Vrouwenvan God

Deel 1 · Vrouwen van God · Hoofdstuk 2

Susanna Wesley

de moeder die zondags de pastorie openzette

1669-1742Epworth, Engeland

Op 6 februari 1712 schreef een vrouw in het dorp Epworth een brief aan haar man in Londen. In zijn afwezigheid kwamen er op zondag mensen bij haar thuis, in de pastorie, om te horen hoe zij preken voorlas. Hij vond dat ongewoon voor de vrouw van een dominee. Zij legde uit hoe het zo gekomen was.

Ze was begonnen met haar eigen kinderen en het personeel. Een knecht vertelde er thuis over, en zijn ouders vroegen of ze mochten komen. Daarna vroegen anderen het ook. De vorige winter waren het er ongeveer dertig geweest, schreef ze, zelden meer dan veertig. Een paar weken later moest ze hem opnieuw schrijven. Toen waren het er meer dan tweehonderd.

De vrouw heette Susanna Wesley. Ze had negentien kinderen gebaard en er negen begraven. Twee van haar zonen, John en Charles Wesley, zouden later de methodistische beweging in gang zetten, een opwekking die vanuit Engeland de hele wereld over ging. Methodisten noemen haar nu vaak de moeder van het methodisme. Die titel zegt iets, maar hij verbergt ook iets. Susanna was meer dan de moeder van beroemde zonen. Ze was een vrouw met een eigen geweten, een eigen pen en een eigen manier om met God om te gaan.

Ze begon als het jongste meisje in een groot huis in Londen.

HET VIERENTWINTIGSTE KIND, OF HET VIJFENTWINTIGSTE

Susanna Annesley werd geboren op 20 januari 1669 in Spitalfields in Londen. Haar vader was dr. Samuel Annesley, een bekende predikant. Haar moeder heette Mary White.

Om haar vader te begrijpen, moet je iets weten van de Engelse kerk in die tijd. Engeland had een staatskerk, de Church of England of anglicaanse kerk, met bisschoppen en een vast gebedenboek. Wie daar om gewetensredenen buiten bleef, heette een dissenter of nonconformist. Samuel Annesley was zo iemand. Hij preekte in Londen voor protestanten die buiten de staatskerk kerkten.

Hoeveel kinderen hij had, weet niemand precies. Het verhaal dat Susanna het vijfentwintigste kind was, wordt vaak herhaald. Het gaat terug op een grap die de uitgever John Dunton, getrouwd met haar zus Elizabeth, overleverde: een collega zou hebben gevraagd of het er nu twee dozijn waren of een kwart honderd. Een schets uit 1902 merkt al op hoe vaag dat is. De Epworth Old Rectory, het museum in haar latere huis, houdt het op het vierentwintigste kind van vierentwintig of vijfentwintig. Zeker is alleen dat het gezin groot was en dat zij een van de jongsten was.

EEN EIGEN KEUZE OP TWAALF OF DERTIEN

Als tiener nam Susanna een besluit dat in haar familie zwaar woog. Ze verliet de gemeente van haar vader en sloot zich aan bij de Church of England. Sommige bronnen zeggen dat ze twaalf was, andere dertien. Volgens de Wesleys in Oxford-website accepteerde haar vader haar keuze. Hoe dat gesprek ging, is niet overgeleverd.

Een meisje van twaalf of dertien dat een andere kerk kiest dan haar vader, de predikant, neemt een grote stap. Het patroon zou in haar leven vaker terugkomen. Susanna dacht zelf na, en als ze tot een conclusie kwam, hield ze eraan vast.

In augustus 1682 was ze op de bruiloft van haar zus Elizabeth. Daar ontmoette ze Samuel Wesley, die later anglicaans predikant werd. In november 1688 trouwden ze. Susanna was negentien. Over de precieze dag zijn de bronnen het niet eens: 10 of 11 november.

Het was een onrustige maand voor Engeland. De Nederlandse stadhouder Willem III was net met een leger overgestoken en werd een paar maanden later koning van Engeland, samen met zijn vrouw Mary. De vorige koning, Jakobus II, vluchtte. Die machtswisseling zou nog in Susanna’s huwelijk doorwerken.

“TWEE KONINGEN, TWEE BEDDEN”

In 1697 werd Samuel rector, de vaste predikant, van Epworth, een dorp in Lincolnshire, op het Isle of Axholme, ongeveer 225 kilometer van Londen. Hij had ook de zorg voor het buurdorp Wroot. Het gezin woonde in een pastorie van hout en pleisterwerk met een rieten dak.

Het was geen vriendelijke plek. Samuel was een uitgesproken man met koningsgezinde, conservatieve opvattingen. Volgens het museum in Epworth beschadigden dorpelingen gewassen en verminkten ze vee, kennelijk uit afkeer van zijn politiek. Geld was er nooit genoeg. In 1705 kwam Samuel wegens schulden in de gevangenis.

Ook binnen het huis botste het. Susanna vond in haar hart dat Jakobus II en zijn familie de wettige koningen waren. Toen Samuel in het gebed bad voor koning Willem, zei zij geen amen. Hij merkte het. Volgens de overlevering zei hij: “Als wij twee koningen hebben, hebben wij ook twee bedden.” (vrij vertaald). De bronnen dateren het in 1701 of 1702; dat verschil komt waarschijnlijk door de Engelse jaartelling van toen, waarin het nieuwe jaar pas in maart begon. Haar oudste bewaarde brief, van 7 maart 1702 aan Lady Yarborough, gaat over deze ruzie om haar politieke opvattingen. Samuel vertrok maandenlang naar Londen. Volgens historicus Charles Wallace kwamen ze weer bij elkaar na een brand in de pastorie. Het museum in Epworth noemt een brand in 1702, die twee derde van het huis beschadigde.

Op 17 juni 1703 werd hun zoon John geboren.

Wat moet je met zo’n verhaal? Ik vind het eerlijk dat het in dit boek staat. Susanna was geen stille vrouw die alles slikte. Ze kon koppig zijn, en haar man ook. Ze kwamen er samen weer uit.

NEGENTIEN GEBOORTEN

Susanna bracht negentien kinderen ter wereld. Negen stierven als baby of heel jong. Ongeveer tien werden volwassen. Over het precieze aantal verschillen de bronnen: een overzicht noemt zeventien tot negentien geboorten, een naslagwerk van Cambridge University Press spreekt van negen kinderen die volwassen werden, en een ander overzicht zegt dat er bij haar dood nog acht leefden. Wie de getallen leest, ziet vooral hoeveel kleine graven er in haar leven waren.

De kinderen die bleven, kregen thuis les van haar. Ze begon pas de dag na hun vijfde verjaardag. Op die eerste dag moesten ze het hele alfabet leren, in zes uur les. Op twee na lukte dat allemaal. Haar dochters leerden lezen voordat ze leerden naaien, en dat was in haar tijd ongewoon. Ze schreef zelf dat het haar dwarszat hoe weinig vrouwen goed genoeg konden lezen om te worden verstaan. Haar dochters kregen ook Latijn en Grieks. Van Hetty, voluit Mehetabel, wordt verteld dat ze op haar achtste delen van het Nieuwe Testament in het Grieks las. Het museum in Epworth brengt dat met een slag om de arm.

Er gaat ook een bekend verhaal rond over haar gebedsleven. In een vol huis zou ze haar schort over haar hoofd hebben getrokken als ze wilde bidden, en dan wisten de kinderen dat ze haar niet moesten storen. Het is een mooi beeld. Ik heb het in geen enkele betrouwbare bron over haar gevonden. Wel staat vast dat ze zich geregeld terugtrok voor gebed en Bijbellezing, dat ze een dagboek bijhield en dat ze uitleg schreef bij de Apostolische geloofsbelijdenis, het Onze Vader en de Tien Geboden.

EEN KIND VOOR HET RAAM

In de nacht van 9 februari 1709, rond half twaalf, werd Hetty wakker doordat er brandende stukken van het dak op haar bed vielen. Ze rende naar haar vader. Susanna was ziek en hoogzwanger. Ze ontkwam naar de tuin met haar twee oudste dochters, Emily en Sukey, en liep daarbij brandwonden aan haar benen op. Het dienstmeisje Betty droeg de kleinste kinderen naar buiten en riep de vijfjarige John, Jacky voor de familie, om te volgen. Hij liep de verkeerde kant op. In een brief aan haar oudste zoon Samuel, die op school zat, schreef Susanna later dat Jacky het vuur zag en terugrende.

Samuel probeerde een paar keer naar boven te komen, maar de trap stond in brand. De familie knielde en bad dat God de ziel van het kind zou ontvangen. Toen zag iemand op het erf John voor een raam op de bovenverdieping. Er was geen ladder. Een buurman ging op de schouders van een ander staan en trok het kind naar buiten, vlak voordat het dak naar beneden kwam. Volgens Johns latere herinnering riep zijn vader de buren op om te knielen en God te danken.

Het huis brandde tot de grond toe af. Veel van wat Susanna had geschreven, ging verloren. Er gaat een verhaal dat dorpelingen de brand hebben gesticht om het gezin weg te krijgen. Daar is geen bewijs voor.

Susanna zag in de redding van haar zoon de hand van God. Ze noemde hem soms een brandhout uit het vuur, naar een vers uit de profeet Zacharia: Is deze Jozua niet een stuk brandhout dat aan het vuur ontrukt is? (Zacharia 3:2). Volgens een oude schets van haar leven schreef ze ongeveer twee jaar later in haar eigen aantekeningen dat ze nog zorgvuldiger wilde zijn voor de ziel van dit kind. Die woorden ken ik alleen uit tweede hand.

Na de brand werden de kinderen ondergebracht bij andere gezinnen. Voor Susanna was dat moeilijk. Ze vreesde dat ze de zondag niet meer goed vierden en een plat dorpsaccent oppikten. Samuel liet een nieuw huis bouwen van baksteen en natuursteen, op dezelfde plek. Het was in december 1709 klaar en kostte hem vierhonderd pond van zijn eigen geld, plus hulp van vrienden. De schulden werden er nog groter van. Susanna klaagde dat het huis nooit helemaal af werd. Hoe snel de kinderen terugkwamen, is niet duidelijk; een bron spreekt van bijna twee jaar.

Het huis staat er nog. Het is nu een museum.

MOLLY OP MAANDAG, JACKY OP DONDERDAG

Op 7 december 1711 begon in Londen de Convocatie, de vergadering van de geestelijkheid van de Church of England. Samuel was erheen als afgevaardigde. Hij zou pas in het voorjaar terug zijn. De kerkdiensten in Epworth liet hij over aan zijn hulppredikant, Godfrey Inman.

Kort na het vertrek van haar man las Susanna een verslag over de Deense zendelingen. Het raakte haar diep, schreef ze. Ze bracht een groot deel van een avond door met God te danken voor hun ijver. Toen dacht ze na over zichzelf. Ze was geen man en geen predikant, schreef ze, maar met een oprecht hart kon ook zij meer doen dan ze deed.

Ze begon bij haar eigen kinderen. Elke avond nam ze er één apart om met hem of haar te praten over geloof en leven. Op maandag Molly, op dinsdag Hetty, op woensdag Nancy, op donderdag Jacky, op vrijdag Patty, op zaterdag Charles, en op zondag Emily en Suky samen.

Op zondag deed ze meer. Ze vond dat een kerkdienst in de ochtend de dag nog niet heiligde. Dus las ze ’s middags of ’s avonds voor uit preken, zong met de kinderen en het personeel en bad met hen. Zo begon het. En toen kwamen de ouders van die knecht.

BOVEN DE TWEEHONDERD

De groep groeide snel. In haar volgende brief schreef ze: “Vorige zondag waren we er, denk ik, boven de tweehonderd.” (vrij vertaald). Er stonden mensen buiten omdat er binnen geen plaats was. Een artikel van de United Methodist Church noemt op grond van dezelfde brief tweehonderd tot driehonderd. In de kerk van Inman zaten op zondagochtend minder mensen.

Ze koos preken uit die mensen wakker moesten schudden, zo legde ze uit. Over het dagelijkse leven en over andere zaken werd op de bijeenkomst niet gepraat. Ze hoopte dat mensen erdoor weer trouw naar de kerk zouden gaan en de zondag niet meer zouden ontheiligen.

Op één punt aarzelde ze zelf. Ze vroeg zich in haar brief af of het wel paste dat zij als vrouw de gebeden van al die mensen voor God bracht. Ze had het niet over haar hart verkregen om hen weg te sturen toen ze vroegen of ze mochten blijven. Wat zij deed, noemde ze voorlezen en onderwijzen. Volgens latere overzichten las ze preken uit de verzameling van haar man of haar vader.

Inman zag het anders. Hij schreef Samuel en klaagde dat het niet paste dat een vrouw preekte. Hij had een paar medestanders in het dorp. Volgens Charles Wallace waren zulke bijeenkomsten buiten de kerk om formeel ook niet toegestaan.

“STUUR MIJ UW UITDRUKKELIJKE BEVEL”

Samuel schreef zijn vrouw dat hij liever had dat ze ermee stopte. Haar antwoord is het bekendste stuk dat ze ooit schreef. Ze gaf hem het laatste woord, maar ze wilde dat hij het dan ook echt uitsprak. Als hij de bijeenkomst wilde opheffen, moest hij haar niet schrijven dat hij dat graag zag. Een wens was niet genoeg voor haar geweten. Ze vroeg hem: “Stuur mij uw uitdrukkelijke bevel.” (vrij vertaald). Dan was zij vrij van schuld en straf. Ze herinnerde hem eraan dat ze allebei voor de rechterstoel van Christus zouden staan.

Ik lees in die brief geen vrouw die haar man aan de kant zet. Ik lees een vrouw die gehoorzaam wil zijn aan haar man en aan God tegelijk, en die het hem niet makkelijk maakt om die twee tegen elkaar uit te spelen. Hoe zou jij zo’n brief schrijven, als je overtuigd was dat God mensen bij je thuis bracht?

Samuel gaf het bevel niet. De bijeenkomsten gingen door tot hij terugkwam uit Londen. Wat er daarna mee gebeurde, vertellen de bronnen die ik las niet.

EEN BRIEF OVER OPVOEDING

Twintig jaar later, op 24 juli 1732, schreef Susanna een lange brief aan een zoon over hoe ze haar kinderen had grootgebracht. John nam de brief later op in zijn gepubliceerde dagboek, omdat hij vond dat ouders er iets aan hadden.

Het is een brief die vandaag schuurt. Kinderen kregen vanaf hun geboorte een vast ritme van slapen, eten en wassen. Om zes uur avondeten na het gezinsgebed, om acht uur in bed. Tussendoor eten mocht niet. Rond hun eerste jaar leerden ze volgens haar de roe te vrezen en zacht te huilen. Ze wilde de eigen wil van het kind overwinnen. Die uitdrukking over de roe wordt vaak aangehaald. De Wesleys in Oxford-website waarschuwt dat ze een vertekend beeld geeft en terecht veel kritiek heeft gekregen. In haar andere brieven staat ook de moeder die elk kind elke week een avond alleen voor zichzelf gaf, en die haar dochters leerde lezen terwijl de wereld dat niet nodig vond.

Ik ga haar niet verdedigen en niet veroordelen. Ze was een vrouw van de vroege achttiende eeuw met tien kinderen, een man met schulden en een huis dat afbrandde. Haar strengheid en haar toewijding kwamen uit dezelfde bron: ze wilde dat haar kinderen God zouden kennen.

DE FOUNDERY

Samuel Wesley stierf in 1735. Susanna moest de pastorie verlaten, zodat de nieuwe predikant erin kon. Ze verkocht veel van het meubilair om zijn schulden te betalen. Daarna woonde ze bij haar kinderen.

Haar zonen John en Charles waren inmiddels predikant en gingen een nieuwe weg. Susanna was in het begin bezorgd over hun nieuwe ijver, en later steunde ze hun werk. In juni 1739 kreeg ze via een familielid een tekst van John in handen die haar zorgen baarde, schreef hij in zijn dagboek. Ze had dezelfde tekst een jaar eerder zelf goedgekeurd. Ze spraken erover.

Op maandag 3 september 1739 sprak John lang met haar, schreef hij in zijn dagboek. Ze vertelde dat ze tot kort daarvoor bijna nooit had horen zeggen dat je nu al vergeving van zonden kunt ontvangen. Ze had gedacht dat het niet voor haar was en had er nooit om durven vragen. Twee of drie weken eerder had haar schoonzoon Westley Hall haar bij het avondmaal de beker gegeven, met de woorden dat het bloed van Christus voor haar gegeven was. “De woorden drongen door mijn hart,” zei ze (vrij vertaald). Ze wist dat God haar om Christus’ wil al haar zonden had vergeven.

In hetzelfde gesprek vertelde ze over haar vader. Kort voor zijn dood had dr. Annesley gezegd dat hij al meer dan veertig jaar geen duisternis of twijfel had gekend over zijn aanvaarding door God. Ze kon zich niet herinneren dat hij erover gepreekt had. Ze dacht dat hij het zag als iets voor enkelen. Ze was zeventig toen ze die zekerheid kreeg.

Haar laatste jaren woonde ze in de Foundery in Londen, het eerste centrum van Johns beweging in de stad. Volgens de Wesleys in Oxford-website moedigde ze John aan om te aanvaarden dat ook leken, gewone gelovigen zonder wijding, mochten preken. Dat zou een van de kenmerken van het methodisme worden. In Epworth had zij zelf ervaren hoe zoiets ging.

EEN PSALM BIJ HET BED

Op vrijdag 23 juli 1742 kwam John rond drie uur ’s middags bij zijn moeder. Ze kon niet meer spreken. Hij ging op de rand van haar bed zitten. Tussen drie en vier uur stierf ze, zonder strijd, schreef hij. De familie stond om het bed heen en vertrouwde haar aan God toe. Eerder had ze gevraagd: “Kinderen, zodra ik ben heengegaan, zing dan een psalm van lof voor God.” (vrij vertaald).

Ze werd 73 jaar. Op zondag 1 augustus, rond vijf uur, begroef John haar op Bunhill Fields, de begraafplaats in Londen waar dissenters begraven werden. Zo kwam de dochter van Samuel Annesley terug bij de mensen van haar vader. Er waren volgens John bijna ontelbaar veel mensen. Hij preekte over de grote witte troon uit Openbaring 20, waar de doden geoordeeld worden naar hun werken.

Op een eenvoudige steen aan het hoofdeinde liet de familie zetten dat zij de jongste en laatst overgebleven dochter van dr. Samuel Annesley was. In zijn dagboek schreef John dat zijn moeder, net als haar vader, haar grootvader, haar man en drie zonen, op haar eigen manier “een prediker van gerechtigheid” was geweest (vrij vertaald).

Ze heeft nooit op een kansel gestaan. Ze heeft in een pastorie in Lincolnshire op zondagavond preken van anderen voorgelezen, terwijl er mensen buiten bleven staan omdat er binnen geen plaats meer was.

Dossier

Wat vaststaat en wat verteld wordt

Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte op 20 januari 1669 in Londen als dochter van de nonconformistische predikant Samuel Annesley; overstap naar de Church of England als tiener; huwelijk met Samuel Wesley in november 1688; verhuizing naar Epworth in 1697; negentien geboorten en veel jong gestorven kinderen; het conflict over het gebed voor koning Willem (1701 of 1702; haar brief erover aan Lady Yarborough dateert van 7 maart 1702); de brand van 9 februari 1709 en de redding van John door buren; de zondagse bijeenkomsten in de pastorie in de winter van 1711 op 1712, de klacht van Inman en haar verzoek om een uitdrukkelijk bevel; Samuels dood in 1735; haar laatste jaren in de Foundery; haar dood op 23 juli 1742 en de begrafenis op Bunhill Fields op 1 augustus 1742.

Alleen uit eigen getuigenis of latere overlevering: de details van haar brieven over de bijeenkomsten (aantallen, het verslag van de Deense zendelingen, het avondrooster voor de kinderen); de opvoedingsregels uit haar brief van 1732; haar voornemen om beter te zorgen voor Johns ziel; haar woorden op het sterfbed (via John); de uitspraak over twee koningen en twee bedden; de ervaring van zekerheid bij het avondmaal in 1739 (haar eigen woorden, opgetekend in Johns dagboek op 3 september 1739); haar invloed op Johns aanvaarding van lekenpredikers.

Onbevestigd: dat ze het vijfentwintigste kind was (het getal gaat terug op een grap); de schort over het hoofd bij gebed (geen bron gevonden); dat Hetty op haar achtste Grieks las; dat de branden in de pastorie zijn aangestoken; de exacte leeftijd van haar kerkkeuze (12 of 13), de dag van haar huwelijk en het aantal kinderen dat volwassen werd (tien of negen) of nog leefde bij haar dood (acht). Het artikel over haar in de Oxford Dictionary of National Biography kon ik niet inzien.

Duiding: of haar zondagse bijeenkomsten preken waren, was in 1712 al een twistpunt. Zij noemde het voorlezen en onderwijzen; haar hulppredikant noemde het preken.

Bronnen bij dit hoofdstuk

  1. Epworth Old Rectory, “Susanna Wesley”
  2. Epworth Old Rectory, “The History of Epworth Old Rectory”
  3. Charles Wallace jr., “Like Mother, Like Son”, Christian History 69 (2001)
  4. United Methodist Church, “Courage and conviction: A woman’s leadership through a difficult time”
  5. United Methodist Church, “Shaped by tragedy and grace: Wesley’s rescue from fire”
  6. Wesleys in Oxford, “Susanna Wesley”
  7. My Wesleyan Methodists, A.A. Birchenough, “Susanna Wesley, the Mother of the Wesleys” (1902)
  8. Tim Macquiban, “The spirituality of Susanna Wesley”, Susanna Wesley Foundation (2019)
  9. Journal of John Wesley, “Mrs. Wesley as Preacher” (CCEL)
  10. Journal of John Wesley, “She Speaks to Two Hundred” (CCEL)
  11. Journal of John Wesley, dood en begrafenis van zijn moeder, 1742 (CCEL)
  12. Journal of John Wesley, “How the Wesleys Were Brought up” (CCEL)
  13. Journal of John Wesley, “Susanna Wesley and her Son” (CCEL)
  14. Christianity.com, “Why Was Susanna Wesley the Mother of Methodism?”
  15. Wikipedia, “Susanna Wesley”
  16. Journal of John Wesley, 3 september 1739, gesprek met zijn moeder (CCEL)
  17. Orlando: Women’s Writing in the British Isles (Cambridge University Press), “Susanna Wesley”
  18. London Remembers, “Susanna Wesley”
  19. Epworth Old Rectory, “Samuel Wesley”
Liever het hele boek?PDF downloadenE-book (EPUB)Over dit deel