Op 1 maart 1828 begon in de staat New York een rechtszaak die bijna niemand voor mogelijk had gehouden. Een vrouw die een jaar eerder nog eigendom was geweest, eiste haar zoon terug. Ze kon niet lezen en niet schrijven. In de papieren van de rechtbank staat ze als Isabella Van Wagenen. Haar zoon Peter was ongeveer vijf jaar oud verkocht en naar Alabama gebracht, ver in het zuiden, waar de slavernij nog volop bestond. Dat was in strijd met de wet van New York. Twee advocaten uit Kingston namen de zaak op zich. Ze won. Peter kwam vrij.
De acht pagina’s van die zaak lagen bijna tweehonderd jaar in het staatsarchief in Albany. Archivaris Jim Folts vond ze terug, en in februari 2022 werd de vondst bekendgemaakt. Er zit een verklaring bij van Isabella zelf, een bevel van de rechter en het antwoord van de man die haar zoon had verkocht.
Vijftien jaar na die zaak gaf Isabella zichzelf een nieuwe naam: Sojourner Truth. Ze werd een rondtrekkende prediker, een van de bekendste stemmen tegen de slavernij en een vrouw die door de president van de Verenigde Staten werd ontvangen. Een borstbeeld van haar staat in het Capitool in Washington. Maar haar eerste woorden sprak ze in het Nederlands.
“MEIN GOT, MEIN GOT”
Isabella werd rond 1797 geboren in Hurley, in Ulster County in de staat New York. Zelf schatte ze later dat het ergens tussen 1797 en 1800 was. Het exacte jaar weten we niet. Haar ouders heetten James, die Bomefree werd genoemd, en Betsey. Ze waren slaven van de familie Hardenbergh, een rijke Nederlands-Amerikaanse familie. Bij de volkstelling van 1790 staat Johannes Hardenbergh in Hurley geregistreerd met zeven slaven.
Voor een Nederlandse lezer is dit misschien het meest verrassende deel van haar verhaal. De Hudsonvallei was ooit Nieuw-Nederland geweest. Anderhalve eeuw later spraken veel families daar nog Nederlands, of een vorm ervan die Low Dutch werd genoemd. De Zweedse reiziger Peter Kalm schreef in 1749 dat er in de streek Nederlandse kerkdiensten werden gehouden. Ook de slaven in die huishoudens spraken Nederlands. In haar eigen levensverhaal zegt Isabella dat haar familie hoorde bij de mensen die Low Dutch genoemd werden.
Tot haar negende sprak ze alleen Nederlands. Ze hield haar hele leven een zwaar Nederlands accent. Toen ze later vertelde hoe haar moeder had gehuild om kinderen die verkocht waren, viel ze terug in die taal. “Mein Got, mein Got”, riep haar moeder volgens dat verslag.
Haar moeder had meer kinderen gehad dan Isabella ooit leerde kennen. Er waren broers en zussen verkocht voordat zij geboren was. Zo vertelde Isabella het later: ’s avonds nam haar moeder haar mee naar buiten en wees naar de sterren. Dat waren dezelfde sterren en dezelfde maan die haar broers en zussen ook zagen, zei ze. En ze leerde haar bidden. Dit kennen we alleen uit Isabella’s eigen verhaal.
Ik vind dit ongemakkelijk om te lezen. De taal waarin ik dit boek schrijf, was de taal waarin dit kind werd gekocht en verkocht.
HONDERD DOLLAR EN EEN KUDDE SCHAPEN
Na de dood van haar eigenaar werd de familie verdeeld. Haar ouders raakten van elkaar gescheiden. Haar vader bracht zijn laatste jaren door van het ene huis van de familie naar het andere, tot hij stierf.
Rond 1806, toen Isabella ongeveer negen was, werd ze verkocht aan John Neely. Ze ging voor honderd dollar, samen met een kudde schapen. De Neelys spraken Engels. Isabella verstond hen niet. In 1808 kocht een herbergier, Martinus Schryver, haar voor honderdvijf dollar. Daar bleef ze ongeveer anderhalf jaar.
In 1810 werd ze verkocht aan John J. Dumont in West Park, aan de Hudson. Een dochter van Dumont herinnerde zich later dat het meisje bij haar komst alleen Nederlands sprak. Bij de Dumonts bleef ze zestien jaar.
Rond 1815 kreeg ze een relatie met Robert, een slaaf van een boerderij in de buurt. Zijn eigenaar wilde dat niet, en volgens de National Park Service sloeg hij Robert dood. Later trouwde Isabella met Thomas, een andere slaaf. Een medeslaaf voltrok de plechtigheid. Ze kregen vijf kinderen, zo staat het in haar levensverhaal.
Er is een detail uit haar jeugd dat ze zelf vertelde. Als kind zocht ze een plek bij een beekje, onder wilgen, en bad daar hardop. Ze onderhandelde met God, zoals een kind dat doet: als Hij haar hielp, zou zij braaf zijn. Een website van de Amerikaanse publieke omroep PBS ziet in zulke plekjes in het bos een Afrikaanse traditie die ze van haar moeder kan hebben geleerd. Dat blijft een vermoeden.
DE BELOFTE VAN DUMONT
De staat New York schafte de slavernij in stappen af. Voor Isabella’s generatie werd 4 juli 1827 de dag waarop ze vrij zou zijn. Dumont beloofde haar dat ze een jaar eerder vrij mocht gaan, als ze goed werkte. In 1826 kwam hij op die belofte terug. Ze had haar hand bezeerd en minder kunnen werken, zei hij volgens haar verslag.
Isabella besloot zelf te gaan. Vroeg op de dag liep ze weg, met haar jongste kind Sophia, een baby, in haar armen. De oudere kinderen moest ze achterlaten. Later zei ze tegen Dumont dat ze niet in het donker was gevlucht. Ze was bij daglicht weggelopen, vrij vertaald, en alleen omdat hij haar dat jaar had beloofd.
Ze kwam terecht bij Isaac Van Wagenen en zijn gezin, een Nederlands-Amerikaans gezin. Ze waren methodisten. Toen Dumont haar kwam halen, betaalde Isaac Van Wagenen hem twintig dollar voor de rest van haar dienstjaar en vijf dollar voor het kind. Isabella wilde hem daarna “meester” noemen. Volgens haar verslag weigerde hij dat. Er is maar één Meester, zei hij, vrij vertaald, en dat is ook de mijne. Ze nam zijn achternaam aan.
PINKSTER 1827
In het Nederlandse New York vierden zwarte families elk jaar Pinkster, hun woord voor Pinksteren. Het was een paar dagen waarop slaven die over verschillende boerderijen verspreid waren elkaar konden opzoeken. In het voorjaar van 1827, kort voor haar wettelijke vrijheid, wilde Isabella terug naar de boerderij van Dumont om daar Pinkster te vieren.
Wat er toen gebeurde, kennen we alleen uit haar eigen verhaal. God openbaarde Zich plotseling aan haar, zo vertelde ze. Daarna zag ze iemand die tussen haar en God in stond, zacht en liefdevol. Ze herkende Jezus, als Iemand die voor haar pleitte. Ze zag Hem, in haar woorden, als een vriend. Ze bleef bij de Van Wagenens.
Haar levensverhaal merkt op dat haar latere ideeën over wie Jezus precies was in geen enkel theologisch systeem pasten. Ze had geen opleiding en kon de Bijbel niet zelf lezen. Haar geloof begon bij die ene ervaring: een God die plotseling dichtbij was, en een Jezus die voor haar ging staan.
Herken jij iets van die angst en die opluchting? Veel mensen die God leren kennen, beschrijven het zo. Isabella kon er geen woorden uit boeken bij vinden. Ze gebruikte haar eigen.
EEN ZOON IN ALABAMA
Kort daarvoor had Dumont haar zoon Peter verkocht, toen ongeveer vijf jaar oud. De koper was Eleazar Gedney uit Newburgh, die hem doorgaf aan zijn broer Solomon. Via die familie kwam het kind in Alabama terecht. Volgens de wet van New York mocht een slaaf die voor vrijlating in aanmerking kwam niet buiten de staat worden verkocht.
Isabella ging naar Kingston, de hoofdplaats van Ulster County. Zo vertelt ze het zelf: ze zocht hulp, vond een advocaat en bracht de zaak voor de rechter. De archiefstukken die in 2022 boven water kwamen, bevestigen de kern. Op 1 maart 1828 begon een zaak tegen Solomon Gedney bij het Hooggerechtshof van de staat. Er werd een bevel tot habeas corpus uitgevaardigd, een eis om een vastgehouden persoon voor de rechter te brengen. De rechter beval dat Peter vrij moest komen.
Het historische tijdschrift The Low Countries noemt haar de eerste Afro-Amerikaanse vrouw die met succes tegen blanke mannen procedeerde om haar zoon uit de slavernij te halen. Ik kan dat niet zelf controleren. Wel is zeker dat een vrouw die een jaar eerder nog verkocht kon worden, een rechtbank van de staat zover kreeg dat haar kind terugkwam.
EEN PROFEET IN NEW YORK
Na de zaak bleef Isabella ongeveer een jaar in Kingston. Ze werd lid van de methodistenkerk daar. Rond 1829 verhuisde ze met Peter naar New York City, waar ze als huishoudster werkte. Ze kerkte eerst in de methodistenkerk aan John Street, daarna in Zion’s Church aan Church Street, een gemeente van alleen zwarte gelovigen. Ze ging naar camp meetings, openluchtbijeenkomsten van methodisten en andere opwekkingsgroepen, en begon er zelf te spreken.
Die jaren hadden ook een donkere kant. Via haar werkgever Elijah Pierson raakte ze betrokken bij de groep van een man die zich de profeet Matthias noemde. Hij beweerde dat de geest van God de Vader in hem woonde. Isabella woonde in 1833 en 1834 in zijn gemeenschap. Volgens de PBS-website sloeg Matthias haar. Volgens biografe Nancy Koester mocht ze in de groep eerst preken, tot een nieuwe leider vrouwen het zwijgen oplegde zodra er mannen bij waren. Na het uiteenvallen van de groep werd Isabella beschuldigd van vergiftiging en diefstal. Volgens de National Park Service werd ze vrijgesproken.
Ook met Peter liep het moeilijk. Hij kwam in New York in de problemen met de politie. In 1839 monsterde hij aan op een walvisvaarder. Er kwamen een paar brieven. In 1842 kwam het schip terug zonder hem. Isabella heeft nooit meer iets van hem gehoord.
PINKSTEREN 1843
In 1843 was Isabella ongeveer zesenveertig. Op Pinksteren, zo vertelde ze, riep de Geest haar. Ze moest New York verlaten, een stad die ze een tweede Sodom noemde, en naar het oosten trekken. Ze gaf haar werk als dienstbode op en vertrok.
Ze koos ook een nieuwe naam. Sojourner betekent zoiets als vreemdeling, iemand die op doorreis is. Ze zou door het land trekken. Truth, waarheid, voegde ze eraan toe omdat ze de waarheid moest verkondigen. Zo legde ze het later zelf uit. Biografe Nancy Koester legt een verband met de Bijbelse uitdrukking over vreemdelingen en bijwoners op aarde. Voor iemand die haar hele leven de achternaam van een eigenaar had gedragen, was een naam die ze van God meende te krijgen geen klein ding.
Dat jaar sprak ze minstens twee keer op camp meetings van de millerieten, volgelingen van de Amerikaanse prediker William Miller die de wederkomst van Christus rond 1843 verwachtten. Volgens haar verslag waren de mensen daar opgewonden en bang. Ze kalmeerde hen met woorden en met zingen.
Een rondtrekkende vrouw die preekte, was in die jaren zeldzaam. Ze had geen kerk achter zich en geen wijding, geen opleiding en geen papieren. Ze had haar stem, haar Bijbelkennis uit het hoofd en haar verhaal.
EEN BOEK DAT ZE NIET KON LEZEN
In 1844 sloot ze zich aan bij de Northampton Association of Education and Industry, een gemeenschap in Florence, Massachusetts, een leefgemeenschap van tegenstanders van de slavernij. Daar ontmoette ze William Lloyd Garrison, de bekendste abolitionist van het land, en de gevluchte slaaf Frederick Douglass. Abolitionisten waren mensen die de slavernij volledig wilden afschaffen.
De gemeenschap viel in 1846 uit elkaar. Sojourner bleef in Northampton en begon haar levensverhaal te vertellen aan Olive Gilbert, die het opschreef. In 1850 verscheen het als Narrative of Sojourner Truth, uitgegeven met steun van Garrison. Van de opbrengst kocht ze een huis in Northampton.
Het boek is een gedicteerd verhaal. Alles wat we over haar jeugd weten, komt grotendeels hieruit, gezien door de ogen en de pen van iemand anders. Gilbert verstond niet altijd wat ze hoorde. Ze schreef bijvoorbeeld “Mau-mau Bett” voor de moeder van Sojourner. Historici denken dat het Nederlandse “mama Bet” bedoeld was. Daardoor dachten lezers lang dat haar moeder Mau-mau heette.
Datzelfde jaar sprak Sojourner in Worcester op de eerste nationale conventie voor vrouwenrechten. Ze verkocht ook foto’s van zichzelf. Mede daarmee betaalde ze in 1853 haar huis af.
AKRON, 29 MEI 1851
Op 29 mei 1851 stond Sojourner Truth op een vrouwenrechtenconventie in Akron, Ohio. Wat ze daar zei, is de beroemdste toespraak uit haar leven geworden, bekend als “Ain’t I a Woman?”, ben ik dan geen vrouw? Het probleem is dat er twee versies van bestaan.
De eerste schreef Marius Robinson op. Hij was dominee, secretaris van de conventie en redacteur van de Anti-Slavery Bugle. Op 21 juni 1851 stond zijn verslag in die krant. Sojourner logeerde in die tijd bij Robinson en zijn vrouw. De Library of Congress houdt het voor waarschijnlijk dat hij de tekst met haar heeft doorgenomen. Een kort bericht in The Liberator van 13 juni 1851 komt ermee overeen.
In de versie van Robinson zegt ze dat ze evenveel spierkracht heeft als welke man ook en evenveel werk kan doen. Ze heeft geploegd, gemaaid en hout gehakt. “Ik kan niet lezen, maar ik kan horen”, zegt ze, vrij vertaald. Ze had uit de Bijbel gehoord dat Eva de man tot zonde bracht. En Jezus, zegt ze, kwam van God die Hem schiep en van een vrouw die Hem baarde. De mannen in de zaal zaten volgens haar slotzin tussen een havik en een buizerd. De zin “Ain’t I a woman?” komt in deze versie niet voor.
De tweede versie verscheen twaalf jaar later, in april en mei 1863, in The Independent en de National Anti-Slavery Standard. Frances Dana Gage had de conventie in 1851 voorgezeten. Zij schreef haar versie op nadat Harriet Beecher Stowe in april 1863 een artikel over Sojourner had gepubliceerd. In Gages tekst staat het refrein dat iedereen kent. Ze laat Sojourner spreken in het dialect van slaven uit het zuiden. En ze laat haar zeggen dat ze dertien kinderen had gebaard en de meeste verkocht zag worden.
Hier wringt het. Sojourner had volgens haar eigen boek vijf kinderen. Ze kwam uit New York, niet uit het zuiden. Haar accent was Nederlands. Historici van de Case Western Reserve University in Ohio schrijven dat Gage haar een zuidelijk stereotype gaf. Historica Nell Irvin Painter onderzocht beide verslagen in haar biografie van 1996. Haar conclusie, vrij vertaald: we kunnen niet precies weten wat Truth in Akron zei. Wel vond ze de versie van Robinson betrouwbaarder.
Toch werd de versie van Gage de bekende. Vanaf 1875 stond ze in latere uitgaven van het Narrative, en in 1881 in de grote geschiedenis van het vrouwenkiesrecht. Sojourner kon het zelf niet lezen en heeft er voor zover bekend nooit tegen geprotesteerd.
Ik vind dit een les in voorzichtigheid, ook voor dit boek. De zin die het meest met haar verbonden is, heeft ze waarschijnlijk zo niet gezegd. De gedachte erachter kwam wel van haar: een vrouw die als slaaf zwaar werk had gedaan, vroeg waarom zij minder zou zijn.
SILVER LAKE, 1858
In 1857 verhuisde Sojourner naar Michigan, eerst naar Harmonia, later naar Battle Creek. Vandaar trok ze door het Middenwesten. Daar kreeg ze tegenstand die niets met haar preken te maken had, en alles met wie ze was.
In 1858 sprak ze in Silver Lake, in Kosciusko County, Indiana. Een vijandige menigte hield vol dat ze een man in vermomming was. Ze moest haar borsten laten zien aan de vrouwen in de zaal. Sojourner ontblootte ze voor de hele zaal. Ze zei dat ze vele blanke baby’s had gezoogd. Het voorval werd lokaal gemeld en in The Liberator van Garrison. Het historische blog van de staat Indiana noemt het een symbolische verkrachting.
In 1861 werd ze in Angola, Indiana, gearresteerd omdat ze in strijd met de wet in de staat zou zijn. Ze werd vrijgelaten en opnieuw opgepakt. Later zei ze dat ze zes keer voor de rechter had gestaan en nooit veroordeeld was.
Het christelijke tijdschrift Christianity Today vermeldt dat ze na een aanval van een menigte de rest van haar leven met een stok liep. Een datum of plaats noemt het artikel niet, en ik heb het niet verder kunnen nagaan.
“FOR AUNTY SOJOURNER TRUTH”
Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog hielp Sojourner zwarte mannen te werven voor het leger van het noorden. Haar kleinzoon James Caldwell diende in het 54e regiment van Massachusetts, een van de eerste zwarte regimenten.
In 1864 ging ze naar Washington om te werken voor de National Freedmen’s Relief Association, een vereniging die bevrijde slaven hielp. Op 29 oktober 1864 ontmoette ze president Abraham Lincoln in het Witte Huis. In een brief die ze liet schrijven, op 17 november vanuit Freedman’s Village in Virginia, vertelde ze erover. Ze zei hem dat hij de beste president was die ooit op die stoel had gezeten. Ze bekeek met hem een Bijbel die de zwarte inwoners van Baltimore hem hadden geschonken. Lincoln schreef in haar boek: “For Aunty Sojourner Truth”, met de datum en zijn naam.
In Washington verzette ze zich ook tegen de segregatie in de trams. In 1867 waarschuwde ze dat zwarte vrouwen hun rechten moesten krijgen naast zwarte mannen, anders zouden de mannen de baas worden over de vrouwen. Vanaf 1870 pleitte ze voor land van de overheid voor bevrijde slaven. Ze sprak er president Ulysses Grant over. Het voorstel kwam er niet. In 1872 probeerde ze in Battle Creek te stemmen. Ze werd weggestuurd.
OAK HILL
In haar laatste jaren woonde Sojourner Truth in Battle Creek. De PBS-website schrijft dat ze zich op hoge leeftijd aangetrokken voelde tot het spiritisme, een beweging die contact met overledenen zocht. Ook dat hoort bij een eerlijk beeld van haar. Ze was geen theologe en volgde haar eigen weg, met alle risico’s van dien.
Op 26 november 1883 stierf ze in haar huis in Battle Creek. Ze was ongeveer zesentachtig. Volgens de overlevering die PBS doorgeeft, waren haar laatste woorden een oproep om een volgeling van de Heer Jezus te zijn. Ze werd begraven op Oak Hill Cemetery in Battle Creek.
In 2009 kreeg ze een borstbeeld in het Capitool in Washington, als eerste Afro-Amerikaanse vrouw.
In het archief in Albany liggen de acht pagina’s van 1828. Daarin heet ze nog Isabella Van Wagenen, een vrouw met een Nederlands accent die haar zoon terug wilde. De naam waaronder de wereld haar zou kennen, kwam pas vijftien jaar later.
Wat vaststaat en wat verteld wordt
Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte rond 1797 in Hurley, Ulster County, als slaaf van de familie Hardenbergh; Nederlands als eerste taal en een Nederlands accent haar leven lang; verkoop aan Neely (ca. 1806), Schryver (1808) en Dumont (1810); de gebroken belofte van Dumont en haar vertrek met haar baby in 1826; betaling door Isaac Van Wagenen; wettelijke vrijheid op 4 juli 1827; de illegale verkoop van Peter naar Alabama en de gewonnen rechtszaak van 1828 (archiefstukken teruggevonden in 2022); verhuizing naar New York City; betrokkenheid bij de groep van Matthias (1833-1834); Peters vertrek in 1839 en verdwijning in 1842; naamsverandering in 1843; Northampton (1844); het Narrative (1850); de conventies in Worcester (1850) en Akron (29 mei 1851); de twee versies van de toespraak en hun publicatiedata; Silver Lake (1858) en de arrestaties in Indiana (1861); de ontmoeting met Lincoln op 29 oktober 1864; overlijden op 26 november 1883 in Battle Creek.
Alleen uit eigen getuigenis of latere overlevering: de sterren waar haar moeder op wees en de uitroep “Mein Got”; haar gebeden bij de beek; de woorden tegen Dumont en van Van Wagenen; het visioen van God en Jezus in 1827; de roeping met Pinksteren 1843 en de uitleg van haar naam; het kalmeren van de millerieten; wat ze tegen Lincoln zei (uit een brief die ze liet schrijven); haar laatste woorden.
Onbevestigd: wat ze in Akron precies zei; de zin “Ain’t I a Woman?” (alleen bij Gage, twaalf jaar later); de dertien kinderen uit Gages versie (strijdig met haar eigen boek); de dood van Robert door slagen (alleen één bron gezien); de mobaanval waarna ze met een stok liep (geen datum of plaats); de claim dat zij de eerste zwarte vrouw was die zo’n zaak won.
Duiding: het Narrative is door Olive Gilbert opgeschreven en bevat aantoonbare misverstanden, zoals “Mau-mau Bett” voor “mama Bet”. Haar jeugdverhalen zijn waardevol, maar ze komen via de pen van een ander.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Library of Congress, “Sojourner Truth’s Most Famous Speech” (2021)
- The Low Countries, “Sojourner Truth”
- Nationaal Archief, Sojourner Truth
- Narrative of Sojourner Truth (1850), Documenting the American South
- Narrative of Sojourner Truth, Project Gutenberg
- Bunk History, “State Archives Find Sojourner Truth’s Historic Court Case” (2022)
- National Park Service, Sojourner Truth
- The Sojourner Truth Project, “Compare the Two Speeches”
- Indiana History Blog, “The Symbolic Rape, Arrest, and Defense of Sojourner Truth in Indiana”
- PBS, This Far by Faith: Sojourner Truth
- Christianity Today, “Sojourner Truth” (2008)
- Christian Century, Elizabeth Felicetti, “An unlettered theologian”
- Spectrum (2022), artikel over Sojourner Truth en de adventisten
- Case Western Reserve University, 19th at 100: Sojourner Truth
- Teaching American History, “Interview with Lincoln” (brief van 17 november 1864)