Tot het uiterstevan de aarde

Deel 2 · Tot het uiterste van de aarde

Nawoord

Acht levens, van Rotterdam rond 1606 tot Karachi in 2000. Een dominee die terugging naar het kamp van Koxinga. Een bisschop tussen kerk en plantage. Een geleerde die eerst ging luisteren. Een jonge zendeling die in Bori’ bleef. Een weesjongen uit Amsterdam die over de hele wereld gelezen werd. Een vrouw die tegen de zin in naar Soekaboemi ging. Een bruid zonder bruidegom. Een zuster die door kinderen in Karachi mama werd genoemd.

Ze verschillen enorm, net als de acht in het eerste deel. Wat ze delen, is dat ze ja zeiden zonder te weten waar dat ja hen zou brengen.

Bij het schrijven van dit deel liep ik vaker dan in het eerste tegen grenzen aan. Brieven liggen in archieven die ik niet kon openen. Over sommigen is nooit een biografie geschreven. Data spreken elkaar tegen. Ik heb die gaten laten staan in plaats van ze dicht te praten. Misschien is dat ook een les. Het meeste wat deze mensen deden, werd door niemand opgeschreven. Het gebeurde in een klaslokaal, aan een ziekbed of in een huis met een paar kamers op de begane grond.

Er liggen nog veel verhalen in archieven en kerkkisten. Brieven van Caroline Gunning in Den Haag en Utrecht. Het familiearchief van de Luinenburgs. De persoonskaarten van zendelingen in Het Utrechts Archief. Wie zoekt, zal meer vinden dan ik hier kon vertellen.

Toen zei ik: Zie, hier ben ik, zend mij. (Jesaja 6:8)

Het hele boek:PDF downloadenE-book (EPUB)