Gods generaalsin Nederland

Deel 3 · Volg hun geloof na · Hoofdstuk 3

Johannes van der Kemp

de dragonder die blootsvoets ging

1747-1811Dordrecht

Op 27 juni 1791 voer een zeilboot over het water bij Dordrecht. Aan boord waren een arts van vierenveertig, zijn vrouw Christina en hun dochter. Er stak plotseling noodweer op. Volgens latere verslagen was het een waterhoos. De boot sloeg om.

De man klampte zich vast aan een stuk wrakhout. Een ander schip pikte hem op. Zijn vrouw en dochter verdronken.

De man was Johannes Theodorus van der Kemp. Hij was officier geweest, dokter, filosoof en schrijver van Latijnse verhandelingen. Hij geloofde niet dat Jezus de Zoon van God was. Hij was een man van de rede, en van de rede alleen. De Britse zendingshistoricus Andrew Walls zou hem twee eeuwen later een zondaar op nogal spectaculaire schaal noemen.

Acht jaar later stapte hij aan land bij Kaap de Goede Hoop. Hij kwam om het evangelie te brengen van de Christus die hij jarenlang had afgewezen. Hij zou de rest van zijn leven in Zuid-Afrika blijven. Hij liep er blootsvoets, woonde in een hut en trouwde met een vrijgelaten slavin. De blanke kolonisten haatten hem erom. De mensen voor wie hij kwam, vertellen nog over hem.

DE ZOON VAN DE DOMINEE

Johannes Theodorus van der Kemp werd in mei 1747 in Rotterdam geboren. Over de dag zijn de bronnen het niet eens: het oude Biographisch Woordenboek noemt 7 mei, andere bronnen 17 mei. Zijn vader, Cornelius van der Kemp, was predikant in Rotterdam. Hij kwam uit een familie met dominees en regenten. Johannes had een oudere broer, Didericus, die later hoogleraar in Leiden werd.

Op zijn vijftiende ging Johannes geneeskunde studeren in Leiden. Hij was slim, maar hij hield het niet vol. In 1766 werd hij cadet bij de gardedragonders, de bereden garde van de stadhouder. Hij klom snel op. In 1771 was hij kapitein.

Het leven van een jonge officier in de achttiende eeuw was niet bepaald vroom. Johannes kreeg een relatie met de vrouw van een Rotterdamse barbier. Uit die relatie werd een dochter geboren. Zijn vader was er kapot van en dreigde hem te onterven. Kort daarna, in 1772, stierf de vader. Een oudere biograaf schrijft dat zijn ouders van verdriet stierven. Dat is het soort zin dat een zondaar later over zichzelf gaat geloven. Of het waar is, kan niemand zeggen.

Zelf noemde Van der Kemp zich later in die jaren een slaaf van zonde en goddeloosheid.

EEN ZANGERES IN DE HAARLEMMERSTRAAT

In Leiden hoorde hij op een dag in de Haarlemmerstraat een jonge vrouw zingen. Ze heette Christina Helena Frank en ze was een spinster, iemand die wol spon voor de lakenindustrie. Ze kwam uit een heel andere stand dan hij. Hij werd verliefd. Ze gingen samenwonen, en ze nam ook de zorg op zich voor zijn dochter.

Voor zijn medeofficieren was dat een schandaal. Een kapitein van de garde trouwde niet met een spinster. Er kwam een berisping van de prins van Oranje. Over de volgorde van wat er toen gebeurde, lopen de bronnen uiteen. Volgens de ene trouwde hij in mei 1779 en volgde het ontslag daarna, volgens het oude woordenboek nam hij in maart 1780 ontslag en trouwde hij in mei 1780 in de Pieterskerk in Leiden. Vast staat dat hij het leger verliet en met Christina trouwde. Hij koos voor haar boven zijn loopbaan. Je kunt over zijn leven in die jaren veel zeggen, maar dat is niet niks.

Hij nam zijn studie weer op. Met vrouw en dochter vertrok hij naar Edinburgh, in die tijd een van de beste plekken in Europa om geneeskunde te studeren. In 1781 verscheen daar zijn Parmenides, een filosofisch boek in het Latijn. Op 27 juni 1782 promoveerde hij tot doctor in de geneeskunde.

EEN MAN VAN DE REDE

Terug in Nederland vestigde hij zich als arts in Middelburg. Hij was een begaafd dokter en een begaafd denker. Hij las, schreef en filosofeerde. Maar zijn geloof was dat van de Verlichting. Hij geloofde in een God, maar niet in een God die zich in de Bijbel had geopenbaard. Christus zag hij als een wijs en geleerd mens. Toen hij las dat Jezus zich de Zoon van God noemde, verloor hij zelfs die bewondering. Dan was Jezus volgens hem een bedrieger.

In 1787 werd Nederland verscheurd door de strijd tussen patriotten en prinsgezinden. Van der Kemp werd in Middelburg mishandeld en de stad uit gejaagd. Hij vestigde zich in Zwijndrecht, tegenover Dordrecht. Daar woonde hij met Christina en zijn dochter toen het noodweer van juni 1791 kwam.

EET NU DIT BROOD

Wat daarna gebeurde, weten we vooral uit zijn eigen verslag. Een week na de ramp ging hij naar de kerk, eigenlijk tegen zijn zin. Hij wilde zich onderwerpen aan wat hem was overkomen, al wist hij niet goed aan wie. Het was avondmaalszondag.

Hij schaamde zich om aan te gaan zonder te geloven. Maar hij schaamde zich ook om te blijven zitten. Hij ging. En terwijl hij daar zat, had hij het gevoel dat hem iets werd gezegd. Hij moest de zielen van zijn vrouw en dochter, en zijn eigen leven, aan Christus toevertrouwen. In zijn eigen woorden kwam er een zin in hem op: eet nu dit brood, en gedenk uw nieuwe Meester.

Hij las daarna de brief aan de Romeinen, vooral hoofdstuk 8. Daar staat: Dus is er nu geen verdoemenis voor hen die in Christus Jezus zijn. (Romeinen 8:1). En verderop: Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? (Romeinen 8:35). Een man die alles kwijt was, vond daar iets wat hem niet meer kon worden afgenomen.

Hij noemde zelf de morgen van 4 juli 1791 als het moment van zijn bekering. Toen was hij, schreef hij, in de woede van zijn vijandschap gestuit door de barmhartigheid van de Heere Jezus Christus. Later zei hij erover: toen de Heere Jezus Zich voor het eerst aan mij openbaarde, ging Hij niet met mij in discussie over waarheid en dwaling.

Ik vind dat een opvallende zin, juist van hem. Hij was een filosoof. Hij had boeken geschreven om het bestaan van God met de rede te bewijzen of te weerleggen. En toen het erop aankwam, werd hij niet overtuigd door een argument. Hij werd stilgezet. Ken jij dat? Soms brengen discussies je niet verder. Soms is het een moment van stilte, aan een tafel met brood en wijn, waarin God je naam noemt.

VAN HET HOSPITAAL NAAR LONDEN

Van der Kemp bleef niet stil zitten. Van 1793 tot 1795 diende hij als officier van gezondheid bij het leger in Staats-Vlaanderen, in de oorlog tegen Frankrijk. Daarna leidde hij een groot militair hospitaal in Feijenoord bij Rotterdam. Hij werd er geprezen om zijn zorg. Na de Franse inval in 1795 verviel zijn baan en ging hij in Dordrecht wonen.

In die jaren las hij de preken die waren gehouden bij de oprichting van een nieuw zendingsgenootschap in Londen, de London Missionary Society. Hij kwam ook in contact met de hernhutters in Zeist, die al lang zendelingen over de wereld stuurden. Hij besloot zich aan te melden. Hij was vijftig. Hij wilde niet naar christenen, schreef hij, maar naar mensen die het evangelie nog nooit hadden gehoord. Hij wilde naar Afrika.

Hij deed meer dan zich aanmelden. Hij vertaalde de oproep van het Londense genootschap in het Nederlands en liet die drukken. Hij reisde rond en sprak mensen aan. Op 19 december 1797 werd in Rotterdam het Nederlandsch Zendeling-Genootschap opgericht. Van der Kemp was de grote drijvende kracht. Het genootschap zou meer dan honderd jaar zendelingen uitzenden, vooral naar het toenmalige Nederlands-Indië. Het was het begin van de georganiseerde protestantse zending vanuit Nederland.

Niet iedereen vertrouwde hem. Hij had contact met hernhutters en methodisten, en hij hield niet erg van de strenge gereformeerde leerregels. Zijn grote uitleg van de brief aan de Romeinen, die in 1799 en 1800 uitkwam, kreeg kritiek van de synode van Utrecht. Een predikant in Rotterdam, P. Hofstede, verzette zich openlijk tegen hem. Of hij wel echt rechtzinnig was, bleef een vraag die hem zou volgen.

EEN SCHIP VOL VEROORDEELDEN

In maart 1798 vertrok hij voorgoed uit Nederland. In november werd hij in Londen tot predikant gewijd. Op 12 december 1798 vertrok hij uit Portsmouth op de Hillsborough, een schip dat tweehonderdveertig veroordeelden naar Australië bracht. Hij reisde met drie andere zendelingen, onder wie de Nederlander Johannes Kicherer.

Het werd een zware reis. Volgens de verslagen brak er een ziekte uit onder de gevangenen, en raakte het schip drie dagen in een zware storm. De zendelingen verzorgden zieken en spraken met de gevangenen. Op 31 maart 1799 kwamen ze aan in de Tafelbaai bij Kaapstad.

BIJ NGQIKA

Van der Kemp wilde niet in de kolonie blijven. Hij wilde naar de Xhosa, die ten oosten van de kolonie woonden. In mei 1799 trok hij met zijn collega John Edmond over de Grote Visrivier naar het gebied van het opperhoofd Ngqika.

Hoe lang hij er bleef, verschilt per bron: van bijna een jaar tot twee jaar. Hij leerde de taal. Hij was de eerste die de Xhosa-taal op papier zette. De Xhosa noemden hem, volgens de overlevering, de kale man. Hij liep zonder hoed en zonder schoenen, zoals de mensen om hem heen. Toen hem werd gevraagd waarom, zou hij hebben verwezen naar Efeziërs 6, waar Paulus schrijft over voeten die geschoeid zijn met de bereidheid van het Evangelie van de vrede.

Er wordt verteld dat Ngqika hem in een tijd van droogte vroeg om regen te bidden, en dat het daarna regende. Dat verhaal staat in latere christelijke vertellingen. Ik heb het niet in de oudere Nederlandse bronnen gevonden.

Het werk leverde weinig zichtbaars op. In die tijd kwam er volgens een van de bronnen maar één Xhosa tot geloof. De verhoudingen tussen de Xhosa en de kolonie werden steeds slechter. Er dreigde oorlog. Van der Kemp moest terug.

BETHELSDORP

Vanaf 1801 werkte hij binnen de kolonie, vooral onder de Khoikhoi. De kolonisten noemden hen Hottentotten. Ze hadden hun land en vee verloren aan de blanke boeren en werkten op hun boerderijen, vaak in omstandigheden die weinig van slavernij verschilden. Wie wegliep, werd opgejaagd.

Van der Kemp begon eerst bij Graaff-Reinet. Boeren vielen zijn nederzetting aan. Hij vluchtte naar de kust bij de Algoabaai. In 1803 kreeg hij van de Bataafse gouverneur Janssens toestemming voor een eigen zendingspost. Hij noemde die Bethelsdorp, naar Bethel, het huis van God, de plek waar Jakob de ladder naar de hemel zag. Het werd een dorp van een paar honderd Khoikhoi, en later meer. In 1808 woonden er volgens een bron ongeveer duizend mensen, van wie tweehonderd tot de gemeente behoorden.

Mooi was het niet. Reizigers beschreven een rommelige verzameling hutten in een droog en kaal landschap, met in het midden een klein kerkje van klei met een rieten dak. Een reiziger schreef dat de zendelingen het te druk hadden met geestelijke waarheden om op het aardse te letten. Daar zat iets in. Van der Kemp was geen organisator. Hij was een prediker, een taalkundige, een arts en een beschermer. Maar Bethelsdorp werd geen bloeiende landbouwkolonie.

Voor de kolonisten was het een doorn in het oog. Het werd een vluchtplaats voor Khoikhoi die van boerderijen waren weggelopen. Van der Kemp en zijn collega James Read leerden de bewoners lezen en schrijven. De Bataafse gouverneur Janssens verbood de zendelingen zelfs een tijd om de bewoners dat soort onderwijs te geven.

EEN VRIJGELATEN SLAVIN

In 1806 deed Van der Kemp iets wat de hele kolonie schokte. Hij trouwde met Sara, een jonge vrouw van zeventien wier moeder een slavin uit Madagaskar was geweest. Hij was negenenvijftig. Ze kregen vier kinderen. De oudste zoon, Cornelius, werkte later zelf voor het zendingsgenootschap in Bethelsdorp.

Voor de blanke kolonisten was het een belediging. Een blanke man, een doctor nog wel, trouwde met een vrouw van kleur. Ook zijn vrienden in Europa waren er niet gerust op. Zijn collega Read was al eerder getrouwd met een Khoikhoi-vrouw. Beide mannen hadden in de ogen van de kolonie een grens overschreden die niet overschreden mocht worden.

Ik wil dit niet mooier maken dan het was. Er zat een groot leeftijdsverschil tussen hen, en Sara kwam uit een positie waarin ze weinig te kiezen had. Een moderne lezer mag daar vragen bij stellen. Tegelijk was het voor Van der Kemp ook een daad van overtuiging. Hij weigerde te leven alsof de huid van de Khoikhoi hen minder maakte dan hem. Hij leefde zoals zij leefden. Hij at wat zij aten. En hij trouwde in hun wereld.

Paulus schrijft: Daarbij is het niet van belang dat men Jood is of Griek; daarbij is het niet van belang dat men slaaf is of vrije; daarbij is het niet van belang dat men man is of vrouw; allen bent u één in Christus Jezus. (Galaten 3:28). Voor Van der Kemp was dat geen mooi idee voor de zondagspreek. Het was iets wat je in je eigen huis moest laten zien.

KLACHTEN TEGEN DE BOEREN

In 1807 schafte het Britse parlement de slavenhandel af. De Kaapkolonie was toen Brits. In Bethelsdorp werd een dankdag gehouden. Van der Kemp schreef er een lied voor. Ook dat nam de kolonie hem kwalijk.

In de jaren daarna verzamelden hij en James Read klachten van Khoikhoi over boeren. Het ging om loon dat niet werd betaald, om mishandeling en zelfs om moord. Ze stuurden de klachten naar de landdrost, naar de gouverneur en naar Londen. Dat leidde in 1812, na zijn dood, tot een groot onderzoek door rondreizende rechters, dat bij de boeren bekendstond als de Zwarte Ommegang. Er werd niemand voor moord veroordeeld en maar enkele boeren voor mishandeling. Volgens de ene lezing waren veel klachten overdreven of niet te bewijzen. Volgens een andere werden getuigen bang gemaakt. Wat er precies klopte, valt twee eeuwen later niet meer na te gaan. Wel kreeg Van der Kemp onder de kolonisten de naam van iemand die de Khoikhoi tegen de boeren opzette.

LICHT, ALLES IS LICHT

In 1811 werd hij met Read naar Kaapstad geroepen om zich te verantwoorden. Hij had in die tijd ook plannen om naar Madagaskar te gaan, het land waar Sara’s moeder vandaan kwam, om daar het evangelie te brengen. Dat zou er niet meer van komen.

In Kaapstad werd hij ziek. Hij stierf in december 1811 in het huis van Machtelt Smit, een vrouw uit Kaapstad die nauw bij de zending betrokken was. Over de dag verschillen de bronnen: het Biographisch Woordenboek noemt 7 december, de meeste andere 15 december. Hij was vierenzestig.

Volgens zijn vrienden vroeg iemand hem op zijn sterfbed of het licht of donker was in zijn ziel. Hij antwoordde: licht, alles is licht. Dat verhaal kennen we van mensen die bij hem waren. Zijn begrafenis trok veel mensen, ook kerkelijke en wereldlijke leiders die het tijdens zijn leven vaak met hem oneens waren geweest. Op zijn graf kwam te staan dat hij ooit een ongelovige was, maar door Gods genade christen werd.

DE KALE MAN

Johannes van der Kemp was geen gemakkelijke man. Hij was eigenwijs, slordig in het bestuur, scherp tegen tegenstanders, en hij maakte het zijn vrienden niet makkelijk. Zijn rechtzinnigheid werd in Nederland betwijfeld. Zijn huwelijk riep vragen op, toen en nu. Bethelsdorp was geen model van orde. In Zuid-Afrika is hij lang een omstreden figuur gebleven. Voor de ene groep was hij de man die de Khoikhoi lui maakte en opzette tegen de boeren. Voor de andere was hij een van de eersten die zei dat zij evenveel waard waren als de kolonisten.

Maar kijk naar het hele leven. Een man van vierenveertig verliest alles waar hij van houdt. Hij had bitter kunnen worden. Hij had kunnen zeggen: zie je wel, er is geen God, of als Hij er is, is Hij niet goed. In plaats daarvan gaat hij naar het avondmaal, eet het brood, en noemt Jezus vanaf dat moment zijn Meester. Hij sticht een zendingsgenootschap dat honderd jaar zou bestaan. Hij reist op zijn vijftigste met een schip vol gevangenen naar het einde van de wereld. Hij leert talen die nog niemand had opgeschreven. En hij kiest de kant van mensen die door iedereen werden weggezet.

In Bethelsdorp, nu een wijk van de stad Gqeberha, staat nog een kerk die zijn naam draagt. Er wonen nog steeds mensen die van hem en Sara afstammen. In de kerk ligt een oude Nederlandse Bijbel die van hem zou zijn geweest.

Misschien heb je in je leven ook een moment meegemaakt waarop alles instortte. Van der Kemp laat zien dat zo’n moment niet het eind hoeft te zijn. God werkte zelfs met een gevallen dragonder, een twijfelende filosoof en een rouwende man in een kerkbank in Dordrecht. Hij is niet te groot om ook met jou te beginnen.

Dossier

Wat vaststaat en wat verteld wordt

Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte in Rotterdam in mei 1747 als zoon van predikant Cornelius van der Kemp; studie in Leiden vanaf 1763; officier bij de gardedragonders tot 1779 of 1780; een buitenechtelijke dochter; huwelijk met Christina Frank; promotie in Edinburgh in 1782; artsenpraktijk in Middelburg en vertrek in 1787; de dood van zijn vrouw en dochter bij een bootongeluk bij Dordrecht op 27 juni 1791; dienst als legerarts en hospitaaldirecteur; de oprichting van het Nederlandsch Zendeling-Genootschap op 19 december 1797; vertrek met de Hillsborough in december 1798 en aankomst aan de Kaap op 31 maart 1799; werk onder de Xhosa en daarna de Khoikhoi; stichting van Bethelsdorp in 1803; huwelijk met Sara in 1806 en vier kinderen; de klachten tegen boeren en de latere Zwarte Ommegang; zijn dood in Kaapstad in december 1811.

Alleen uit eigen getuigenis of van vrienden: de details van zijn bekering, met het avondmaal, de zin over het brood en zijn nieuwe Meester, en de datum 4 juli 1791; zijn uitspraak dat Jezus niet met hem in discussie ging; zijn laatste woorden.

Uit één bron (niet onafhankelijk gecontroleerd): de waterhoos; de ziekte en de storm aan boord van de Hillsborough; het gebed om regen bij Ngqika; het aantal van één Xhosa-bekeerling; de cijfers voor Bethelsdorp in 1808; zijn plan om naar Madagaskar te gaan; de tekst op zijn graf; de Bijbel in de kerk van Bethelsdorp.

Onbevestigd of betwist: zijn geboortedag (7 of 17 mei); de volgorde en het jaar van zijn ontslag en eerste huwelijk (1779 of 1780); zijn sterfdag (7 of 15 december 1811); de waarheid van de klachten tegen de boeren; de zin dat zijn ouders van verdriet stierven.

Duiding: in Zuid-Afrika is Van der Kemp eeuwenlang omstreden geweest. Historici die de kolonisten verdedigden, zagen hem als een dweper die de Khoikhoi bedierf. Latere historici zagen hem als een vroege voorvechter van gelijke rechten. Zijn rechtzinnigheid werd door tijdgenoten in Nederland betwijfeld.

Bronnen bij dit hoofdstuk

  1. “Kemp, Johannes Theodorus van der”, Biographisch woordenboek van protestantsche godgeleerden in Nederland, deel 4 (1931), 701-706 (DBNL)
  2. G.J. Schutte, recensie van I.H. Enklaar, De levensgeschiedenis van Johannes Theodorus van der Kemp (Wageningen 1972), BMGN
  3. I.H. Enklaar, De levensgeschiedenis van Johannes Theodorus van der Kemp, stichter van het Nederlandsch Zendeling-Genootschap (Wageningen 1972)
  4. A.D. Martin, Doctor Vanderkemp (Westminster 1931)
  5. Wikipedia EN, “Johannes van der Kemp” (geraadpleegd oktober 2026)
  6. Dictionary of African Christian Biography, “Vanderkemp, Johannes Theodorus”
  7. South African History Online, “Bethelsdorp, Algoa Bay” en “Dr J.T. van der Kemp, controversial missionary and physician, dies”
  8. Camissa Museum, “Dr Johannes van der Kemp”
  9. Saints and Seasons, “Johannes Theodorus van der Kemp”, twee delen (oocities.org)
  10. Christian History Institute, “Remarkable Van der Kemp denounced slavery and promoted Christ”
  11. Christian Study Library, levensschets van J.Th. van der Kemp
  12. The Aquila Report, “Johannes Theodorus van der Kemp: an unconventional missionary”, met citaat van Andrew Walls
Liever het hele boek?PDF downloadenE-book (EPUB)Over dit deel