Op 8 februari 1943 viel de Duitse politie binnen in een huis aan de rue de Lourmel, in het vijftiende arrondissement van Parijs. Ze zochten de vrouw die het huis leidde, een Russische non. Ze was er niet. In plaats van haar namen ze haar zoon Joeri mee, tweeëntwintig jaar oud. Volgens een van de bronnen hadden ze een brief gevonden waaruit bleek dat hij betrokken was bij het werk van zijn moeder. De volgende dag werd de priester van het huis gearresteerd, Dimitri Klepinin. Op 10 februari was zij aan de beurt.
Dat werk bestond uit iets wat in bezet Parijs levensgevaarlijk was. In het huis aan de rue de Lourmel kregen Joden onderdak en papieren, en wie wilde vluchten kreeg hulp om weg te komen.
De vrouw die ze die winter zochten, heette Moeder Maria. Ze was dichteres geweest, revolutionair, burgemeester van een Russisch kuststadje, twee keer getrouwd en moeder van drie kinderen. Ze werd non zonder klooster. Twee jaar na haar arrestatie stierf ze in het concentratiekamp Ravensbrück. In 2004 verklaarde het patriarchaat van Constantinopel haar heilig.
Haar leven begon aan de Oostzee, ver van Parijs.
EEN KIND DAT NON WILDE WORDEN
Elizaveta Joerjevna Pilenko werd in december 1891 geboren in Riga. Die stad hoorde toen bij het Russische keizerrijk en is nu de hoofdstad van Letland. De precieze dag verschilt per bron, omdat Rusland toen nog een andere kalender gebruikte dan West-Europa. Haar familie was van adel. Ze groeide op in het zuiden, in Anapa aan de Zwarte Zee, en later op de Krim.
Rusland was in die jaren een keizerrijk met een tsaar en een staatskerk: de Russisch-orthodoxe kerk. Voor Nederlandse lezers is die kerk vaak onbekend. Daarom een korte uitleg. De orthodoxe kerken zijn de kerken van het christelijke Oosten. In 1054 groeiden Rome en Constantinopel, het huidige Istanbul, definitief uit elkaar. Het Westen ging verder als rooms-katholieke kerk, waar later de protestantse kerken uit voortkwamen. Het Oosten werd de orthodoxe kerk. Die kent geen paus. Er zijn verschillende zelfstandige kerken, zoals de Russische, de Griekse en de Servische, elk met een eigen leider, een patriarch of metropoliet. De patriarch van Constantinopel heeft een ereplaats onder hen. Orthodoxe christenen vieren een eeuwenoude, gezongen liturgie, ze bidden met iconen, geschilderde afbeeldingen van Christus en de heiligen, en ze kennen een sterke traditie van kloosterleven.
In die kerk werd Elizaveta opgevoed. Volgens het heiligenleven van de Orthodox Church in America vroeg ze haar moeder op haar zevende of ze oud genoeg was om non te worden. Dat verhaal komt uit de overlevering van de kerk zelf.
Toen ze een jaar of veertien was, stierf haar vader. Het kind dat non wilde worden, verloor haar geloof. Haar reactie is bewaard gebleven in een korte zin, vrij vertaald: “Als er geen gerechtigheid is, is er geen God.”
DE DICHTERS VAN SINT-PETERSBURG
In 1906 verhuisde haar moeder Sofia met de kinderen naar Sint-Petersburg, toen de hoofdstad van Rusland. Elizaveta kwam terecht in kringen van jonge schrijvers en radicale denkers. Ze leerde de dichter Aleksandr Blok kennen, een van de bekendste Russische dichters van die tijd.
In 1910 trouwde ze met Dmitri Koezmin-Karavajev, een jurist en dichter die met de bolsjewieken sympathiseerde, de communisten van Lenin. Later zei ze dat het een huwelijk was dat meer uit medelijden dan uit liefde was gesloten. Zo staat het in haar heiligenleven. In 1912 verscheen haar eerste dichtbundel, Skythische scherven.
Ondertussen gebeurde er iets in haar binnenste. Het atheïsme bleek niet genoeg. Ze vroeg toegang tot de colleges van de Theologische Academie van het Alexander Nevski-klooster in Sint-Petersburg. Voor een vrouw was dat ongehoord. Ze werd toegelaten, als eerste vrouw, zo schrijven meerdere bronnen. Hoe ze daar ontvangen werd door de mannen om haar heen, vertellen de bronnen die ik las niet.
In 1913 liep haar huwelijk stuk. In datzelfde jaar werd haar dochter Gaiana geboren. Wie de vader was, is volgens sommige bronnen nooit helemaal duidelijk geworden.
In 1916 schreef ze aan Blok dat ze het eenvoudige woord van God wilde verkondigen. Die brief kennen we uit haar heiligenleven. Ze had God niet gevonden in een preek. Ze vond Hem terug, langzaam, terwijl ze bleef zoeken.
BURGEMEESTER TUSSEN ROOD EN WIT
In 1917 brak de Russische Revolutie uit. De tsaar viel, en de bolsjewieken grepen de macht. Er volgde een burgeroorlog tussen de Roden, de communisten, en de Witten, hun tegenstanders. Elizaveta was teruggegaan naar Anapa. Ze was lid geworden van de Sociaal-Revolutionaire Partij, een linkse revolutionaire partij die los stond van de bolsjewieken.
In februari 1918 werd ze in Anapa gekozen tot loco-burgemeester. Toen de burgemeester vertrok, kwam het bestuur van het stadje bij haar terecht. De bronnen geven hier verschillende jaartallen, van 1917 tot 1919. Vast staat dat een jonge vrouw in die chaotische maanden de verantwoordelijkheid droeg voor een stad in oorlogstijd.
Er gaat een verhaal rond dat ze in die periode van plan was Trotski te vermoorden, een van de leiders van de bolsjewieken, en dat partijgenoten haar dat uit het hoofd praatten. Ik heb daar geen betrouwbare bron voor gevonden.
Toen het Witte Leger Anapa innam, werd ze gearresteerd. De Witten zagen in haar een collaborateur van de Roden. Ze moest voor de rechter verschijnen, en die rechter was Daniil Skobtsov, een vroegere leraar van haar. Hij zorgde ervoor dat ze vrijkwam. Kort daarna trouwden ze. In haar heiligenleven staat een zin die ze uit die tijd zou hebben gezegd, vrij vertaald: “Rood of Wit, mijn positie is dezelfde.” Ze wilde opkomen voor gerechtigheid en voor wie leed, wie er ook aan de macht was.
De Witten verloren de oorlog. Rond 1919 en 1920 vluchtte de familie: Elizaveta, Daniil, Gaiana en haar moeder Sofia. Elizaveta was zwanger. In Georgië werd in 1920 haar zoon Joeri geboren. De tocht ging verder via Constantinopel naar Joegoslavië, waar in 1921 dochter Anastasia ter wereld kwam. In 1923 kwamen ze aan in Parijs.
Ze waren niet de enigen. Na de revolutie verlieten grote groepen Russen hun land. Parijs werd een van de plaatsen waar ze terechtkwamen. Daar leefden adellijke families, officieren, schrijvers en priesters naast elkaar, vaak arm, vaak zonder papieren, vaak met heimwee naar een land dat niet meer bestond.
Elizaveta verdiende geld met het maken van poppen en het beschilderen van zijden sjaals. Ze werd lid van de Russische Christelijke Studentenbeweging, een netwerk van jonge orthodoxe emigranten. In 1930 werd ze er reizend secretaris van. Zo kwam ze bij Russen in heel Frankrijk, ook bij wie in armoede leefde of in psychiatrische inrichtingen terecht was gekomen.
EEN BED IN PARIJS
In maart 1926 werd de kleine Anastasia ziek. Ze had griep, en volgens een van de bronnen ook hersenvliesontsteking. Ze werd niet beter. Ze was vier of vijf jaar oud. Volgens een orthodoxe levensbeschrijving waakte haar moeder een maand lang aan haar bed.
Bij de dood van haar vader, jaren eerder, was Elizaveta haar geloof kwijtgeraakt. Bij het bed van haar dochter gebeurde iets anders. In een bespreking van haar verzamelde geschriften staat dat ze na de dood van een van haar kinderen voelde dat ze geroepen werd om moeder te zijn voor iedereen.
Heb jij ooit iets verloren waarvan je dacht dat je er nooit meer overheen zou komen? Ik vraag het niet om een les te trekken. Elizaveta trok er ook geen les uit. Ze ging anders leven.
Haar huwelijk met Daniil liep in die jaren stuk. Joeri bleef bij zijn vader wonen. Gaiana ging naar een kostschool in België. Elizaveta trok naar het centrum van Parijs om te werken onder de armsten.
“MAAK VAN DE WERELD JE KLOOSTER”
In maart 1932 legde ze de kloostergeloften af in de kerk van Saint-Serge in Parijs, het centrum van de Russische orthodoxie in de stad. Het was metropoliet Evlogi, de leider van de Russisch-orthodoxe gemeenschap in West-Europa, die haar het habijt gaf. Ze kreeg de naam Maria. Daniil had ingestemd met een kerkelijke scheiding.
Evlogi had haar aangemoedigd, maar onder één voorwaarde, die zij zelf ook wilde: ze zou niet in een klooster worden opgesloten. Volgens de Orthodox Church in America gaf hij haar mee dat ze de wereld haar klooster moest maken. Zelf sprak ze van kloosterleven in de wereld.
Voor de orthodoxe kerk was dat nieuw. Een non hoorde achter muren te leven, in gebed, ver van de straat. Moeder Maria leefde midden in Parijs en haalde mensen in huis. Volgens een artikel in de encyclopedie van Gale was niet iedereen daar blij mee. Sommige orthodoxe leiders waren verontrust door haar onafhankelijkheid, door hoe uitgesproken ze was en door haar aanwezigheid op straat. Zelf was ze kritisch over kloosters die zich naar binnen keerden. Ze schreef er een toneelstuk over, Anna.
Of de kritiek op haar te maken had met het feit dat ze een vrouw was, zeggen de bronnen niet. Ik laat het daarom liggen. Wel is duidelijk dat ze een weg koos die er voor een vrouw in haar kerk nog niet was.
RUE DE LOURMEL 77
Ze begon in 1932 met een huis voor jonge vrouwen aan de villa de Saxe. In 1935 verhuisde het werk naar een groter gebouw aan de rue de Lourmel, nummer 77. Het werd een opvanghuis voor emigranten zonder werk, zonder geld of zonder plek. Rond 1937 woonden er enkele tientallen vrouwen en werden er tot honderdtwintig maaltijden per dag uitgedeeld, volgens haar heiligenleven.
In 1935 richtte ze met anderen de Orthodoxe Actie op. Daarbij waren bekende Russische denkers betrokken, zoals de theoloog Sergej Boelgakov, die ook haar biechtvader was, en de filosoof Nikolaj Berdjajev. De Orthodoxe Actie had twee tehuizen voor armen, een huis in Noisy-le-Grand waar mensen konden herstellen van tuberculose, en een school.
In haar geschriften kwam één gedachte steeds terug. Ze schreef dat ieder mens een icoon is van God die mens werd in de wereld. Voor een orthodoxe gelovige zegt dat veel. Een icoon kus je, je buigt ervoor, je behandelt hem met eerbied. Zo wilde zij naar de dronkaard aan haar tafel kijken.
In 1936 kwam er opnieuw een klap. Gaiana was teruggegaan naar Rusland, toen de Sovjet-Unie. Daar stierf ze, drieëntwintig jaar oud. Waaraan en waar precies, heb ik in de bronnen die ik las niet betrouwbaar kunnen terugvinden. Van haar drie kinderen leefde nu alleen Joeri nog.
DOOPBEWIJZEN VOOR DE BUREN
In oktober 1939 stuurde Evlogi een jonge priester naar het huis: Dimitri Klepinin. Een maand eerder was de Tweede Wereldoorlog begonnen. Op 14 juni 1940 trokken de Duitsers Parijs binnen. Velen vluchtten de stad uit. Moeder Maria, vader Dimitri en hun medewerkers bleven.
In juni 1941 arresteerden de Duitsers op één dag ongeveer duizend Russische emigranten, onder wie mensen uit haar kring. Vanaf 1942 moesten Joden zich laten registreren en een gele ster dragen. Aan de rue de Lourmel klopten Joden aan met een vraag: konden ze een bewijs krijgen dat ze gedoopt waren? Met zo’n papier hadden ze een kans om aan de vervolging te ontkomen.
Vader Dimitri gaf ze. Meerdere bronnen vertellen dat het huis Joden verborg en mensen hielp het land uit te komen. Volgens een bron hielp het ook ontsnapte Sovjet-krijgsgevangenen en Franse verzetsstrijders.
Over de jodenster schreef Moeder Maria een gedicht met de titel Israël. Het begint met de regel, vrij vertaald: “Opnieuw word je vervolgd, Israël.” In een andere bron staat een korte zin die ze in die tijd zou hebben gezegd, vrij vertaald: “De tijd van de belijders is aangebroken.” Belijders zijn in de oude kerk christenen die voor hun geloof lijden zonder te sterven.
DRIE DAGEN IN HET VÉLODROME
Op 16 en 17 juli 1942 pakte de Franse politie in Parijs 12.884 Joden op. Ongeveer 6.900 van hen werden opgesloten in het Vélodrome d’Hiver, een overdekte wielerbaan. Volgens verschillende bronnen waren het voor een groot deel kinderen. Ze zaten er dagen, met nauwelijks water en een paar wc’s. Daarna gingen ze via Drancy naar Auschwitz.
Moeder Maria ging naar binnen. Meerdere bronnen vertellen dat ze er drie dagen was. Politie en vuilnisdienst kenden haar, schrijft een van de bronnen, en zo kwam ze binnen. Ze bracht eten mee.
Dan het bekende verhaal. Met hulp van de vuilnismannen zou ze kinderen in vuilnisbakken naar buiten hebben gesmokkeld. Ze werden naar de rue de Lourmel gebracht en daarna verder naar het zuiden van Frankrijk. Dat verhaal staat in veel levensbeschrijvingen, maar het aantal kinderen loopt uiteen. De ene bron noemt er drie, een andere vier, een derde zegt dat het aantal onbekend is. Ik vertel het daarom zoals het verteld wordt, met die onzekerheid erbij.
“DAT KAN IK NIET ZEGGEN”
En toen kwam februari 1943. Op 8 februari werd Joeri meegenomen. Volgens een Russische bron ging Moeder Maria de volgende dag zelf naar de Gestapo. Ze kreeg te horen dat haar zoon vrij zou komen. Die belofte werd niet gehouden. Op 9 februari werd vader Dimitri opgepakt, op 10 februari zijzelf. Ook haar medewerker Ilja Fondaminski werd gearresteerd.
Uit het verhoor van vader Dimitri is een kort gesprek overgeleverd. De Gestapo-officier Hans Hoffmann vroeg hem te beloven dat hij nooit meer Joden zou helpen. De priester antwoordde: “Dat kan ik niet zeggen.” Hij werd in het gezicht geslagen. Zo vertellen de orthodoxe levensbeschrijvingen het.
Moeder Maria ging via de gevangenissen van Romainville en Compiègne naar het oosten. In Compiègne zag ze Joeri nog één keer. Hij en vader Dimitri werden naar Buchenwald gestuurd en daarna naar Dora, een kamp waar gevangenen onder de grond aan raketten moesten werken. Begin 1944 stierven ze daar allebei.
Zij ging naar Ravensbrück, een concentratiekamp voor vrouwen, ten noorden van Berlijn. Ze werd gevangene nummer 19263.
EEN ICOON VAN DRAAD EN BROOD
Ze hield het bijna twee jaar vol. Medegevangenen vertelden later hoe ze voor anderen zorgde. Een van hen zei, vrij vertaald: “Ze nam ons onder haar vleugels.” Een andere vrouw, die het kamp overleefde, beschreef hoe gevangenen zich verzamelden rond haar bed. Ze vertelde over haar werk in Parijs en over haar hoop dat de katholieke en de orthodoxe kerk ooit één zouden worden. Haar woorden gaven hun moed, zei die vrouw.
Haar gezondheid ging achteruit. Lopen werd steeds moeilijker. Volgens een overgeleverd verhaal ruilde ze in haar laatste maanden haar brood voor draad. Daarmee borduurde ze een icoon van Maria, de moeder van Jezus, met haar gekruisigde Zoon. Dit verhaal staat in de inleiding op haar verzamelde geschriften. Ik heb het niet in andere bronnen kunnen controleren.
Je kunt je afvragen wat een vrouw die alles kwijt was, ertoe bracht om in een kamp nog een icoon te maken. Haar eigen antwoord zou waarschijnlijk zijn geweest dat ze in ieder mens om haar heen al een icoon zag.
DE LAATSTE DAG
In maart 1945 kwam het bevel dat gevangenen die niet meer konden lopen, gedood moesten worden. Volgens een van de bronnen verborgen vriendinnen haar een tijd boven een plafond, als er selecties waren.
Moeder Maria stierf in de gaskamer van Ravensbrück op 31 maart 1945. Dat was de dag voor Pasen, in de orthodoxe kerk de Grote of Stille Zaterdag. Sommige bronnen noemen 30 maart, Goede Vrijdag. Op Paasdag kwam het Rode Kruis het kamp binnen. Ruim een maand later was de oorlog in Europa voorbij.
Over hoe ze stierf, bestaan twee versies. In de eerste werd ze geselecteerd omdat ze niet meer goed kon lopen. In de tweede stapte ze vrijwillig naar voren en nam ze de plaats in van een andere vrouw, volgens veel vertellers een Joodse vrouw, die voor de gaskamer was aangewezen.
Die tweede versie is het bekendst. Ze staat in heiligenlevens, op gedenkplaten en in toespraken. Ik moet er eerlijk bij zeggen dat ik geen ooggetuige heb gevonden die het heeft zien gebeuren. Een studie over haar martelaarschap zegt het ronduit: niemand weet precies hoe haar laatste uren verliepen. Ook de Orthodox Church in America schrijft dat de verslagen uiteenlopen. Een Russisch artikel spreekt van een legende.
Geneviève de Gaulle Anthonioz, die zelf in Ravensbrück gevangen zat, zei later over haar, vrij vertaald: “Moeder Maria heeft haar dood niet ondergaan: ze heeft haar leven gegeven.” Of ze daarmee die laatste dag bedoelde of haar hele leven, laat de bron open. Ik denk dat het allebei waar kan zijn.
EEN STRAAT BIJ DE RUE DE LOURMEL
Moeder Maria heeft geen graf.
Na de oorlog erkende Yad Vashem in Jeruzalem haar als Rechtvaardige onder de Volkeren, de eretitel die Israël geeft aan niet-Joden die met gevaar voor eigen leven Joden redden.
Op 16 januari 2004 verklaarde de Heilige Synode van het patriarchaat van Constantinopel haar heilig, samen met haar zoon Joeri, vader Dimitri Klepinin en Ilja Fondaminski. Op 1 en 2 mei van dat jaar werd dat gevierd in de Russische Alexander Nevski-kathedraal in Parijs. Orthodoxe christenen gedenken haar op 20 juli. Ook in de anglicaanse kerk in de Verenigde Staten heeft ze een gedenkdag.
Op 31 maart 2016, de dag waarop ze eenenzeventig jaar eerder stierf, kreeg Parijs een straat met haar naam. De rue Mère-Marie-Skobtsov ligt in het vijftiende arrondissement en komt uit op de rue de Lourmel. In 2020 kwam er een gedenkteken op de Russische begraafplaats van Sainte-Geneviève-des-Bois, bij Parijs.
Wie vandaag door die korte straat loopt, komt na een paar stappen bij de rue de Lourmel. Daar stond een huis met een deur die openging voor wie aanklopte.
Wat vaststaat en wat verteld wordt
Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte in 1891 in Riga; jeugd in Anapa; dood van haar vader en haar atheïsme als tiener; verhuizing naar Sint-Petersburg in 1906; huwelijk met Dmitri Koezmin-Karavajev (1910) en scheiding; toelating als eerste vrouw tot de theologische colleges in Sint-Petersburg; burgemeesterschap in Anapa in de revolutiejaren; berechting door Daniil Skobtsov en huwelijk met hem; vlucht via Georgië en Joegoslavië en aankomst in Parijs (1923); dood van Anastasia (1926) en van Gaiana (1936); kloostergelofte in maart 1932 bij metropoliet Evlogi; het huis aan de rue de Lourmel en de Orthodoxe Actie (1935); hulp aan Joden met doopbewijzen en onderdak; haar aanwezigheid in het Vélodrome d’Hiver in juli 1942; arrestaties in februari 1943; de dood van Joeri en vader Dimitri in Dora (1944); haar dood in Ravensbrück eind maart 1945; erkenning door Yad Vashem; heiligverklaring door het patriarchaat van Constantinopel in 2004; de straatnaam in Parijs (2016).
Alleen uit eigen getuigenis of latere overlevering: de vraag op haar zevende of ze non kon worden; haar uitspraak over gerechtigheid na de dood van haar vader; de brief aan Blok uit 1916; de uitspraak “Rood of Wit”; de maand waken bij Anastasia; de opdracht van Evlogi om de wereld haar klooster te maken; het verhoor van vader Dimitri door Hoffmann; de geborduurde icoon in Ravensbrück; het verbergen boven het plafond.
Onbevestigd: het plan om Trotski te vermoorden; het aantal kinderen dat in vuilnisbakken uit het Vélodrome werd gered (drie, vier of onbekend); dat ze in de gaskamer de plaats innam van een andere gevangene (geen ooggetuige gevonden; bronnen spreken van uiteenlopende verslagen en van een legende); de exacte datum van haar dood (30 of 31 maart 1945); het jaar van de erkenning door Yad Vashem; waar en waaraan Gaiana stierf.
Duiding: de kritiek die ze kreeg, gold volgens de bronnen haar onafhankelijkheid en haar kloosterleven buiten de muren. Of haar vrouw-zijn daarin meespeelde, zeggen de bronnen niet.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Orthodox Church in America, “Righteous Martyr Maria (Skobtsova)”
- Orthodox Church in America, “The Many Lives and Faces of Maria Skobtsova”
- Encyclopedia.com (Gale), “Mother Maria Skobtsova”
- Encyclopedia.com, “Skobtsova, Maria”
- Chanda Sahi, “The Martyrdom of Marie Skobtsova (1891-1945)”, Religion Online
- American Carpatho-Russian Orthodox Diocese, “St. Maria Skobtsova of Paris”
- Holy Trinity Orthodox, levens van de heiligen, 20 juli
- OrthoChristian, “Mother Maria of Paris says OXI”
- GW2RU, “How a Russian poet-nun became a heroine of the French Resistance”
- Spirituality & Practice, bespreking van “Mother Maria Skobtsova: Essential Writings”
- Jewish Currents, “March 31: Mother Maria of Paris”
- Toespraak Catherine Vieu-Charier bij de inhuldiging van de rue Mère-Marie-Skobtsov, 31 maart 2016
- Pravmir, “A Street Named After Mother Maria Skobtsova Appears in Paris”
- Pravmir, “Memorial Sign in Honor of Mother Maria Skobtsova Appears in Paris”
- Orthodox Times, “Memory of Mother Maria Skobtsova”
- Wikipedia (Frans), “Marie Skobtsov”
- Wikipedia (Engels), “Maria Skobtsova”