Vrouwenvan God

Deel 1 · Vrouwen van God · Hoofdstuk 5

Maria Woodworth-Etter

de vrouw met de opgeheven handen

1844-1924Indiana en Ohio

In de zomer van 1890 zat in een grote tent in St. Louis een arts uit Philadelphia tussen het publiek. Hij heette Theodore Diller en hij was gekomen om te kijken, niet om te bidden. In de tent pasten drie- tot vierduizend mensen. Op één avond schatte hij dat er vijfduizend binnen waren.

Wat hij zag, schreef hij op voor een medisch tijdschrift. Een vrouw van in de veertig preekte. Daarna moesten de mensen hun ogen richten op de elektrische lampen en de touwen van de tent, en hun handen opheffen. Velen vielen op de grond. Sommigen bleven liggen met wijd open ogen en stijve armen, terwijl een lied steeds opnieuw gezongen werd. Er waren meer vrouwen dan mannen bij, en bijna elke avond ook kinderen.

Diller noemde het hypnose. Over de vrouw zelf was hij hard. Ze was volgens hem geen bedriegster, schreef hij in september 1890, maar eerder “een paranoïde mens van een sterk religieus type” (vrij vertaald). Samen met een collega vroeg hij de rechtbank om haar geestelijke gezondheid te onderzoeken.

De vrouw heette Maria Woodworth. Later, na een tweede huwelijk, werd het Woodworth-Etter. Kranten noemden haar de trance-evangeliste. Ze preekte meer dan veertig jaar, in tenten, opera’s, rolschaatsbanen en kerken van allerlei soort. Toen in de twintigste eeuw de pinksterbeweging opkwam, zagen veel jonge pinkstergelovigen in haar iemand die al gezien had wat zij nu pas ontdekten. In Indianapolis bestaat nog altijd een gemeente die zij stichtte.

Over haar leven bestaan drie soorten verhalen. Er zijn haar eigen boeken. Er zijn de kranten en artsen van toen, en die waren vaak kritisch. En er is wat later bewonderaars ervan maakten. In dit hoofdstuk houd ik die drie zo goed mogelijk uit elkaar.

Het begon op een boerderij in Ohio.

EEN VADER DIE NIET THUISKWAM

Mariah Beulah Underwood werd geboren op 22 juli 1844 in New Lisbon, in Columbiana County in het oosten van de Amerikaanse staat Ohio. Het plaatsje heet nu Lisbon. Ze was een dochter van Samuel en Matilda Underwood. Het gezin had acht kinderen en was arm. Haar vader dronk.

Rond 1855 stierf hij. Volgens de meeste bronnen kreeg hij een zonnesteek; anderen spreken van bliksem. Maria was elf of twaalf. De oudste meisjes moesten uit werken om het gezin te helpen, en voor Maria was het daarmee gedaan met school.

Het Amerika van haar jeugd was een land van kleine dorpen, boerderijen en veel kerken naast elkaar. Er was geen staatskerk. Methodisten, baptisten, presbyterianen, quakers en nieuwere groepen trokken elk hun eigen mensen. Het land stond aan de vooravond van de Burgeroorlog. Vrouwen hadden geen stemrecht en konden in de meeste kerken niet preken. Bij de quakers lag dat anders: daar mocht ook een vrouw opstaan en spreken als ze zich door God geleid voelde.

“EEN LICHT KWAM OVER MIJ”

Het gezin Underwood hoorde bij de Discipelen van Christus, een beweging die de kerk wilde terugbrengen naar het Nieuwe Testament en weinig hield van gevoelsuitbarstingen. Toen Maria ongeveer dertien was, liet ze zich daar dopen. In haar eigen boek beschrijft ze dat er bij die doop een licht over haar kwam en dat ze toen bekeerd werd. Omstanders dachten dat ze flauwviel.

Kort daarna, zo schrijft ze, hoorde ze de stem van Jezus die haar riep om uit te gaan naar de wegen. Ze dacht aan de gelijkenis van de grote maaltijd, waarin de heer zijn dienaar opdraagt: En de heer zei tegen de dienaar: Ga eropuit naar de landwegen en heggen en dwing hen binnen te komen, opdat mijn huis vol wordt. (Lukas 14:23)

Een meisje van dertien dat wil preken, in een kerk die daar niets van wilde weten. Ze schreef het later zonder omwegen op: “De Discipelen geloofden niet dat vrouwen enig recht hadden om voor Jezus te werken” (vrij vertaald). Ze dacht dat ze, als ze een man was geweest, graag gepreekt zou hebben. Nu bleef het bij een verlangen.

Deze roeping kennen we alleen uit haar eigen boeken, die ze schreef toen ze al lang bekend was. Er is geen reden om eraan te twijfelen dat ze het zo beleefde. Controleren kan niemand het.

ZES KINDEREN

In 1863 trouwde ze met Philo Woodworth, een man die uit het leger van de Unie was ontslagen. Volgens een latere bron had hij een hersenletsel opgelopen. Ze gingen wonen bij Lisbon en probeerden te boeren.

Ze kregen zes kinderen. Vijf van hen stierven jong. In haar boek noemt Maria ze bij naam. Georgie werd zeven en stierf na maanden ziek te zijn geweest. Gertie werd vier maanden. Willie werd bijna zeven. Freddy stierf binnen een jaar na het eerste verlies. Ook een zoontje stierf toen hij klein was. Alleen Lizzie bleef in leven.

Ik kan die opsomming niet lezen zonder even te stoppen. Maria schrijft er sober over, zonder te klagen tegen God, maar ook zonder te doen alsof het licht was.

Zelf was ze in die jaren vaak ziek. Het gezin verhuisde en kwam te wonen tussen quakers. Volgens haar eigen verslag namen die haar mee naar hun samenkomsten, en daar kwam het oude verlangen terug. Rond 1879 maakte ze opnieuw een keuze voor Christus, bij een opwekkingsdienst van de quakers.

In de lange periode van ziekte had ze visioenen, zo vertelt ze. Ze zag de afgrond open liggen en mensen die op het punt stonden erin te vallen. Ze zag Jezus, die tegen haar zei dat ze moest gaan en dat Hij met haar zou zijn. Ze beloofde God dat ze zou werken als Hij haar beter maakte. Volgens haar eigen woorden begon ze vanaf dat moment te herstellen.

Ze was bang. Ze beschrijft zichzelf als verlegen, gebonden door mensenvrees. Thuis kreeg ze geen steun. Haar man en haar dochter verzetten zich ertegen, en ook vrienden en familie vonden het niets. Later veranderde Philo van mening en wilde hij met haar mee.

In 1880, na de dood van haar vijfde kind, koos ze voor het werk. Ze was vijfendertig. Haar eerste preek hield ze in een plaats waar ze eerder gewoond had, over de oproep om je huis op orde te brengen. Volgens haar eigen telling kwamen er twintig mensen tot bekering.

Hoe lang heb jij gewacht met iets waarvan je wist dat God het van je vroeg? Bij Maria zat er meer dan twintig jaar tussen de stem op haar dertiende en de eerste preek.

EEN VERGUNNING, EN MENSEN DIE VIELEN

Geen enkele grote kerk wilde een vrouw als predikant. Maria vond haar plek bij kleinere kerken. Eerst kreeg ze een vergunning om te preken van de United Brethren in Christ, een kerk die uit Duitstalige opwekking in Pennsylvania was voortgekomen. In 1884 kreeg ze een vergunning van de Churches of God in Indiana. Die kerk heette ook wel de Winebrenneriaanse kerk, naar haar stichter John Winebrenner, en ze stond open voor opwekkingsdiensten en voor de heiligingsbeweging. Die beweging leerde dat een christen na de bekering een tweede, diepe reiniging van het hart kon ontvangen.

Ze trok rond in Ohio en Indiana en preekte in schooltjes, kapelletjes en kerken van wie haar maar uitnodigde. Ze bleef zich verre houden van ruzies over leerstellingen. Ook in haar eigen kerk had ze tegenstanders. Ouderling E. L. Frazier noemde haar diensten “een smaad en een schande voor de godsdienst van God” (vrij vertaald).

In 1883 gebeurde in Fairview, Ohio, iets wat haar zelf schrok. Mannen en vrouwen vielen neer en lagen er volgens haar verslag bij alsof ze dood waren. Na een tijd stonden ze op en vertelden over visioenen. In november van dat jaar, in een methodistenkerk in Monroeville, Indiana, viel ze zelf meerdere keren onder wat zij “de kracht” noemde.

Dit werd het kenmerk van haar diensten. Mensen raakten in trance, soms urenlang. Zijzelf stond soms stil op het podium met opgeheven handen, terwijl de dienst om haar heen doorging. Tegenstanders spraken later van hypnose, of noemden haar een voodoopriesteres. Zij zag het als het werk van de Heilige Geest.

In januari 1885 kwam ze naar Hartford City, Indiana. Ze begon in de methodistenkerk en week uit naar het operagebouw. Volgens haar eigen verslag viel een koopman thuis in trance en kon hij uren niet praten. Ook een bekende advocaat uit de stad knielde aan het altaar. Die details hebben we van haarzelf. Vast staat dat de diensten opvielen: The New York Times en The Cincinnati Enquirer schreven erover.

In maart 1885, in Columbia City, begon ze voor zieken te bidden. Ze geloofde dat wie met geloof kwam, genezen kon worden. Daarna gingen de deuren wijd open. In Tipton, Pendleton en Kokomo preekte ze in kerken, een gerechtsgebouw en een rolschaatsbaan. In Kokomo kwamen er volgens haar eigen verslag twintigduizend mensen.

WAT DE KRANTEN ZAGEN

Dat getal van twintigduizend moet je voorzichtig lezen. De historicus Wayne Warner deed in de jaren tachtig onderzoek in de kranten van toen. Warner leidde vijfentwintig jaar het archief van de Assemblies of God, de grootste pinksterkerk van de Verenigde Staten. Dat archief heet nu het Flower Pentecostal Heritage Center. Hij was haar welgezind en schreef twee boeken over haar: The Woman Evangelist (1986) en Maria Woodworth-Etter: For Such a Time as This (2004). Hij stierf in 2024. Hij concludeerde dat ze haar resultaten stelselmatig te hoog voorstelde. Dat schreef de godsdiensthistoricus Grant Wacker in zijn bespreking van Warners boek.

De kranten zagen ook iets anders dan zij. Sommige steden verboden kinderen haar diensten te bezoeken. Een verslaggever vergeleek een dienst met de vrouwenafdeling van een krankzinnigengesticht. Journalisten schreven met afkeer over haar man, die bij de samenkomsten ijs en foto’s verkocht.

Ik vind het belangrijk om dit erbij te zeggen. Haar eigen boeken zijn het verslag van een vrouw die geloofde dat God werkte. De kranten zijn het verslag van buitenstaanders die vaak spotten. Allebei zijn ze bron. Geen van beide vertelt alles.

Uit die jaren stammen ook grote tentcampagnes in het westen. Rond 1889 en 1890 stond ze in Oakland, Californië, met een tent waarin volgens latere bronnen achtduizend mensen pasten.

In Oakland ging het mis. In 1890 werd in haar kring voorspeld dat San Francisco en de baai verwoest zouden worden door een aardbeving en een vloedgolf. De kranten schreven er spottend over. Volgens latere bronnen zou ongeveer duizend mensen de stad zijn ontvlucht. Dat getal heb ik niet in een krant van toen kunnen terugvinden.

De ramp kwam niet. Zestien jaar later, in april 1906, werd San Francisco wel getroffen door een zware aardbeving. Sommige latere bewonderaars zien daarin alsnog de vervulling van haar woord. Het blijft een uitleg achteraf. Warner zelf rekent onjuiste profetieën tot de zwakke kanten van haar bediening.

DE RECHTER IN ST. LOUIS

Toen kwam St. Louis, in de zomer van 1890, met de tent en de arts die aantekeningen maakte. Theodore Diller en zijn collega Wellington Adams vroegen in september de rechtbank voor erfrecht en curatele om haar geestelijke toestand te laten onderzoeken. Diller gaf vier redenen: haar visioenen, haar overtuiging dat die werkelijkheid waren, haar geloof dat God haar rechtstreeks opdrachten gaf, en wat hij haar eigendunk noemde.

De St. Louis Post-Dispatch, de Globe-Democrat en de Republic volgden het op de voet. Rechter Gabriel Woerner zag geen grond om haar krankzinnig te verklaren. Als ze overlast veroorzaakte, zei hij, moest een andere rechtbank dat beoordelen. Adams liet het daarop rusten en zei dat hij de wetgever zou vragen om openbare hypnose te verbieden.

Lees je vandaag de vier redenen van Diller, dan zie je hoe dun de lijn was. Een vrouw die zei dat God tegen haar sprak, kon in 1890 voor de rechter belanden. Of het bij een man even snel zo ver was gekomen, weet ik niet. Wel weet ik dat ze haar hele leven aanliep tegen kerken die een vrouw geen plaats op de kansel gaven.

Thuis ging het in die jaren mis. In 1890 beschuldigde Philo haar publiekelijk in een open brief. Volgens de geschiedschrijver van haar kerk zette de Church of God in het zuiden van Indiana hem daarop uit de gemeente. In 1891 scheidde Maria van hem, wegens overspel. De kranten schreven erover, en er waren mensen die het voor haar opnamen. Philo stierf kort daarna, volgens één bron in 1892.

Een scheiding was voor een vrouwelijke evangeliste in die tijd een groot risico. Ze ging toch door. In 1902 trouwde ze met Samuel Etter, een gelovige man die met haar meereisde en haar in het werk hielp. Vanaf dat moment noemde ze zich Woodworth-Etter. Samuel stierf in 1914.

Haar band met de Winebrenneriaanse kerk liep in 1904 af. Ze moest haar vergunning inleveren. Volgens Warner vond de kerk haar houding oncoöperatief. Ze was toen ongeveer zestig.

ZESTIG, ACHTENZESTIG, EN EEN NIEUWE BEWEGING

In 1906 begon in Los Angeles de opwekking in de Azusa Street, het begin van de pinksterbeweging zoals die zich daarna over de wereld verspreidde. Pinkstergelovigen leerden dat de doop in de Heilige Geest gepaard gaat met spreken in tongen, een taal die de spreker zelf niet geleerd heeft.

Maria keek er eerst met argwaan naar. Ze had moeite met wat zij zag als overdreven onderwijs. Omgekeerd waren de pinkstergelovigen niet direct warm voor haar. Volgens Wacker hield dat er ook mee verband dat zij in die beginjaren geen vrouwen wilden ordenen. In haar eigen diensten werd na 1904 wel in tongen gesproken.

In juli 1912 nodigde voorganger F. F. Bosworth haar uit in zijn gemeente in Dallas, Texas. Ze was achtenzestig. Ze bleef tot december. De kranten in Dallas besteedden er nauwelijks aandacht aan, maar Bosworth schreef brieven aan christelijke bladen, en pinksterbladen tot in Engeland berichtten over de samenkomsten. Het blad Triumphs of Faith wijdde er in november 1912 een verslag aan.

Vanaf Dallas hoorde ze bij de pinksterbeweging. Ze preekte er tot haar dood. In april 1914 kwamen in het operagebouw van Hot Springs, Arkansas, ruim driehonderd mannen en vrouwen bijeen. Daar werden de Assemblies of God opgericht. Volgens sommige bronnen speelde Maria een rol bij die oprichting, al werd ze er nooit formeel lid van. Ik heb geen bron uit die tijd gevonden die haar in Hot Springs plaatst. Wat wel vastligt: de Encyclopedia of Arkansas noemt haar als een van drie predikers, onder wie twee vrouwen, die vóór de oprichting opwekkingsdiensten hielden in de streek rond Russellville. En het weekblad van de nieuwe kerk, de Pentecostal Evangel, berichtte over haar campagnes, zoals die van oktober 1916 in Salt Lake City. Volgens de directeur van het Flower Pentecostal Heritage Center legde die campagne de basis voor de gemeenten die de Assemblies of God daar nu hebben.

DE POLITIECHEF IN DE DIENST

In de zomer van 1913 hield ze samenkomsten op Montwait, een methodistisch kampterrein in Framingham, Massachusetts, niet ver van Boston. Op 18 of 19 augustus, de bronnen verschillen een dag, stond tijdens een dienst de politiechef op uit het publiek, liep naar voren en arresteerde haar. Twee medewerkers, Earl W. Clark en Cyrus B. Fockler, werden ook meegenomen. The Boston Daily Globe zette de arrestatie op de voorpagina.

Wat was de aanklacht? Volgens de bronnen die naar de kranten van toen verwijzen, ging het om het verkrijgen van geld onder valse voorwendselen. Ze zou mensen genezing beloofd hebben en daarna collectes hebben gehouden. Een lokale bron in Framingham spreekt van het uitoefenen van geneeskunde zonder vergunning. De krantenverslagen waarnaar die bronnen verwijzen, noemen de valse voorwendselen.

In de rechtszaal getuigde een blinde man dat hij niet was genezen. Meer dan twaalf anderen getuigden dat ze wel waren genezen. Dat meldde The Boston Herald op 28 augustus 1913, onder een kop over verlamden en kreupelen die van wonderen vertelden. In de verslagen over de zitting valt de naam van rechter Kingsbury. Een recent artikel spreekt van ongeveer vijfendertig getuigen in een proces van vier dagen. Maria, negenenzestig, legde zelf een verklaring af. Volgens The Topeka Daily Capital van 29 augustus bepaalde een rechter MacFarland dat minderjarigen niet meer aan de diensten mochten meedoen.

En het vonnis? Twee bronnen zeggen dat ze van alle aanklachten werd vrijgesproken. De krantenverslagen waarnaar ik verwijzingen vond, eindigen vóór de uitspraak. Warner wijdde er in 1986 een heel hoofdstuk aan, “Maria’s day in court”, maar dat boek kon ik niet inzien. Wat vaststaat: ze werd gearresteerd, er werd openlijk over genezing getuigd, voor en tegen, en ze kon daarna verder.

Helemaal rustig werd het niet. In 1914 werd een samenkomst in Atlanta, Georgia, door relschoppers verstoord.

EEN TABERNAKEL AAN MILLER STREET

In 1918 bouwde ze in Indianapolis een eigen kerkgebouw, het Woodworth-Etter Tabernacle, aan West Miller Street. Ze was vierenzeventig. Het werd haar vaste thuisbasis. Volgens latere bronnen kwamen er vanaf het begin mensen van verschillende huidskleur, iets wat in die stad niet vanzelf sprak. In oktober 1918 hield ze er samen met de jonge evangeliste Aimee Semple McPherson opwekkingsdiensten.

In de jaren daarna volgden daar campagnes rond Kerst, Pasen en in de zomer. Ze schreef boeken: Signs and Wonders in 1916, Holy Ghost Sermons in 1918 en Marvels and Miracles in 1922, naast een eerder levensverhaal uit 1894. Volgens Wacker werden ze bij elkaar tienduizenden keren verkocht en in ongeveer zes talen vertaald. Warner wees er ook op dat ze in haar boeken stukken van anderen overnam zonder dat te zeggen.

Ze werd oud en ziek. Volgens latere verslagen werd ze in haar laatste jaren in een stoel naar de preekstoel gedragen en na afloop weer naar huis.

In 1924 stierf haar dochter Lizzie na een verkeersongeluk in Indianapolis. De bronnen spreken van een tram of een bus. Van de zes kinderen was nu geen enkel meer over.

Kort daarna, op 16 september 1924, overleed Maria Woodworth-Etter, tachtig jaar oud. Ze werd begraven in Memorial Park Cemetery in Indianapolis, naast haar dochter en schoonzoon. Haar tabernakel bleef bestaan en heet nu Lakeview Church.

Na haar dood werd ze voor veel pinkstergelovigen een voorloper, soms de moeder van de pinksterbeweging genoemd. In populaire boeken werd haar leven een aaneenschakeling van wonderen. Wacker schreef al in 1987 dat haar verhaal lang verborgen zat onder hagiografische overlevering, verhalen die vooral wilden bewonderen, en dat pas het krantenonderzoek van Warner liet zien wat er feitelijk gebeurd was. Hij twijfelde eraan of zij werkelijk de mannelijke greep op de Amerikaanse kansel had gebroken. Dat ze een voorloper van de pinksterbeweging was, vond hij boven twijfel.

EEN MEISJE BIJ HET DOOPWATER

Je mag over haar trances denken wat je wilt. Diller zag hypnose. Rechter Woerner zag geen gekte. Zijzelf zag de Geest. Haar boeken overdrijven, haar profetie over San Francisco klopte niet, en de kranten waren niet altijd eerlijk. Dat staat allemaal naast elkaar.

Maar ga terug naar het begin. Een arm meisje van dertien in Ohio, net haar vader kwijt, staat in een kerk die vrouwen het zwijgen oplegt. Ze wordt gedoopt, en volgens haar eigen woorden komt er een licht over haar. Ze hoort een stem die haar de wegen op stuurt. Ze wacht. Ze begraaft vijf kinderen. Dan, op haar vijfendertigste, staat ze op en begint te spreken.

Vijfenveertig jaar later wordt een oude vrouw in een stoel naar de kansel van haar eigen kerk in Indianapolis gedragen.

Dossier

Wat vaststaat en wat verteld wordt

Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte op 22 juli 1844 in New Lisbon (Lisbon), Ohio; vroege dood van haar vader en armoede; huwelijk met Philo Woodworth in 1863; vijf van haar zes kinderen jong overleden; begin van haar preekwerk rond 1880; vergunningen van de United Brethren en (1884) de Churches of God (Winebrenner), ingetrokken in 1904; trances en gebed voor zieken vanaf 1883-1885 in Indiana, met landelijke krantenaandacht; de campagne in St. Louis in 1890, het rapport van Theodore Diller en de weigering van rechter Woerner haar krankzinnig te verklaren; scheiding in 1891; huwelijk met Samuel Etter in 1902; Dallas, juli tot december 1912, op uitnodiging van F. F. Bosworth; arrestatie op Montwait in Framingham in augustus 1913 op verdenking van geld verkrijgen onder valse voorwendselen, met getuigen voor en tegen in de rechtszaal (Boston Herald 28 augustus 1913) en een verbod voor minderjarigen (Topeka Daily Capital 29 augustus 1913); haar campagnes in pinksterkringen, ook gemeld in de Pentecostal Evangel van de Assemblies of God (Salt Lake City, 1916); het tabernakel in Indianapolis (1918); overlijden op 16 september 1924.

Alleen uit eigen getuigenis of latere overlevering: het licht bij haar doop en de roepingsstem op haar dertiende; de visioenen tijdens haar ziekte en haar belofte aan God; de namen en sterfomstandigheden van de kinderen; de eerste preek en de twintig bekeerlingen; de gebeurtenissen in Fairview en Monroeville; de koopman en de advocaat in Hartford City; de twintigduizend mensen in Kokomo; dat ze aan het eind naar de preekstoel werd gedragen.

Onbevestigd: dat ongeveer duizend mensen uit San Francisco vluchtten na de voorspelling van 1890; de dag van de arrestatie in Framingham (18 of 19 augustus); de lokale lezing dat de aanklacht geneeskunde zonder vergunning was; de vrijspraak, die alleen in latere bronnen staat (de krantenverslagen waarnaar ik verwijzingen vond, eindigen vóór het vonnis); het aantal getuigen (ruim twaalf of ongeveer vijfendertig); haar rol bij de oprichting van de Assemblies of God in Hot Springs in 1914 (wel bevestigd: opwekkingsdiensten in Arkansas vóór de oprichting); het jaar van Philo’s dood; de doodsoorzaak van haar vader; of haar dochter door een tram of een bus werd geraakt.

Duiding: of de trances het werk van God waren, hypnose of iets anders, kunnen bronnen niet beslissen. De koppeling van haar profetie aan de aardbeving van 1906 is een uitleg achteraf.

Bronnen bij dit hoofdstuk

  1. Theodore Diller, Hypnotism in a religious meeting (The Medical News, 27 september 1890), National Library of Medicine via Internet Archive
  2. Maria Woodworth-Etter, Marvels and Miracles (1922), Internet Archive
  3. Grant Wacker, Book Briefs (over Wayne Warner, The Woman Evangelist), Christianity Today, 15 mei 1987
  4. Christian History Institute, The Rise of Pentecostalism: A Gallery
  5. CBE International, Maria Beulah Woodworth Etter, the Trance Evangelist
  6. The Ministry of Maria Woodworth Etter (met verwijzingen naar kranten uit St. Louis 1890 en Boston 1913)
  7. Beautiful Feet, Maria Woodworth-Etter (Boston Daily Globe 1913)
  8. Bob Baril, Did you know this about Framingham?
  9. International Christian Women’s History Project, The Life and Ministry of Maria Woodworth-Etter
  10. Healing and Revival, Indiana: campagnes en krantenvermeldingen
  11. Healing and Revival, Maria Woodworth-Etter: krantenscans
  12. Revival Library, Maria Woodworth-Etter
  13. William Kay, Unlikely mother of Pentecostalism, Heroes of the Faith (2017)
  14. Wikipedia, Maria Woodworth-Etter
  15. Darrin J. Rodgers, This Week in AG History: Oct. 14, 1916, AG News (Flower Pentecostal Heritage Center)
  16. Encyclopedia of Arkansas, Assemblies of God
  17. Wayne E. Warner, The Woman Evangelist (Scarecrow Press, 1986), catalogus met inhoudsopgave
  18. Overlijdensbericht Wayne Earl Warner (2024)
  19. Ed en Janice Hird, Maria Woodworth-Etter: Under the Power, Light Magazine (2025)
  20. Beautiful Feet, 1879-1924 Revivals of Maria Woodworth-Etter
Liever het hele boek?PDF downloadenE-book (EPUB)Over dit deel