Uit allevolken

Deel 3 · Uit alle volken · Hoofdstuk 7

Son Yang-won

de vader die de moordenaar van zijn zoons een thuis gaf

1902-1950Yeosu, Korea

Op 21 oktober 1948 werden in Suncheon, een stad in het zuidwesten van Korea, twee broers doodgeschoten. Dong-in was vierentwintig. Dong-sin was negentien. Ze waren actief in een christelijke studentengroep. Linkse studenten van hun eigen leeftijd hadden hen opgepakt en mishandeld. Ze werden ervan verdacht dat ze aan de kant van de Amerikanen stonden. Daarna volgden de schoten.

Op de plek waar het gebeurde, aan een winkelstraat die nu Hwanggeum-ro heet, staat sinds januari 2015 een klein gedenkbord. Het is zestig centimeter breed en honderdtwintig centimeter hoog. Het vertelt wie de broers waren en hoe ze stierven.

Hun vader was predikant in een leprakolonie bij Yeosu, aan de zuidkust. Hij heette Son Yang-won. Hij was zesenveertig. Kort daarna deed hij iets wat in Korea nooit meer vergeten is. Hij zette zich in om een van de jongens die bij de moord betrokken waren, te redden van de executie. En toen dat lukte, nam hij hem als zoon in huis.

Koreaanse christenen noemen hem sindsdien “de atoombom van liefde”. De Koreaanse Encyclopedie van de Cultuur, het nationale naslagwerk, noemt hem een martelaar. Hij zat bijna vijf jaar gevangen omdat hij niet voor de Japanse goden wilde buigen. Twee jaar na de dood van zijn zoons werd hij zelf doodgeschoten.

Om te begrijpen hoe een vader zover komt, moeten we terug naar een dorp in het zuiden, en naar een jongen die op school niet wilde buigen.

EEN BUIGING NAAR TOKIO

Son Yang-won werd geboren op 7 juli 1902 in Chilwon, in het district Haman, in de provincie Zuid-Gyeongsang. Als kind heette hij Son Yeon-jun. Hij was de oudste zoon. Rond 1909 werden hij en zijn vader christen. De Koreaanse Wikipedia geeft 1908, de encyclopedie 1909. Volgens die Koreaanse Wikipedia was zijn vader, Son Jong-il, later ouderling in de kerk van Chilwon.

Korea was in die jaren een land dat zijn vrijheid verloor. Japan nam het land in 1910 in. Tot 1945 was Korea een Japanse kolonie. Op school bogen kinderen in de richting van het keizerlijk paleis in Tokio. De keizer gold in Japan als goddelijk.

De jonge Son weigerde die buiging. Hij werd ervoor van de lagere school gestuurd. Een Australische zendeling, Macrae, protesteerde bij de school, en de jongen mocht terugkomen. Zo staat het in de encyclopedie. In het zuiden van Korea werkten in die tijd vooral Australische presbyterianen. Presbyterianen zijn protestanten uit de traditie van Calvijn, met een kerk die geleid wordt door ouderlingen en predikanten. Volgens de Koreaanse Wikipedia doopte Macrae de jongen in 1918.

In 1919 ging hij naar de Jungdong-school in Seoel. Dat jaar brak de Maart 1-beweging uit, een grote, vreedzame opstand voor Koreaanse onafhankelijkheid. Veel christenen deden mee. Zijn vader ook. Hij werd opgesloten in de gevangenis van Masan, en zijn zoon moest de school in Seoel verlaten. Vijfennegentig jaar later, in 2014, kreeg Son Yang-won van diezelfde school alsnog een eerediploma.

TOKIO, EN WAT HIJ DAAR ZAG

In 1921 vertrok hij naar Japan. In Tokio volgde hij een avondopleiding aan een middelbare school in Sugamo. Hij leefde dus jaren in het land dat het zijne bezette.

Volgens de Koreaanse Wikipedia kwam hij daar in een kerk die zich inzette voor mensen met lepra en voor straatevangelisatie. Het zou hem geraakt hebben. Dat detail heb ik in andere bronnen niet teruggevonden. Wel past het bij wat er daarna kwam.

Terug in Korea trouwde hij met Jeong Yang-sun. De encyclopedie geeft 1924 als jaar. Ze kregen vier zoons en drie dochters. In 1926 begon hij aan het Bijbelinstituut van Zuid-Gyeongsang, een school van de Australische zending. Volgens de encyclopedie werd hij daar een leerling van Ju Ki-cheol, over wie in een eerder deel van deze serie een hoofdstuk staat.

EEN KERK TUSSEN DE ZIEKEN

Zijn eerste plek als hulp-evangelist was de kerk van Sangaewon, een lepra-inrichting bij Busan. Hij bleef er niet lang. Volgens de encyclopedie kreeg hij kritiek omdat hij in Bijbelstudies teksten gebruikte uit Sungseo Joseon, een Koreaans christelijk tijdschrift. Hij vertrok en trok als rondreizend evangelist langs dorpen bij Ulsan en Yangsan.

Lepra was in Korea, zoals overal, een ziekte waarvoor mensen bang waren. Wie het kreeg, raakte vaak familie, werk en dorp kwijt. Er waren nog geen goede medicijnen. Wie bij leprapatiënten ging werken, ging wonen aan de rand van de samenleving.

In 1938 rondde Son de opleiding af aan het Presbyteriaans Seminarie in Pyongyang, nu de hoofdstad van Noord-Korea. Volgens de Koreaanse Wikipedia kregen de studenten hun diploma per post, omdat de school was gesloten. Hij was zesendertig.

Daarna werd hij voorganger van de kerk van Aeyangwon. De encyclopedie geeft 1938. Een Engelstalige studie van Soo Kwang Lee, die steunt op Koreaanse biografieën, noemt 14 juli 1939 als datum van zijn aanstelling. Aeyangwon was een lepra-inrichting bij Yeosu, aan de zuidkust. Ze was begonnen door Amerikaanse zendelingen. Het werk begon volgens een wetenschappelijk artikel in 1909 in Gwangju, toen zendeling Wylie Forsythe een vrouw met lepra naar het zendingsziekenhuis bracht. De stad Gwangju wilde de lepradorp daarna niet meer. In 1928 was de verhuizing naar Yeocheon voltooid, een gebied dat nu bij Yeosu hoort.

Er gaat een verhaal over hem rond dat je in Koreaanse columns tegenkomt. Hij zou op blote voeten naar een gevaarlijke patiënt zijn gegaan, voor hem hebben gebeden en het pus uit zijn wond hebben gezogen. Ik heb het alleen in een latere column gevonden, zonder bron. Het hoort bij de manier waarop hij herinnerd wordt. Of het zo gebeurd is, weet ik niet.

DE GODSDIENST VAN DE KEIZER

In diezelfde jaren dertig verscherpte Japan de druk. Alle Koreanen moesten eer bewijzen bij de shinto-heiligdommen. Shinto is de oude Japanse godsdienst, die toen nauw verbonden was met de verering van de keizer. De regering noemde het een burgerplicht. Veel christenen zagen het als afgoderij.

In september 1938 moest de algemene synode van de Presbyteriaanse Kerk in Korea onder Japanse druk het shinto-eerbetoon aanvaarden. Een deel van de predikanten gaf toe. Anderen weigerden. Een van hen was Ju Ki-cheol, predikant in Pyongyang. Hij stierf op 21 april 1944 in de gevangenis.

Son Yang-won weigerde ook. Op 25 september 1940, na een woensdagavonddienst, nam de politie van Yeosu hem mee. Die datum staat in de Koreaanse Wikipedia en in de studie van Lee. Een Engelstalig profiel zegt dat hij in een preek had gewaarschuwd dat Japan geoordeeld zou worden. Dat profiel is geschreven door een scholier en noemt geen bron. Ik zet het hier dus met een vraagteken neer.

Hoe ver ga je in het gehoorzamen van een overheid? Die vraag stond in de jaren dertig in elke Koreaanse kerk op tafel. Voor Son was het antwoord eenvoudig. Buigen voor een andere god deed hij niet, ook niet als het een burgerplicht heette.

BIJNA VIJF JAAR

Over de jaren in de gevangenis zijn de bronnen niet allemaal even precies. De encyclopedie zegt dat hij van 1940 tot de bevrijding in 1945 vastzat. De Koreaanse Wikipedia geeft meer detail. Eerst tien maanden op het politiebureau van Yeosu. Daarna anderhalf jaar in de gevangenis van Gwangju. In mei 1943 had hij zijn straf uitgezeten, maar hij werd niet vrijgelaten. Hij kreeg een nieuwe veroordeling tot levenslang, en zat daarna vast in Seoel en Cheongju.

Een Australische kerkelijke herdenkingskalender vertelt dat hij in de gevangenis van Gwangju zat, dat het verhaal van Ju Ki-cheol hem inspireerde, en dat hij naar het martelaarschap verlangde. Volgens het Engelstalige profiel stierf zijn vader terwijl hij vastzat. Beide gegevens heb ik niet in een tweede bron kunnen controleren.

Op 15 augustus 1945 gaf Japan zich over. Korea was vrij. Op 17 augustus kwam Son naar buiten, volgens de Koreaanse Wikipedia en de studie van Lee. Hij ging terug naar Aeyangwon. In 1946 werd hij bevestigd als predikant. Volgens dezelfde twee bronnen gebeurde dat in maart, op een vergadering van de presbyterie van Zuid-Gyeongsang, de regionale kerkvergadering. Hij was toen drieënveertig, en hij had al twintig jaar gepreekt. Tot dan toe had hij gewerkt als evangelist, een voorganger zonder volledige bevestiging.

EEN LAND DAT IN TWEEËN BRAK

De vrijheid duurde kort. Na de Japanse overgave werd Korea langs de achtendertigste breedtegraad verdeeld. In het noorden kwamen de Sovjet-Unie en de Koreaanse communisten aan de macht. In het zuiden de Verenigde Staten en een regering die fel anticommunistisch was. In 1948 werden het twee staten.

In de nacht van 19 oktober 1948 kwam het 14e regiment van het Zuid-Koreaanse leger in Yeosu in opstand. De soldaten weigerden naar het eiland Jeju te gaan, waar de regering een opstand hard neersloeg. Leden van de communistische partij steunden hen. Op 20 oktober namen de opstandelingen ook Suncheon in. Ze executeerden politieagenten, ambtenaren, rechtse families en leden van christelijke jongerengroepen. Op 23 oktober heroverde het regeringsleger Suncheon. Daarna doodden regeringstroepen honderden burgers die als medeplichtig golden. Een Zuid-Koreaanse waarheidscommissie kwam later op 439 tot 2.000 gedode burgers door die represailles. In Korea heet deze geschiedenis het Yeosu-Suncheon-incident. Het is tot op vandaag een pijnlijk hoofdstuk.

Dong-in en Dong-sin zaten in Suncheon. Zo kwamen ze aan de verkeerde kant van een geweer.

WAT HIJ DEED MET DE JONGEN

Na de herovering zochten leger en politie de daders. Wie verdacht werd, kon zonder proces gedood worden. De encyclopedie gebruikt daarvoor het woord standrechtelijke executie.

Een van de gearresteerden was een student die Ahn Jae-seon heette. Hij was betrokken geweest bij de moord op de twee broers. De studie van Lee noemt hem de leider van de groep studenten. Son Yang-won zette zich in om zijn leven te redden. Volgens de Australische herdenkingskalender redde hij hem uit handen van anticommunistische autoriteiten die hem wilden executeren. Toen dat lukte, adopteerde hij hem als zijn zoon. Ahn Jae-seon ging bij het gezin wonen.

Ik heb dit zinnetje vaak gelezen voor ik het echt zag staan. Een vader neemt de jongen in huis die betrokken was bij de dood van zijn kinderen. Aan zijn tafel zitten dan twee lege stoelen en één nieuwe zoon.

Over het hoe gaan meer verhalen rond. Een Koreaanse column vertelt dat Son niet zelf naar de autoriteiten kon, omdat hij moest preken. Hij zou zijn dochter in zijn plaats hebben gestuurd. Die dochter, Son Dong-hee, schreef later zelf een boek over haar vader. Het is ook in het Japans verschenen, maar ik heb het niet kunnen lezen. Dezelfde column vertelt dat hij op de begrafenis van zijn zoons God dankte dat zijn kinderen als martelaren waren gestorven. Er bestaat ook een tekst van hemzelf. Na de dood van zijn zoons schreef Son een dankgebed. Het staat in zijn verzamelde geschriften, die in 2009 in het Engels verschenen. Lee vat het samen in negen punten; in Korea wordt het vaak als tien punten doorverteld. Son dankt God dat zijn twee zoons samen als martelaren stierven, terwijl ze het evangelie brachten. En hij dankt voor een liefdevol hart om een vijand tot inkeer te brengen en als zoon te omarmen. Dat hij dit gebed op de begrafenis uitsprak, komt uit de overlevering. De redding en de adoptie zijn zeker.

Wat er later met Ahn Jae-seon gebeurde, staat alleen in diezelfde column. Hij zou naar een theologische opleiding zijn gegaan, maar gestopt zijn omdat hij het schuldgevoel niet kwijtraakte. Hij zou aan kanker zijn overleden. Ik kan het niet controleren, en ik laat het daarom bij deze paar zinnen.

DE ATOOMBOM

Het verhaal ging snel rond. Een predikant, Ahn Yong-jun, schreef er een boek over met een titel die bleef hangen: Sarang-ui wonjatan, de atoombom van liefde. Na Hiroshima en Nagasaki was dat een woord dat iedereen kende. De bijnaam bleef aan Son Yang-won kleven. Het boek werd volgens de encyclopedie vertaald in het Engels en het Duits, en verfilmd.

Son zelf ging intussen door met zijn werk in Aeyangwon. Hij bleef ook een man die niet boog. In 1949 verzette hij zich tegen de groet aan de nationale vlag. Hij vond dat net zo goed afgoderij. Dat staat in de encyclopedie, kort en zonder toelichting. Ik vind het een veelzeggend detail. Hij had vijf jaar gevangengezeten omdat hij voor de Japanse keizer niet boog. Nu kwam er een eigen Koreaanse regering, en hij boog voor haar symbool ook niet zomaar.

BLIJVEN

Op 25 juni 1950 viel Noord-Korea het zuiden binnen. De Koreaanse Oorlog begon. Binnen een paar weken had het Noord-Koreaanse leger bijna het hele zuiden bezet, ook Yeosu.

Son Yang-won had kunnen vluchten. Dat staat in meerdere bronnen. Hij bleef bij de mensen in Aeyangwon. Op 13 september 1950 werd hij door de communisten gearresteerd. Volgens Lee nam hun veiligheidsdienst in Yulcheon, bij Yeosu, hem in hechtenis. Hij zat ongeveer twee weken vast in Yeosu. De Koreaanse Wikipedia vermeldt dat hij gemarteld werd.

Eind september keerde de oorlog. Na de landing van de Verenigde Naties bij Incheon, op 15 september, trokken de Noord-Koreaanse troepen zich terug. Son werd met andere gevangenen weggevoerd, in de richting van Suncheon. In de nacht van 28 september 1950 werd hij doodgeschoten bij Mipyeong, in een boomgaard aan de rand van Yeosu. Hij was achtenveertig. Sommige bronnen noemen 27 of 29 september. De encyclopedie en de gedenkhal houden 28 september aan.

Hij werd begraven bij zijn twee zoons. Hun drie graven liggen naast de gedenkhal in Aeyangwon.

MARTELAAR VAN WIE?

Na zijn dood werd Son Yang-won een van de bekendste christenen van Korea. Zijn eigen woorden bleven ook bewaard. Volgens de bronnenlijst van de Koreaanse Wikipedia gaf Ahn Yong-jun in 1952 zijn brieven uit de gevangenis uit, en in 1963 een bundel preken. In 2008 verscheen bij het Koreaanse instituut KIATS een keuze uit zijn geschriften in het Engels, The Apostle of Love and Passion. Wie zijn eigen stem wil horen, zonder de laag van de latere verhalen, kan daar beginnen.

Zijn schrijversnaam was Sandol. Dat betekent levende steen. Onder die naam bestaan in Korea nog altijd verenigingen die zijn nagedachtenis bewaren. Er kwam een gedenkhal in Yeosu in 1993, en een tweede in zijn geboorteplaats Haman in 2015. Er kwamen een musical, een opera, documentaires. In Suncheon werd in 2015 het gedenkbord voor zijn zoons onthuld. Bij dat bord schreef de Seoul Shinmun dat het ook spreekt over de anticommunistische vaderlandsliefde van de broers.

Daar zit een spanning die ik eerlijk wil benoemen. De Koreaanse theoloog Choi Sang Do schreef in 2013 een proefschrift aan de Universiteit van Edinburgh over hoe protestantse kerken in Korea hun martelaren aanwijzen. Hij nam Son Yang-won als een van zijn twee grote voorbeelden. Volgens hem werd zijn martelaarschap na de oorlog in een kader van anticommunisme en nationalisme geplaatst. Het verhaal werd ook gebruikt om een vijand aan te wijzen.

Dat maakt zijn leven niet minder echt. Het herinnert wel aan iets wat Son zelf in 1948 deed. Toen iedereen om hem heen bezig was met wie de vijand was, adopteerde hij er een. In 2024 schreef de Seoul Shinmun opnieuw over hem, in een serie over de wortels van het christendom in het zuidwesten. In datzelfde artikel zei een Koreaanse kerkleider dat de kerk in een verdeelde samenleving moet voorgaan in verzoening.

TWEE LEGE STOELEN

Wat zou jij doen als iemand je kind iets aandeed? Ik stel die vraag niet om je klem te zetten. Ik weet het zelf niet. Son Yang-won wist het ook niet van tevoren, denk ik. Hij was een man die op school al niet wilde buigen, die in Tokio naar school ging in het land van de bezetter, die bij de leprapatiënten woonde en die vijf jaar in een cel zat. Toen het moment kwam, had hij geen jaren om erover na te denken. Hij had een paar dagen.

Hij gaf de jongen een thuis. De jongen hield zijn eigen naam, Ahn. In de gedenkhal van Aeyangwon liggen nu de brieven die Son uit de gevangenis schreef. Naast het gebouw liggen drie graven: een vader en zijn twee zoons.

Dossier

Wat vaststaat en wat verteld wordt

Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte in 1902 in Chilwon (Haman); weigering als scholier om naar het keizerlijk paleis te buigen en tussenkomst van zendeling Macrae; studie in Tokio vanaf 1921; voorganger in Aeyangwon vanaf eind jaren dertig; arrestatie op 25 september 1940 wegens weigering van het shinto-eerbetoon en gevangenschap tot 17 augustus 1945; bevestiging als predikant in maart 1946; de dood van Dong-in en Dong-sin in Suncheon in oktober 1948; zijn inzet om Ahn Jae-seon van executie te redden en de adoptie; de bijnaam “atoombom van liefde” en het boek van Ahn Yong-jun; zijn arrestatie op 13 september 1950 en zijn dood bij Mipyeong eind september 1950.

Alleen uit eigen getuigenis of latere overlevering: dat hij in Tokio geraakt werd door leprazorg; dat hij pus uit de wond van een patiënt zoog; dat hij zijn dochter stuurde om voor Ahn Jae-seon te pleiten; zijn dankgebed na de dood van zijn zoons (een eigen tekst, uitgegeven in zijn verzamelde geschriften; negen of tien punten) en dat hij het op de begrafenis uitsprak; dat Ahn Jae-seon de groep leidde (één studie); het latere leven en de dood van Ahn Jae-seon; dat het voorbeeld van Ju Ki-cheol hem in de gevangenis inspireerde.

Onbevestigd: de preek over Gods oordeel over Japan die tot zijn arrestatie zou hebben geleid; de dood van zijn vader tijdens zijn gevangenschap; het jaar waarin hij in Aeyangwon begon (1938 of 14 juli 1939); de precieze sterfdatum, die in bronnen varieert van 27 tot 29 september 1950; het jaar van de bekering van het gezin (1908 of 1909).

Duiding: dat Son Yang-won een martelaar is, is binnen de Koreaanse kerken algemeen aanvaard. Hoe zijn dood later politiek is ingezet, is een vraag die Koreaanse onderzoekers zelf stellen.

Bronnen bij dit hoofdstuk

  1. Encyclopedia of Korean Culture (Academy of Korean Studies), lemma 손양원
  2. Koreaanse Wikipedia, 손양원 (startpunt)
  3. Seoul Shinmun, 31 januari 2015, gedenkbord voor de twee zoons in Suncheon
  4. Seoul Shinmun, 10 mei 2024, Son Won-cheon, “Hands bound in tragedy”
  5. Choi Sang Do, “Placing and displacing martyrdom: martyr-making in the Protestant Church in Korea”, proefschrift University of Edinburgh, 2013
  6. Uniting Church in Australia, “April 21: Joo Ki Chul & Son Yang-won”
  7. In-Seok Seo e.a., “Wylie H. Forsythe: Revolutionizing Leprosy Treatment in Modern Korea”, ASTRA Salvensis, 2022
  8. K-Trip Tips, Son Yang-won Martelaarsgedenkhal, Yeosu
  9. Kyunghyang Shinmun, 23 juni 2005, over de musical “Atoombom van liefde”
  10. Kormedi, Lee Seong-ju, 3 juni 2024
  11. Word of Life Press, “My Father, Yang-Won Son” door Son Dong-hee
  12. MY HERO, profiel Son Yang-Won
  13. Wikipedia, Chu Ki-chol
  14. Wikipedia, Yeosu-Suncheon rebellion
  15. Soo Kwang Lee, “Son, Yang-Won (1902-1950)”, Journal of Korean American Ministries & Theology 6 (2014)
Liever het hele boek?PDF downloadenE-book (EPUB)Over dit deel