 1946 in de tuin aan de Kwitang in de aarde viel. Hij legde zijn eigen belangen opzij, zo schrijven ze, zodat er een oogst kon komen voor de kerk in heel Indonesië. Het is hun beeld, ontleend aan de woorden van Jezus: Als de tarwekorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen, maar als hij sterft, draagt hij veel vrucht. (Johannes 12:24). Ik vind het een mooi beeld, omdat het van Indonesiërs zelf komt. Zij zagen in hem geen koloniale zendeling. Zij zagen iemand die iets van zichzelf had losgelaten.

CREDO

In 1953 verscheen in Nederland een boek van hem met de titel Credo. De ondertitel zegt waar het hem om ging: een uiteenzetting van het evangelie en een oproep tot geloof. Een man die bekendstond om zijn politieke moed, schreef een boek van bijna driehonderd bladzijden om mensen uit te nodigen Jezus te volgen.

Daar zit volgens mij de sleutel tot zijn leven. Zijn inzet voor recht kwam voort uit zijn geloof, en zijn geloof werd nooit een zaak van alleen het hart. De Noorse zendingshistoricus Olav Myklebust noemde zijn theologische grondhouding later conservatief, met een brede horizon. Verkuyl geloofde de klassieke belijdenis van de kerk, en hij vond dat die belijdenis gevolgen had voor hoe volken met elkaar omgaan.

Van 1954 tot 1962 doceerde hij aan een interkerkelijke theologische hogeschool in Jakarta. Ook de kwestie Nieuw-Guinea liet hem niet los. Volgens een artikel uit 2019 probeerde hij vanaf 1956 binnen de Antirevolutionaire Partij een koerswijziging te bereiken in die vraag. Ik heb daar geen tweede bron voor gevonden.

Eind 1962 keerde hij terug naar Nederland. Hij was vierenvijftig. Hij had er meer dan twintig jaar gewoond, gevangengezeten, lesgegeven en boeken geschreven.

Misschien ken je dat: je bouwt iets op, en op een dag moet je het in andere handen leggen. Verkuyl had jarenlang gepleit dat Nederland Indonesië moest loslaten. Nu ging hij zelf.

EEN LEERSTOEL IN AMSTERDAM

In Nederland wachtte nieuw werk. Van 1963 tot 1968 was hij algemeen secretaris van de Nederlandse Zendingsraad. In 1965 werd hij hoogleraar zendingswetenschap aan de Vrije Universiteit. Hij volgde J.H. Bavinck op, de man die eerder de eerste hoogleraar zending aan de VU was geweest. Eerst was het een deeltijdbaan, vanaf 1968 voltijds. Hij bleef tot zijn emeritaat in 1978.

In 1975 verscheen zijn belangrijkste boek, Inleiding in de nieuwere zendingswetenschap, ruim vijfhonderdzeventig bladzijden. In 1978 kwam het in het Engels uit als Contemporary Missiology. Volgens Gort werd het zijn bekendste boek. Myklebust merkte op dat Verkuyl zijn boek afsloot met een instemmend citaat van de missioloog J. Aagaard: zendingswetenschap die het zelf meedoen aan zending vervangt, grenst aan godslastering. Studeren over zending zonder zelf te gaan, vond hij niet genoeg.

Myklebust zag nog twee lijnen in het boek. Verkuyl schreef over de opkomst van het secularisme in het westen, dat zichzelf nog christelijk noemde. En hij pleitte voor wederkerigheid tussen de oude kerken in Europa en de jonge kerken in Azië, Afrika en Latijns-Amerika. Zelf lees ik daarin zijn jaren in Jakarta terug: de jonge kerk als partner, van wie ook Nederland iets kon leren.

Zijn oud-student John Boer schreef later over de tijd dat hij bij Verkuyl promoveerde op kolonialisme en zending. Als Verkuyl de hoofdstukken las, riep hij volgens Boer vaak uit: “Mijn hart klopt er van.” Ik vind dat een mooi detail. Een hoogleraar die na zoveel jaren nog zo kon meeleven.

Gort, die zijn levensbeschrijving schreef, noemde als zijn werkterreinen sociale ethiek, apologetiek, gesprek met andere godsdiensten, evangelisatie en zendingswetenschap. Hij telde zesenzestig boeken en ongeveer vierhonderd artikelen. Verkuyl hielp ook bij de oprichting van het tijdschrift Wereld en Zending en van internationale verbanden voor zendingswetenschap.

EEN EREDOCTORAAT VOOR EEN AFRIKANER

De vraag naar recht volgde hem ook naar Amsterdam. Nu ging het om Zuid-Afrika.

De Vrije Universiteit had al sinds de negentiende eeuw banden met Zuid-Afrika, en in 1972 kwam daar een keerpunt. Gort schrijft dat hij een vooraanstaande rol speelde in de beweging tegen apartheid en in de beweging voor gerechtigheid en vrede in de wereld.

Een concreet moment staat vast. In 1972 kende de Vrije Universiteit een eredoctoraat toe aan Beyers Naudé. Naudé was een Afrikaner predikant en een bekende tegenstander van apartheid. Volgens de VU zelf stemde de senaat in met dit eredoctoraat na inspanningen van missioloog Verkuyl. De uitreiking geldt als een keerpunt in de relatie tussen de VU en Zuid-Afrika.

In zijn archief bij de Vrije Universiteit liggen mappen over Zuid-Afrika die lopen van 1968 tot 1995. Er zijn ook stukken over zwarte theologie en lezingen van de Zuid-Afrikaanse theoloog Allan Boesak. Wat hij precies deed, welke brieven hij schreef en welke gesprekken hij voerde, is nog niet in een openbare bron uitgewerkt. Voor Verkuyl hing het samen met wat hij in Indonesië had gezien. Het evangelie was voor hem een boodschap van bevrijding. In 1970 schreef hij een boek met de titel De boodschap der bevrijding in deze tijd.

EEN STER UIT JAKARTA

Op 18 januari 1977 kreeg Verkuyl een onderscheiding van de Indonesische regering, de Bintang Jasa Pratama. Dat meldt het Indonesische Bijbelgenootschap. Een andere bron heb ik er niet voor gevonden.

Als het klopt, zegt het veel. Een land dat zich met geweld had losgemaakt van Nederland, eerde dertig jaar later een Nederlandse dominee. De man die in zijn eigen land verrader was genoemd, werd in het andere land een vriend.

Bij zijn afscheid in 1978 kreeg hij van collega’s een bundel aangeboden met de titel Zending op weg naar de toekomst. Hij bleef daarna schrijven. In 1989 publiceerde hij in een internationaal zendingstijdschrift een artikel over de zending in de jaren negentig. In 1992 verscheen nog De kern van het christelijk geloof. Hij was toen vierentachtig.

EEN KORREL IN DE AARDE

Johannes Verkuyl overleed op 27 januari 2001. Hij was drieënnegentig jaar. Op 2 februari was de rouwdienst. Waar hij stierf en waar hij begraven ligt, heb ik niet kunnen vinden.

Zijn papieren liggen nu in bijna vijf meter archief bij de Vrije Universiteit. Brieven, lezingen, mappen over Indonesië en Zuid-Afrika. In Indonesië bestaat nog de uitgeverij die hij in 1946 hielp beginnen, met de naam van zijn Indonesische vriend erop.

Ik denk aan die middag in oktober 1966. Twee mannen op een podium in Amsterdam. De een had zijn leven gegeven aan de kerk van een nieuw land. De ander had de vrijheid van dat land gesteund, en was er in eigen land om uitgescholden. Ze kenden elkaar al twintig jaar, uit de tijd van de kerkzaal aan de Kwitang en een noodcommissie die boeken wilde maken.

Mulia nam de bul aan. Verkuyl gaf hem.

Dossier

Wat vaststaat en wat verteld wordt

Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte op 16 januari 1908 in Nieuw-Vennep; studentenpastor voor Aziatische studenten in Nederland; vertrek naar Midden-Java eind 1939; Japanse internering van hem en zijn gezin in aparte kampen tot 1945; betrokkenheid bij de Indonesische onafhankelijkheid; de brochure De achtergrond van het Indonesische vraagstuk (1946); de samenwerking met T.S.G. Mulia en de oprichting van de christelijke uitgeverij BPK (1946); terugkeer eind 1962; algemeen secretaris van de Zendingsraad (1963-1968); hoogleraar aan de VU vanaf 1965 als opvolger van Bavinck; het eredoctoraat voor Mulia op 20 oktober 1966; zijn rol bij het eredoctoraat voor Beyers Naudé (1972); Inleiding in de nieuwere zendingswetenschap (1975); overlijden op 27 januari 2001.

Alleen uit één bron of uit de kring rond hem: de details van zijn internering in Pekalongan en van het kamp in Bandung (Indonesisch Bijbelgenootschap); het gesprek met Soekarno en Hatta in Yogyakarta en de lobby bij koningin Wilhelmina; dat hij verrader werd genoemd; de Bintang Jasa Pratama (1977); zijn lobby binnen de ARP over Nieuw-Guinea vanaf 1956 (één artikel uit 2019); de uitroep “Mijn hart klopt er van” (herinnering van een oud-student); het aantal van 66 boeken en 400 artikelen.

Onbevestigd: dat hij door de Nederlanders gevangen zou zijn gezet vanwege zijn steun aan de onafhankelijkheid (één bron, mogelijk een verwarring); het jaar en de titel van zijn proefschrift (1939 of 1948); het jaar waarin hij studentenpastor werd (1935 of 1937); concrete acties tegen apartheid buiten het eredoctoraat voor Naudé.

Duiding: het beeld van de tarwekorrel komt van het Indonesische Bijbelgenootschap, niet van Verkuyl zelf. Of zijn keuze in 1945-1949 juist was, was in zijn tijd een felle discussie; dit hoofdstuk beschrijft zijn keuze, zonder te doen alsof die toen vanzelfsprekend was.

Bronnen bij dit hoofdstuk

  1. Jerald D. Gort, “Verkuyl, Johannes (1908-2001)”, Biographical Dictionary of Christian Missions (via Boston University)
  2. Lembaga Alkitab Indonesia, “Rev. Johannes Verkuyl: Here, a Single Grain of Wheat Is Sown”
  3. Lembaga Alkitab Indonesia, “Todung Sutan Gunung Mulia”
  4. Vrije Universiteit, “Eredoctor T.S.G. Mulia”
  5. Vrije Universiteit, “Eredoctor C.F. Beyers Naudé”
  6. Historisch Documentatiecentrum VU, inventaris archief J. Verkuyl (collectie 127)
  7. Historisch Documentatiecentrum VU, overzicht archieven V
  8. Reinier Salverda, recensie van H.W. van den Doel, Afscheid van Indië (via DBNL)
  9. Olav Guttorm Myklebust, “Nyere misjonsvitenskap: Omkring J. Verkuyl’s innføring i emnet”
  10. Kuyper-bibliografie, K. Schilder, “Verkuyl en Kuyper”, De Reformatie (1950)
  11. Princeton University Library, J. Verkuyl, Credo (1953)
  12. Hidalgo B. Garcia, Missio Politica Oecumenica (dissertatie Calvin, 2006)
  13. John Boer, brief over kolonialisme en zending (2015)
  14. Wynia’s Week, “De gereformeerde linkse kerk begon bij Nieuw-Guinea” (3 augustus 2019)
  15. Anglican Church of Canada Archives, J. Verkuyl, “Mission in the 1990s” (1989)
  16. Wikipedia, “Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog”
  17. G. Schutte en H. Wels, “The History of the Relationship between the Vrije Universiteit and South Africa” (Rozenberg Quarterly)
Liever het hele boek?PDF downloadenE-book (EPUB)Over dit deel