Vrouwenvan God

Deel 1 · Vrouwen van God · Hoofdstuk 4

Catherine Booth

de vrouw die iets wilde zeggen

1829-1890Londen, Engeland

Het was Pinksterzondag 1860, in Bethesda Chapel in Gateshead, een industriestad aan de rivier de Tyne in het noorden van Engeland. Haar man William had gepreekt. De dienst liep ten einde. Toen stond Catherine Booth op uit haar bank en liep naar voren. Ze was dertig, ze had vier kleine kinderen en het jongste was een paar maanden oud.

William zag haar komen en vroeg wat er aan de hand was. Haar antwoord is bewaard gebleven: “Ik wil iets zeggen” (vrij vertaald). Volgens haar eigen latere verslag vertelde ze toen aan de mensen in de kerk dat ze jarenlang ongehoorzaam was geweest. Ze had gevoeld dat God haar riep om te spreken, en ze had het niet gedaan. Die ochtend wilde ze dat niet langer.

William deed iets wat niemand verwachtte. Hij kondigde aan dat zijn vrouw die avond zou preken.

Wat volgde, was het begin van dertig jaar prediking. Catherine Booth zou een van de bekendste sprekers van het Victoriaanse Engeland worden. Ze preekte voor arbeiders en voor de rijken in de deftige wijken van Londen. Samen met William bouwde ze de beweging die het Leger des Heils werd, en binnen dat Leger kregen vrouwen een plek op de kansel die in andere kerken toen zeldzaam was. Ze schreef boeken, ze schreef aan de koningin, en ze deed mee aan de strijd tegen de handel in jonge meisjes.

Maar voor die zondag in Gateshead was er een meisje met een kromme rug, dat veel moest liggen en veel las.

EEN MEISJE OP EEN VOETENBANKJE

Catherine Mumford werd geboren op 17 januari 1829 in Ashbourne, een marktstadje in het graafschap Derbyshire in Midden-Engeland. Haar vader, John Mumford, maakte rijtuigen en preekte af en toe als lekenprediker. Haar moeder heette Sarah Milward. Het was een methodistisch gezin.

Het methodisme was in de achttiende eeuw ontstaan rond John Wesley, een anglicaanse predikant die in de open lucht preekte en zijn volgelingen in kleine groepen liet samenkomen. In de tijd van Catherine was het een eigen kerk geworden, buiten de Kerk van Engeland, met een sterke nadruk op bekering en een heilig leven. Een vrouw op de preekstoel was er ongewoon, en voor velen onaanvaardbaar.

In 1834 verhuisde het gezin naar Boston, in Lincolnshire. Catherine ging daar korte tijd naar een meisjesschool. Verder leerde haar moeder haar lezen en rekenen. Volgens haar schoonzoon Frederick Booth-Tucker, die na haar dood een grote biografie schreef, las ze als klein meisje al hardop voor aan haar moeder, zittend op een voetenbankje. Voor haar twaalfde zou ze de hele Bijbel acht keer hebben uitgelezen. Dat verhaal komt uit de familie. Andere bronnen nemen het over, maar controleren kunnen ze het niet.

Zelf zei ze later dat ze zich geen tijd kon herinneren waarin ze niet “een sterk verlangen naar God” had (vrij vertaald).

Haar vader raakte aan de drank, schrijft historicus Norman Murdoch. Het gezin leefde met die schaduw. Catherine werd als meisje secretaris van een jeugdafdeling van de geheelonthoudersbeweging, de beweging die mensen opriep helemaal geen alcohol te drinken. Het onderwerp zou haar haar leven lang bezighouden.

JAREN IN BED

In 1843 was ze veertien. Er werd een verkromming van haar ruggengraat ontdekt, en daarmee was haar schooltijd voorbij. Maandenlang moest ze liggen. Ze las. De preken en geschriften van John Wesley, de Amerikaanse opwekkingspredikers Charles Finney en James Caughey, de bijbeluitlegger Adam Clarke.

Uit die boeken haalde ze twee dingen, schrijft Christine Parkin in het tijdschrift Christian History. Zekerheid dat ze zelf gered was. En de overtuiging dat de Bijbel vrouwen niet verbiedt het evangelie te verkondigen.

In 1844 verhuisde het gezin naar Brixton, toen een voorstad van Londen. Wanneer Catherine precies tot geloofszekerheid kwam, is niet helemaal duidelijk. Een recente biografie noemt 15 juni 1846, andere bronnen spreken van ongeveer 1845. Vaststaat dat ze in die jaren een dagboek bijhield, in 1847 en 1848, waarin ze worstelde met de vraag wat God van haar wilde.

Heb jij ooit een periode gehad waarin je stil moest liggen, terwijl alles in je wilde bewegen? Voor Catherine werden het de jaren waarin ze leerde denken.

UITGESLOTEN

Rond 1850 raakte het methodisme in Engeland verdeeld. Een groep die hervormingen wilde, de Reformers, kwam in conflict met de leiding van de Wesleyaanse methodisten. Catherine weigerde de Reformers te veroordelen. In 1850 werd ze uit haar kerk gezet. Ze ging lesgeven aan een meisjesklas op een zondagsschool van de Reformers in Clapham.

In die kring ontmoette ze een jonge prediker die om dezelfde reden was uitgesloten. Hij heette William Booth. Ze leerden elkaar kennen in het huis van Edward Rabbits, waar William die avond een gedicht tegen de drank voordroeg. Op 15 mei 1852 verloofden ze zich.

Het werd een lange verloving van drie jaar, en een verloving waarin werd gediscussieerd. In 1853 schreef Catherine een brief aan een predikant, ds. David Thomas, over de gelijkwaardigheid van de vrouw. William stond er voorzichtiger in. Hij zou een vrouw nooit verbieden te preken, schreef hij haar, maar hij zou haar ook niet aanmoedigen ermee te beginnen.

Op 16 juni 1855 trouwden ze in Stockwell New Chapel in Londen. William was inmiddels predikant in een kleiner methodistisch kerkverband, de Methodist New Connexion. Catherine had hem zelf aangeraden daarheen te gaan.

ACHT KINDEREN EN EEN PEN

In de jaren daarna kreeg ze bijna elk jaar een kind. Bramwell in 1856, Ballington in 1857, Catherine in 1858, Emma begin 1860. Later volgden Herbert, Mary, Evangeline en Lucy. Acht kinderen in twaalf jaar. William was vaak ziek, ze verhuisden van gemeente naar gemeente, en het geld was krap.

Ze bleef lezen en schrijven. In 1854 verscheen er een artikel van haar in het blad van de New Connexion, over de vraag hoe je pas bekeerde mensen vasthoudt. In 1857 sprak ze een bijeenkomst van kinderen toe over geheelonthouding. Een kleine stap, voor kinderen, buiten de kerkdienst. Ze bereidde zich voor terwijl ze een huishouden runde. Jaren later schreef ze dat ze geen tijd voor voorbereiding had als ze het naaiwerk niet de deur uit kon doen.

EEN DOMINEE IN SUNDERLAND

In 1859 kwam er een vrouw uit Amerika naar het noorden van Engeland. Phoebe Palmer was een Amerikaanse methodistische spreekster. Haar bijeenkomsten trokken grote menigten. In Sunderland, niet ver van Gateshead, ergerde een predikant zich eraan. Ds. Arthur Augustus Rees schreef een pamflet waarin hij betoogde dat een vrouw in de kerk moest zwijgen.

Catherine las het en was boos. Aan haar moeder schreef ze dat die vent er niet zonder pak slaag vanaf zou komen (vrij vertaald). Ze ging zitten en schreef een antwoord. In december 1859 verscheen het als een klein boekje, Female Teaching, later herwerkt en uitgegeven als Female Ministry; or, Woman’s Right to Preach the Gospel, in het Nederlands zoiets als “Vrouwelijke bediening, of het recht van de vrouw om het evangelie te preken”. Het kostte een penny.

Het boekje leest als een zorgvuldige bijbelstudie. Ze begint bij de profeet Joël, die zegt dat God Zijn Geest zal uitstorten en dat zonen en dochters zullen profeteren, en bij de apostel Petrus, die op de Pinksterdag zegt dat die belofte vervuld is. Ze bespreekt de teksten waarop haar tegenstanders zich beroepen, de woorden van Paulus dat vrouwen in de gemeente moeten zwijgen en dat hij een vrouw niet toestaat te onderwijzen. Ze leest ze in hun verband en komt tot een andere uitleg. Ze wijst op Febe, die Paulus een dienares van de gemeente noemt. Ze eindigt bij Galaten, waar staat dat er in Christus geen man of vrouw is.

Haar kernvraag was of een vrouw dat recht van God heeft gekregen. “Als ze dat recht heeft, heeft ze het los van elke door mensen gemaakte beperking,” schreef ze (vrij vertaald). En op een andere plaats: “Het Woord en de Geest kunnen elkaar niet tegenspreken” (vrij vertaald).

Ik vertel dit zonder er een pleidooi van te maken. Kerken lezen deze teksten tot op vandaag verschillend, en lezers van dit boek doen dat ook. Wat ik opvallend vind, is dat Catherine haar overtuiging uit de Bijbel probeerde te halen, tekst voor tekst. En dat ze haar eigen boekje nog niet in praktijk bracht. Ze verdedigde een andere vrouw. Zelf zweeg ze.

PINKSTERZONDAG IN DE CONVERTING SHOP

Bethesda Chapel in Gateshead werd in die jaren de “Converting Shop” genoemd, de bekeringswinkel. Op de zondag waar het hier om gaat, zaten er volgens de verslagen ongeveer duizend mensen.

Over de datum van wat daar gebeurde, bestaat verwarring. Sommige bronnen noemen januari 1860, kort na de geboorte van Emma. De meeste biografen, met Booth-Tucker voorop, plaatsen het op Pinksterzondag, 27 mei 1860. Die datum volg ik hier.

Wat er in haar omging, weten we alleen uit wat ze er later zelf over vertelde. Ze voelde, zo zei ze, dat de Heilige Geest haar aanspoorde om op te staan en te spreken. Ze dacht dat ze het niet kon. Toen herinnerde ze zich een belofte die ze als kind aan God had gedaan: dat ze Hem zou gehoorzamen, wat het ook kostte. Ze stond op.

Het verhaal van wat volgde, staat in elk boek over haar. Ze liep naar voren, zei dat ze iets wilde zeggen, en vertelde de gemeente dat ze God jarenlang ongehoorzaam was geweest door niet voor Hem te spreken. Volgens het verslag waren veel mensen geraakt. William kondigde aan dat zij ’s avonds zou preken.

Die avond sprak ze over een tekst uit de brief aan de Efeziërs: En word niet dronken van wijn, waarin losbandigheid is, maar word vervuld met de Geest (Efeze 5:18). Haar preek kreeg als titel de laatste woorden van dat vers.

Hoe lang draag jij al iets mee waarvan je weet dat God het van je vraagt?

NEGEN WEKEN ALLEEN

Een paar maanden later, in september 1860, stortte William in. Hij ging voor negen weken naar een kuuroord in Matlock. Iemand moest zijn werk doen. Catherine nam zijn preekbeurten en zijn gemeentewerk over. Volgens de biografie van Lutterworth Press preekte ze in Gateshead en omgeving in volle kerken.

Hoe de kerk daarop reageerde, is in de bronnen die ik gelezen heb minder goed te volgen dan je zou verwachten. Zeker is dat het ongewoon was, en dat Rees en anderen openlijk tegen preken door vrouwen waren. Zeker is ook dat William van mening veranderde. Hij was de man die een vrouw niet wilde aanmoedigen, en hij werd de man die zijn vrouw de kansel op stuurde.

In 1861 brak het echtpaar met de Methodist New Connexion en gingen ze een eigen weg, zonder kerkverband achter zich. In 1861 en 1862 hielden ze samen opwekkingscampagnes in Cornwall en Wales. In november 1861 schreef Catherine vanuit St Ives in Cornwall het voorwoord voor een tweede, uitgebreide druk van haar boekje.

Historicus Norman Murdoch schrijft dat haar preken rond 1864 al hoger werden gewaardeerd dan die van William. Het is zijn oordeel, en het past bij wat volgde.

TWEE KANTEN VAN LONDEN

In 1865 vestigde het gezin zich in Londen. William begon in de East End, het arme oosten van de stad, een zending onder mensen die in geen kerk kwamen. Daaruit groeide de Christian Mission. Catherine stond voor een keus die ze, volgens haar biograaf, aan William liet. Als hij voelde dat hij moest blijven, moest hij blijven.

Zij nam een ander deel van het werk. Ze preekte in de West End, het rijke westen van Londen, en in de badplaatsen aan de zuidkust. In 1865 sprak ze ook op bijeenkomsten van de Midnight Movement, een beweging die zich richtte op vrouwen in de prostitutie. Tussen 1867 en 1873 hield ze lange zomercampagnes aan de kust. In Southsea bleef ze zeventien weken.

Haar luisteraars waren vaak welgesteld. Hun giften hielden het gezin en het werk in de East End overeind. Murdoch noemt haar de belangrijkste kostwinner van de familie in die jaren. Haar zoon Bramwell vergeleek haar later met een advocaat die pleit voor het leven van een gevangene.

In 1872 stortte William opnieuw in. Catherine nam toen de leiding van de Mission tijdelijk over.

Als ik het rijtje maak, duizelt het me. Ze preekte, ze schreef, ze voedde acht kinderen op, ze leidde een beweging en ze had zelf geen sterk lichaam. Ze behandelde haar kwalen met koudwaterkuren. Murdoch schrijft dat ze zich uitputte. Ik geloof dat graag.

EEN VLAG IN COVENTRY

In 1878 kreeg de Christian Mission een nieuwe naam: The Salvation Army, het Leger des Heils. Er kwamen uniformen, rangen en vlaggen. Op 28 september 1878 reikte Catherine in Coventry de eerste vlag van het Leger uit.

Zelf kreeg ze geen rang. Ze bleef “Mrs. Booth”, en de soldaten noemden haar de Moeder van het Leger. Haar invloed zat in iets anders. In de Orders and Regulations die William schreef, het regelboek van het Leger, kregen vrouwen uitdrukkelijk een gelijk aandeel in de verkondiging. Het Leger zelf schrijft dat aan haar invloed toe.

Het Leger stuurde jonge vrouwen uit de arbeidersklasse, na een korte opleiding van drie tot zes maanden, als evangelist op pad. Ze werden de Hallelujah Lasses genoemd. Volgens Murdoch hadden zulke vrouwen er rond 1890 aan bijgedragen dat het Leger zich over de wereld had verspreid.

Catherine schreef in deze jaren een reeks boeken, uitgewerkte toespraken over wat zij levend christendom noemde: Practical Religion, Aggressive Christianity, Godliness, Life and Death, Popular Christianity. Vanaf 1883 werden in de zalen van het Leger de doop en het avondmaal niet meer gevierd. Op dat punt verschilt het Leger tot vandaag van de meeste andere kerken.

EEN BRIEF NAAR BALMORAL

Op 6 februari 1884 sprak Catherine in Exeter Hall in Londen, een grote zaal voor christelijke bijeenkomsten, over wat zij het onrecht van door de staat gereguleerde ontucht noemde. Haar toespraak verscheen als boekje. Josephine Butler had haar betrokken bij de strijd tegen de Contagious Diseases Acts, wetten die prostitutie onder toezicht van de staat brachten.

In het Engeland van 1885 lag de leeftijd waarop een meisje volgens de wet kon instemmen met seks op dertien jaar. Er lag een wetsvoorstel om meisjes beter te beschermen.

Catherine schreef aan koningin Victoria. Het antwoord kwam op 6 juni vanuit Balmoral Castle, via de weduwe-hertogin van Roxburghe. De koningin was “volledig meelevend” over het pijnlijke onderwerp (vrij vertaald), en haar brief zou worden doorgestuurd naar een vrouw die nauw met de regering verbonden was. Een Nieuw-Zeelandse krant drukte het antwoord dat najaar af. In het archief van het Leger in Londen liggen haar brieven en de antwoorden van de koningin nog altijd.

Sympathie was niet genoeg. In juli 1885 publiceerde journalist William Thomas Stead in de Pall Mall Gazette een reeks artikelen onder de kop “The Maiden Tribute of Modern Babylon”. Hij had, met hulp van Catherines zoon Bramwell en een voormalige bordeelhoudster, Rebecca Jarrett, laten zien hoe makkelijk het was om in Londen een meisje van dertien te kopen. Het meisje, Eliza Armstrong, werd daarna in veiligheid gebracht bij het Leger. Op 16 juli hield het Leger in Exeter Hall een grote bijeenkomst over de bescherming van meisjes. Volgens een archiefartikel van het Leger zelf tekenden 393.000 mensen een petitie aan het parlement.

Op 14 augustus 1885 werd de wet aangenomen. De leeftijd ging van dertien naar zestien. In het proces dat in oktober volgde over de aankoop van Eliza, kreeg Stead drie maanden gevangenisstraf. Bramwell werd vrijgesproken.

Welk deel Catherine precies in de campagne had, verschilt per bron. Sommige artikelen geven haar een hoofdrol, andere noemen vooral haar zoon en haar schoondochter Florence. De brief aan de koningin is van haar, en die staat vast.

“VERWAR HET NIET”

Op 21 februari 1888 stelde de chirurg Sir James Paget de diagnose: borstkanker. Ze was negenenvijftig.

Op 21 juni 1888 preekte ze voor het laatst, in de City Temple in Londen. In 1889 trok ze zich terug in Clacton-on-Sea, aan de kust van Essex.

In die laatste jaren werkte William aan een groot sociaal plan, uitgegeven in 1890 onder de titel In Darkest England and the Way Out. Het was een plan voor de armen van Engeland. Catherine steunde het. Maar ze waarschuwde ook. “Prijs menslievendheid zoveel je wilt, maar verwar het niet met christendom,” zei ze (vrij vertaald).

Op 4 oktober 1890 stierf ze in Clacton-on-Sea, eenenzestig jaar oud.

Haar lichaam werd naar de Congress Hall van het Leger in Clapton gebracht, in het oosten van Londen. Volgens Murdoch liepen er ongeveer zevenentwintigduizend mensen langs. De rouwdienst werd gehouden in Olympia, een grote tentoonstellingshal, en ze werd begraven op Abney Park Cemetery in Stoke Newington. Hoeveel mensen er bij de dienst waren, verschilt per bron. Een van de tijdlijnen spreekt van zesendertigduizend. Die getallen komen uit kringen rond het Leger, en ik geef ze met die kanttekening door.

Zeven van haar acht kinderen werden leidinggevenden in het Leger, schrijft Murdoch. Twee van hen, Bramwell en Evangeline, werden later generaal, de hoogste leider van het wereldwijde Leger. De Kerk van Engeland gedenkt haar op 20 augustus.

IETS ZEGGEN

Ik kom terug in Bethesda Chapel. Een vrouw van dertig met een baby thuis, een man op de kansel, een volle kerk. Ze had een boekje geschreven waarin ze uitlegde waarom vrouwen mochten spreken. Ze had het verdedigd tegen een dominee in Sunderland. En ze had zelf nog nooit gepreekt.

Wat haar die ochtend in beweging bracht, was volgens haar eigen woorden geen theologie. Het was een belofte die ze als kind had gedaan, dat ze God zou gehoorzamen. Ze stond op, liep door het gangpad en zei dat ze iets wilde zeggen.

Die avond stond ze er weer.

Dossier

Wat vaststaat en wat verteld wordt

Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte op 17 januari 1829 in Ashbourne; methodistisch gezin; verhuizing naar Boston en later Brixton; ruggengraataandoening rond 1843; uitsluiting door de Wesleyaanse methodisten in 1850; huwelijk met William Booth op 16 juni 1855; acht kinderen; het pamflet van 1859 als antwoord op ds. A. A. Rees over Phoebe Palmer; haar eerste prediking in Bethesda Chapel, Gateshead, in 1860; vertrek uit de Methodist New Connexion in 1861; preken in de West End en de zuidkust; de eerste vlag in Coventry in 1878; de toespraak in Exeter Hall in 1884; de brief aan koningin Victoria en het antwoord van juni 1885; de wet van 14 augustus 1885; de kankerdiagnose in 1888; de laatste preek op 21 juni 1888; overlijden op 4 oktober 1890 in Clacton-on-Sea.

Alleen uit eigen getuigenis of latere overlevering: het acht keer uitlezen van de Bijbel voor haar twaalfde (familiebiografie van Booth-Tucker); haar innerlijke strijd in Gateshead, de aansporing van de Geest en de kinderbelofte om God te gehoorzamen (haar eigen latere verslag); de reactie van de gemeente in Gateshead; de woorden waarmee ze William de keus liet om in Londen te blijven.

Onbevestigd: de precieze datum van Gateshead (Pinksterzondag 27 mei 1860 volgens de meeste biografen, januari 1860 volgens andere); het jaar van haar bekering (1845 of 1846); de omvang van haar persoonlijke rol in de campagne van juli 1885; het aantal handtekeningen onder de petitie (393.000, uit een bron van het Leger zelf); de aantallen bij haar begrafenis.

Duiding: de teksten over vrouwen in de gemeente worden in kerken verschillend uitgelegd. Dit hoofdstuk beschrijft hoe Catherine Booth ze las, zonder daar zelf een oordeel over te geven.

Bronnen bij dit hoofdstuk

  1. Victorian Web, chronologie Catherine Booth (A. Diniejko)
  2. World Religions and Spirituality Project, Catherine Mumford Booth Timeline
  3. Lutterworth Press, boekfragment Catherine Booth, hoofdstuk 1 (2013)
  4. Christine Parkin, “Pioneer in Female Ministry”, Christian History 26
  5. Norman H. Murdoch, “The Army Mother”, Christian History 26
  6. Christianity Today, “Catherine Booth”
  7. Frederick Booth-Tucker, The Life of Catherine Booth, deel 1 (1892), archive.org
  8. War Cry, maart 2023, “I want to say a word”
  9. Catherine Booth, Female Teaching (tweede druk, 1861), Revival Library
  10. Catherine Booth, Female Ministry, Victorian Women Writers Project, Indiana University
  11. Orlando: Women’s Writing in the British Isles (Cambridge), Catherine Booth
  12. Inangahua Times, 21 september 1885, “The Criminal Law Amendment Bill”
  13. Others (Leger des Heils Australië), “The rise of Catherine: from ‘maiden tribute’ to the ‘match girls’”
  14. SA Connects, “Raising the age of consent”
  15. International Heritage Centre van het Leger des Heils, Booth family papers
  16. The Salvation Army UK, “Catherine Booth”
  17. Wikipedia, “Criminal Law Amendment Act 1885”
Liever het hele boek?PDF downloadenE-book (EPUB)Over dit deel