Op zondagochtend 7 augustus 1955 preekte Wang Mingdao in zijn eigen kerk in Peking, het huidige Beijing. Het gebouw stond aan de Shijia Hutong, een smalle straat in de oude stad, en heette de Christian Tabernacle. Hij was vijfenvijftig. Zijn preek had als titel: De Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen van zondaars.
Een week eerder had het blad Tianfeng, de stem van de officiële protestantse beweging in China, een aanval op hem gepubliceerd. In de nacht na die dienst, rond één uur, stond de politie aan de deur. Wang werd gearresteerd, samen met zijn vrouw Liu Jingwen en achttien jonge mensen uit de kerk. Kort daarna werd het gebouw verzegeld.
Wang Mingdao zou meer dan twintig jaar in gevangenissen en werkkampen doorbrengen. Hij werd in China de man die weigerde: eerst de Japanse bezetter, daarna de kerkelijke beweging die de nieuwe regering steunde. Hij is ook de man die één keer wel tekende. Dat hoort bij zijn verhaal, en hij heeft het zelf nooit verzwegen.
Het begon in een belegerde wijk, in de zomer van 1900.
GEBOREN TUSSEN DE KOGELS
In 1900 trok in Noord-China de Boksersopstand door het land. De Boksers waren een beweging die buitenlanders en Chinese christenen aanviel, omdat ze hen zagen als handlangers van de westerse machten die China toen onder druk zetten. China werd nog geregeerd door een keizer, uit de Qing-dynastie. In Peking vluchtten christenen naar de gezantschapswijk, waar de buitenlandse ambassades lagen. Die wijk werd wekenlang belegerd.
Ook het gezin Wang zat daar. De vader, Wang Zihou, was arts en had banden met westerse zendelingen. Volgens het Biographical Dictionary of Chinese Christianity vreesde de familie om die reden voor hun leven. Nog voor zijn zoon geboren werd, maakte Wang Zihou in de belegerde wijk een einde aan zijn leven. Op 25 juli 1900 werd het kind geboren.
Zijn moeder, Li Wenyi, was lid van de kerk van de London Missionary Society, een Britse zendingsorganisatie. Ze noemde haar zoon Tiezi. Dat betekent ijzerzoon. Het leven dat volgde was hard. Moeder en zoon hadden vaak niet genoeg te eten, en de jongen was zwak en vaak ziek. Ze woonden op een volle binnenplaats tussen arme gezinnen. Volgens zijn Chinese biografie maakte hij daar ruzie, geweld en bedrog van dichtbij mee, en groeide er een sterke afkeer van kwaad in hem.
Op zijn negende ging hij naar de lagere school van dezelfde zendingsorganisatie.
EEN VRIEND DIE HEM OP ZIJN PLAATS ZETTE
In het voorjaar van 1914 kreeg de veertienjarige een flinke berisping van een christelijke vriend. Wat die vriend precies zei, is niet bewaard. Wel weten we wat Tiezi daarna deed. Hij begon te lezen in de boeken van Xie Hongfu, een Chinese schrijver die werkte voor de christelijke jongerenorganisatie YMCA. Wang schreef later dat hij toen de zin en de verantwoordelijkheid van het leven begon te begrijpen. Met Pasen van dat jaar werd hij gedoopt in een kapel van de London Missionary Society.
Hij droomde in die jaren van een loopbaan in de politiek. China was in 1912 een republiek geworden. In juni 1918 werd hij ernstig ziek. Volgens zijn eigen verslag beloofde hij God dat hij zijn leven aan Hem zou geven als hij beter werd. Hij herstelde, en hij hield zich aan die belofte. Wat er in die ziekenkamer gebeurde, weten we alleen uit wat hij er zelf over vertelde.
Heb jij ooit iets beloofd in een moment van nood, en het daarna vergeten toen het weer goed ging? Wang vergat het niet.
IJSKOUD WATER BIJ BAODING
In 1919 werd hij leraar aan een presbyteriaanse zendingsschool in Baoding, een stad ten zuidwesten van Peking. Presbyterianen zijn protestanten die kinderen dopen en hun kerk laten leiden door ouderlingen. In 1920 nam Wang een nieuwe naam aan: Mingdao. Het betekent ongeveer: de Weg begrijpen, of het Woord begrijpen.
In hetzelfde jaar raakte hij ervan overtuigd dat de Bijbel spreekt over de doop van gelovigen door onderdompeling. Zijn eerdere doop, door besprenkeling, vond hij niet genoeg. Voor de school was dat onaanvaardbaar. Hij weigerde zijn standpunt op te geven en verloor zijn baan, en volgens The Gospel Coalition ook een kans om in het buitenland te studeren. Samen met vijf vrienden liet hij zich onderdompelen. Het was winter. Volgens zijn Chinese biografie gebeurde het in ijskoud water onder een brug buiten Baoding.
Daarna trok hij zich terug in de Westelijke Heuvels bij Peking. Zo vertelde hij het later: in tweeënzestig dagen las hij de hele Bijbel zes keer. Het getal komt uit zijn eigen herinnering. Wat vaststaat, is dat hij uit die jaren kwam als iemand die de Bijbel bijna woord voor woord kende en daar zijn leven op wilde bouwen.
EEN KERK ZONDER BUITENLANDS GELD
Vanaf 1921 preekte hij, eerst in kleine kring. Begin 1925 begon hij in zijn eigen huis met bijeenkomsten. In 1927 startte hij een tijdschrift, het Lingshi Jikan, in het Engels bekend als Spiritual Food Quarterly: Geestelijk Voedsel, vier keer per jaar.
In november 1926 verloofde hij zich in Hangzhou met Liu Jingwen, de dochter van een predikant. In augustus 1928 trouwden ze. Ze kregen een zoon, Tianduo.
De groep in zijn huis groeide. Ze verhuisde een paar keer, naar zalen in de stad. In het voorjaar van 1936 kocht de gemeente grond aan de Shijia Hutong, nummer 42. Op 1 augustus 1937 werd het gebouw in gebruik genomen. Het kreeg de naam Jidutu Huitang, Christian Tabernacle.
Wat deze kerk bijzonder maakte, was haar onafhankelijkheid. Ze hoorde bij geen enkel westers kerkgenootschap en nam geen geld van buitenlandse zendingsorganisaties aan. In het China van die tijd was dat zeldzaam. De meeste protestantse kerken waren gesticht door zendelingen en werden mede door hen betaald. Het Biographical Dictionary merkt op dat Wang al lang vóór de communisten aan de macht kwamen, leefde naar wat later de Drie-Zelf-beginselen zouden heten: een kerk die zichzelf bestuurt, zichzelf onderhoudt en zelf het evangelie verspreidt.
Hij was ook streng. Iemand werd pas gedoopt als hij of zij liet zien dat er echt berouw en een nieuw leven was. Tussen 1933 en 1949 werden er in de Tabernacle ruim vijfhonderdzeventig mensen gedoopt. Dat getal komt uit de telling van de gemeente zelf. Wang zag liever een kleine kerk van echte gelovigen dan een volle kerk van naamchristenen. Hij preekte over bekering, heiligheid en een eerlijk leven, en hij was scherp tegen predikers die volgens hem de Bijbel niet meer serieus namen.
EEN DOODSKIST IN HUIS
In de zomer van 1937, juist in de weken dat het nieuwe kerkgebouw klaar was, viel het Japanse leger Noord-China binnen en nam Peking in. De bezetting zou tot 1945 duren.
De Japanse bezetter wilde de kerken onder controle krijgen. Zo vertelt The Gospel Coalition dat Wang vanaf 1939 weigerde patriottische leuzen in zijn tijdschrift te zetten, zoals van uitgevers geëist werd. Na de aanval op Pearl Harbor in december 1941 werden in Peking de kerken van Britse en Amerikaanse zendingen gesloten. In januari 1942 richtten de Japanners een christelijke federatie voor Noord-China op, waar alle kerken bij moesten aansluiten. Wang werd uitgenodigd. Hij weigerde.
Op 10 oktober 1942 werd hij ontboden bij een Japanse ambtenaar, Takeda Hiroshi. Die legde uit dat de eenheid van de kerken Japans beleid was. Wangs antwoord is bewaard. Vrij vertaald zei hij: “Ik zal nooit een bevel gehoorzamen dat tegen Gods wil ingaat.” Aansluiten was voor hem en zijn gemeente onmogelijk, zei hij. Hij beriep zich op het bijbelse gebod om geen ongelijk juk te dragen met mensen die niet geloven.
Zijn biografen vertellen dat hij in die jaren een doodskist in huis had staan. Er gebeurde niets. De Japanners lieten hem met rust, en de Tabernacle bleef open. Wang zag daarin de bescherming van God. Of er andere redenen waren waarom de bezetter hem ongemoeid liet, weten we niet.
“IK GA NIET”
In 1949 kwam de Communistische Partij in China aan de macht. Eind dat jaar zaten er in de Tabernacle zo’n zeven- tot achthonderd mensen in een dienst. In mei 1950 verscheen in Peking een verklaring van een groep protestantse leiders, het Christelijk Manifest. Het was het begin van wat de Drie-Zelf Patriottische Beweging zou worden. Die beweging moest de protestantse kerken losmaken van het buitenland en ze laten meewerken met de nieuwe staat.
Op papier vroeg de beweging wat Wang al dertig jaar deed. Maar hij weigerde mee te doen. Zijn bezwaar was in de eerste plaats theologisch, schrijven al zijn biografen. Hij zag in de leiding van de beweging mensen die hij modernisten noemde: christenen die volgens hem de kern van wat de Bijbel over Christus leert, weg-uitlegden. Met hen kon hij geen kerk delen. In december 1951 schreef hij in zijn tijdschrift, vrij vertaald: “Ik verlang naar de trouw en de moed van Maarten Luther.”
In juli 1954 werd in Peking een nationale christelijke conferentie gehouden. Leiders van de beweging probeerden hem over te halen. Zijn antwoord, volgens Christian History: “Ik ga niet.” In september organiseerde de beweging in Peking een bijeenkomst waar hij openlijk werd aangeklaagd. Hij zat erbij, keek naar het plafond en zei geen woord. Na afloop mocht hij naar huis.
In de zomer van 1955 schreef hij een lang stuk met de titel Wij, omwille van het geloof. Daarin legde hij nog één keer uit waarom hij niet kon aansluiten. Christian History citeert uit zijn geschriften van die jaren een oproep aan de lezers, vrij vertaald: “Geef niet toe, sluit geen compromis!”
Twee maanden later volgde die nacht van 7 op 8 augustus.
DE VERKLARING VAN SEPTEMBER 1956
Wat er in de cel gebeurde, weten we in grote lijnen. Wang kreeg vijftien jaar. Volgens Christianity Today van april 1957 werden er medegevangenen bij hem in de cel gezet die dag en nacht op hem inpraatten. Volgens andere verslagen hoorde hij dat er christenen waren opgepakt die met hem sympathiseerden, en dat zijn vrouw ziek was in de gevangenis. Volgens The Gospel Coalition was hij bang voor een lange straf of zelfs de doodstraf.
Eind september 1956 sprak hij op een speciale bijeenkomst in Peking een openbare zelfveroordeling uit. Hij bekende een lange lijst van contrarevolutionaire misdaden, dingen die hij volgens alle biografen niet gedaan had. Hij ondertekende een brief waarin hij beloofde de Tabernacle bij de Drie-Zelf-beweging te brengen. Daarna werden hij en zijn vrouw vrijgelaten.
Ik wil hier niet snel overheen lopen. In veel verhalen over moedige christenen wordt zo’n moment weggelaten of kleiner gemaakt. Bij Wang Mingdao kan dat niet, en het hoeft ook niet. Hij heeft getekend. Hij zei dingen die niet waar waren, omdat hij gebroken was.
Wat volgde, was voor hem erger dan de cel. Christianity Today meldde in het voorjaar van 1957 dat hij volgens betrouwbare bronnen een veranderd man was, onder een donkere wolk. Volgens het Biographical Dictionary stortte hij bijna in. Hij zag zichzelf als Petrus, die Jezus verloochende, en op andere momenten als Judas, die Hem verraadde. Hij preekte niet voor de beweging en sloot zich er ook niet bij aan.
Ken je dat, dat je iets hebt gezegd of getekend waarvan je weet dat het niet waar was, en dat het je niet loslaat?
TERUG NAAR HET POLITIEBUREAU
Langzaam kwam hij weer bij. Zijn geloof werd hersteld, schrijft het Biographical Dictionary. Toen deed hij iets wat de meeste mensen in zijn situatie niet zouden doen. Samen met zijn vrouw ging hij naar de politie. Hij trok zijn verklaring in. Hij zei dat de beschuldigingen niet klopten en dat hij ze onder druk had bekend.
Zijn biograaf in het Biographical Dictionary vat het zo samen: hij besloot dat het beter was in de gevangenis te sterven dan te liegen.
De gevolgen kwamen snel. In april werden hij en zijn vrouw opnieuw gearresteerd. Het jaartal verschilt per bron. Het Biographical Dictionary noemt april 1958. The Gospel Coalition noemt 29 april 1957, en een ander verslag spreekt van precies zeven maanden na de vrijlating. Ik heb dit niet kunnen beslissen. Wang kreeg nu levenslang. Liu Jingwen kreeg vijftien jaar.
Watchman Nee, over wie een eerder hoofdstuk in dit boek gaat, zat in die jaren ook gevangen. Twee heel verschillende leiders, met heel verschillende kerken, kwamen in dezelfde jaren op dezelfde plek terecht.
MEER WAARD DAN VEEL MUSSEN
Over de jaren die volgden, weten we vooral plaatsen en jaartallen. Wang zat in verschillende gevangenissen in Peking. In 1963 lag hij volgens Asia Harvest in de ziekenafdeling van de gevangenis en hoestte hij bloed. Volgens Christian History voelde hij in datzelfde jaar dat zijn geestelijke leven hersteld werd. In 1966 werd hij overgebracht naar een werkkamp bij Datong, in de provincie Shanxi. In april 1968 ging hij naar Yinying in het district Yangquan, ook in Shanxi, waar gevangenen in een kolenmijn werkten. Hij werd geslagen en volgens Asia Harvest maandenlang in handboeien gehouden.
In de zomer van 1971 bereikte een brief van hem de buitenwereld. Hij schreef zijn familie dat ze zich geen zorgen om hem hoefden te maken, omdat hij meer waard was dan veel mussen. Hij verwees naar de woorden van Jezus aan Zijn leerlingen, toen Hij hen voorbereidde op vervolging: Wees dus niet bevreesd, u gaat veel musjes te boven. (Mattheüs 10:31)
Een man die vijftien jaar eerder bijna was ingestort, schreef nu dat hij niet bang hoefde te zijn.
Liu Jingwen kwam in de jaren zeventig vrij. Ook hier verschillen de bronnen: 1973, 1974 of 1977. Ze was volgens het Biographical Dictionary aan één oog blind geworden. Ze ging in Shanghai bij hun zoon wonen.
EEN VRIJLATING DIE HIJ WEIGERDE
In november 1979 besloot de regering Wang vrij te laten. Hij was negenenzeventig. Maar op zijn vrijlatingspapier stond dat hij een contrarevolutionaire misdadiger was. Hij weigerde te vertrekken. Volgens zijn Chinese biografie zei hij dat hij voor God een zondaar was, maar dat hij voor de wet van het land nooit een misdaad had begaan. Asia Harvest geeft een vergelijkbare uitspraak, vrij vertaald: “Ik ben geen misdadiger.”
Het is een wonderlijk beeld. Een oude man die niet uit de gevangenis wil, omdat hij niet nog één keer iets onwaars wil ondertekenen. Drieëntwintig jaar eerder had hij dat wel gedaan.
Op 29 december 1979 brachten de bewaarders hem naar een huis buiten de gevangenismuren. Daarmee was zijn gevangenschap in feite voorbij. In januari 1980 haalde zijn zoon hem op en nam hem mee naar Shanghai.
EEN KAMER IN SHANGHAI
Hij kwam terug als een oude man zonder tanden, bijna blind en bijna doof. Hij had een gehoorapparaat nodig. Hij woonde met zijn vrouw bij hun zoon, vanaf 1983 aan de Wukang Road. In hun woning kwamen mensen bij elkaar om de Bijbel te lezen en te bidden.
Er kwamen ook bezoekers van ver. In 1981 de zendeling David Adeney. Op 23 april 1988 de Amerikaanse evangelist Billy Graham. Voor christenen in en buiten China was Wang een symbool geworden van een kerk die haar geloof niet liet voorschrijven. Volgens Christian History heeft zijn weigering mee de weg bereid voor de huiskerken in China, gemeenten die buiten de officiële structuren in woningen samenkwamen.
Hij was geen gemakkelijk mens. Zijn biograaf Stephen Wang schreef dat hij op hoge leeftijd erg koppig werd. Een katholieke recensent van een boek over hem noemde hem een martelaar voor het geloof, en ook een man met misschien te veel trots. Leiders van de Drie-Zelf-beweging zagen hem als iemand die zich afzonderde en niet wilde meebouwen aan een nieuw land. Ik kan die oordelen niet wegen. Ik zie een man die zijn hele leven moeite had om ergens in mee te buigen, en die daar een hoge prijs voor betaalde.
Op de ochtend van 28 juli 1991 overleed Wang Mingdao in Shanghai. Hij was eenennegentig. Zijn Chinese biografie zegt dat hij de Heer Jezus Christus trouw was tot de dood. Liu Jingwen stierf negen maanden later, op 18 april 1992. Ze werden begraven op de begraafplaats Dongshan, bij het Taihumeer, ten zuidwesten van Suzhou.
TWEE HANDTEKENINGEN
Wie het leven van Wang Mingdao naast elkaar legt, ziet twee momenten waarop hij een papier voor zich kreeg.
In september 1956 tekende hij. Hij was bang, hij was moe, zijn vrouw zat vast. Hij tekende iets wat niet waar was.
In november 1979 kreeg hij weer een papier. Hij was oud, half blind en doof, en de deur stond open. Hij tekende niet.
Wat vaststaat en wat verteld wordt
Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte in 1900 in de belegerde gezantschapswijk van Peking; de zelfdoding van zijn vader vóór zijn geboorte; bekering rond zijn veertiende; ontslag in Baoding in 1920 om de doop door onderdompeling; huwelijk met Liu Jingwen in 1928; het gebouw van de Christian Tabernacle in 1937; zijn weigering om zich bij de Japanse kerkfederatie aan te sluiten; zijn weigering om zich bij de Drie-Zelf-beweging aan te sluiten; de aanklachtbijeenkomst van 1954; arrestatie in de nacht na 7 augustus 1955; de verklaring en vrijlating in september 1956; het intrekken van die verklaring en de tweede arrestatie; levenslange gevangenisstraf; vrijlating eind 1979; overlijden in Shanghai op 28 juli 1991.
Alleen uit eigen getuigenis of latere overlevering: de belofte aan God tijdens zijn ziekte in 1918; de tweeënzestig dagen in de Westelijke Heuvels en het zes keer lezen van de Bijbel; de doodskist in huis en zijn uitleg van de Japanse terughoudendheid als Gods bescherming; de details van zijn geestelijke strijd na 1956; de brief over de mussen uit 1971 (bekend via zijn Chinese biografie); zijn uitspraak bij de vrijlating in 1979.
Onbevestigd of betwist: het jaar van de tweede arrestatie (april 1957 of april 1958); het jaar waarin Liu Jingwen vrijkwam (1973, 1974 of 1977); het jaar waarin hij levenslang kreeg (Wikipedia noemt 1963); het precieze aantal dopelingen, dat uit de telling van de gemeente zelf komt.
Duiding: of zijn verzet tegen de Drie-Zelf-beweging trouw was of ook koppigheid en trots, daarover verschillen christenen, ook die hem bewonderen. Dit hoofdstuk zegt niets over de huidige situatie van de kerken in China.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Biographical Dictionary of Chinese Christianity, “Wang Mingdao” (Engels)
- Biographical Dictionary of Chinese Christianity, “王明道” (Chinees)
- Yading Li, “No Compromise”, Christian History 98 (2008)
- Roy Stults, “Stubborn saint”, Christian History 109 (2014)
- John Gill, “Wang Ming-Dao: Faithful Under Political Coercion”, The Gospel Coalition (2018)
- Christianity Today, “Did the Church Fail Them?” (april 1957)
- Georgina Giles, “The Fall and Rise of Wang Ming Dao”, Evangelical Times (1999)
- Asia Harvest, “Wang Ming Dao: China’s Son of Iron”
- Simonetta Carr, “Wang Mingdao: Against the Christless Christianity of the Authorized Church”, Place for Truth (2021)
- Joann Pittman, “8 Things to Know about Wang Mingdao”, ChinaSource (2015)
- Timothy P. Muldoon, recensie van Thomas Alan Harvey, Acquainted with Grief, Catholic Books Review
- Wikipedia, “Wang Ming-Dao”