Ze was tweeënveertig jaar en zeven maanden oud. Zo precies schreef ze het later op, aan het begin van haar eerste grote boek. Het was het jaar 1141. Een vurig licht, zo vertelde ze, vulde haar hele verstand en zette haar hart in vuur. Het was gloeiend heet, schreef ze, maar het verbrandde niet.
Toen hoorde ze een stem. Die noemde haar een zwak mens, as van as. En die stem gaf haar een opdracht: “Zeg en schrijf wat je ziet en hoort” (vrij vertaald).
Ze deed het niet. Ze weigerde lang, schreef ze, niet uit koppigheid maar uit nederigheid. Tot ze ziek werd en in bed belandde. Pas toen begon ze te schrijven. Het kostte haar tien jaar.
Dit is haar eigen verslag. Niemand anders was erbij in haar hoofd en hart. Wat wel vaststaat, is wat er daarna gebeurde. Een non uit een klein klooster in het Rijnland schreef boeken die een paus hardop liet voorlezen. Ze schreef brieven aan pausen, aan een keizer en aan bisschoppen. Ze componeerde muziek die nu nog wordt gezongen. Ze reisde als oude vrouw langs kathedralen om te preken. En meer dan achthonderd jaar na haar dood noemde de Rooms-Katholieke Kerk haar een kerklerares, een titel die maar weinig mensen kregen.
Maar in 1141 was ze vooral een vrouw die niet durfde. Om te begrijpen waarom, moeten we terug naar een meisje van acht.
EEN KIND DAT WERD WEGGEGEVEN
Hildegard werd geboren in 1098, waarschijnlijk in Bermersheim, een dorp bij Alzey. Dat ligt in het huidige Duitsland, in de deelstaat Rijnland-Palts, ten zuidwesten van Mainz. Een oudere encyclopedie noemt Böckelheim aan de Nahe als geboorteplaats. De meeste bronnen houden het nu op Bermersheim.
Haar ouders waren van adel en hadden land. In de verhalen over haar heet ze het tiende kind, maar van zoveel broers en zussen is niet in alle bronnen een spoor te vinden. Dat ze een groot gezin had, staat wel vast.
Je moet je de wereld van toen niet voorstellen als een land. Er was het Heilige Roomse Rijk, een los geheel van vorstendommen onder een keizer. Bisschoppen waren er ook landheren. De kerk van West-Europa was één kerk, met de paus in Rome aan het hoofd. Een reformatie zou pas vierhonderd jaar later komen.
Voor een meisje uit de adel waren er grofweg twee wegen: trouwen of het klooster in. Hildegards ouders kozen voor haar. Ze wijdden haar aan God. Toen ze acht was, werd ze een oblaat, een kind dat door de ouders aan een klooster werd gegeven. De Regel van Benedictus, de leefregel die de monnik Benedictus in de zesde eeuw schreef en die veel kloosters volgden, beschrijft dat gebruik in een eigen hoofdstuk.
Eerst ging ze naar een weduwe, Uda. Daarna werd ze toevertrouwd aan Jutta van Sponheim, een jonge vrouw uit een adellijke familie. Op 1 november 1112 lieten Jutta en Hildegard zich insluiten bij het benedictijnenklooster op de Disibodenberg, een heuvel in de buurt van Bingen. Dat insluiten moet je letterlijk nemen. Een kluizenares leefde afgezonderd in een kleine ruimte die aan een kerk of klooster vastzat.
Het klooster op de berg was een mannenklooster. De vrouwen leefden ernaast, onder het gezag van de abt. Om de kluis van Jutta groeide in de jaren daarna een kleine vrouwengemeenschap.
In 1115 legde Hildegard haar kloostergelofte af. Het leven draaide om de getijden, de vaste gebedsdiensten waarin de psalmen werden gezongen. Ze zou zichzelf later ongeschoold noemen. Een monnik van het klooster, Volmar, werd haar leraar. Hij bleef tot zijn dood aan haar zijde.
“VAN MIJN VROEGSTE KINDERTIJD”
Hildegard had een geheim, en ze vertelde het bijna niemand. Ze zag dingen. Zo schreef ze het zelf, jaren later, in een brief aan de beroemdste monnik van Europa. Ze had van haar vroegste kindertijd af grote wonderen gezien, schreef ze, met de ogen van haar geest en niet met haar gewone ogen.
Ze beschreef het nooit als dromen of als een soort trance. Ze zag, zei ze, terwijl ze wakker was en helder van geest. In een brief op hoge leeftijd gaf ze het licht dat ze zag een naam: de schaduw van het levende licht.
Wat moet een protestantse lezer daarmee? Ik vertel het zoals zij het vertelde, want anders begrijp je haar leven niet. Of het zo gebeurd is, kan geen historicus controleren. In de twintigste eeuw schreef de neuroloog Oliver Sacks dat haar beschrijvingen hem deden denken aan migraine. Het blijft een mogelijke verklaring van een arts die haar nooit heeft ontmoet. Hildegard zelf twijfelde niet aan de bron. Ze twijfelde wel aan zichzelf.
EEN VROUW AAN HET HOOFD
In 1136 stierf Jutta. De zusters kozen Hildegard tot hun magistra, hun leidster. Ze was achtendertig. Ze leidde nu een vrouwengemeenschap, maar die stond nog steeds onder de abt van de Disibodenberg, Kuno.
Vijf jaar later kwam het licht van 1141, en de opdracht om te schrijven. Ze dicteerde aan Volmar en aan een jonge non die ze zeer liefhad, Richardis van Stade. Het boek dat zo ontstond, kreeg de titel Scivias, Latijn voor “Ken de wegen”. Het beschrijft vijfendertig visioenen, van de schepping tot het einde van de tijd. In het midden staat volgens Benedictus XVI de verbondenheid van God met de mens, die zichtbaar werd toen Christus mens werd.
Hoe weet je of wat je innerlijk ziet of hoort van God komt? Die vraag kwelde haar. Ze was een vrouw, ze was ongeschoold, en de kerk van haar tijd liet vrouwen niet onderwijzen. Ze besloot hulp te zoeken bij iemand met gezag.
EEN BRIEF AAN CLAIRVAUX
Rond 1146 schreef ze aan Bernardus van Clairvaux. Hij was abt van een klooster in Frankrijk, de bekendste prediker van zijn tijd en een man die pausen raad gaf. Haar brief is bewaard gebleven. Ze noemde zichzelf ellendig, en nog meer dan ellendig, in haar staat als vrouw. Ze vroeg hem of ze moest spreken over wat ze zag, of zwijgen.
Het antwoord van Bernardus was kort. Hij moedigde haar aan en vroeg haar voor hem te bidden. Meer niet. Volgens latere bronnen sprak hij wel bij de paus ten gunste van haar. Dat staat in een encyclopedie, maar de precieze rol van Bernardus is niet in een brief vastgelegd.
Het moment waarop alles veranderde, ligt in de winter van 1147 op 1148. Paus Eugenius III hield een kerkvergadering, een synode, in Trier. Aartsbisschop Hendrik van Mainz legde hem een tekst van Hildegard voor. De paus las eruit voor. Hij gaf haar toestemming om op te schrijven wat ze zag. De apostolische brief van 2012 zegt erbij dat ze ook in het openbaar mocht spreken. Een bisschop, Albero van Verdun, onderzocht haar en bracht er gunstig verslag over uit.
Hildegard schreef de paus daarna een brief. Ze noemde zichzelf daarin klein en onbeduidend, en ze vroeg hem haar boek te steunen. Uit die brief blijkt dat veel geleerde mannen tegen haar werk waren. Ze kreeg de goedkeuring van de hoogste kerkleider van haar tijd. Ze kreeg de geleerden er niet allemaal mee.
EEN BERG DIE ZE MOEST VERLATEN
Hildegard wilde weg van de Disibodenberg. Haar groep groeide, en ze wilde een eigen klooster voor de zusters. Ze had een plek op het oog: de Rupertsberg, een heuvel bij Bingen aan de Rijn.
Abt Kuno wilde haar niet laten gaan. Hij wilde haar als priorin onder zijn eigen gezag houden. Er was veel tegenstand, schrijven de bronnen. Volgens de overlevering in haar levensbeschrijving werd Hildegard in die tijd zo ziek dat ze niet meer kon bewegen. Ze zag het als een teken dat God het niet goedvond dat ze bleef. Pas toen de abt zelf haar niet overeind kreeg, zou hij hebben toegegeven. Dit verhaal komt uit haar eigen kring en is niet van een andere kant bevestigd.
In 1150 verhuisde ze met ongeveer twintig zusters naar de Rupertsberg. Volmar ging mee als priester. Een oudere bron spreekt van achttien zusters en een iets eerder jaar. In 1152 wijdde de aartsbisschop van Mainz de kerk van het nieuwe klooster. Een jaar eerder, in 1151, was Scivias af.
RICHARDIS
In datzelfde jaar 1151 kwam de pijnlijkste breuk van haar leven. Richardis van Stade, de non die haar had geholpen bij het schrijven, werd gekozen tot abdis van een klooster in Bassum, in Noord-Duitsland. Haar familie had invloed, en haar broer Hartwig was aartsbisschop van Bremen.
Hildegard wilde haar niet laten gaan. Ze schreef aan de familie, ze smeekte Richardis te blijven. Het hielp niet. Richardis vertrok. Op 29 oktober 1152 stierf ze in Bassum, na nog geen jaar als abdis. Volgens een bron was ze van plan geweest terug te komen naar Hildegard.
In oktober 1152 schreef Hildegard aan Hartwig. Die brief is bewaard. Ze schreef dat ze vertrouwen had in het heil van Richardis. En ze schreef over haar dood: “God had haar meer lief” (vrij vertaald). Ze zou het verdriet uit haar hart zetten, zei ze.
Ik vind dit een van de eerlijkste brieven uit haar leven. De vrouw die keizers terechtwees, kon een vriendin niet loslaten. Ze schreef het op, en ze gaf het daarna aan God terug.
EEN ABDIS DIE NIET STILZAT
Op de Rupertsberg schreef Hildegard verder. Tussen 1158 en 1173 ontstonden het Boek van de verdiensten van het leven, over deugden en zonden, en het Boek van de goddelijke werken. Dat laatste bestaat uit vijf visioenen. Benedictus XVI schreef dat het geïnspireerd is door het begin van het evangelie naar Johannes, over het Woord dat in het begin bij God was.
Ze schreef ook over de natuur en over ziekte. In twee boeken, Physica en Causae et curae, beschreef ze planten, dieren, stenen en de werking van het lichaam, zoals de geleerden van haar tijd die zagen. Ze verzon zelfs een eigen taal, de Lingua ignota, de onbekende taal, met ruim duizend woorden en een eigen alfabet. Waarvoor die taal diende, weet niemand zeker.
En ze schreef muziek. Haar liederen voor de getijden zijn verzameld onder de titel Symphonia. Ze schreef ook een zangspel, de Ordo Virtutum, het spel van de deugden. Daarin zingen de deugden en een ziel. Alleen de duivel zingt niet. Het spel was bedoeld voor de nonnen van haar eigen klooster.
In 1165 stichtte ze een tweede klooster, in Eibingen, aan de overkant van de Rijn, boven Rüdesheim. Ze was abdis van allebei.
“LUISTER, KONING”
Vanaf de Rupertsberg schreef Hildegard brieven naar heel Europa. Er zijn er ongeveer vierhonderd bewaard. Ze schreef met minstens vier pausen, met aartsbisschoppen, bisschoppen, abten en abdissen. Ook gewone mensen vroegen haar om raad.
Een van haar correspondenten was keizer Frederik I, die Barbarossa werd genoemd, roodbaard. Hij lag in strijd met paus Alexander III en steunde tegen hem een reeks tegenpausen, mannen die zich ook paus noemden. Zo ontstond er een scheuring in de kerk. Hildegard schreef de keizer dat ook hij onder Gods oordeel stond. In een van haar brieven, die Benedictus XVI aanhaalde, schreef ze: “Luister, koning, als je wilt leven” (vrij vertaald).
Ze was een vrouw in een klooster, zonder leger, zonder land. Ze had alleen haar pen en de overtuiging dat ze doorgaf wat ze zag. Pas na een nederlaag in 1176 legde Barbarossa zich bij Alexander neer. Of haar brieven daar iets aan bijdroegen, is niet te zeggen.
EEN OUDE VROUW OP DE PREEKSTOEL
Tussen 1158 en 1171 deed Hildegard iets wat voor een vrouw in haar tijd uiterst zeldzaam was. Ze ging op reis om te preken. Ze sprak in kloosters, op pleinen en in kathedralen, in Mainz, Würzburg, Bamberg, Trier, Metz, Keulen en Luik. Volgens de apostolische brief van 2012 deed ze dat op uitnodiging van de pausen Hadrianus IV en Alexander III. Toen ze in 1171 haar laatste reis afrondde, was ze drieënzeventig.
Ze preekte vooral tegen geestelijken en kloosterlingen die niet leefden zoals ze beloofd hadden. Ze sprak ook tegen de katharen, een beweging die de kerk wilde zuiveren en daarbij volgens Hildegard de kerk zelf afbrak. Haar weg was een andere: bekering van het hart. Er zijn achtenvijftig preken van haar bewaard.
Een encyclopedie schrijft dat ze de enige vrouw in de middeleeuwen was die zo preekte. Bewijzen is lastig. Wel staat vast dat het hoogst ongewoon was, en dat ze het deed met toestemming van de kerkleiding. Ze ging niet buiten haar kerk om. Ze ging door de deur die haar werd geopend.
Zou jij op je zeventigste nog over slechte wegen naar steden trekken om mensen op te roepen tot bekering?
HET JAAR ZONDER ZANG
In 1173 stierf Volmar, haar leraar, biechtvader en schrijver. Een monnik uit de huidige Belgische plaats Gembloux, Guibert, nam zijn taak als secretaris over. Aan hem schreef ze de brief over het levende licht.
Toen kwam het laatste conflict. In 1178 werd op het kerkhof van de Rupertsberg een edelman begraven. Hij was ooit in de ban gedaan, geëxcommuniceerd, wat betekende dat hij was uitgesloten van de sacramenten. Maar hij had voor zijn dood gebiecht en de communie ontvangen, en zijn eigen priester had hem begraven. Voor Hildegard was hij met de kerk verzoend.
De kerkleiders van Mainz zagen dat anders en eisten dat het lichaam werd opgegraven. Hildegard weigerde. Toen legden ze haar klooster een interdict op, een kerkelijke straf. Er mocht geen mis meer gevierd worden, de nonnen mochten de communie niet ontvangen en ze mochten de getijden niet meer zingen.
Voor een vrouw die haar leven lang voor de lofzang had geleefd, was dat een zware slag. Ze schreef de prelaten van Mainz een lange brief. Daarin legde ze uit dat de lofzang in de kerk door de Heilige Geest geworteld is. Wie zonder goede reden een kerk het zingen verbood, schreef ze, moest zich bekeren. Ze vroeg hen het eerst grondig te bespreken.
Het duurde maanden en er gingen veel brieven heen en weer. Een paar maanden voor haar dood werd het interdict opgeheven. De nonnen mochten weer zingen.
Hildegard werd in de zomer van 1179 ziek. Op 17 september 1179 stierf ze op de Rupertsberg. Ze was eenentachtig jaar. Ze werd begraven voor het altaar van haar kloosterkerk.
Volgens de verhalen die over haar sterven werden doorgegeven, zagen de zusters twee lichtstralen aan de hemel die elkaar boven haar kamer kruisten. Dat verhaal komt uit de vroege verering van haar en is door niemand anders vastgelegd. Twee monniken, Gottfried en Theoderik, schreven haar levensbeschrijving, de Vita. Gottfried begon er al in 1174 aan, toen ze nog leefde.
EEN HEILIGE ZONDER HEILIGVERKLARING
Kort na haar dood werd ze als heilige vereerd. In 1227 begon paus Gregorius IX een officieel onderzoek. Het verslag werd in 1237 afgewezen, omdat er te weinig in stond over de wonderen. Latere pausen probeerden het opnieuw. Het proces werd nooit afgerond. Wel noemde een pauselijk document uit 1326 haar al “heilige Hildegard”, en eind zestiende eeuw kwam haar naam in het Romeins martyrologium, de officiële heiligenkalender van de Rooms-Katholieke Kerk.
In 1632, in de Dertigjarige Oorlog, verwoestten Zweedse troepen de Rupertsberg. De nonnen brachten haar relieken, haar overblijfselen, naar Eibingen. In 1904 trokken benedictinessen in een nieuwe abdij boven Eibingen, die haar naam draagt.
In de twintigste eeuw kwam er een nieuwe belangstelling voor haar. Een Oostenrijkse arts, Gottfried Hertzka, ging met haar recepten aan de slag. Zo ontstond wat nu Hildegard-geneeskunde heet. Ook in esoterische kringen werd ze populair. Veel van wat er nu onder haar naam verkocht wordt, is van later. Onderzoekers van kloostergeneeskunde zijn er kritisch over. Wie haar wil leren kennen, kan het beste haar eigen boeken en brieven lezen.
Op 10 mei 2012 verklaarde paus Benedictus XVI haar heilig. Hij deed dat op een bijzondere manier, zonder nieuw proces, omdat ze al eeuwen vereerd werd. Op 7 oktober 2012 riep hij haar op het Sint-Pietersplein in Rome uit tot kerklerares. Die titel geeft de Rooms-Katholieke Kerk aan mensen van wie ze vindt dat hun onderwijs voor de hele kerk van blijvende waarde is.
HET LEVENDE LICHT
Je hoeft geen rooms-katholiek te zijn om iets van Hildegard te leren. Ik ben het zelf ook niet. Wat mij raakt, is haar aarzeling. Ze was tweeënveertig en ze wist al haar hele leven wat ze zag. Toch durfde ze het niet te zeggen. Ze vroeg raad aan Bernardus, ze legde het voor aan de paus, ze liet zich onderzoeken. Ze wilde er niet in haar eentje mee blijven lopen.
Paus Johannes Paulus II noemde haar in 1979 een licht voor haar volk en haar tijd. Zij zou dat woord zelf niet gekozen hebben. Ze schreef liever over een ander licht. Als oude vrouw op de Rupertsberg schreef ze er Guibert over. Het licht dat ze als kind had gezien, was er nog. Ze noemde het de schaduw van het levende licht.
Wat vaststaat en wat verteld wordt
Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte in 1098 in een adellijke familie in het Rijnland; toevertrouwd aan Jutta van Sponheim en ingesloten op de Disibodenberg (1112); kloostergelofte (1115); magistra na de dood van Jutta (1136); het schrijven van Scivias (1141-1151) met hulp van Volmar en Richardis; de brief aan Bernardus van Clairvaux; goedkeuring door paus Eugenius III rond de synode van Trier (1147/1148); de verhuizing naar de Rupertsberg (rond 1150) en de stichting van Eibingen (1165); het vertrek en de dood van Richardis (1152); haar boeken, muziek en ongeveer vierhonderd brieven; de preekreizen tussen 1158 en 1171; haar brieven aan Barbarossa; het interdict van 1178-1179; haar dood op 17 september 1179; de mislukte heiligverklaringsprocessen in de dertiende eeuw; de heiligverklaring op 10 mei 2012 en de titel kerklerares op 7 oktober 2012.
Alleen uit eigen getuigenis of latere overlevering: de inhoud van haar visioenen; het vurige licht van 1141 en de stem; het zien sinds haar kindertijd; haar ziekte als teken van God bij de verhuizing en het toegeven van abt Kuno; de lichtstralen boven haar sterfkamer.
Onbevestigd: haar precieze geboorteplaats (Bermersheim of Böckelheim); dat ze het tiende kind was; het jaar van de verhuizing (1147 tot 1150 in verschillende bronnen); de precieze rol van Bernardus bij de paus; of ze de enige vrouw was die in de middeleeuwen zo preekte; het doel van haar Lingua ignota.
Duiding: of haar visioenen van God kwamen, is een geloofsvraag. Een medische verklaring als migraine is een latere hypothese. De moderne Hildegard-geneeskunde en esoterische claims zijn uit de twintigste eeuw en gaan verder dan wat in haar eigen werk staat.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Benedictus XVI, apostolische brief over Hildegard als kerklerares (7 oktober 2012)
- Benedictus XVI, algemene audiëntie 1 september 2010
- Benedictus XVI, algemene audiëntie 8 september 2010
- Abtei St. Hildegard, chronologie van haar leven en heiligverklaring
- Catholic Encyclopedia (1910), “St. Hildegard”
- Hildegard, Scivias, Verklaring (Penguin Selected Writings, via UC Davis)
- Hildegard aan Bernardus van Clairvaux, 1146-47 (Epistolae, Columbia)
- Hildegard aan de prelaten van Mainz, 1178 (bronnenbundel McKay)
- Hildegard aan Hartwig van Bremen, oktober 1152 (Fordham)
- Encyclopedia.com, “Stade, Richardis von”
- Hildegard, politieke brieven (Penguin Selected Writings, via UC Davis)
- TheCollector, “Hildegard of Bingen”
- New World Encyclopedia, “Hildegard of Bingen”
- Encyclopaedia Britannica, “Saint Hildegard”
- evangelisch.de, “Hildegard von Bingen und die boomende Naturheilkunst” (2011)
- Wikipedia, “Hildegard of Bingen” (startpunt)