Gods generaalsin Nederland

Deel 3 · Volg hun geloof na · Hoofdstuk 8

Arnol Kox

de man die riep in de winkelstraat

1952-2020Eindhoven

Wie tussen ongeveer 1972 en 2020 weleens in het centrum van Eindhoven heeft gewinkeld, heeft hem waarschijnlijk gehoord voordat hij hem zag. Een man met een lange baard, meestal in het wit gekleed, die met een stem als een scheepshoorn over de straat riep. Niemand is onsterfelijk! Bekeer u tot God, Hij zal u redden! Eeuwig leven!

Hij stond vaak tegenover het warenhuis van V&D, later op het 18 Septemberplein en bij het station. In zijn laatste jaren zat hij in een rolstoel. Hij had nog maar één been. Hij riep nog steeds.

De mensen noemden hem de Schreeuwjezus. Sommigen lachten om hem. Winkeliers stapten naar de rechter om van hem af te komen. Agenten schreven hem bekeuringen. En toen hij in juli 2020 stierf, schreef de burgemeester van Eindhoven dat een markant icoon van de stad was heengegaan. Hoe je ook over hem denkt, schreef hij, ook hij is Eindhoven.

Hij heette Arnol Kox. Hij was geen dominee, geen pastoor, geen evangelist met een organisatie achter zich. Hij was een man die na een ongeluk een boek ging lezen, en die daarna veertig jaar lang niet meer zijn mond kon houden.

Hij past misschien niet in het rijtje dat je bij een boek over mannen en vrouwen van God verwacht. Juist daarom staat hij hier.

BERGEIJK

Arnol Kox werd geboren op 11 oktober 1952 in Bergeijk, een dorp in de Kempen, ten zuiden van Eindhoven. Hij groeide op in het katholieke Brabant van de jaren vijftig en zestig, toen de kerk nog midden in het dorp stond en de klokken de dag indeelden. Zijn vrouw vertelde later dat het verhaal ging dat hij als jongen de kerk in vloog als hij een kerkklok hoorde. Of dat zo was, weet ik niet. Het is het soort familieverhaal dat je achteraf vertelt.

Hij werkte als jongen kort als hovenier en als elektricien. Over zijn verdere jeugd is weinig bekend. Hij heeft er zelf, voor zover ik kon nagaan, nooit veel over verteld.

NEGEN MAANDEN

Toen hij zestien was, kreeg hij een zwaar ongeluk met zijn brommer. Hij brak zijn schedelbasis, liep hersenletsel op en brak zijn been. Hij lag negen maanden in het ziekenhuis.

Negen maanden is lang voor een jongen van zestien. Je vrienden gaan door met hun leven, en jij ligt in een bed en kijkt naar het plafond. Hij zei er later zelf over: toen ik na een ernstig ongeluk negen maanden in het ziekenhuis lag, heb ik veel over de zin van het leven nagedacht.

In die maanden begon hij in de Bijbel te lezen. Wat hij precies las en wat er gebeurde, heeft hij niet in detail opgeschreven, en ik ken geen bron die het nauwkeurig beschrijft. Wel staat vast wat het gevolg was. Hij besloot dat hij de liefde van Jezus op straat ging verkondigen. Hij was negentien toen hij begon. Hij heeft daarna, zo zei hij zelf, nooit meer iets anders gedaan.

Na het ongeluk kon hij geen gewoon werk meer doen. Hij werkte een tijd in de sociale werkplaats. Maar zijn eigenlijke werk was de straat.

NIEMAND IS ONSTERFELIJK

Je kunt je afvragen wat er gaande was in een jonge man die besluit om in een winkelstraat te gaan staan en mensen toe te roepen. Het is niet wat je meestal leert op catechisatie. De meeste christenen in Nederland worden geleerd dat geloof iets persoonlijks is, iets voor thuis en voor de kerk. Je deelt het als iemand ernaar vraagt, en dan bij voorkeur bescheiden.

Arnol Kox deed het anders. Hij riep. Hij sprak mensen aan die langs hem liepen met tassen vol boodschappen. Hij herhaalde steeds dezelfde boodschap, in korte zinnen. Niemand is onsterfelijk. Bekeer u. God zal u redden. Wil je nu leven, of wil je leven na je dood?

Het is een oude manier van preken. Johannes de Doper deed het in de woestijn: Bekeer u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen. (Mattheüs 3:2). De profeten van Israël deden het op de pleinen van Jeruzalem. In de middeleeuwen trokken bedelmonniken door de steden. Ook in Nederland zijn er altijd straatpredikers geweest, van het Leger des Heils tot evangelisten met een megafoon. Maar weinigen hebben het zo lang en zo luid volgehouden als Arnol Kox.

Hij had ook humor. Aan het eind van een preek zei hij graag: bij mannen is het mannelijk, bij vrouwen vrouwelijk, en bij de Heer is het heerlijk. En toen hij vijfenzestig werd, zei hij tegen een verslaggever: weet je wat me vanmorgen is overkomen? Ik heb een nieuwe dag gekregen, deze heb ik nog nooit gehad.

VOOR DE RECHTER

Niet iedereen kon het waarderen. Voor de winkeliers in de buurt was hij een bron van overlast. In 2008 stapten winkeliers naar de rechter om zijn luide preken te laten verbieden. Hij werd vrijgesproken. In 2009 bepaalde het gerechtshof in Den Bosch dat hij een boete van honderdvijftig euro kon krijgen als hij onnodig geluidsoverlast veroorzaakte. Hij beloofde om op één plek niet langer dan twintig minuten te preken. Een eerdere boete weigerde hij te betalen. Hij beriep zich op de vrijheid van godsdienst.

Ook de spoorwegen probeerden hem uit de stationshal te weren. In 2017 sprak de kantonrechter hem ook daarvan vrij. Hij was die dag net vijfenzestig geworden. Ze mogen me dubbel feliciteren, zei hij.

En dan waren er de duiven. Arnol Kox voerde de duiven in het centrum van de stad. Dat mocht niet. Hij vond het een goddelijke plicht. Hij kreeg boetes, en uiteindelijk een verbod van een jaar. De locoburgemeester van Eindhoven zei jaren later over hem dat hij een paradijsvogel was, en zeker geen heilige. Hij kreeg ook boetes voor het achterlaten van afval.

Ik vertel dit niet om hem belachelijk te maken. Hij was een eigenzinnig mens, die zich niet liet vertellen wat hij moest doen. Zijn vrouw zei het later zo: hij waaide niet met de wind mee en was overtuigd van zichzelf. Dat is een kracht en een zwakte tegelijk. Het maakte dat hij veertig jaar volhield. Het maakte ook dat hij soms met iedereen overhoop lag.

BIDDEN VOOR WIE SCHOLD

Hoe reageerde hij op de spot? Er werd veel om hem gelachen, en hij werd regelmatig uitgescholden.

Volgens de verhalen van de mensen om hem heen liet hij het niet aan zich komen. Hij bad voor de mensen die hem uitscholden. Dat is iets wat makkelijk klinkt en moeilijk is. Jezus zei: Heb uw vijanden lief; zegen hen die u vervloeken. (Mattheüs 5:44). Ik ken veel christenen, mezelf incluis, die al moeite hebben met een kritische opmerking op hun werk. Arnol Kox kreeg dagelijks spot over zich heen, en hij bleef staan.

Er waren ook mensen die hem anders zagen. Na zijn dood vertelde een jong meisje dat ze altijd haar verhaal bij hem kwijt kon. Hij gaf, zei ze, zo’n positieve energie aan de stad en aan haar. Voor haar was hij geen grap. Hij was iemand die er altijd was.

Er gaat ook een verhaal rond dat hij in 1996 een vrouw in een rolstoel de handen oplegde en voor haar bad, en dat zij een uur later naar huis liep. Dat verhaal wordt verteld door een Brabantse erfgoedstichting, als overlevering. Ik heb er geen andere bron voor gevonden, en ik vertel het dus met dat voorbehoud.

GERRY

In de Paterskerk in Eindhoven leerde hij Gerry Diederen kennen, een lerares Duits uit Kerkrade. Ze was getrouwd. Ze verliet haar man voor hem. In 2000 trouwden ze. Hij was zevenenveertig.

Ook dat is een deel van zijn verhaal dat niet past in een plaatje van een heilige. Gerry heeft er zelf openlijk over gesproken. Ik wilde voor hem zorgen, zei ze. En ze wist waar ze aan begon. Ik wist dat Jezus voor hem op één stond, zei ze later. Daarna kwam moeder Maria, en dan kwam ik.

Die zin zegt ook iets over zijn geloof. Arnol Kox was rooms-katholiek, met een grote liefde voor Maria. Veel lezers van dit boek komen uit protestantse kerken, en zullen daar vragen bij hebben. Dat mag. Maar de kern van wat hij riep, was niet Maria. Het was Jezus, en de oproep om je tot God te bekeren voordat het te laat is.

Gerry zorgde twintig jaar voor hem. Ze bracht hem naar de stad, haalde hem op, regelde zijn verjaardagen en zat later aan zijn ziekenhuisbed.

EEN BEEN, EEN HART EN HET BLOED

Vanaf 2010 ging zijn gezondheid achteruit. Ongeveer in die tijd moest een van zijn benen worden geamputeerd. Gerry maakte er een grapje over. Hij kan in ieder geval nooit meer met het verkeerde been uit bed stappen, zei ze. Hij reed een tijd in een scootmobiel, tot de gemeente die terugvroeg omdat het niet veilig zou zijn in het verkeer. Daarna ging hij met de rolstoel.

In 2013 kreeg hij op de Markt in Eindhoven een hartaanval. Hij herstelde na een openhartoperatie. Hij verloor ook zijn petekind. En in de zomer van 2019 kreeg hij te horen dat zijn beenmerg bijna geen bloedcellen meer maakte. Het werd later leukemie.

Hij zei: ik denk dat het einde van mijn aardse bestaan nadert. Maar ik hou me vast aan het feit dat er dan voor mij een nieuw leven begint, omdat ik het paradijs binnenga. En een andere keer: op deze aarde heb ik het wel gezien, maar ik kom terug op een nieuwe aarde.

Zijn vrouw zei dat de kracht die hij uit zijn geloof putte enorm was. Zijn rust en opgewektheid, zei ze, maakten de familie ook rustig. Lichamelijk ging hij steeds verder achteruit. Maar de geest had de overhand, zei ze, en geestelijk was hij heel sterk.

DRIE UUR PER DAG

Vanaf november 2019 was hij weer in de stad te vinden. Gerry bracht hem elke dag met de auto naar het centrum. Langer dan drie uur mocht hij van haar niet blijven. Het gaf hem kracht, zei ze. Hij preekte vanuit zijn rolstoel, minder luid dan vroeger, maar nog steeds. Ook toen in het voorjaar van 2020 het coronavirus de straten leeg maakte, ging hij door.

Een wethouder van Eindhoven, Yassin Torunglu, begon een kaartenactie voor hem. Er kwamen er ongeveer tweehonderdvijftig, uit het hele land.

Begin juli 2020 werd hij uit het ziekenhuis ontslagen. De artsen konden niets meer voor hem doen. Op zondag 5 juli maakte hij een laatste ronde door de binnenstad. Mensen bleven staan om op de foto te gaan met hem. Er werd geklapt. Sommigen huilden. Een vrouw riep: het is de man van Eindhoven. Hij zei: het is pijnlijk om afscheid te nemen, maar ik heb mooie vooruitzichten. En hij keek naar de mensen die langs hem heen liepen, en zei nog één keer wat hij al veertig jaar zei: iedereen heeft altijd maar haast.

Tien dagen later, op 15 juli 2020, stierf hij in het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven. Hij was zevenenzestig.

AFSCHEID

Hij lag opgebaard in een witte kist in de aula van een begraafplaats in Eindhoven. Om de kist stonden kaarsen en karikaturen die mensen van hem hadden gemaakt. Aan de muur hingen zijn pamfletten. Bezoekers werd gevraagd om een gift te doen aan het straatpastoraat. De uitvaart was in de Sint-Trudokerk in Strijp, de wijk waar hij woonde. Hij werd begraven op het kerkhof achter die kerk.

De Brabantse schrijver Wim Daniëls schreef: ik zie het voor me. Arnol die Jezus omhelst. En roept: ik wist het wel, ik wist het wel.

In 2026, op Goede Vrijdag, werd vlak bij het kerkhof een pad naar hem genoemd: het Arnol Koxpad. Langs het pad staan borden met zijn spreuken, sommige in zijn eigen handschrift. Het is geen officiële straatnaam. In Eindhoven mag een straat pas tien jaar na iemands dood naar hem worden genoemd. Maar de buurt wilde niet wachten.

DE DWAASHEID VAN DE PREDIKING

Wat moet je met zo’n leven? Je kunt je afvragen of Arnol Kox in dit boek hoort. Hij was geen theoloog, geen stichter, geen leider. Over zijn leer weten we weinig. Zijn manier van preken stootte veel mensen af. Hij was eigenzinnig, kreeg boetes en trouwde met een vrouw die voor hem haar huwelijk verliet. Ook dat moet gezegd worden.

En toch. Hij deed veertig jaar lang, elke dag, wat de meeste christenen nooit durven. Hij zei hardop dat het leven eindig is en dat God redt. Hij deed het in de regen en de kou, met één been en later met leukemie. Hij kreeg er vooral spot en boetes voor terug. Paulus schreef: Want het woord van het kruis is voor hen die verloren gaan wel dwaasheid, maar voor ons die behouden worden, is het een kracht van God. (1 Korinthiërs 1:18). En verderop: heeft het God behaagd door de dwaasheid van de prediking zalig te maken hen die geloven. (1 Korinthiërs 1:21).

Hoeveel mensen er door zijn roepen tot geloof kwamen, weet niemand. Het staat nergens geregistreerd. Misschien niemand, misschien velen. Misschien was er een student die jaren later, bij een sterfbed of een crisis, opeens weer die stem hoorde: niemand is onsterfelijk.

Ik denk niet dat je Arnol Kox hoeft na te doen. Weinigen zijn geroepen om in een winkelstraat te staan schreeuwen. Maar je kunt je wel afvragen wat zijn leven over het jouwe zegt. Hij was niet bang om voor gek te staan. Hij hield vol toen het pijn deed. En hij zag de haast van de mensen om hem heen, en wilde dat ze even stilstonden.

Iedereen heeft altijd maar haast, zei hij. Heb jij vandaag tijd om stil te staan?

Dossier

Wat vaststaat en wat verteld wordt

Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte in Bergeijk op 11 oktober 1952; het bromfietsongeluk op zijn zestiende en het lange ziekenhuisverblijf; ongeveer veertig jaar straatprediking in Eindhoven; de bijnaam Schreeuwjezus; de rechtszaken van 2008, 2009 en 2017; de boetes en het verbod rond het voeren van duiven; het huwelijk met Gerry Diederen in 2000; zijn hartaanval in 2013 en de leukemie vanaf 2019; zijn laatste ronde op 5 juli 2020; zijn dood op 15 juli 2020 in Eindhoven; zijn begrafenis bij de Sint-Trudokerk; het Arnol Koxpad (2026).

Alleen uit eigen getuigenis of van zijn vrouw: dat hij in het ziekenhuis de Bijbel ging lezen en daar besloot te gaan preken; dat hij na zijn negentiende niets anders meer deed; dat hij bad voor wie hem uitscholden; het verhaal over de kerkklokken in zijn jeugd; zijn uitspraken over zijn sterven.

Uit één bron (niet onafhankelijk gecontroleerd): de genezing van een vrouw in een rolstoel in 1996, die alleen als overlevering wordt genoemd door een erfgoedstichting; het verlies van zijn petekind; het jaar van de amputatie van zijn been (rond 2009 of 2010).

Onbevestigd: details over zijn jeugd, zijn opvoeding en het precieze verloop van zijn bekering. Er bestaat geen biografie van hem; dit hoofdstuk steunt vooral op berichten van de regionale en landelijke pers.

Duiding: Kox was voor de een een held van het geloof, voor de ander een kleurrijke dwaas of een overlastgever. De gemeente Eindhoven en veel inwoners hebben na zijn dood vooral zijn trouw en zijn eigenheid geëerd.

Bronnen bij dit hoofdstuk

  1. NOS, 15 juli 2020, “Eindhovense stadsprediker Arnol Kox overleden”
  2. Omroep Brabant, 15 juli 2020, “Stadsprediker Arnol Kox (67) overleden aan leukemie: niemand is onsterfelijk”
  3. Omroep Brabant, 5 juli 2020, “Nog één keer roepen voor God: de laatste ronde van terminale Arnol Kox door Eindhoven”
  4. Omroep Brabant, 18 juli 2020, “Eindhoven neemt afscheid van Arnol Kox”
  5. Omroep Brabant, 15 juli 2020, “Bekende en onbekende Brabanders herdenken Arnol Kox”
  6. Omroep Brabant, 30 september, 17 oktober en 4 november 2019, berichten over zijn ziekte
  7. Omroep Brabant, 11 oktober 2017, “Luidruchtige stadsprediker Arnol Kox is 65 geworden”
  8. Omroep Brabant, 7 juli 2022, “Stadsprediker Arnol Kox heeft eventjes zijn eigen plein in Eindhoven”
  9. Omroep Brabant, 11 maart en 4 april 2026, over het Arnol Koxpad
  10. DutchNews, 27 maart 2009, “Eindhoven street preacher fined for noise”
  11. Wikipedia EN, “Arnol Kox” (geraadpleegd oktober 2026)
Liever het hele boek?PDF downloadenE-book (EPUB)Over dit deel