Eind augustus 1958 draaide in de Nederlandse bioscopen een journaal van Polygoon. Het filmpje duurde iets meer dan twee minuten. Op het Malieveld in Den Haag stond een jonge Amerikaanse evangelist op een podium, Tommy Lee Osborn. Duizenden mensen luisterden. Naast hem stond een Nederlander die elke zin meteen in het Nederlands herhaalde. Het journaal noemde hem bij naam: evangelist Johan Maasbach uit Gouda.
Na de preek kwamen mensen het podium op. Ze zeiden dat ze genezen waren. Iemand kon weer horen zonder gehoorapparaat. Iemand liep zonder stokken. Wat er medisch met hen gebeurd was, zegt het journaal niet. Het laat alleen zien wat ze zelf vertelden.
De man naast Osborn was toen rond de veertig. Hij had jaren als kok op schepen gevaren. Na die zomer zou hij uitgroeien tot een van de bekendste gebedsgenezers van het land. Hij kocht een Haagse bioscoop en maakte er een kerk van. Hij sprak ruim twintig jaar op zondagmorgen via Radio Luxemburg. Duizenden mensen kwamen naar zijn diensten, en kranten, artsen en kerken keken met wantrouwen toe. Kort voor zijn dood telde zijn beweging volgens het Reformatorisch Dagblad ongeveer tienduizend leden in Nederland.
Zijn verhaal begint in Rotterdam.
EEN JONGEN BIJ HET LEGER DES HEILS
Johan Maasbach werd in 1918 geboren. Dat jaartal staat in zijn overlijdensbericht en in alle andere bronnen. Volgens radiohistoricus Hans Knot was het op 5 december, in Rotterdam, en kwam hij uit een groot gezin. Knot spreekt op de ene plek over het twaalfde van veertien kinderen en op een andere plek over het dertiende kind. Een geboorteakte heb ik niet kunnen inzien.
Op zijn negende kwam hij tot geloof, zo vertelde hij het zelf. Dat gebeurde in een dienst van het Leger des Heils in Rotterdam. Hij wilde daarna in die beweging werken. Zijn ouders stuurden hem richting het bakkersvak. Een tijdschrift dat hem later fel bestreed, noemt hem in een in memoriam ook oorspronkelijk bakker.
Het zijn kleine gegevens, maar ze laten iets zien. De jongen die later volle zalen zou trekken, begon in een bakkerij.
KOKSMAAT OP DE GROTE VAART
Op zijn zeventiende ging Johan naar zee. Zijn eigen zendingsorganisatie schrijft dat hij als koksmaat op een schip naar Hamburg vertrok. Hans Knot noemt het jaar 1935 en de schepen van de Holland-Amerika Lijn. Andere bronnen spreken later van chef-kok. Over het beroep zijn ze het eens: Johan Maasbach stond jarenlang in een scheepskeuken.
Op zee ervoer hij, zo staat het in de geschiedenis van zijn zending, “Gods bewarende hand”. Daar groeide ook de overtuiging dat God hem riep om het evangelie te preken. Hoe die roeping precies tot hem kwam, wordt verschillend verteld. Een later stuk van de Vereniging tegen de Kwakzalverij zegt dat hij in een droom geroepen werd. Zijn eigen organisatie zegt alleen dat hij het wist. Voor die droom heb ik geen tweede bron gevonden.
Wat ik wel merk als ik dit lees: hij hoorde die roeping niet in een kerk of op een opleiding. Hij hoorde het op zee, ver van huis. Heb jij weleens iets van God verstaan op een plek waar je het niet verwachtte?
Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam hij in New York aan. Volgens Hans Knot ging Johan daar op zoek naar een broer die al sinds 1919 in Amerika woonde. Via die broer kwam hij in aanraking met de pinksterbeweging. Een artikel uit 1964 bevestigt in grote lijnen dat hij in Amerika, als kok aan boord, met pinkstergelovigen in contact kwam en daar na de oorlog bleef.
In 1947 sloot hij zich volgens Knot aan bij een kleine Volle Evangeliegemeente. Kort daarna ontving hij de doop in de Heilige Geest, zoals pinkstergelovigen dat noemen. Die details komen uit één bron, en Knot geeft er geen archiefstuk bij.
Een kritisch in memoriam uit 1997 kleurt dezelfde jaren anders. Daar staat dat hij in Amerika onder de indruk raakte van gebedsgenezers en televisiedominees, en dat hij al snel dacht dat voor hem een soortgelijke taak klaarlag. Beide lezingen beschrijven dezelfde beweging: een Nederlandse scheepskok die in Amerika een vorm van geloof leerde kennen die in Nederland nog bijna onbekend was.
EEN TENT IN STADSKANAAL
Zolang hij nog voer, trok hij in zijn vrije tijd volgens zijn zending met een evangelietent door het land. Op een tentsamenkomst in Stadskanaal ontmoette hij Willy Klumper. Zij had een tweejarige Bijbelschool in Zwitserland gevolgd en hielp het evangelie te verspreiden in Stadskanaal en Vroomshoop. Die kennismaking kennen we alleen uit de geschiedenis die de familie zelf publiceert.
Het jaartal daarna staat in meerdere bronnen. In 1952 nam Johan afscheid van de grote vaart en trouwde hij met Willy. Ze kregen acht kinderen. De oudste heette David.
Vanaf 1952 hield hij in Nederland gebedsdiensten. Zelfs zijn felste critici schreven later dat die al snel volle zalen trokken.
EEN KERKJE IN DE ZEUGSTRAAT
Johan en Willy begonnen in Gouda. Er was in die stad nog geen pinkstergemeente of Volle Evangelie Gemeente, schrijft hun zending. Ze hielden evangelisatiediensten en kochten hun eerste kerkgebouwtje, de Bethlehemskerk aan de Zeugstraat 38. Het adres komt uit hun eigen geschiedenis. Dat Maasbach in die jaren in Gouda werkte, bevestigt het Polygoon-journaal van 1958, dat hem voorstelt als evangelist uit Gouda.
Het begin was dus klein: een echtpaar dat de tent gewend was, en een klein kerkgebouw in Gouda.
Zes jaar later stond hij voor tienduizenden mensen.
AUGUSTUS 1958
In de zomer van 1958 kwam de Amerikaanse evangelist T.L. Osborn naar de Lage Landen. Hij was in 1925 geboren in Oklahoma, als boerenzoon. Na een periode als zendeling in India reisde hij vanaf 1947 door Afrika, Azië en Zuid-Amerika. In 1954 had hij twee maanden in Jakarta gepreekt. Op 18 augustus zond de NCRV een televisiereportage uit over zijn campagnes in België. Een paar dagen later stond Osborn op het Malieveld.
Volgens CVandaag, dat zich beroept op de pinksterhistorici Cees en Paul van der Laan, duurde de Haagse campagne van 22 tot en met 31 augustus 1958. Een interkerkelijk comité onder leiding van de hervormde predikant P.C. van Leeuwen had hem uitgenodigd. Op de eerste avond kwamen er ongeveer veertigduizend mensen. Daarna volgde nog een campagne van 3 tot 7 september op het Bodenterrein in Groningen. Daar was de weerstand groter. Gereformeerden deelden pamfletten uit die waarschuwden tegen Osborn. Op zondagmiddag zette de politie de geluidsinstallatie uit, op verzoek van gereformeerden die in een kerk in de buurt dienst hielden. Elf predikanten waarschuwden in de Nieuwe Drentsche Courant.
Johan Maasbach vertaalde in beide steden. Dat staat in de geschiedenis van zijn zending, in het artikel van Hans Knot en in het kritische in memoriam van 1997. Het Polygoon-journaal laat het met beeld zien. Hoe hij precies op dat podium kwam, is minder zeker. Knot vertelt dat Osborn hem uit het publiek haalde, omdat de vaste tolk het slecht deed. Andere bronnen zwijgen daarover. Het Reformatorisch Dagblad schreef in 1979 dat hij op de laatste dag tolkte. Ook het getal van meer dan honderdduizend mensen op één avond komt volgens die krant van Maasbach zelf.
Journalist H.J.A. Hofland schreef voor de Rotterdamsche Courant over een avond met Osborn op het Malieveld. Hij zag tienduizenden mensen voor het podium. Hij zag zieken op brancards, in tenten met een open voorkant, bewaakt door politie en hospitaalsoldaten. Hij noemde de tolk niet bij naam. Opzienbarende genezingen zag hij die avond niet. Aan het eind liep het veld leeg, schreef hij, “als tegen het einde van een voetbalwedstrijd waar geen doelpunten zijn gemaakt.”
Ook een Leidse arts, dr. F.A. Nolle, kwam twee keer kijken. Hij wees erop dat het bewijs voor de wonderen afhing van wat de patiënten zelf verklaarden. De Polygoon-beelden van mensen die zeiden te horen en te lopen, zijn dus wat ze zijn: getuigenissen.
DE HOLLANDSE OSBORN
Voor Johan Maasbach veranderde die zomer alles. Zijn eigen zending noemt 1958 de grote doorbraak voor het Volle Evangelie in Nederland. Hij kreeg uitnodigingen voor campagnes in binnen- en buitenland. In Dordrecht, Leiden, Amsterdam, Den Haag en Utrecht ontstonden gemeenten.
Volgens de gebroeders Van der Laan, zoals CVandaag ze weergeeft, werd hij “de Hollandse Osborn.” In drie jaar hield hij drieëndertig evangelisatiecampagnes. Er kwamen driehonderdduizend mensen op af, en meer dan zevenduizend kwamen tot geloof. Die getallen heb ik niet in het oorspronkelijke boek kunnen controleren. Ze komen uit de kring van de beweging zelf.
Het kritische in memoriam van 1997 voegt er een detail aan toe: in die jaren noemde hij zich ook John Maasbach. Een van zijn zoons kreeg volgens CVandaag de naam John T.L. Maasbach, naar Osborn. Die zomer liet sporen na, tot in de namen van zijn kinderen.
OP ZONDAGMORGEN UIT LUXEMBURG
In 1961 begon Maasbach met uitzendingen via Radio Luxemburg, schrijft Hans Knot. In de Nederlandse ether kreeg hij nooit voet aan de grond, ook niet toen hij volgens zijn critici bij de EO aanklopte. Dus kocht hij zendtijd in het buitenland. Elke zondagmorgen vroeg was hij te horen. Volgens Knot hield hij dat drieëntwintig jaar vol, en later volgden ook zeezenders.
In 1964 was zijn hoofdkantoor gevestigd aan de Koningstraat in Den Haag. Een verslaggever zocht hem daar op en vroeg naar de genezingen in zijn diensten. Maasbach zei dat hij mensen nooit aanraadde om niet naar de dokter te gaan. In een verslag van dat gesprek staat deze zin van hem: “Ik heb nog nooit iemand genezen. Het is Jezus die de mensen redt.”
Zijn beweging publiceerde getuigenissen van mensen die zeiden genezen te zijn, van zenuwinzinkingen tot kanker. In een bijeenkomst die een journalist dat jaar bijwoonde, vertelde een man dat hij zijn medicijnen had weggegooid. Datzelfde jaar schreef De Tijd-Maasbode dat hij “een volle kerk in enkele minuten tijds” in religieuze vervoering kon brengen. Cineast Jan Vrijman maakte voor de VARA een film over hem. De omroep vond het portret te insinuerend en zond het niet uit. Het materiaal belandde later in Vrijmans bioscoopfilm Op de bodem van de hemel.
Ik vertel deze kritiek omdat ze bij zijn leven hoort. De kritiek bleef hem volgen. Gebedsgenezing gold voor veel Nederlanders als kwakzalverij, en de Vereniging tegen de Kwakzalverij volgde hem tot na zijn dood.
EEN BIOSCOOP WORDT EEN KERK
In 1966 kocht de beweging van Maasbach de Haagse bioscoop Capitol. Volgens het in memoriam van 1997 betaalde hij er achthonderdduizend gulden voor. In 1968 volgde het pand van kledingmagazijn Lijnkamp, dat het hoofdkantoor werd. Zijn zending schrijft dat Osborn beide gebouwen kwam inzegenen. De vroegere bioscoop werd het Capitol Evangelie Centrum. Daar hield hij zijn genezingsdiensten.
Volgens het in memoriam werkte er een staf van zo’n twintig mensen. Hij gaf het blad Nieuw Leven uit. Het Reformatorisch Dagblad noemde in 1979 een kerstoplage van honderdvijftigduizend, met edities in het Engels, Duits en Indonesisch. Rond hem waren toen ongeveer tien gemeenten ontstaan, samen de Johan Maasbach Wereldzending. Hij had een eigen uitgeverij, kocht oude kerken in Schiedam en Gouda, en dreef in Den Haag een verzorgingshuis.
Later ontstond er ophef over zakdoeken. Het precieze jaar is in het archief van de Vereniging tegen de Kwakzalverij niet goed leesbaar, maar het was vermoedelijk in de jaren zeventig. Nieuw Leven raadde lezers aan zakdoeken op te sturen, zodat Maasbach erover kon bidden. Het blad verwees naar de apostel Paulus. In Handelingen staat over hem: zo zelfs dat, als de zweetdoeken of de doeken die hij om zijn middel droeg, van zijn lichaam op de zieken gelegd werden, de ziekten van hen weken en de boze geesten uit hen weggingen (Handelingen 19:12). Een verslaggever van Trouw vond het bericht, en de Vereniging tegen de Kwakzalverij reageerde scherp.
Hoe kijk jij daarnaar? Het vers staat er. Of het een patroon is voor elke tijd, daarover verschillen christenen al heel lang van mening. Maasbach las het als een belofte voor vandaag.
DERTIG JAAR SAMEN, EN DAN 1992
Een van de jonge mannen die in de jaren vijftig in zijn gemeente terechtkwamen, was Jan Zijlstra uit Hillegom. Hij werd voorganger van de Bethlehemskerk in Leiden en Maasbachs belangrijkste medewerker. Zijn leven staat in deel 1 van dit boek. Ruim dertig jaar werkten de twee mannen samen.
In 1992 kwam het tot een breuk. Volgens CVandaag kwam Maasbach op zondag 16 augustus 1992 onaangekondigd naar de kerk in Leiden en wilde hij het woord voeren. Er volgden pijnlijke taferelen. Zijlstra ging verder met een eigen gemeente in Leiderdorp. Wat er tussen de twee mannen precies speelde, weet ik niet, en het is niet aan mij om erover te oordelen. Allebei hebben ze veel mensen over Jezus verteld. Allebei droegen ze dit mee.
Een jaar later droeg Johan de leiding over aan de volgende generatie. In 1993, schrijft de zending, zegende Johan zijn zoon David en schoondochter Regina in om het hele zendingswerk over te nemen.
ACHTTIEN SEPTEMBER
Johan Maasbach stierf op 18 september 1997 in Den Haag, de stad waar hij woonde. Hij was achtenzeventig. Het Reformatorisch Dagblad meldde de volgende dag dat hij ruim vijftig jaar de pinksterbeweging in Nederland had mee helpen vormen.
De krant gaf ook een paar getallen. In 1995 telde zijn beweging in Nederland vijftien gemeenten en ongeveer tienduizend leden. Er waren takken in Indonesië, India en de Verenigde Staten. Elke week waren er in Nederland zo’n zestig bijeenkomsten, met veel aandacht voor jongeren. Een woordvoerster zei dat zijn twee zonen het werk zouden voortzetten.
Zijn eigen zending schreef dat ze in 1997 voorlopig afscheid moest nemen van de man die God had uitgekozen als oprichter van het werk. In dat woord voorlopig klinkt hun hoop op een weerzien.
De Wereldzending bestaat nog steeds. David en Regina Maasbach leiden haar, zo staat op de eigen website. In 2013 zond de VPRO nog een radioportret van Johan Maasbach uit, in een reeks over profeten, zieners en genezers.
DE ECHO
Ik kom steeds terug bij dat Polygoon-journaal. Een Amerikaan op een podium, en naast hem een Nederlander die elke zin opvangt en doorgeeft. Johan Maasbach had in een scheepskeuken leren werken. Hij was geen theoloog en geen dominee. Hij had in Amerika iets gezien van een geloof dat verwachtte dat God ook vandaag ingrijpt, en hij nam het mee naar huis.
Over de genezingen in zijn diensten blijft het oordeel open. Mensen getuigden dat ze beter werden. Artsen en journalisten zagen het anders. Hij zei zelf dat hij nog nooit iemand genezen had.
Op een zondagmorgen in de jaren zestig zette ergens in Nederland iemand de radio aan, op de golflengte van Luxemburg. Er klonk een stem die over Jezus sprak.
Wat vaststaat en wat verteld wordt
Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboren in 1918; jarenlang kok op de grote vaart; huwelijk met Willy Klumper en afscheid van de zee in 1952; begin van zijn werk in Gouda; tolk van T.L. Osborn in 1958 op het Malieveld in Den Haag (Polygoonjournaal) en in Groningen; radio-uitzendingen via Radio Luxemburg; de film van Jan Vrijman die de VARA niet uitzond; de aankoop van de Haagse bioscoop Capitol in 1966; het blad Nieuw Leven en de oproep om zakdoeken op te sturen; ruim dertig jaar samenwerking met Jan Zijlstra en de breuk in 1992; overlijden op 18 september 1997 in Den Haag; voortzetting van het werk door zijn zoon David en schoondochter Regina.
Alleen uit eigen getuigenis of organisatie: zijn bekering op negenjarige leeftijd bij het Leger des Heils; de ervaring van Gods bescherming op zee en zijn roeping; de evangelietent en de ontmoeting met Willy in Stadskanaal; het adres van het eerste kerkje in Gouda; het getal van meer dan honderdduizend mensen op één avond in 1958; de inzegening van de panden door Osborn; de overdracht aan David en Regina in 1993; de genezingen waarvan in zijn diensten werd getuigd.
Onbevestigd: de exacte geboortedatum en -plaats (5 december 1918, Rotterdam) en de plaats in het gezin, alleen bij Hans Knot; de broer in New York en de Geestesdoop in 1947; de roeping in een droom; het verhaal dat Osborn hem uit het publiek haalde; de getallen van drieëndertig campagnes, driehonderdduizend bezoekers en zevenduizend bekeerlingen (uit de tweede hand); de exacte data van de Haagse campagne (alleen CVandaag; de reportage van Hofland wordt online gedateerd op 6 september 1958, wat daar niet goed bij past); wat er precies gezegd werd op 16 augustus 1992.
Duiding: of de genezingen in de diensten van Maasbach en Osborn werk van God waren, kan geen journaal of krant vaststellen. De bronnen uit die tijd beschrijven wat mensen zelf verklaarden.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Polygoon-journaal 58-36, “Tommy Lee Osborn predikt in Den Haag”, 30 augustus 1958 (Open Beelden)
- Reformatorisch Dagblad, 19 september 1997, “Johan Maasbach (78) overleden” (via Digibron)
- Johan Maasbach Wereldzending, “Geschiedenis”
- Johan Maasbach Wereldzending, “Leiderschap”
- Hans Knot, “Put your hand on the radio and pray with me” (offshoreradio.info)
- CVandaag, 5 september 2008, “Osborn werd nauwelijks geduld in Groningen”
- H.J.A. Hofland, reportage Rotterdamsche Courant 1958, “Gebedsgenezer, Den Haag, 6 september 1958” (internetbijbelschool.nl)
- Reformatorisch Dagblad, 1 juni 1979, “De Pinksterbeweging: een chaotische eenheid (I)” (via Digibron)
- Maandblad tegen de Kwakzalverij, september 1964, “Massale gebedsgenezingen”
- Maandblad tegen de Kwakzalverij, nr. 10 (jaren zeventig), over Nieuw Leven en de zakdoeken
- Actieblad tegen de Kwakzalverij, december 1997, In memoriam Johan Maasbach
- Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij, juni 2008
- IDFA, “De gebedsgenezer” (Jan Vrijman, 1965)
- CVandaag, 1 juli 2016, over de video’s van Jan Zijlstra en Johan Maasbach
- NOS, 9 september 2021, over Jan Zijlstra
- Reformatorisch Dagblad, 10 september 2021, over Jan Zijlstra (via Digibron)
- VPRO OVT, 11 augustus 2013, “Profeten, zieners en genezers: Johan Maasbach (1918-1997)”
- Rejoice Now, over de Maasbach Wereldzending