Uit allevolken

Deel 2 · Uit alle volken · Hoofdstuk 5

Bakht Singh

de sikh die de Bijbel verscheurde

1903-2000Hyderabad, India

Op 6 april 1933 kwam Bakht Singh aan in Bombay, het huidige Mumbai. Hij was negenentwintig. Hij had zeven jaar in Engeland en Canada gestudeerd. Zijn ouders kwamen hem opzoeken. Hij was christen geworden, en ze vroegen hem één ding: houd het geheim. Denk aan de eer van de familie.

Volgens zijn eigen verslag legde zijn vader zijn tulband aan de voeten van zijn zoon. Voor een sikh is de tulband een teken van eer en geloof. Het was een smeekbede zonder woorden. Bakht antwoordde met een vraag: “Kan ik leven zonder te ademen?” (vrij vertaald). Christus was zijn leven geworden, zei hij. Hoe kon hij dan zonder Hem?

Zijn ouders lieten hem achter in Bombay. Hij had geen huis meer. Later zei hij dat de straat zijn huis was en de lantaarnpaal zijn licht.

Deze man zou uitgroeien tot een van de bekendste evangelisten en Bijbelleraren van India. Hij stichtte gemeenten die van niemand in het Westen afhankelijk waren en die door Indiërs werden geleid. Christianity Today schreef bij zijn dood dat hij meer dan zesduizend gemeenten en groepen in India had helpen beginnen. Toen hij in 2000 in Hyderabad werd begraven, liepen er volgens zijn eigen beweging zo’n kwart miljoen mensen mee achter de baar.

Het begon in een dorp in de Punjab, bij een jongen die een Bijbel aan stukken scheurde.

EEN TULBAND EN EEN ZENDINGSSCHOOL

Bakht Singh Chabra werd geboren op 6 juni 1903 in de Punjab, in het noordwesten van wat toen Brits-Indië was. Volgens de meeste bronnen kwam hij uit het dorp Joiya in het district Sargodha. Dat gebied ligt sinds 1947 in Pakistan. Zijn ouders, Jawahar Mal Chabra en Lakshmi Bai, waren welgestelde sikhs.

Voor een Nederlandse lezer even de achtergrond. Het sikhisme ontstond rond 1500 in de Punjab, met goeroe Nanak. Sikhs geloven in één God, ze lezen uit hun heilige boek, de Guru Granth Sahib, en mannen dragen het haar ongeknipt onder een tulband. In de tijd dat Bakht opgroeide, regeerden de Britten over India. Er was een groeiende beweging voor onafhankelijkheid, en veel Indiërs zagen het christendom als de godsdienst van de overheerser.

Bakht ging naar een christelijke zendingsschool. Hij hoorde daar weinig over Jezus, zo vertelde hij later. Volgens Christian History Institute durfden de leraren Christus niet sterk te verkondigen, omdat er kritiek was op de Britse heerschappij. De christenen die hij om zich heen zag, waren Britse bestuurders of mensen uit de laagste kasten. Geen van beide trok hem aan. Het christendom leek hem eerder een culturele identiteit dan een levend geloof, zo vat de Amerikaanse organisatie Renovaré zijn jeugdbeeld samen.

Na zijn eindexamen kreeg hij een Bijbel. Hij scheurde die met zijn handen kapot en hield alleen de leren kaft over. Dat verhaal vertelde hij zelf, en het staat ook op de website die zijn medewerkers na zijn dood bijhielden.

ENGELAND, 1926

Hij studeerde af aan de universiteit van de Punjab in Lahore. In 1926 vertrok hij naar Engeland om in Londen verder te studeren, aan King’s College. De bronnen zijn het oneens over het vak: werktuigbouwkunde of landbouwtechniek. Voor hij vertrok, beloofde hij zijn moeder dat hij sikh zou blijven.

Hij was in die tijd al getrouwd met een vrouw die zijn ouders voor hem hadden gekozen. Ze hadden een zoon. Hoe oud hij was toen hij trouwde, is niet zeker. Eén bron noemt het jaar 1915, toen hij twaalf was, maar dat heb ik verder nergens bevestigd gezien.

In Engeland liet hij zijn geloof los. Hij noemde zich atheïst. Hij leefde volgens zijn eigen terugblik als een playboy, gaf zijn geld uit aan drank en schreef zijn vader hogere kosten dan hij maakte. Het Dictionary of Christian Biography in Asia vertelt, op basis van zijn eigen getuigenis, dat hij het spaargeld van zeven maanden in één maand opmaakte.

Het is opvallend hoe eerlijk hij hierover was. Hij maakte zichzelf in zijn verhaal niet mooier dan hij was.

EEN KNIE OP DE VLOER

Dan komt het moment dat hij zelf als het begin zag. Over de plaats verschillen de bronnen. Christian History Institute vertelt dat het gebeurde aan boord van een schip op weg naar Canada. Het Dictionary of Christian Biography in Asia plaatst het in 1928, tijdens een zomervakantie in Canada. De kern van het verhaal is in beide versies hetzelfde, en die kern komt uit zijn eigen getuigenis.

Hij ging uit nieuwsgierigheid naar een kerkdienst. Tijdens de preek viel hij in slaap. Hij werd wakker toen iedereen om hem heen knielde voor het gebed. Hij zat ingeklemd en kon niet weg. Uit beleefdheid knielde hij mee. En toen hij daar op zijn knieën zat, kwamen er woorden van lof voor de Heer Jezus in zijn gedachten op. Hij voelde, zo vertelde hij, een sterke nabijheid van God.

Een jongen die een Bijbel had verscheurd, zat op zijn knieën omdat hij de mensen naast zich niet wilde storen. Ik vind dat een mooi begin. God gebruikte iets kleins, bijna iets toevalligs.

Hij was nog geen christen. Maar er was iets gebeurd.

WINNIPEG, DECEMBER 1929

In 1929 verhuisde hij naar Canada om landbouwtechniek te studeren aan de University of Manitoba in Winnipeg. Daar kreeg hij van vrienden een Nieuwe Testament. Christianity Today spreekt van twee vrienden. Volgens Wikipedia en het Amerikaanse Our Daily Bread waren het John en Edith Hayward, een christelijk echtpaar bij wie hij mocht wonen en dat voor het avondeten uit de Bijbel las. Het Dictionary of Christian Biography in Asia noemt een bankdirecteur, Owel Hansen, die hij leerde kennen in het YMCA. Misschien speelden ze alle drie een rol. De bronnen geven daar geen uitsluitsel over.

Volgens zijn eigen getuigenis kreeg hij het Nieuwe Testament op 14 december 1929. Hij las drie dagen lang. Op 16 december om half twaalf ’s ochtends gaf hij zich over aan Christus. Zijn verlangen naar tabak, drank, de bioscoop en het danscafé was bijna meteen weg, zo vertelde hij. Ook de website van zijn beweging zegt dat hij in 1929 in Canada Gods stem hoorde, zijn zonden beleed en Jezus aannam.

Heb jij ooit iets gelezen dat je jarenlang had weggeduwd, en ontdekt dat het precies over jou ging?

EEN STOTTERAAR MET EEN OPDRACHT

Er was een politieman in Winnipeg, Flynn, lid van de Christian and Missionary Alliance. Hij vroeg Bakht waarom hij niet terugging naar India om te preken. Bakht wilde er niet aan. Hij was opgeleid als ingenieur. En hij stotterde. Volgens zijn eigen verslag verzette hij zich ongeveer twee jaar. Hij bood God zijn geld aan, maar hoorde dat God hemzelf wilde.

Op 4 februari 1932 werd hij gedoopt in Vancouver, aan de westkust van Canada. Die datum staat in meerdere bronnen. Hij was toen bijna dertig.

Twee maanden later, op 4 april 1932, nam hij de roeping aan. Hij deed dat, zo vertelde hij, met drie voorwaarden die hij van God meekreeg. Hij zou geen aanspraak maken op het bezit van zijn vader en zijn noden aan niemand bekendmaken, alleen aan God. Hij zou zich bij geen zendingsorganisatie of kerkgenootschap aansluiten, maar alle christenen gelijk dienen. En hij zou geen eigen plannen maken, maar zich dag voor dag laten leiden.

Die drie zinnen bepaalden de rest van zijn leven. Ze verklaren ook waarom zijn werk er zo anders uitzag dan dat van de zendingsorganisaties in India.

DE STRAAT WAS ZIJN HUIS

Daarmee zijn we terug in Bombay, april 1933, bij de tulband aan zijn voeten. Zijn familie verstootte hem. Volgens Christian History Institute verliet zijn vrouw hem en nam ze hun zoon mee. Over zijn vrouw en zoon zeggen de bronnen daarna bijna niets meer.

Hij sliep in een openbaar nachtverblijf. Daarna reisde hij naar Karachi, nu in Pakistan, waar een zus van hem woonde. Volgens het Dictionary of Christian Biography in Asia waren zijn eerste toehoorders straatvegers. Ze kwamen om vier uur ’s ochtends bij elkaar voor gebed en Bijbelstudie, voor hun werk begon. In het kastenstelsel van India hoorden straatvegers bij de laagste groepen. De zoon van een rijke sikh las met hen de Bijbel.

In die tijd, zo vertelde hij later, sprak een hindoe hem aan op het gedrag van christenen. Bakht begon te bidden om vernieuwing van Gods volk. Een tekst die hem daarbij leidde, kwam uit het verhaal van de broden en de vissen. Na de maaltijd zegt Jezus tegen Zijn discipelen: Verzamel de overgebleven stukken, zodat er niets verloren gaat. (Johannes 6:12). Bakht las dat als een opdracht om niets te verspillen, geen geld, geen tijd, geen mens.

Volgens de Engelstalige Wikipedia begon hij als evangelist binnen de anglicaanse kerk en ging hij later zelfstandig verder. Andere bronnen zeggen hier weinig over.

MARTINPUR, JUNI 1937

Hij trok rond door Sind, Beloetsjistan en de Punjab, gebieden die nu in Pakistan liggen. In 1935 preekte hij in Quetta. Volgens een latere overlevering waarschuwde hij daar voor een komend “schudden”, waarna een aardbeving volgde. De aardbeving zelf is goed gedocumenteerd: in de nacht van 31 mei 1935 verwoestte ze de stad, met tienduizenden doden. Voor de waarschuwing heb ik geen bron uit die tijd gevonden.

In juni 1937 kwam hij in Martinpur, een dorp in de Punjab met een presbyteriaanse gemeente. Het dorp stond volgens het Dictionary bekend om zijn slechte zeden. Presbyterianen zijn protestanten die hun kerk laten besturen door gekozen oudsten. Volgens het Dictionary of Christian Biography in Asia preekte hij er dertien dagen zonder dat er iets leek te gebeuren. Op de veertiende avond brak er een opwekking uit die tot drie uur ’s nachts duurde. Daarna werden nachtelijke gebedsbijeenkomsten en gezamenlijke maaltijden er gewoon.

Dat er in Martinpur een opwekking was waarbij Bakht Singh een grote rol speelde, staat in meerdere bronnen. De historicus Jonathan Bonk noemde haar later een van de opvallendste bewegingen in de kerkgeschiedenis van het Indiase subcontinent. De precieze dagen en uren komen uit de kring rond Bakht zelf.

Datzelfde jaar sprak hij op de grote christelijke conventie in Sialkot. De Britse opwekkingshistoricus J. Edwin Orr noemde hem later een Indiase tegenhanger van de grote westerse evangelisten. Volgens het Dictionary liepen zeventig jonge mannen uit Martinpur met hem mee naar Sialkot, een tocht van zo’n honderdvijftig mijl, en vertelden ze onderweg over Jezus.

EEN BIJBEL OMHOOG

Vanaf 1938 reisde hij naar het zuiden: Madras, het huidige Chennai, en Kerala. Er kwamen grote menigten. Er werden genezingen gemeld. Volgens het Dictionary of Christian Biography in Asia hield hij die genezingen bewust klein. Hij zou zelfs gebeden hebben dat ze zouden ophouden, zodat mensen om Christus zouden komen en niet om een wonder. Dat verhaal komt uit de beweging zelf.

Hij maakte geen reclame voor zijn bijeenkomsten. Hij vertrouwde erop dat God mensen zou brengen als er gebeden werd. Bij de Mukti-zending van Pandita Ramabai, een bekende Indiase christelijke vrouw, leidde hij volgens hetzelfde Dictionary negentien nachten van gebed. Hij bad altijd op zijn knieën.

Hij wilde dat elke gelovige een eigen Bijbel had. In zijn bijeenkomsten hield hij de zijne omhoog. Tijdens zijn campagnes zouden de Bijbelwinkels leeg zijn verkocht.

In 1940 kwamen er in Madras volgens het Dictionary zo’n twaalfduizend mensen naar hem luisteren. Kort daarna verboden een aantal predikanten in die stad hem hun kerken, omdat hij kritiek had op de gevestigde kerk. Hier begint een spanning die zijn hele leven zou blijven.

EEN NACHT OP DE HEUVEL

Veel mensen die door zijn prediking tot geloof kwamen, voelden zich niet thuis in de bestaande kerken. Ze vroegen hem om een gemeente te stichten. Bakht had nooit een eigen kerk willen beginnen. Volgens het Dictionary vastte hij eenentwintig dagen voor hij toestemde. Daarna bracht hij met zijn medewerkers een nacht in gebed door op een heuvel bij de stad, volgens Wikipedia bij Pallavaram, aan de rand van het huidige Chennai.

Op 12 juli 1941 begon in Madras de eerste gemeente. Ze heette Jehovah Shammah, Hebreeuws voor “de Heer is daar”. Als grondslag kozen ze een vers uit Handelingen over de eerste christenen in Jeruzalem: En zij volhardden in de leer van de apostelen en in de gemeenschap, in het breken van het brood en in de gebeden. (Handelingen 2:42).

Er was geen westerse zendingsorganisatie bij betrokken. Indiërs leidden de gemeente, en de gelovigen deelden geregeld een gezamenlijke maaltijd, die ze liefdesmaaltijd noemden. In december 1941 hield de jonge gemeente haar eerste Holy Convocation, een samenkomst van negentien dagen. Bakht baseerde die op Leviticus 23, waar Israël jaarlijks voor Gods feesten samenkomt. Later sliepen er bij zulke convocaties duizenden mensen in tenten.

Het was 1941. India was nog een Britse kolonie. Zes jaar later werd het land onafhankelijk en gedeeld in India en Pakistan. Het werk van Bakht laat zien dat het evangelie in India al voor die tijd Indiase handen had gekregen.

HEBRON

Vanaf 1946 reisde hij ook naar het buitenland. Volgens de website van zijn beweging sprak hij in 1946 in Toronto op een grote zendingsconferentie voor studenten. In de jaren daarna volgden onder meer Engeland, de Verenigde Staten en Australië.

Op 25 september 1950 verhuisde hij met zijn medewerkers naar Hyderabad, in het zuiden van India. Midden jaren vijftig kregen ze daar een nieuw terrein, dat hij Hebron noemde. Hebron werd het centrum van de beweging, met een Bijbelschool, een gemeente en de plek voor de grote convocaties. Volgens Wikipedia trokken die in Hyderabad tot vijfentwintigduizend mensen, maar dat getal heb ik niet bij een onafhankelijke bron gevonden.

De gemeenten groeiden. Christianity Today schreef in 2000 dat hij in India meer dan zesduizend gemeenten en groepen had gesticht, en dat zijn invloed doorwerkte in ongeveer tienduizend gemeenten in India, Pakistan, Sri Lanka, Australië en de Verenigde Staten. In hetzelfde bericht kwam Robert Finley aan het woord, de voorzitter van Christian Aid Mission, een Amerikaanse organisatie die Indiase evangelisten steunt. Een onafhankelijke telling van die gemeenten heb ik nergens gevonden.

DE SCHADUW VAN EEN STERKE MAN

Een eerlijk hoofdstuk over Bakht Singh moet ook de moeilijke kant laten zien. Zijn biograaf T.E. Koshy wijdde er een apart hoofdstuk aan, over zijn menselijke beperkingen.

De nadruk op afscheiding van de wereld maakte zijn gemeenten soms exclusief en oordelend, schrijft het Dictionary of Christian Biography in Asia. En omdat het werk zo sterk rustte op wat hij van God hoorde, moesten alle grote besluiten langs hem. Toen zijn gezondheid achteruitging, leidde dat tot problemen in het leiderschap.

Ook buiten zijn beweging was er kritiek. De kerkhistorica Bharathi Nuthalapati schrijft dat veel mensen zijn gemeenten zagen als afsplitsingen van de gevestigde kerken. Anderen vonden zijn leer te veel vermengd met Indiase godsdienst. Zij komt zelf tot een ander oordeel. Volgens haar bleef zijn theologie rechtzinnig, maar sprak hij de taal van bhakti, de Indiase vroomheid van persoonlijke overgave aan God. Hij gaf die taal een christelijke inhoud.

Ik denk dat beide waar kunnen zijn. Een man die alles van God verwacht, kan veel bouwen. Dezelfde man vindt het soms moeilijk om iets uit handen te geven.

Hoe zou jij omgaan met een leider die zo duidelijk door God gebruikt werd, en die toch alles zelf wilde blijven beslissen?

HYDERABAD, SEPTEMBER 2000

Bakht Singh kreeg de ziekte van Parkinson. Volgens het Dictionary lag hij zijn laatste tien jaar op bed, verzorgd door een christelijk echtpaar.

Over zijn familie vertelde hij later nog één ding. Zijn vader werd uiteindelijk christen, zei hij. Dat weten we alleen uit zijn eigen getuigenis.

Hij overleed in Hyderabad, zevenennegentig jaar oud. Zijn beweging en de meeste naslagwerken noemen zondag 17 september 2000. Christianity Today schreef 16 september. Zijn medewerkers noteerden zelfs het tijdstip: vijf over zes in de ochtend.

Op vrijdag 22 september werd hij begraven. De stoet trok van Hebron naar de christelijke begraafplaats in Narayanaguda, een tocht van ongeveer drie kilometer die volgens zijn medewerkers zo’n drie uur duurde. Ze schatten dat er een kwart miljoen mensen meeliepen. Christianity Today berichtte dat ongeveer zeshonderdduizend mensen de herdenkingen in Hyderabad bijwoonden. Ook dat getal komt uit de kring rond Hebron. Volgens het Dictionary hielden veel van de mensen in de stoet hun Bijbel omhoog.

Een volgeling zei tegen Christianity Today dat hij een vader was geweest voor duizenden en duizenden mensen in India.

De jongen uit de Punjab had ooit een Bijbel verscheurd en alleen de leren kaft gehouden. Op die septemberdag liepen er duizenden mensen door Hyderabad, en boven hun hoofden droegen ze het boek, heel.

Dossier

Wat vaststaat en wat verteld wordt

Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte op 6 juni 1903 in de Punjab, in een sikhgezin; studie in Engeland vanaf 1926 en in Winnipeg vanaf 1929; bekering in 1929 in Canada na het lezen van een Nieuwe Testament dat vrienden hem gaven; doop op 4 februari 1932 in Vancouver; aankomst in Bombay op 6 april 1933 en verstoting door zijn familie; rol in de opwekking van Martinpur (1937); stichting van de eerste gemeente in Madras in 1941; jaarlijkse Holy Convocations; verhuizing naar Hyderabad (1950) en het centrum Hebron; ziekte van Parkinson; overlijden in Hyderabad in september 2000 op zevenennegentigjarige leeftijd.

Alleen uit eigen getuigenis of latere overlevering: het verscheuren van de Bijbel; zijn losbandige leven in Engeland; het knielen tijdens de kerkdienst; de exacte datum en het uur van zijn bekering; de rol van politieman Flynn; de drie voorwaarden bij zijn roeping; de tulband aan zijn voeten en zijn antwoord aan zijn ouders; de straatvegers in Karachi; de details van Martinpur (dertien dagen, de veertiende avond) en de tocht naar Sialkot; zijn gebed dat de genezingen zouden ophouden; de bekering van zijn vader; de getallen bij zijn begrafenis en het aantal gemeenten (van zijn beweging en van Christian Aid Mission).

Onbevestigd: of de beslissende ervaring aan boord van een schip of in Canada plaatsvond; de namen van de vrienden in Winnipeg (de Haywards of Owel Hansen); zijn huwelijk op twaalfjarige leeftijd in 1915; de waarschuwing voor de aardbeving in Quetta; zijn begin als anglicaans evangelist; de precieze sterfdatum (16 of 17 september); de bezoekersaantallen van de convocaties in Hyderabad.

Duiding: of zijn gemeenten een terugkeer waren naar de eerste christenen of een afsplitsing van de bestaande kerk, is een vraag waarover christenen in India verschillend oordelen. Nuthalapati ziet in hem een vertaler van het evangelie naar Indiase vroomheid, zonder dat de kern veranderde.

Bronnen bij dit hoofdstuk

  1. Dictionary of Christian Biography in Asia, “Singh, Bakht C.” (Philip Malayil)
  2. Christian History Institute, It Happened Today, 4 februari
  3. Christian History Institute, Daily Quote, 6 april 1933
  4. Christian Post, “This week in Christian history: … Bakht Singh arrives in Bombay”
  5. Christianity Today, overlijdensbericht september 2000
  6. Christianity Today, 13 november 2000
  7. Brother Bakht Singh, korte biografie
  8. Brother Bakht Singh, homepage
  9. InterVarsity Press, T.E. Koshy, Bakht Singh of India
  10. Langham, B.E. Bharathi Nuthalapati, Brother Bakht Singh (2017)
  11. Our Daily Bread, “Bakht Singh 1903-2000”
  12. Renovaré, Bakht Singh
  13. Wikipedia, Bakht Singh
  14. Wikipedia, 1935 Quetta earthquake
Liever het hele boek?PDF downloadenE-book (EPUB)Over dit deel