Gods generaalsin Nederland

Deel 3 · Volg hun geloof na · Hoofdstuk 5

Johannes Post

de boer die zijn deur openzette

1906-1944Nieuwlande

In het voorjaar van 1940 woonde in Nieuwlande, een veenkoloniaal dorp in het zuidoosten van Drenthe, een boer van drieëndertig. Hij had een vrouw, een groeiend gezin, een boerderij en een plaats in de gemeenteraad. Hij handelde in eieren, kippen en paarden. Op zondag zat hij in de gereformeerde kerk.

Vier jaar later lag hij in een massagraf in de duinen bij Overveen. Hij was een van de leiders van de gewapende knokploegen van het verzet geworden. Zijn naam stond op de lijsten van de Sicherheitspolizei. Zijn vrouw en kinderen waren ondergedoken, verspreid over de familie.

En in Nieuwlande hadden in die vier jaar honderden Joodse mensen een schuilplaats gevonden. Het dorp werd later als eerste gemeenschap ter wereld door Yad Vashem geëerd. Dat begon met één boer die zijn deur openzette.

Zijn dochter Hilda wist later nog wat haar vader zei toen de oorlog uitbrak: onder zo’n regime wil ik mijn kinderen niet grootbrengen.

DE JONGSTE VAN ELF

Johannes Post werd geboren op 4 oktober 1906 in Hollandscheveld, bij Hoogeveen. Hij was het elfde en jongste kind van Jan Wolters Post en Trijntje Tempen. Het was een gereformeerd gezin, in een streek waar het geloof het leven bepaalde: zondag naar de kerk, door de week hard werken in het veen en op het land.

Johannes ging naar de lagere school en daarna een jaar naar de mulo. Toen moest hij aan het werk, in het bedrijf van zijn vader. Op zijn zestiende werd hij lid van de gereformeerde jongelingsvereniging in Hollandscheveld. In 1926 werd hij voorzitter. Hij was slim, praatte goed en had een eigen mening.

Op 26 november 1929 trouwde hij met Dina Salomons, die iedereen Dien noemde. Ze gingen wonen op een boerderij in Nieuwlande. Ze kregen negen kinderen. Johannes werd lid van de Anti-Revolutionaire Partij, de partij van Abraham Kuyper, en in 1935 kwam hij in de gemeenteraad van Oosterhesselen. Hij werd er wethouder.

Mensen die hem kenden, beschreven hem als een harde werker, intelligent, eigenzinnig en principieel. Hij ging de strijd niet uit de weg. Hij hield, zo staat het in meerdere bronnen, ook wel van een avontuur.

MEI 1940

Toen de Duitsers op 10 mei 1940 Nederland binnenvielen, was Johannes geschokt. Volgens een van de bronnen wilde hij naar het westen gaan om mee te vechten, samen met een plaatselijke voorganger. Maar de strijd was na vijf dagen voorbij. Er kwam niets van.

In de eerste oorlogsjaren deed hij kleine dingen. Hij weigerde zijn inkomstenbelasting te betalen. Hij verspreidde illegale bladen. Hij hield contact met mensen van de ARP en van de verzetskrant Trouw, die uit die kring was voortgekomen. Maar groot verzet was het nog niet.

Dat veranderde in 1942. Op zijn boerderij zocht iemand onderdak die door de Sicherheitspolizei werd gezocht. Johannes nam hem op. Kort daarna ontmoette hij bij zijn broer Marinus twee mannen die zijn leven zouden veranderen. De een was Arnold Douwes, een predikantszoon. De ander was een Joodse vluchteling, dr. Cohen, die vertelde wat er met de Joden gebeurde. Wat Johannes hoorde, liet hem niet meer los.

HAALDE JODEN OP

Vanaf de winter van 1942 begon Johannes met Marinus onderduikadressen te zoeken voor Joodse mensen. Hij haalde ze op, vaak uit het westen van het land. Zijn dochter Hilda vertelde later in een gesprek met de NOS: hij haalde Joden op en bracht ze naar ons thuis.

Daar nam Dien het over. Ze ving de mensen op, gaf ze eten en bracht ze daarna naar een vaste plek. Vaak was dat bij familie, later ook bij andere mensen in het dorp. Het was zwaar en gevaarlijk werk. Wie onderduikers had, liep het risico zelf opgepakt te worden. Een onderduiker moest ook eten, en voedsel was op de bon. Dat betekende extra zorg voor een gezin dat al groot was.

Johannes ging bij mensen langs en vroeg of ze iemand wilden opnemen. Hij gebruikte daarvoor, volgens de bronnen, zowel morele als religieuze argumenten. In een gereformeerd dorp kon je verwijzen naar de Bijbel. Je kon vragen wat de barmhartige Samaritaan zou doen. Je kon herinneren aan het oude gebod uit Leviticus over de vreemdeling: U moet hem liefhebben als uzelf, want u bent zelf vreemdelingen geweest in het land Egypte. (Leviticus 19:34).

Arnold Douwes werd zijn belangrijkste helper. Hij fietste dag en nacht rond om adressen te vinden en mensen te verplaatsen. Hij hield een dagboek bij, dat hij in potten in de grond verstopte. Het is het enige bekende dagboek van een redder van Joden uit heel bezet Europa. Ook Max Léons werkte nauw met hen samen.

Hoeveel mensen er in en rond Nieuwlande verborgen zaten, is moeilijk precies te zeggen. Een verklaring van verzetsmensen uit 1946 spreekt van meer dan tachtig Joodse onderduikers in Nieuwlande zelf. Andere bronnen noemen voor het dorp en de omgeving samen ongeveer driehonderdvijftig Joodse mensen, onder wie ongeveer honderd kinderen. Meer dan tweehonderdvijftig inwoners hielpen mee. Die getallen zijn niet allemaal te controleren, en ze gaan niet alleen over Johannes. Maar zonder hem was het waarschijnlijk niet begonnen.

EEN REVOLVER VAN ZIJN BROER

Het onderduikwerk dwong tot meer. Onderduikers hadden bonkaarten nodig, en die kon je alleen met valse papieren of door diefstal krijgen. In het voorjaar van 1943 richtte Johannes in Nieuwlande een verzetsgroep op. Van zijn broer Marinus kreeg hij een revolver. Dat was zijn eerste stap naar gewapend verzet.

Op 23 juni 1943 overviel zijn groep op één dag vier distributiekantoren, de plaatsen waar de bonkaarten werden bewaard. Het werden er in de maanden daarna meer. Ze stalen ook wapens, onder meer een grote partij pistolen uit een politiebureau aan de Archimedesstraat.

Voor zover bekend heeft Johannes Post zelf nooit iemand gedood. Dat staat in de levensbeschrijvingen die over hem zijn gemaakt, met de toevoeging dat het niet met zekerheid te zeggen is. Hij koos wel voor de wapens. Hij wist dat er bij een overval doden konden vallen, aan beide kanten. Daar moet je als lezer even bij stilstaan. Veel christenen in het verzet hebben met die vraag geworsteld. Mag een volgeling van Jezus een wapen dragen? Mag je liegen om een leven te redden? De meesten kwamen tot de conclusie dat ze moesten kiezen tussen twee kwaden, en dat niets doen ook een keuze was.

GEARRESTEERD EN WEER VRIJ

In juli 1943 ging het mis. Johannes werd in Ugchelen, bij Apeldoorn, gearresteerd, samen met zijn koerierster Celine Kuijper, een Joodse vrouw uit Rotterdam die onder een valse naam voor hem werkte. Kuijper werd naar Westerbork gebracht en daarna naar Auschwitz, waar ze werd vermoord.

Johannes had meer geluk. Hij zat in een politiebureau vast, en een agent, Jan Mennink, liet hem gaan. Hoe dat precies gebeurde, verschilt per verhaal. Vast staat dat hij vrijkwam en dat hij niet meer terug kon naar huis.

Voor Dien en de kinderen werd Nieuwlande nu ook gevaarlijk. De Duitsers wilden de boerderij in beslag nemen. Dien en de kinderen moesten onderduiken. Ze werden verdeeld over familie. Twee van de jongens gingen naar een oom en tante. Dien zelf zat een tijd verborgen in een pastorie.

Johannes zag zijn gezin vanaf dat moment nauwelijks meer. Denk daar even over na. Een vader van een groot gezin, die niet meer thuis kan komen. Die zijn kinderen alleen af en toe heimelijk ziet. Die weet dat zijn vrouw alles alleen moet dragen. Het verzet kostte niet alleen hem iets. Het kostte zijn hele gezin iets.

DE KNOKPLOEGEN

Vanaf die tijd werkte Johannes in de Landelijke Knokploegen, de gewapende tak van het verzet. Die ploegen overvielen distributiekantoren, bevolkingsregisters en gevangenissen. Ze vernietigden persoonsgegevens, stalen bonkaarten en bevrijdden gevangenen. Ze werkten nauw samen met de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers, die tienduizenden onderduikers van bonkaarten voorzag.

In maart 1944 kreeg Johannes de leiding over de knokploegen in Friesland, Groningen en Drenthe. Kort daarna werden verschillende landelijke leiders gearresteerd. Johannes trok naar Amsterdam. In mei en juni 1944 was hij feitelijk de leider van de knokploegen in het westen van het land.

Op 23 juni 1944 mislukte een overval op een distributiekantoor in Haarlem. Een paar dagen later werd zijn beste vriend, Jan Wildschut, gearresteerd. Wildschut kwam in het Huis van Bewaring aan de Weteringschans in Amsterdam terecht, een van de zwaarst bewaakte gevangenissen van het land.

DE WETERINGSCHANS

Johannes wilde zijn vriend bevrijden. Hij maakte een plan voor een overval op het Huis van Bewaring. Er was een man van binnen bij betrokken, een bewaker die zei dat hij wilde helpen.

Die bewaker was een verrader. Hij heette Jan Boogaard en hij werkte voor de Sicherheitspolizei. In de nacht van 14 op 15 juli 1944 liepen de mannen van de knokploeg in de val. Er werd geschoten. Een van hen raakte dodelijk gewond. Johannes probeerde zich al schietend een weg naar buiten te banen, maar werd gegrepen.

Na een kort verhoor werden hij en de anderen naar de duinen bij Overveen gebracht. Op 16 juli 1944 werden ze daar gefusilleerd. Over het aantal mannen dat die dag stierf, verschillen de bronnen: sommigen spreken van dertien, anderen van vijftien. Johannes Post was zevenendertig.

Er zijn geen laatste woorden van hem bewaard. Geen afscheidsbrief, geen gebed dat iemand heeft opgeschreven. In de romanbiografie die Anne de Vries in 1948 over hem schreef, staan wel gesprekken en gedachten, maar dat is een roman. Wat Johannes in die laatste uren dacht, weten we niet. Ik vind dat eerlijker dan iets te verzinnen.

Zijn broer Marinus werd op 17 november 1944 in Alkmaar gefusilleerd. Jan Boogaard, de verrader, werd na de oorlog ter dood veroordeeld en in 1947 geëxecuteerd.

EEN KIND DAT HIJ NOOIT ZAG

Toen Johannes stierf, was Dien zwanger. Hun jongste kind werd geboren kort voor de bevrijding. Johannes heeft het nooit gezien.

In juli 1945 werd het massagraf in de duinen gevonden. In november 1945 werd Johannes herbegraven op de Eerebegraafplaats in Bloemendaal, waar ook Hannie Schaft en andere verzetsmensen liggen. Zijn dochter Trijneke vertelde later dat het bericht van zijn dood toen niet goed tot haar doordrong. Hilda zei: alles was anders geworden, we waren uit elkaar gegroeid. Ook dat hoort bij het verhaal van verzetshelden. Achter elke naam op een monument zit een gezin dat verder moest.

Dien Post leefde tot 1991. Alle kinderen overleefden de oorlog.

EER NA DE DOOD

Johannes kreeg na de oorlog het Verzetskruis, de hoogste Nederlandse onderscheiding voor verzet. De Verenigde Staten gaven hem de Medal of Freedom. Er is een kazerne naar hem genoemd in Havelte, en er zijn straten naar hem genoemd in tientallen plaatsen. Anne de Vries schreef zijn levensroman, die na de oorlog in veel gereformeerde gezinnen werd gelezen.

En Yad Vashem, het herdenkingscentrum in Jeruzalem, eerde Johannes Post als Rechtvaardige onder de Volkeren. Later kreeg ook het dorp Nieuwlande als geheel die eer. Het was de eerste keer dat een hele gemeenschap zo werd geëerd. Over het jaar verschillen de bronnen: 1983 of 1985.

WAAROM HIJ HET DEED

Waarom deed een gereformeerde boer uit Drenthe dit? Er zijn verschillende antwoorden, en waarschijnlijk zijn ze allemaal een beetje waar.

Hij was principieel. Wat hij als onrecht zag, kon hij niet laten liggen. Hij haatte het nationaalsocialisme, dat inging tegen alles wat hij over God en mensen geloofde. Hij had, volgens de inleiding bij het dagboek van Douwes, medelijden met de opgejaagden. En hij hield, eerlijk is eerlijk, ook van avontuur en van actie. De bronnen noemen dat zonder verlegenheid, en ik denk dat het waar is. God gebruikt ook ons karakter, met de mooie en de lastige kanten.

Maar onder dat alles lag zijn geloof. In Nieuwlande deden juist gereformeerde mensen mee, die thuis aan tafel uit de Bijbel lazen en op zondag naar de kerk gingen. Ze lazen over Rachab, die de verspieders verborg. Over de vroedvrouwen in Egypte, die de jongetjes van de Hebreeën in leven lieten. Over de Samaritaan die niet doorliep. Ze lazen het niet als oude verhalen. Ze lazen het als opdracht.

Jezus zei: Voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan. (Mattheüs 25:40). In Nieuwlande hebben mensen die tekst letterlijk genomen.

Johannes Post was geen heilige. Hij was koppig, kon fel zijn, en hij nam risico’s die anderen niet zouden nemen. Zijn keuze voor gewapend verzet is voor sommige christenen nog steeds een vraag. Hij betaalde met zijn leven, en zijn gezin betaalde mee.

Misschien vraag je je af wat dit verhaal voor jou betekent, in een land waar geen bezetter is. Maar ook vandaag zijn er mensen die worden opgejaagd, uitgesloten of vergeten. Ook vandaag moet iemand de eerste zijn die de deur openzet. Johannes Post was dat in Nieuwlande. Hij was niet de enige die hielp, maar hij was wel degene die begon.

Dossier

Wat vaststaat en wat verteld wordt

Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte in Hollandscheveld op 4 oktober 1906 als jongste van elf kinderen; gereformeerd en lid van de ARP; huwelijk met Dina Salomons op 26 november 1929; boer en wethouder in Nieuwlande en Oosterhesselen; zijn rol met Arnold Douwes en anderen bij het verbergen van Joodse onderduikers vanaf 1942; overvallen op distributiekantoren vanaf 1943; zijn arrestatie in juli 1943 en de dood van Celine Kuijper; zijn leidende rol in de Landelijke Knokploegen in 1944; de mislukte overval op het Huis van Bewaring aan de Weteringschans in de nacht van 14 op 15 juli 1944; zijn executie in de duinen bij Overveen op 16 juli 1944; herbegrafenis in Bloemendaal; het Verzetskruis; de erkenning door Yad Vashem voor hem en voor Nieuwlande.

Alleen uit getuigenissen van familie of medewerkers: de uitspraak bij het begin van de oorlog over het grootbrengen van zijn kinderen; dat hij Joden naar huis bracht; zijn plan om in mei 1940 mee te vechten; de manier waarop hij in 1943 vrijkwam.

Uit één bron (niet onafhankelijk gecontroleerd): het aantal van meer dan tachtig Joodse onderduikers in Nieuwlande volgens een verklaring uit 1946; de buit van zestig pistolen; dat hij voor zover bekend nooit iemand heeft gedood.

Onbevestigd of betwist: het totale aantal geredde Joodse mensen in en rond Nieuwlande (de schattingen lopen uiteen); het aantal gefusilleerden op 16 juli 1944 (dertien of vijftien); het jaar van de erkenning van Nieuwlande door Yad Vashem (1983 of 1985). De gesprekken in de romanbiografie van Anne de Vries zijn literaire invulling, geen historische bron.

Duiding: Post wordt in vrijwel alle bronnen als held gezien. Wel bestaat er discussie over gewapend verzet als christelijke keuze, en over de prijs die zijn gezin betaalde.

Bronnen bij dit hoofdstuk

  1. “Post, Johannes (1906-1944)”, Biografisch Woordenboek van Nederland (Huygens ING)
  2. Wikipedia EN, “Johannes Post” (geraadpleegd oktober 2026)
  3. NOS, “Bevrijdingsjaar”, bericht over het vinden van het graf van Johannes Post, met interviews met zijn dochters
  4. ww2gravestone.com, “Post, Johannes”
  5. TracesOfWar, “Johannes Post”
  6. Historical Marker Database, “Johannes Post” (Geef Straten een Gezicht, Amsterdam)
  7. J. Houwink ten Cate en B. Moore (red.), Het geheime dagboek van Arnold Douwes, Jodenredder (Amsterdam 2016)
  8. Christian Courier, “Risk and resistance”, over het dagboek van Arnold Douwes en Nieuwlande
  9. Anne de Vries, De levensroman van Johannes Post (Kampen 1948)
  10. C.M. Schulten, Zeg mij aan wien ik toebehoor. Het Verzetskruis 1940-1945 (1993)
  11. Yad Vashem, The Righteous Among the Nations Database
Liever het hele boek?PDF downloadenE-book (EPUB)Over dit deel