Gods generaalsin Nederland

Deel 2 · Volg hun geloof na · Hoofdstuk 6

Alida Bosshardt

de majoor van de Wallen

1913-2007Amsterdam

Op 28 april 1965 liep er op de Amsterdamse Wallen een jonge vrouw mee met een officier van het Leger des Heils. Ze droeg een vermomming en verkocht De Strijdkreet, het blad van het Leger, in de cafés en steegjes van de rosse buurt. Zo zag het eruit: een nieuwe stagiaire die de majoor hielp.

Fotograaf Peter Zonneveld keek beter. Hij herkende haar en drukte af. Zijn foto’s verschenen in De Telegraaf, en heel Nederland wist het. De stagiaire was prinses Beatrix, de vrouw die later koningin zou worden. Ze was met majoor Bosshardt op stap gegaan langs prostituees en arme gezinnen.

Het werd dagenlang nieuws. De vrouw naast de prinses liep die straten toen al ruim zestien jaar. Ze kende de vrouwen achter de ramen, de caféhouders en de daklozen. Ze zou er nog tientallen jaren blijven lopen, in hetzelfde uniform, met dezelfde hoed en hetzelfde blad onder haar arm.

Alida Bosshardt werd de bekendste heilssoldaat die Nederland ooit heeft gehad. In 2009 kozen Amsterdammers haar tot de grootste Amsterdammer aller tijden, voor Johan Cruijff en André Hazes. Voor haar was dat allemaal bijzaak. Ze diende God door mensen te dienen.

Het begon in Utrecht, met een meisje dat verpleegster wilde worden.

TE ZWAK VOOR HET ZIEKENHUIS

Alida Margaretha Bosshardt werd geboren op 8 juni 1913 in Utrecht. Haar vader, Lambertus Bosshardt, was kruidenier en vertegenwoordiger en werd later journalist. Haar moeder heette Wilhelmina Dieuwertje Teeling. Alida had één broer, Henk, die drie jaar ouder was.

Het was een Nederlands-hervormd gezin dat vaak verhuisde. Het Digitaal Vrouwenlexicon vertelt dat het niet altijd makkelijk ging. Haar vader ging failliet. Toen hij later rooms-katholiek werd, verloor hij zijn baan.

Alida wilde verpleegster worden. Ze werd niet aangenomen. Ze was vaak ziek en zag slecht met één oog. Later zei ze het zelf eenvoudig: ze was te zwak bevonden.

Wie haar later zag, dag en nacht op de been in de binnenstad van Amsterdam, zal dat moeilijk hebben geloofd. Maar die afwijzing bracht haar ergens anders terecht.

EEN SAMENKOMST IN DE OPEN LUCHT

Toen Alida achttien was, kwam ze in aanraking met het Leger des Heils. Volgens het Digitaal Vrouwenlexicon ging ze in 1931 met een vriendin mee naar bijeenkomsten van het Leger. Het Majoor Bosshardthuis, het museum van het Leger in haar oude woning, vertelt het persoonlijker. Tijdens een openluchtsamenkomst werd ze diep geraakt door Gods liefde, en kwam ze tot geloof.

Het precieze jaar loopt in de bronnen iets uiteen, tussen 1930 en 1931. Over de leeftijd zijn ze het eens. Ze was achttien.

Het Leger des Heils was in die jaren een beweging van de straat. Het hield samenkomsten op pleinen, met muziek en een korte preek, voor mensen die nooit een kerk binnen zouden lopen. Voor een jonge vrouw uit Utrecht moet dat een andere wereld zijn geweest dan ze kende. Ze wilde er bij horen.

Volgens het lesmateriaal van Nieuwsbegrip, gemaakt samen met het Majoor Bosshardthuis, wilde ze haar geloof in God “handen en voeten geven.” In 1932 werd ze heilssoldaat. Haar vader kocht haar uniform en de bijbehorende hoed. Het is een klein detail uit het Vrouwenlexicon. Een vader stond achter de keus van zijn dochter.

Hoe was dat bij jou? Wie kocht jouw eerste Bijbel, of zette je voor het eerst een kerk binnen? Soms staat er iemand naast je die je nauwelijks opmerkt.

EEN VADER DIE GARANT STOND

In 1934 begon Alida aan de opleiding tot officier van het Leger des Heils. Opnieuw sprong haar vader bij. Omdat ze zo vaak ziek was geweest, stond hij financieel garant voor eventuele ziektekosten.

Daarna ging het snel. Ze werd officier en begon als luitenant. Haar eerste aanstelling was in Rotterdam. Een jaar later ging ze naar Amsterdam, naar het kindertehuis De Zonnehoek. Het tehuis lag in een buurt met veel Joodse bewoners, midden in de oude Jodenbuurt. Ze zorgde er voor kinderen uit gebroken gezinnen.

In de jaren daarna werd ze kapitein. Dat was haar rang toen in mei 1940 de Duitse troepen Nederland binnenvielen.

EEN TEHUIS ZONDER VLAG

In 1941 verbood de bezetter het Leger des Heils. Het geld en de gebouwen werden in beslag genomen. Uniformen mochten niet meer gedragen worden. Het Leger weigerde op te gaan in de Winterhulp, een organisatie die de Duitsers hadden opgezet. Om het werk te redden, gingen de kindertehuizen verder als particuliere huizen.

In datzelfde jaar kwamen er drie Joodse zusjes in het tehuis van kapitein Bosshardt: Hendrina, Dimphina en Helena Terhorst. Hun moeder was zwanger en vond ook een tijdje onderdak bij het Leger. Kort daarna werd er een vierde zusje geboren, Roos.

Dit verhaal kennen we uit de verslagen die het Leger des Heils publiceerde toen Bosshardt in 2004 door Yad Vashem werd geëerd. De vier zusjes schreven zelf een brief aan de commissie van Yad Vashem. Ze schreven dat Bosshardt hen een gevoel van warmte en bescherming gaf, terwijl ze zelf niets had. Zo citeerde het blad van het Leger hun brief.

Toen het tehuis bij de Winterhulp moest worden ondergebracht, vertrok Bosshardt met de kinderen. Volgens de verslagen van het Leger ging ze met zo’n zeventig kinderen, onder wie veel Joodse, naar Amsterdam-Noord.

EEN KOPEREN KETEL EN EEN BABY ONDER DEKENS

In juli 1943 werd Amsterdam-Noord gebombardeerd. Geen van de kinderen raakte gewond. Daarna moesten ze verder. Het Vrouwenlexicon schrijft dat de kinderen, velen van Joodse afkomst, vanaf 1943 elders in het land werden ondergebracht.

De verslagen van het Leger geven er een paar beelden bij. De kinderen reisden met de trein en te voet, en kwamen terecht op tien verschillende plaatsen. De kleine Roos werd bij elke verhuizing onder dekens gestopt, omdat ze er Joods uitzag. Het oudste kind droeg een koperen ketel. Daarin zaten, verborgen, geld en voedselbonnen.

Bosshardt vervoerde kinderen ook op de fiets. Volgens de brochure van het Leger des Heils bracht ze Joodse kinderen zo naar een veilige plek, vaak zonder dat ze hun namen kende. Dat was met opzet. Met hulp van het verzet vond ze adressen, maar namen en adressen werden niet opgeschreven. Wat niet op papier stond, kon de bezetter ook niet vinden.

Hoeveel kinderen het waren, weten we niet precies. Het blad van het Leger noemt in 2004 meer dan vijfenzeventig Joodse kinderen. Een later Engels artikel spreekt van honderden. Omdat er niets genoteerd werd, valt dat niet meer na te gaan. Het eerlijkste is te zeggen dat het er veel waren.

TWEE WEKEN EN EEN OPEN DEUR

Eten halen was in die jaren verboden werk, als je het buiten de bonnen om deed. Bosshardt deed het toch, voor de kinderen. Volgens de verslagen van het Leger werd ze verraden en opgepakt. Na twee weken kon ze weglopen. Haar ondervrager had de deur niet op slot gedaan. Een Engels artikel van het Leger zet het woord vergeten tussen aanhalingstekens. Of dat vergeten opzet was, vertelt geen bron.

Dit verhaal komt uit de publicaties van het Leger des Heils rond de erkenning door Yad Vashem. Het staat waarschijnlijk in het dossier van Yad Vashem zelf, maar dat heb ik niet kunnen inzien. Andere bronnen heb ik voor de arrestatie niet gevonden.

In de hongerwinter van 1944 fietste ze het platteland op, op een fiets met houten banden. Ze ruilde sigaretten voor aardappelen. Aan de leiding van het Leger vertelde ze dat niet. Het Leger des Heils kende een streng rookverbod, en sigaretten hoorden niet in de handen van een officier. Het verhaal laat iets van haar zien wat later vaker terugkwam. Als er mensen honger hadden, deed ze wat nodig was, en legde ze het later wel uit.

De vier zusjes Terhorst bleven de hele oorlog bij elkaar. Daar had Bosshardt voor gezorgd. In hun brief aan Yad Vashem schreven ze dat de majoor voor hen als een moeder was, en dat ze hen nog steeds haar kinderen noemde.

EEN OPDRACHT MET HONDERD GULDEN

Na de oorlog stierf haar vader. Bosshardt overwoog om ontslag te nemen en voor haar moeder te zorgen. Dat gebeurde niet. Ze bleef officier en ging op zoek naar kinderen die in de oorlog ondergedoken waren geweest of onder voogdij stonden.

Ze werkte nu op het hoofdkwartier van het Leger in Amsterdam. Daar viel haar iets op. Op de Wallen, de oude rosse buurt van de stad, deed het Leger des Heils niets. Volgens een artikel in een blad van het Leger bleef ze vragen om er te mogen beginnen.

Op 8 oktober 1948 kreeg ze haar zin. Ze begon het Goodwillwerk. De leiding van het Leger gaf haar honderd gulden en een vlag. Meer niet.

Met dat geld en die vlag ging ze de straat op. Ze verkocht De Strijdkreet in de cafés. Ze praatte met vrouwen die in de prostitutie werkten, met daklozen en met mensen die verslaafd waren aan drank. Ze bood een slaapplaats, eten en kleding. Als het nodig was, nam ze mensen mee naar haar eigen huis.

Tot 1971 kreeg het werk geen subsidie van de gemeente. Ook de steun van het Leger zelf bleef beperkt. Dertig jaar na de start waren er vier locaties en meer dan honderd medewerkers.

HET OUDSTE STENEN HUIS VAN AMSTERDAM

In 1951 kreeg Bosshardt een eigen pand, aan de Oudezijds Voorburgwal 14, midden op de Wallen. Het gebouw wordt het oudste stenen woonhuis van Amsterdam genoemd. Het werd jarenlang haar woning en haar werkplek. Hier ving ze mensen op die in de prostitutie werkten of geen thuis hadden.

Ze kende iedereen in de buurt. Café ’t Mandje aan de Zeedijk was lange tijd een van haar werkplekken. Met de eigenaresse, Bet van Beeren, had ze een warme vriendschap. Het Vrouwenlexicon noemt ook haar contact met Zwarte Joop, een bekende figuur uit de Amsterdamse onderwereld, van Casa Rosso.

Hoe dacht ze over de prostitutie zelf? Ze keurde het niet goed. Maar volgens het Vrouwenlexicon vond ze het “niet de ergste zonde die er was.” Ze had wel kritiek op de dubbele moraal van de overheid. Ze richtte een doorgangshuis op, voor vrouwen die terug wilden naar een ander leven.

In 1961 rondde ze een opleiding maatschappelijk werk af. Haar scriptie ging over sociaal werk onder vrouwen in de prostitutie. Ze deed haar werk met liefde, en ze wilde het ook goed doen.

Ik lees in haar verhaal weinig grote woorden over God. Ik lees vooral wat ze deed. Een klein beeld is bewaard gebleven: volgens een bericht uit 2024 begon ze elke ochtend om zeven uur met kaneelbeschuitjes.

“GOD DIENEN IS MENSEN DIENEN”

In 1959 kwam ze voor het eerst op de televisie, in het VARAprogramma Anders dan anderen. Daarna stroomden de giften binnen. Al het geld ging naar het Goodwillwerk.

Ze werd een bekend gezicht. Ze gaf lezingen in het hele land. In het Vrouwenlexicon staat dat ze in die lezingen soms uitrekende hoe groot de kans was dat er in de zaal mannen zaten die een prostituee hadden bezocht. Over rondleidingen die ze zelf voor groepen bezoekers over de Wallen gaf, heb ik geen bron gevonden. Wat vaststaat, is dat ze lezingen gaf en dat bekende gasten met haar meeliepen. Tegenwoordig geeft het Majoor Bosshardthuis rondleidingen door haar oude huis en over de Wallen, in haar spoor.

Haar motto stond op alles wat het Leger later over haar uitgaf: “God dienen is mensen dienen, mensen dienen is God dienen.” Ze leefde het eerst, en pas daarna werd het een spreuk.

DE PRINSES ALS STAGIAIRE

Daarmee zijn we terug bij 28 april 1965. Prinses Beatrix ging vermomd mee als stagiaire en verkocht De Strijdkreet op de Wallen. Volgens het Leger des Heils bezochten ze samen bars, prostituees en arme gezinnen. De foto’s van Peter Zonneveld maakten er voorpaginanieuws van.

Het was het begin van een vriendschap die bleef. Koningin Juliana had Bosshardt kort na de oorlog al eens uitgenodigd. In 1965 was de majoor te gast bij de verloving van Beatrix en Claus. In hetzelfde jaar werd ze benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Beatrix en zij schreven elkaar jarenlang brieven en kaarten, vertelt een ode in het Amsterdam Museum. Toen Bosshardt stierf, schreef de koningin over haar verdriet.

In 1968 werd ze bevorderd tot luitenant-kolonel. Het maakte niets uit. Voor heel Nederland bleef ze de majoor.

EEN BAD VOOR HERMAN BROOD

In 1978 ging Alida Bosshardt met pensioen. Ze stopte niet. Ze bleef lezingen geven en De Strijdkreet verkopen, volgens de stad Amsterdam tot haar tweeënnegentigste. In 1985 werd ze Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Het Leger des Heils gaf haar de Order of the Founder, de hoogste onderscheiding die het Leger kent.

Ze bleef ook op de televisie komen. In het programma Villa Felderhof ontmoette ze de rockmuzikant Herman Brood. Ze deed hem daar in bad, voor de camera. Er groeide een vriendschap tussen de oude heilssoldaat en de man die in de wereld van drugs en muziek leefde. Ze wist hoe ze met zulke mensen moest praten. Ze had het vijftig jaar gedaan.

Wie bij jou in de buurt is moeilijk te benaderen? Misschien is het de moeite waard om eens te gaan zitten, zonder iets te willen.

In juni 2003 werd haar negentigste verjaardag groots gevierd.

EEN MEDAILLE UIT JERUZALEM

Op 30 augustus 2004 kwam de Israëlische ambassadeur Eitan Margalit naar het hoofdkwartier van het Leger des Heils in Almere. Hij reikte Alida Bosshardt de medaille en de oorkonde uit van Rechtvaardige onder de Volkeren. Yad Vashem, het Holocaustcentrum in Jeruzalem, erkende daarmee wat ze in de oorlog voor Joodse kinderen had gedaan.

Het was zestig jaar na de hongerwinter. De meeste kinderen die ze in die jaren had weggebracht, kende ze niet bij naam. Zo had ze het gewild. Maar de vier zusjes Terhorst kende ze wel, en hun brief lag bij de commissie van Yad Vashem.

Een ode in het Amsterdam Museum zegt dat ze in de oorlog niet goed besefte hoe gevaarlijk het was wat ze deed. In die ode zegt ze, in de woorden van de schrijfster, dat ze gewoon haar werk deed. Als het gesprek over haar ging, stuurde ze het terug naar God. “Niet mij, maar Hem komt alle eer toe,” zo citeert het Majoor Bosshardthuis haar.

EEN UITVAART OP TELEVISIE

Op maandag 25 juni 2007 overleed Alida Bosshardt in Amsterdam. Ze was vierennegentig jaar. Ze was nooit getrouwd geweest.

Op zaterdag 30 juni werd ze begraven. De rouwstoet en de dienst werden rechtstreeks op de televisie uitgezonden. Een Engels blad van het Leger schreef later dat er een nationale dag van rouw werd afgekondigd. Dat heb ik in geen enkele Nederlandse bron teruggevonden, en het lijkt me een vergissing. Wel staat vast dat heel Nederland kon meekijken. Ze werd bijgezet in een graf voor officieren van het Leger des Heils op de Nieuwe Oosterbegraafplaats.

EEN BRUG OVER DE GRACHT

Na haar dood bleef haar naam in de stad. In 2006 was er al een Majoor Bosshardt Prijs ingesteld. In 2008 verschenen er negen postzegels over haar leven. Op 13 november 2009 riep een onderzoek van De Telegraaf en de gemeente Amsterdam haar uit tot grootste Amsterdammer aller tijden.

Een brug over de Oudezijds Achterburgwal, midden in haar oude werkgebied, draagt haar naam. In 2014 opende prinses Beatrix de Majoor Bosshardtburgh, een woonvoorziening voor zesendertig mensen. Op 8 juni 2022, de dag dat ze honderdnegen jaar zou zijn geworden, opende koningin Máxima het Majoor Bosshardthuis in haar oude woning aan de Oudezijds Voorburgwal. Er zit een buurthuis in, en er staat een wassen beeld van de majoor in haar uniform.

Haar rechterhand Henny Tinga werkt nog altijd op de Wallen. Ze noemt de majoor haar geestelijke moeder.

Als je vandaag over de Wallen loopt, zie je de ramen, de toeristen en het licht. Bij nummer 14 aan de Oudezijds Voorburgwal staat een beeld van de majoor. Achter haar ligt het huis waar ze woonde en waar ze mensen binnenliet die nergens anders heen konden.

Dossier

Wat vaststaat en wat verteld wordt

Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte op 8 juni 1913 in Utrecht; afwijzing als verpleegster; tot geloof gekomen via het Leger des Heils op achttienjarige leeftijd; heilssoldaat in 1932; officiersopleiding in 1934; werk in kindertehuis De Zonnehoek in Amsterdam; verbod op het Leger in 1941; het onderbrengen van Joodse kinderen op onderduikadressen vanaf 1943; begin van het Goodwillwerk op de Wallen op 8 oktober 1948 met honderd gulden; het pand aan de Oudezijds Voorburgwal 14 vanaf 1951; eerste tv-optreden in 1959; de tocht met prinses Beatrix in 1965; rang van luitenant-kolonel in 1968; pensioen in 1978; erkenning door Yad Vashem (uitreiking 30 augustus 2004); overlijden op 25 juni 2007 in Amsterdam; uitvaart op 30 juni 2007, rechtstreeks op televisie; verkiezing tot grootste Amsterdammer in 2009.

Alleen uit eigen getuigenis of organisatie: de openluchtsamenkomst als moment van bekering; de details van de oorlog (de zusjes Terhorst, de vlucht met zeventig kinderen, de koperen ketel, baby Roos onder dekens, de arrestatie en de open deur, de sigaretten voor aardappelen), bekend uit publicaties van het Leger des Heils rond de Yad Vashem-erkenning en de brief van de zusjes; haar motto en uitspraken; de kaneelbeschuitjes.

Onbevestigd: het precieze jaar van haar bekering (1930 of 1931); het aantal geredde kinderen (meer dan vijfenzeventig volgens het Leger in 2004, honderden volgens een later artikel); de nationale rouwdag bij haar uitvaart (alleen in één Engels artikel, waarschijnlijk onjuist); rondleidingen die zij zelf voor groepen gaf (geen bron gevonden).

Duiding: het dossier van Yad Vashem zelf kon niet worden ingezien. De oorlogsverhalen in dit hoofdstuk zijn daarom ontleend aan wat het Leger des Heils daaruit publiceerde.

Bronnen bij dit hoofdstuk

  1. Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland, “Bosshardt, Alida Margaretha (1913-2007)”, Fia Dieteren
  2. Leger des Heils, brochure Majoor Bosshardt
  3. Majoor Bosshardthuis, levensverhaal van de Majoor
  4. Majoor Bosshardthuis, homepage
  5. Leger des Heils, folder Majoor Bosshardthuis
  6. Nieuwsbegrip, handleiding Majoor Bosshardthuis
  7. Amsterdam Museum, Vrouwen van Amsterdam, ode aan Majoor Bosshardt (2024)
  8. Caring Magazine, “Alida Bosshardt receives Israel’s highest award: Yad Vashem”, 4 september 2004
  9. The Salvation Army UK, “Holocaust Memorial Day: Reflection on Lieut-Colonel Alida Bosshardt”, 27 januari 2016
  10. International Fellowship of Christians and Jews, “We Don’t Do This Sort of Thing”
  11. The Salvation Army International, “Princess Beatrix Opens ‘Majoor Bosshardtburgh’ Facility”
  12. The Salvation Army International, postzegels over Majoor Bosshardt, juni 2008
  13. Salvation Army Central, “Majoor Bosshardthuis facility opened”, 15 juni 2022
  14. Peer Magazine, “Lt. Colonel Alida Bosshardt”, januari 2021
  15. DutchNews, “Bosshardt funeral live on tv”, 28 juni 2007
  16. AT5, “Majoor Bosshardt grootste Amsterdammer”, 13 november 2009
  17. I amsterdam, wandelroute in de voetsporen van vrouwen
  18. NH Nieuws, “Na het Eberhardje nu ook het Bosshardtje”, 14 februari 2024
Liever het hele boek?PDF downloadenE-book (EPUB)Over dit deel