Vrouwenvan God

Deel 2 · Vrouwen van God · Hoofdstuk 3

Amanda Smith

de wasvrouw die twee keer werd vrijgekocht

1837-1915Maryland, Liberia en India

Op een zondag in september 1868 zat een zwarte wasvrouw in de Green Street Methodist Church in New York. Ze was eenendertig. Op de kansel stond John Inskip, een bekende predikant van de heiligingsbeweging. Hij preekte over een rein hart, dat een gelovige door geloof van God kon ontvangen.

Amanda Smith was die ochtend de enige zwarte in de kerk. Ze was bang voor witte mensen, zo vertelde ze later zelf. En toch riep ze midden in de dienst hardop haar vreugde uit. Ze had gekregen waar ze al maanden om bad.

Inskip vergat die dag niet. Na zijn dood schreef zijn vrouw aan Amanda dat de dag in de oude Green Street nooit uit zijn herinnering was verdwenen. Hij had God gedankt dat hij erbij had mogen zijn.

Een jaar later begon Amanda te preken. Ze had nooit langer dan een paar maanden op school gezeten. Ze werd nooit door een kerk geordineerd of betaald. Ze zou spreken op kampbijeenkomsten in Amerika, in kerken in Engeland, in steden in India en in dorpen in Liberia. Ze was de eerste zwarte vrouw die als evangeliste de wereld over reisde.

Het begon op een boerderij in Maryland, waar ze als slavin werd geboren.

BEZEMS BIJ KAARSLICHT

Met haar geboorte in Long Green, Maryland, op 23 januari 1837 opent Amanda haar autobiografie, die ze in 1893 in Chicago uitgaf. Long Green ligt in Baltimore County, in het noordoosten van de Verenigde Staten. Maryland was toen een slavenstaat. Zwarte mensen konden er gekocht en verkocht worden als bezit.

Haar vader heette Samuel Berry. Hij was eigendom van Darby Insor. Haar moeder, Mariam Matthews, hoorde bij de boerderij ernaast, bij de familie van Shadrach Green. Twee slaven op naburige boerderijen, met kinderen die bij de eigenaar van de moeder hoorden.

Samuel kreeg een kleine vergoeding voor zijn werk. ’s Nachts maakte hij bezems en matten van maïsbladeren, die hij op de markt verkocht. In de oogsttijd werkte hij lange dagen op het land. Zo spaarde hij genoeg om zichzelf vrij te kopen. Daarna spaarde hij voor zijn vrouw en kinderen.

Over hoe de rest van het gezin vrijkwam, vertelt Amanda een verhaal dat ze van haar familie had. De jonge meesteres van haar moeder, die ze Miss Celie noemt, was op een methodistische kampbijeenkomst tot geloof gekomen. Toen ze jong stierf, vroeg ze op haar sterfbed of Samuel zijn vrouw en kinderen mocht hebben. Dat verhaal kennen we alleen uit Amanda’s eigen boek. Dat haar vader het gezin vrijkocht, staat in elke biografie.

Amanda was toen nog heel klein, schrijft ze. Ze herinnerde zich niets van de slavernij zelf.

EEN STATION AAN DE ONDERGRONDSE SPOORWEG

Het gezin verhuisde naar York County in Pennsylvania, een staat zonder slavernij. Rond 1850 woonden ze daar op een boerderij. Er werden nog meer kinderen geboren. Amanda zou uiteindelijk een van dertien broers en zussen zijn.

Hun huis werd een station van de Underground Railroad. Met die naam werd een geheim netwerk van huizen bedoeld, waar slaven die uit het zuiden waren gevlucht, konden schuilen op weg naar het noorden of naar Canada. Wie hen hielp, liep risico. Slavenjagers kwamen ook bij de familie Berry langs.

Naar school ging Amanda bijna niet. Haar ouders leerden haar lezen. Ze knipte grote letters uit de krant en leerde zo woorden herkennen. Alles bij elkaar zat ze ongeveer drie maanden op school, schreef ze later. Op dertienjarige leeftijd ging ze aan het werk als dienstmeisje bij witte gezinnen.

In die jaren ging ze naar een opwekkingsdienst van de methodisten. Toen er werd opgeroepen om naar voren te komen, ging ze. Ze was het enige zwarte meisje in de zaal, zo vertelde ze. Een vrouw die Mary Bloser heette, bad met haar. Maar het geloof hield niet lang stand. Ze stopte met de bijbelkring, ging twijfelen en las zelfs een boek van een ongelovige. Een tante sprak haar daarop scherp aan. Volgens haar eigen verslag brak toen iets open.

Uit diezelfde jaren komt een verhaal dat ze in haar autobiografie een heel hoofdstuk geeft. Een van haar zussen, Frances, die in vrijheid geboren was, werd in Maryland tot slaaf gemaakt. Amanda leende vijftig dollar om haar vrij te kopen. Het hoofdstuk heet: hoe ik mijn zus Frances kocht en hoe de Heer de schuld betaalde. Ik heb dat hoofdstuk zelf niet kunnen lezen. Christelijke biografen vertellen het na uit haar boek.

VANDAAG, OF IK STERF

In september 1854 trouwde Amanda met Calvin Devine. Ze was zeventien. Calvin was volgens haar een goede man, zolang hij niet dronk. Dat deed hij vaak.

Anderhalf jaar later, op 17 maart 1856, kwam ze tot geloof. Ze had al weken gebeden en gevast. Die dag ging ze naar een kelder. Waar die kelder was, verschilt per bron: in het huis waar ze werkte, of in haar eigen huis. Ze nam zich voor dat God haar die middag zou bekeren, of anders zou ze sterven. Lang leek er niets te gebeuren. Toen beloofde ze God dat ze zou geloven als Hij haar hielp. Volgens haar eigen verslag kwam er op dat moment vrede en vreugde over haar.

Wat ze daarna deed, laat zien wie ze was. Ze zocht geen gevoel meer. Ze zocht God. Vanaf die dag had ze twee doelen, schrijft een biograaf op basis van haar boek: God beter leren kennen, en anderen over Hem vertellen.

Heb jij ooit zo gebeden? Met een datum erbij, en een grens?

VIJF KINDEREN, ÉÉN DOCHTER

Er volgden harde jaren. In 1862 ging Calvin Devine als soldaat in het leger van het noorden, in de Amerikaanse Burgeroorlog. Hij kwam niet terug. Met hem had Amanda twee kinderen gekregen. Het eerste stierf als baby. Haar dochter Mazie bleef in leven.

Rond 1863 of 1864 trouwde ze in Philadelphia met James Henry Smith. De bronnen noemen verschillende jaren. James was koetsier en diaken in de African Methodist Episcopal Church, de AME. Dat was een kerk die in 1816 door zwarte methodisten in Philadelphia was opgericht, omdat ze in de witte methodistenkerken als tweederangs leden werden behandeld. Het werd een van de belangrijkste zwarte kerken van Amerika.

Het huwelijk werd geen thuis. James had beloofd evangelist te worden, maar volgens Amanda kwam daar niets van. In 1865 verhuisden ze naar New York. Toen James in 1868 opnieuw verhuisde, ging zij niet mee. Ze kregen drie kinderen: Nell, Thomas Henry en Will. Alle drie stierven ze jong.

Over het sterven van Will vertelt Amanda zelf. Hij was volgens haar de slimste en meest beloftevolle van haar kinderen. Terwijl hij ziek lag, worstelde ze met God. Ze vastte tot ze het oprecht kon zeggen: “Laat de wil van de Heer geschieden” (vrij vertaald). Hij stierf vroeg in de ochtend in haar armen. Voor de begrafenis had ze geen geld. Een christelijke vrouw die ze nauwelijks kende, gaf haar de twintig dollar die het kostte.

Ondertussen moest ze werken. Ze was kok en ze was wasvrouw. Ze waste en streek voor anderen, met de tobbe en de strijkijzers. Later noemde ze zichzelf de wasvrouw-evangeliste.

Toen James in november 1869 stierf, was Amanda tweeëndertig. Ze had twee mannen en vier van haar vijf kinderen verloren.

ALLES OP HET ALTAAR

In diezelfde jaren hoorde Amanda over de heiligingsbeweging. Dat was een stroming binnen het methodisme. John Wesley, de stichter van de methodisten, had geleerd dat een christen na de bekering ook een tweede genade kon ontvangen. God zou het hart reinigen van de neiging tot zonde, zodat een gelovige Hem met een onverdeeld hart kon liefhebben. Wesley noemde dat volmaakte liefde. Na 1860 kreeg die leer in Amerika nieuwe kracht, met grote kampbijeenkomsten in de open lucht. In 1867 werd daarvoor een landelijke vereniging opgericht.

Amanda verlangde naar die tweede zegen. Ze kreeg eerst vaag advies van een ouderling, en het zoeken duurde lang. Volgens haar eigen verslag begreep ze uiteindelijk dat ze alles moest overgeven. Ze legde, zoals ze het zelf zei, haar alles op het altaar.

Toen kwam die zondag in september 1868 in de Green Street Church. Op weg naar huis sprak ze een paar zwarte vrouwen aan, die ze trots vond. Ze vertelde hun wat God gedaan had. Zo staat het in haar boek. Ze hadden geen antwoord.

Ik vind dit een van de mooiste dingen aan haar verhaal. De angst voor witte mensen zat diep, na alles wat haar familie had meegemaakt. In een witte kerk vond ze de vrijheid om hardop te zijn wie ze was.

TWEE LETTERS IN HET VUUR

In november 1869 wist Amanda dat ze moest preken. Er gaat een verhaal rond, uit haar eigen getuigenis, dat ze in een visioen de letters G en O zag, als van vuur. Go. Ga. Ze nam het op als een opdracht.

Een vrouw die preekte, was in die tijd voor veel kerken een probleem. Een zwarte vrouw die preekte, nog meer. Amanda ging toch. Ze vertrok naar Salem in New Jersey en bleef daar tot juni 1870. In oktober 1870 werd ze een reizende evangeliste.

Een vrouw die haar in die tijd in Philadelphia hoorde spreken, Mary Denman, schreef later dat Amanda haar tobbe en haar strijkijzers nog niet had weggelegd. Ze stond er in haar werkkleding van wasvrouw.

Ze reisde alleen, met de trein, en droeg een eenvoudige luifelmuts en een bruine of zwarte jurk in de stijl van de quakers, met een reistas van tapijtstof. Ze zong en ze getuigde. Op de grote kampbijeenkomsten van de heiligingsbeweging werd ze een bekende stem, ook bij witte bezoekers. Daar noemden ze haar de zingende pelgrim. In 1873 leidde ze op de nationale bijeenkomst in Landisville, Pennsylvania, gebedsdiensten. Volgens haar biograaf Adrienne Israel zei ze daar dat ze sinds haar heiliging niet meer wit wilde zijn. Ze was blij dat God haar zo gemaakt had. In 1874 sprak ze in Ocean Grove, New Jersey.

EEN GEVLEKTE VOGEL

Overal ging het niet zo. Veel kerken bleven dicht voor haar. Lokale kranten drukten soms protesten af. In treinen en hotels merkte ze wat haar kleur betekende. Soms moest ze wachten tot alle witte reizigers waren uitgestapt.

Onder haar eigen mensen lag het ook moeilijk. Ze noemde zichzelf een gevlekte vogel, een woord uit de profeet Jeremia. Ze was een vrouw, ze was arm, ze kleedde zich als een quaker. Ze paste nergens helemaal.

In 1872 ging ze naar de algemene synode van de AME in Nashville, Tennessee. Mannen in de kerk ontmoedigden haar. Ze waren bang dat ze kwam om te pleiten voor de ordinatie van vrouwen. Die vraag is daar nooit op tafel gekomen. Amanda zelf schreef dat ze er nooit aan had gedacht. “De gedachte aan ordinatie is nooit bij me opgekomen,” schreef ze (vrij vertaald). Ze had haar ordinatie al, zei ze, van Hem die tegen Zijn discipelen zei: Niet u hebt Mij uitverkoren, maar Ik heb u uitverkoren, en Ik heb u ertoe bestemd dat u zou heengaan en vrucht dragen (Johannes 15:16).

Ze verliet de AME nooit. Volgens één encyclopedie hielp haar voorbeeld mee dat die kerk in 1884 vrouwen een vergunning gaf om als evangelist te werken. Dat verband is een duiding van een historicus. Amanda zelf vroeg er niet om.

OVER DE ZEE NAAR KESWICK

Amanda was bang voor de zee. In 1878 stapte ze toch aan boord van het schip de Ohio, op weg naar Engeland. Ze ging naar de heiligingsconferentie in Keswick, in het noorden van het land. Haar dochter Mazie ging mee om er te studeren.

Aan boord raakte ze bevriend met quakers, die haar vroegen om diensten te houden voor de passagiers. In Engeland sprak ze in de open lucht, in zalen en in kerken van baptisten en methodisten. Ook in Schotland en Ierland preekte ze. Vrienden betaalden haar onkosten. In Birmingham ontstond een band met een vereniging van vrouwen die later haar werk in Amerika zou steunen.

Was het moed? Amanda zou zeggen dat het gehoorzaamheid was. Ze bad, en ze ging.

KNIELEN OP HET GRAS IN CALCUTTA

In Engeland ontmoette ze een zendelinge, Lucy Drake, die haar overhaalde om naar India te gaan. In november 1879 kwamen ze aan in Bombay, het huidige Mumbai. India was toen een kolonie van Groot-Brittannië. Methodistische zendelingen uit Amerika werkten er onder Indiërs en onder Britten en Anglo-Indiërs in de grote steden.

Amanda reisde langs zendingsposten en kerken. Ze sprak over heiliging en over de strijd tegen drank. Ze zag hoe Europese handelaren sterkedrank invoerden, en dat liet haar niet meer los. In India kwam ze ook een nieuwe tegenstand tegen: veel Indiërs vonden het verkeerd dat een vrouw in het openbaar het evangelie verkondigde.

Een van de mannen die met haar werkte, was James Mills Thoburn, later methodistisch bisschop voor India. Hij schreef in 1891, vanuit Calcutta, het huidige Kolkata, de inleiding bij haar autobiografie. Daarin vertelt hij over een bijeenkomst in de open lucht. Een opgewonden en vijandige menigte drong op. Amanda knielde op het gras en begon te bidden. De menigte werd stil en bleef staan. Zo getuigde Thoburn, die erbij was.

Thoburn schreef ook dat ze een “buitengewoon vermogen tot onderscheiding” had (vrij vertaald). Ze doorzag dwalingen waar ontwikkelde mannen in waren getrapt. Hij erkende dat hij van haar meer had geleerd over preken dan van wie ook. Een bisschop die dat schrijft over een vrouw die drie maanden naar school was geweest, zegt iets over haar. En ook iets over hem.

ACHT JAAR IN WEST-AFRIKA

In 1881 ging Amanda opnieuw op reis, via Engeland naar Monrovia in Liberia. Liberia was een land aan de westkust van Afrika, gesticht door Amerikanen voor vrijgelaten slaven en hun nakomelingen. Er woonden twee groepen naast elkaar: de Amerikaans-Liberiaanse elite aan de kust en de Afrikaanse volken in het binnenland. Amanda werkte er en in het naburige Sierra Leone ongeveer acht jaar, onder anderen met de methodistische zendingsbisschop William Taylor.

Ze richtte afdelingen op van de Band of Hope, een beweging die kinderen leerde geen drank te drinken. Ze hield opwekkingsdiensten, zorgde voor zieken en hielp scholen beginnen, waaronder een christelijke school voor jongens. Ze kreeg keer op keer malaria. Ze bleef.

Ze nam twee kinderen op die geen ouders meer hadden, Bob en Frances. Toen ze in 1889 vertrok, nam ze Bob mee naar Amerika. Frances liet ze achter bij vrienden.

Hier wil ik eerlijk zijn. Wat Amanda over Liberia en Sierra Leone schreef, laat soms de blik zien van een Amerikaanse christen uit die tijd. Ze zag westerse scholing, westerse kleding en westerse zeden vaak als vanzelfsprekend beter. Historici wijzen daarop. Ze wijzen er ook op dat ze de gedachte dat zwarte mensen minder waard zouden zijn, afwees. Ze kwam uit de slavernij. Ze wist wat die gedachte kon aanrichten.

EEN WEESHUIS BIJ CHICAGO

In 1890 kwam ze terug in Amerika, ziek van malaria en reuma. Ze was drieënvijftig. Ze ging wonen bij Chicago en schreef haar autobiografie. Het boek werd ruim vijfhonderd bladzijden dik en verscheen in 1893.

Haar laatste grote werk was voor kinderen die niemand had. Met haar eigen spaargeld en met giften kocht ze grond in Harvey, een plaats ten zuiden van Chicago. Op 28 juni 1899 opende daar een tehuis en industrieschool voor zwarte weeskinderen en verlaten kinderen. Later heette het de Amanda Smith Industrial School for Girls. Om het te betalen gaf ze een maandblad uit, The Helper, en bleef ze preken en zingen in kerken.

Het tehuis had het altijd moeilijk. Er was te weinig geld, er waren conflicten met personeel, er waren klachten van buren en afgekeurde inspecties. Het fondsenwerven putte haar uit. In 1912 trok ze zich terug in Sebring, Florida, in een huis dat een weldoener voor haar had laten bouwen.

TWEE KEER VRIJGEKOCHT

Amanda Smith stierf op 24 februari 1915 in Sebring, aan een beroerte. Ze was achtenzeventig. Ze werd begraven in Illinois. De Chicago Defender, een zwarte krant die vocht voor burgerrechten, noemde haar bij haar dood de grootste vrouw die haar volk aan de wereld had gegeven.

Drie jaar later brandde haar school in Harvey af. Volgens latere bronnen kwamen daarbij twee meisjes om, en ging het tehuis voorgoed dicht.

Ze liet geen kerk na en geen beweging die haar naam draagt. Wel een boek, en de herinnering van mensen die haar hadden horen zingen, van Ocean Grove tot Monrovia.

Er is een zin van haar die vaak wordt aangehaald. Ze zei dat ze twee keer was gekocht en twee keer was vrijgelaten, en dus een goed recht had om te juichen. De eerste keer kocht haar vader haar vrij, met bezems die hij ’s nachts bond. De tweede keer gebeurde het in een kelder, op een middag in maart.

Dossier

Wat vaststaat en wat verteld wordt

Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte op 23 januari 1837 in Long Green, Maryland, als slavin; ouders Samuel Berry en Mariam Matthews; vrijkoop door haar vader en verhuizing naar York County, Pennsylvania; huwelijk met Calvin Devine in 1854, die niet uit de Burgeroorlog terugkwam; huwelijk met James Smith in Philadelphia (jaar 1863, 1864 of 1865); vijf kinderen, van wie alleen Mazie volwassen werd; werk als kok en wasvrouw; heiliging in september 1868 in de Green Street Church in New York onder prediking van John Inskip; dood van James in 1869; begin als evangeliste in 1869 en 1870; nooit geordineerd of betaald door een kerk; bezoek aan de AME-synode in Nashville in 1872; Engeland in 1878; India vanaf november 1879; West-Afrika van 1881 tot 1889; terugkeer in 1890; autobiografie in 1893; weeshuis in Harvey, geopend op 28 juni 1899; vertrek naar Sebring in 1912; overlijden in februari 1915.

Alleen uit eigen getuigenis of latere overlevering: het sterfbedverzoek van Miss Celie; het vrijkopen van haar zus Frances; de details van haar bekering in de kelder; haar angst en haar uitroep in de Green Street Church; het gesprek met de vrouwen op weg naar huis; het sterven van Will en de twintig dollar; het visioen van de letters GO; haar woorden in Landisville (via haar biograaf Israel); de knielende Amanda in Calcutta (getuigenis van Thoburn).

Onbevestigd: de plaats van de kelder waar ze tot geloof kwam (haar werkplek of haar eigen huis); de exacte datum van haar dood (24 februari volgens de meeste bronnen, 25 februari volgens andere); het aantal omgekomen meisjes bij de brand van 1918 (één bron).

Duiding: dat haar voorbeeld de AME in 1884 bewoog om vrouwen als evangelist te erkennen, is de lezing van een historicus. Haar oordeel over Afrikanen in Liberia en Sierra Leone wordt door historici deels gezien als koloniaal gekleurd.

Bronnen bij dit hoofdstuk

  1. Amanda Smith, An Autobiography (1893), tekst op archive.org
  2. Documenting the American South, samenvatting van de autobiografie
  3. Documenting the American South, volledige tekst van de autobiografie
  4. Mary De Jong, “Amanda Berry Smith”, African American National Biography
  5. Encyclopedia.com, “Smith, Amanda Berry (1837-1915)”, Women in World History
  6. Gary B. McGee, Boston University History of Missiology
  7. Vivian L. Hairston, Ashland Theological Journal 37 (2005)
  8. Christian History Institute, “Once a slave, Amanda Smith’s faith brought her worldwide fame”
  9. Christianity Today, Christian History
  10. Christianity.com, Amanda Smith
  11. Bridwell Library, Fifty Women
  12. CBE International, “Our Heritage, Part 3”
  13. World Religions and Spirituality Project, tijdlijn Amanda Berry Smith
  14. Encyclopedia.com, “Smith, Amanda”
  15. Wikipedia, “Amanda Smith”
Liever het hele boek?PDF downloadenE-book (EPUB)Over dit deel