Eind mei 1972 vond een nicht van Watchman Nee (een van de bronnen zegt achternicht) een papiertje onder het kussen van haar oom. Hij was een paar dagen eerder gestorven in een werkkamp in de provincie Anhui, in het binnenland van China. Hij had twintig jaar vastgezeten. Zijn lichaam was al gecremeerd voordat de familie er was.
Op het papiertje stonden een paar zinnen in zijn handschrift. Christus is de Zoon van God, schreef hij, gestorven voor de zonden van de mensen en na drie dagen opgestaan. Dat noemde hij het belangrijkste feit van de wereld. De laatste zin luidde, vrij vertaald: “Ik zal sterven in het geloof in Christus.”
Dat briefje kennen we via zijn familie. Er bestaat geen foto van in een archief dat ik kon raadplegen, en de bewoordingen verschillen een beetje per bron. Maar biografen, historici en een Chinees christelijk naslagwerk geven het allemaal door. In China gingen er in die jaren geruchten dat hij zijn geloof had afgezworen. Dit briefje zei iets anders.
De man die het schreef, was in het Westen een van de bekendste Chinese christenen van de twintigste eeuw. Zijn boeken, zoals Het normale christenleven, worden nog altijd gelezen. In China stichtte hij honderden gemeenten die niets met westerse kerkgenootschappen te maken wilden hebben. Hij was ook een zakenman, een man over wie zware beschuldigingen werden geuit, en een gevangene. Al die dingen horen bij zijn verhaal.
Het begon met een belofte van zijn moeder.
EEN GONG IN DE NACHT
Hij werd geboren op 4 november 1903 in Shantou, een havenstad in de provincie Guangdong in het zuiden van China. Westerlingen schreven de naam toen als Swatow. China had nog een keizer. Het land was arm en verdeeld, en westerse landen hadden er handelsposten en invloed afgedwongen. Christenen waren een kleine minderheid.
Zijn ouders waren christen. Zijn vader, Ni Wenxiu, werkte bij de keizerlijke douane en was zelf de zoon van een predikant. Zijn moeder, Lin Heping, had op een methodistische zendingsschool gezeten. Watchman was het derde van negen kinderen. Toen hij zes was, verhuisde het gezin naar Fuzhou, verderop langs de kust.
Zijn moeder had twee dochters gekregen voor hij kwam. Volgens zijn eigen getuigenis, die hij in 1936 vertelde, had ze gebeden dat ze een zoon aan God zou geven als ze er een kreeg. Dat verhaal kennen we alleen van hemzelf.
Hij kreeg de naam Shuzu, wat ongeveer betekent: verkondig de verdiensten van je voorouders. Later koos hij zelf een andere naam: Tuosheng, naar het geluid van de nachtwaker die in een Chinese stad ’s nachts op een bamboe gong slaat om de tijd aan te geven. Uit die naam komt zijn Engelse naam: Watchman, wachter. Volgens Wikipedia nam hij die naam in 1925 aan.
EEN KAMER IN FUZHOU, APRIL 1920
Watchman ging naar scholen van de Church Missionary Society, een anglicaanse zendingsorganisatie uit Engeland. Vanaf 1916 zat hij op de middelbare school van Trinity College in Fuzhou. Bij de eindexamens werd hij tweede van zijn klas.
In het voorjaar van 1920 hield de evangeliste Dora Yu samenkomsten in Fuzhou. Zij was een Chinese methodistische evangeliste. Eerst ging zijn moeder. Ze kwam terug en bood haar zoon haar excuses aan. Daarna ging hij zelf.
Zijn bekering vond plaats eind april 1920. De bronnen noemen 28 of 29 april. Hoe het ging, vertelde hij later zelf. Hij zat alleen op zijn kamer en worstelde. Voor hem hoorden geloven en geroepen worden bij elkaar. Als hij ja zei tegen Jezus, zei hij ook ja tegen een leven in Zijn dienst, en nee tegen de carrière die hij voor zich zag. Hij beleed zijn zonden, zo vertelde hij, en ervoer vrede.
Ken je dat, dat een ja tegen God meteen iets kost? Voor deze zeventienjarige jongen was het geen bijzaak. Hij wist dat hij iets opgaf.
DE ZENDELINGE DIE HEM OPNIEUW DOOPTE
Na zijn bekering ging hij kort naar de Bijbelschool van Dora Yu in Shanghai. Volgens Wikipedia werd hij daar weggestuurd vanwege zijn gewoonten. Andere bronnen die ik las, noemen dat niet.
De vrouw die hem het meest zou vormen, was een Engelse. Margaret E. Barber (1869-1930) was als zendelinge naar China gekomen, maar had haar banden met de anglicaanse kerk losgelaten. Ze leefde zonder vast inkomen, in afhankelijkheid van God. In 1921 doopte zij Watchman en zijn moeder opnieuw. Ze vonden de kinderdoop die ze als baby hadden gekregen niet meer genoeg en wilden gedoopt worden als gelovigen.
Het Biographical Dictionary of Chinese Christianity noemt Barber de belangrijkste persoonlijke invloed op zijn denken. Zijn nadruk op het innerlijke leven met Christus sluit aan bij westerse schrijvers als Andrew Murray, zo schrijft het Christian Research Journal. Een medewerkster van Barber gaf hem een eenvoudige opdracht: bid elke dag op naam voor je klasgenoten. Volgens zijn eigen verslag kwamen er na een paar maanden op één na alle ongeveer zeventig klasgenoten tot geloof. Dat getal heeft alleen hij genoemd.
BROOD BREKEN ZONDER KERKGENOOTSCHAP
In 1922 begon Watchman in Fuzhou samenkomsten op een manier die hij in het boek Handelingen meende te zien. Gelovigen werden gedoopt, elke week werd het avondmaal gevierd, en oudsten gaven leiding. Er was geen dominee in de gewone zin, en geen band met een westers kerkgenootschap.
Dat was een scherpe keuze. De meeste Chinese christenen hoorden toen bij kerken die door zendelingen waren gesticht: methodisten, presbyterianen, anglicanen, baptisten. Watchman zag in die verdeling een probleem. Volgens hem hoorde er in elke plaats maar één gemeente te zijn, zoals het Nieuwe Testament spreekt over de gemeente in Efeze.
In 1923 begon hij een tijdschrift, later volgde er een tweede. Hij schreef veel en las nog meer.
Toen werd hij ziek. Artsen stelden tuberculose vast, een ziekte waaraan in die tijd veel jonge mensen stierven. Over het jaar verschillen de bronnen: 1924 volgens zijn eigen getuigenis, 1926 volgens het Biographical Dictionary. In die periode schreef hij De geestelijke mens, een werk in drie delen dat in 1928 verscheen. Hij vertelde later dat hij na vasten en gebed een Bijbelwoord over geloof ontving, opstond en de trap afliep. Hij geloofde dat God hem genezen had. Toen hij Dora Yu bezocht, was ze geschrokken, want ze had gehoord dat hij stervende was. Ook dit kennen we uit zijn eigen verhaal.
DE KLEINE KUDDE IN SHANGHAI
In de tweede helft van de jaren twintig verhuisde Watchman naar Shanghai. De bronnen noemen 1926, 1927 of 1928. Shanghai was de grootste en meest internationale stad van China, met wijken die onder buitenlands bestuur stonden.
Daar groeide zijn werk uit tot een beweging. Zelf sprak hij gewoon van de gemeente in die plaats. Buitenstaanders noemden de groep de Kleine Kudde, in het Engels Little Flock. Medewerkers trokken als rondreizende werkers het land door en stichtten nieuwe gemeenten. Gezinnen verhuisden soms naar een andere stad om daar een gemeente te beginnen. In 1932 waren er volgens Wikipedia al gemeenten in Indonesië, Maleisië en Singapore.
In 1933 reisde Watchman naar Engeland en Amerika. In Londen brak hij het brood met de gemeente van Honor Oak, en ook met zendelingen buiten de kring van de Brethren, een Engelse beweging van zelfstandige gemeenten. In 1935 verbraken leiders van de strenge tak van die beweging, de Exclusive Brethren, de gemeenschap met hem en zijn gemeenten.
In 1934 trouwde hij met Zhang Pinhui, in het Engels Charity Chang. Haar tante was tegen het huwelijk. Volgens het Biographical Dictionary verspreidde zij beschuldigingen over zijn gedrag, waarop hij een tijd terugtrad uit de leiding. Het jaar daarna nam hij die weer op. Charity en Watchman kregen geen kinderen.
Rond dezelfde tijd haalde hij een jongere man uit het noorden naar Shanghai om zijn geschriften te redigeren: Li Changshou, in het Westen bekend als Witness Lee. Die naam komt verderop terug.
“IN EEN FLITS ZAG IK HET”
In 1938 en 1939 was Watchman weer in Europa. Hij sprak voor groepen jonge christelijke werkers, onder meer in Denemarken. De toespraken gingen over de brief aan de Romeinen, over wat Christus aan het kruis had gedaan en wat dat betekent voor het leven van een gelovige.
Die toespraken werden het boek Het normale christenleven. Ze verschenen vanaf 1940 in afleveringen in een Engels tijdschrift. De Brit Angus Kinnear verzamelde en redigeerde ze later. Zijn voorwoord is gedateerd Bangalore, India, 1957. Het boek is sindsdien in veel talen verschenen.
Het hart ervan is één vers: Dit weten wij toch, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is (Romeinen 6:6). In het boek vertelt Watchman hoe hij maandenlang had geprobeerd zichzelf als dood voor de zonde te beschouwen. Het lukte niet. Op een morgen, terwijl hij de Bijbel las en bad, zag hij het. Vrij vertaald: “In een flits zag ik het.” Hij zag dat hij in Christus was, en dat hij gestorven was toen Christus stierf.
Ik vind het opvallend dat Watchman in dat hoofdstuk geen methode geeft. Hij beschrijft iets wat hij zag. Hoeveel van wat jij over God weet, heb je zo gezien, en hoeveel heb je alleen gehoord?
EEN FARMACEUTISCH BEDRIJF
In 1939 raakte Watchman betrokken bij het farmaceutische bedrijf van zijn broer, een scheikundige. Volgens Asia Harvest heette het China Biological and Chemical Laboratories en werd Watchman voorzitter van het bestuur. Het doel was volgens die bron geld te verdienen voor het werk van de gemeenten, die krap zaten.
Het was oorlog. Japan had in 1937 een grote aanval op China ingezet, en Shanghai was bezet gebied. In 1945 verhuisde Watchman naar Chongqing in het westen, om daar toezicht te houden op de fabriek.
Een christelijke leider die een bedrijf leidt, riep vragen op. Maar wat er in 1942 gebeurde, ging over meer dan zakendoen.
ZES JAAR STIL
In 1942 zetten de oudsten van de gemeente in Shanghai Watchman uit zijn bediening. Hij mocht niet meer preken. De gemeente in Shanghai hield daarna een tijd op met samenkomen.
Waarom dat gebeurde, is tot vandaag omstreden. Ik geef de bronnen naast elkaar.
Volgens Wikipedia en Asia Harvest hadden de oudsten moeite met zijn betrokkenheid bij het bedrijf. Het Biographical Dictionary of Chinese Christianity noemt twee redenen: onregelmatigheden in zijn zaken en seksuele onzedelijkheid. Een Hongkongse kerkhistoricus die er in 2002 een lange studie aan wijdde, concludeerde dat het niet om het bedrijf ging, maar om zijn persoonlijke moraal. Schrijvers uit de kring van de plaatselijke gemeenten zelf spreken van grote onrust en van geruchten die volgens hen niet klopten.
Ik kan dit niet beslissen, en ik ga het ook niet proberen. Wat vaststaat, is dat er beschuldigingen waren, dat zijn eigen oudsten maatregelen namen, en dat hij zes jaar niet in de gemeente diende. Hoe het vanbinnen voor hem was, weten we niet uit een betrouwbare bron.
In april 1948 kwam er een opwekking in de gemeente in Shanghai. Witness Lee en een medewerkster, Peace Wang, hadden de gemeente in de jaren daarvoor weer opgebouwd. Met hulp van Witness Lee kwam Watchman terug in de bediening. Over die terugkeer zijn de bronnen het eens.
WIE GEEN WESTERSE KERK WILDE
Rond 1949 telde de beweging volgens het Biographical Dictionary en Christian History zo’n zevenhonderd gemeenten met ongeveer zeventigduizend leden. Dat zijn schattingen, die in de bronnen niet verder worden onderbouwd. Een ander artikel spreekt van minstens zeshonderd gemeenten.
In 1949 nam de Communistische Partij de macht over. Eind 1948 en begin 1949 gaf Watchman in het bergoord Guling (Kuling) een training aan leiders. Volgens de historicus Joseph Lee ging die onder meer over martelaarschap. Witness Lee stuurde hij naar Taiwan, zodat het werk buiten het vasteland verder kon.
Wat volgde, is ingewikkeld. De nieuwe regering zette de Drie-Zelf-beweging op: kerken moesten zichzelf besturen, zichzelf onderhouden en zichzelf uitbreiden, zonder buitenlandse steun en onder toezicht van de Partij. Watchman had zijn hele leven gepleit voor Chinese gemeenten zonder westerse leiding. In 1950 moedigde hij de gemeenten aan om mee te doen. De beweging tekende ook het Christelijk Manifest, een verklaring van trouw aan de nieuwe staat.
Het hielp niet. In september 1951 klaagden vier leden van de gemeente in Nanjing hem publiekelijk aan als reactionair, een vijand van de revolutie.
10 APRIL 1952
Op 10 april 1952 werd Watchman Nee gearresteerd in Mantsjoerije, in het noordoosten van China. De bronnen noemen verschillende steden. De aanklacht ging over zijn bedrijf: omkoping, belastingontduiking, diefstal van staatseigendom. Het bedrijf werd in beslag genomen.
Asia Harvest schrijft dat hij werd neergezet als een kapitalist die de wet overtrad. Volgens de kerkhistoricus uit Hongkong werd hij in eerste instantie gearresteerd voor handelsdelicten, niet voor zijn geloof. Dat onderscheid is in China nooit helemaal te maken. Een christelijke leider met een bedrijf was voor de staat een dubbel doelwit.
Vier jaar zat hij vast zonder dat er een vonnis was. In januari 1956 werden in het hele land medewerkers en oudsten van de beweging opgepakt. In Shanghai volgden aanklaagbijeenkomsten, waar mensen in het openbaar tegen hem moesten getuigen. Volgens Asia Harvest kwamen op 30 januari ongeveer tweeduizend vijfhonderd mensen samen in het kerkgebouw aan de Nanyang Road. Onder de aanklagers waren vroegere leiders van zijn eigen beweging. Daar werden ook beschuldigingen van seksueel wangedrag publiek gemaakt.
Op 21 juni 1956 verklaarde het Hooggerechtshof van Shanghai hem op alle punten schuldig. Hij kreeg vijftien jaar. Christian History noemt de omschrijving waaronder hij werd veroordeeld: hoofd van een contrarevolutionaire kliek. De oudsten van de gemeente in Shanghai sloten hem uit.
WAT WAS WAAR?
Hier moet ik eerlijk zijn over wat we niet weten.
De Amerikaanse historicus Joseph Lee, die het aanklachtmateriaal uit die jaren bestudeerde, noemt het aanklachtmateriaal zeer omstreden bewijs. Het is geschreven in de taal van de maoïstische campagnes en was bedoeld om christelijke gemeenschappen te breken. De Hongkongse studie uit 2002 komt tot een ander oordeel: overdreven, maar grotendeels terecht. Schrijvers uit de plaatselijke gemeenten zien alles als politieke propaganda en geruchten.
Ik heb die drie stemmen naast elkaar laten staan. Een rechtbank in het China van 1956 was geen plek waar een verdachte een eerlijk proces kreeg. Dat maakt de aanklachten niet automatisch onwaar. Het maakt ze wel onbetrouwbaar als bewijs. Wat er in zijn persoonlijk leven gebeurd is, kan ik vanaf hier niet vaststellen.
Wat wel vaststaat: hij werd veroordeeld, en hij bleef zitten, ook toen zijn straf voorbij was.
TWINTIG JAAR
Watchman zat eerst in de Tilanqiao-gevangenis in Shanghai. Over wat hij daar zei en deed, bestaan verhalen van een medegevangene. Joseph Lee waarschuwt dat die met grote voorzichtigheid gelezen moeten worden, omdat ze sterk heiligend van toon zijn.
Volgens Christian History was hij iemand die zei, vrij vertaald: “Ik wil niets voor mezelf, ik wil alles voor de Heer.” In de gevangenis werd dat op de proef gesteld. Zijn straf zou in 1967 aflopen. Hij kwam niet vrij. Een Engelse biografie vertelt dat hem vrijlating werd aangeboden als hij zou stoppen met preken, en dat hij weigerde. Dat verhaal heb ik niet in een onafhankelijke bron kunnen controleren.
Daarna werd hij overgebracht naar een werkkamp in Anhui. Volgens Joseph Lee was dat in 1969, volgens Asia Harvest pas in 1972. Het kamp heette Baimaoling.
Charity werd in 1966, tijdens de Culturele Revolutie, gearresteerd en volgens Asia Harvest zwaar mishandeld. In 1971 viel ze, brak een aantal ribben en stierf enkele dagen later. Watchman mocht niet naar haar begrafenis. Ze waren zevenendertig jaar getrouwd geweest, waarvan hij negentien jaar achter tralies had gezeten.
EEN TRACTOR OP WEG NAAR HET ZIEKENHUIS
In mei 1972 was zijn hart er ernstig aan toe. Volgens het Biographical Dictionary en Asia Harvest werd hij uiteindelijk per tractor vervoerd naar een gevangenisziekenhuis, ongeveer negentien kilometer verderop. Hij overleed op 30 mei 1972, in zijn negenenzestigste levensjaar. Er kwam geen officiële bekendmaking en geen begrafenis. Op 1 juni werd zijn lichaam gecremeerd, voor zijn familie er was.
Daarna vond zijn nicht het papiertje onder het kussen.
DE WACHTER OP DE MUUR
Wat Watchman Nee naliet, is in twee richtingen gegaan.
Buiten China werden zijn boeken veel gelezen. Van Het normale christenleven zijn volgens Wikipedia meer dan een miljoen exemplaren verkocht. Veel van die boeken kwamen voort uit toespraken die anderen opschreven en redigeerden, vaak jaren later. Witness Lee bouwde in Taiwan en later in de Verenigde Staten een wereldwijde beweging van plaatselijke gemeenten op, die zich op Watchman Nee beroept. Die beweging heeft haar eigen geschiedenis en haar eigen discussies, die buiten dit hoofdstuk vallen.
In China gingen de gemeenten ondergronds. Volgens Joseph Lee werd de manier van werken van de Kleine Kudde, met kleine groepen, leken die leiding geven en geen band met het buitenland, na 1978 een voorbeeld voor veel huiskerken.
Hij was geen heilige uit een plaatjesboek. Hij werd beschuldigd door zijn vijanden en door zijn eigen broeders. Een deel van die beschuldigingen is nooit opgehelderd. Wat er in de bronnen overblijft, is een man die het evangelie Chinees wilde laten zijn, die zag wat het kruis met hem gedaan had, en die twintig jaar gevangen zat zonder dat er een bekend bewijs is dat hij Christus losliet.
In de Chinese steden van zijn jeugd liep ’s nachts een wachter met een bamboe gong door de straten. Hij sloeg de tijd. Watchman Nee nam dat geluid als zijn naam. Het laatste wat hij sloeg, lag onder een kussen in een kamp in Anhui.
Wat vaststaat en wat verteld wordt
Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte op 4 november 1903 in Shantou; christelijke ouders; scholing bij de Church Missionary Society en Trinity College in Fuzhou; bekering in april 1920 via Dora Yu; doop door Margaret Barber in 1921; begin van zelfstandige samenkomsten in Fuzhou in 1922; De geestelijke mens (1928); verhuizing naar Shanghai in de tweede helft van de jaren twintig; huwelijk met Charity Zhang in 1934; de Europese toespraken van 1938-1939 als basis van Het normale christenleven; betrokkenheid bij het farmaceutische bedrijf van zijn broer; uitsluiting door de oudsten in 1942 en terugkeer in 1948; arrestatie op 10 april 1952 op zakelijke aanklachten; aanklaagbijeenkomsten in januari 1956; veroordeling tot vijftien jaar op 21 juni 1956; dood van Charity in 1971; zijn dood op 30 mei 1972 in een werkkamp in Anhui en de crematie op 1 juni.
Alleen uit eigen getuigenis of latere overlevering: de belofte van zijn moeder vóór zijn geboorte; de exacte datum en de worsteling van zijn bekering; de zeventig klasgenoten; zijn genezing van tuberculose; het moment waarop hij Romeinen 6 “zag”; het briefje onder zijn kussen (via zijn familie, door meerdere bronnen doorgegeven); de verhalen van een medegevangene uit Tilanqiao; het aanbod van vrijlating als hij zou stoppen met preken.
Onbevestigd of betwist: de reden van zijn uitsluiting in 1942 (zakelijk, moreel, of geruchten); de waarheid van de aanklachten van 1952 en 1956, waaronder de beschuldigingen van seksueel wangedrag; de stad van zijn arrestatie; het jaar van zijn overplaatsing naar het werkkamp (1969 of 1972); het jaar van zijn ziekte (1924 of 1926) en van zijn verhuizing naar Shanghai.
Duiding: de aantallen gemeenten en leden rond 1949 (ongeveer zevenhonderd gemeenten, zeventigduizend leden) zijn schattingen zonder nadere onderbouwing in de bronnen. Historici en schrijvers uit de beweging zelf beoordelen de beschuldigingen verschillend; dit hoofdstuk kiest daarin geen partij.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Biographical Dictionary of Chinese Christianity, “Nee, Watchman” (G. Wright Doyle)
- Christian History 98, “Everything for the Lord; Watchman Nee” (Yading Li, 2008)
- Joseph Tse-Hei Lee, “Faith and Defiance: Christian Prisoners in Maoist China”, Review of Religion and Chinese Society 4 (2017)
- Joseph Tse-Hei Lee, “Dying for Faith, Transforming Memories: Chinese Christian Martyr Watchman Nee”
- China Change, samenvatting van “Watchman Nee and the Little Flock Movement in Maoist China” (2011)
- Alliance Bible Seminary, Jian Dao 17 (2002), studie naar de aanklachten tegen Watchman Nee (samenvatting)
- The History and Martyrdom of Watchman Nee (verdedigende uitgave, concept)
- Asia Harvest, “1972: Watchman Nee”
- Watchman Nee’s Testimony (Living Stream Ministry)
- The Normal Christian Life, voorwoord van Angus Kinnear (CCEL)
- The Normal Christian Life, volledige tekst (CCEL)
- Elliot Miller, “The Local Church as Movement and Source of Controversy”, Christian Research Journal
- Geoffrey Hanks, Seventy Great Christians (1994), via localchurches.org
- Wikipedia, “Watchman Nee” (startpunt)
- Wikipedia, “The Normal Christian Life” (startpunt)