In mei 1980 was bisschop Hassan Dehqani-Tafti voor vergaderingen in Cyprus. Daar hoorde hij dat zijn enige zoon Bahram, vierentwintig jaar oud, in Teheran was doodgeschoten. Hij kon niet terug naar huis. Een half jaar eerder was er op hem zelf geschoten, en de kerkleiders om hem heen hadden hem dringend aangeraden weg te blijven.
Dus deed hij het enige wat hij vanaf die afstand kon doen. Hij schreef een gebed. Zijn jongste dochter, toen dertien, vertelde veertig jaar later dat hij het over de telefoon dicteerde aan haar moeder Margaret. Op de begrafenis in Isfahan werd het voorgelezen, in het Perzisch. Het begon, vrij vertaald, zo: “O God, wij gedenken niet alleen Bahram, maar ook zijn moordenaars.”
De man die dat gebed schreef, was in een moslimgezin geboren, in een stadje midden in Iran. Hij werd de eerste Iraniër die als anglicaans bisschop over de kerk in zijn eigen land ging. Hij schreef gedichten, liederen en boeken in zijn moedertaal. De laatste achtentwintig jaar van zijn leven woonde hij in Engeland, en het land waar hij voor bad, zag hij nooit meer terug.
Het begon in Taft.
EEN DORP BIJ YAZD
Hassan Dehqani-Tafti werd geboren op 14 mei 1920 in Taft, een stadje in de buurt van Yazd, midden in Iran. Het land heette in die tijd voor buitenlanders nog Perzië. Het was een moslimland, met kleine, oude christelijke kerken van Armeniërs en Assyriërs.
Zijn ouders waren moslim en ze waren arm. Over zijn vader en moeder lopen de bronnen niet helemaal gelijk. Een christelijke journalist schreef in 2016 dat zijn vader schoenmaker was en dat zijn moeder christen was geworden. In de grote Engelse doodsberichten staat dat niet. Daar lees je alleen dat hij een islamitische opvoeding kreeg die later een plek kreeg in zijn leven als volgeling van Jezus. Hij beschreef zijn jeugd zelf in zijn autobiografie uit 1959. Die heb ik niet kunnen inzien, dus over zijn ouders zeg ik niet meer dan dit.
Wel weten we hoe het christelijk geloof in die streek terecht was gekomen. In 1869 begon de Church Missionary Society, een Engels anglicaans zendingsgenootschap, een post in Julfa, de Armeense wijk van Isfahan. Later kwamen er posten in Kerman, in Yazd en in Shiraz. De zending bouwde ziekenhuizen en scholen. In 1912 werd Perzië een eigen anglicaans bisdom, met Engelse bisschoppen. Een anglicaanse kerk is een kerk in de traditie van de Church of England, met bisschoppen, een vaste liturgie en een eigen gebedenboek.
Hassan ging naar zulke kerkelijke scholen. Hij kwam terecht op het Stuart Memorial College in Isfahan, een school van de zending.
ZEVENTIEN JAAR EN GEDOOPT
In 1938 liet hij zich dopen in Isfahan. Hij was zeventien. Voor een jongen uit een moslimgezin was dat een grote stap. De bronnen vertellen niet hoe zijn familie reageerde, en ik ga dat ook niet invullen.
Wel staat vast dat hij snel een leider werd in de groeiende christelijke jongerengroep van de stad. Hij studeerde daarna aan de universiteit van Teheran voor leraar. Van 1943 tot 1945, in de jaren van de Tweede Wereldoorlog, diende hij als officier in het keizerlijke Iraanse leger, waar hij ook als tolk werkte.
Na de oorlog werkte hij twee jaar als leek in het bisdom, onder de Engelse bisschop William Thompson. Een leek is een kerkmedewerker die geen predikant is. In die jaren leerde hij Thompsons dochter Margaret kennen.
EEN PERZISCHE DICHTER IN CAMBRIDGE
In 1947 vertrok Hassan naar Engeland, naar Ridley Hall in Cambridge, een opleiding voor anglicaanse predikanten. De theoloog Kenneth Cragg, die hem goed kende, schreef na zijn dood dat de dichter in hem meteen reageerde op de oude stenen van de universiteitsstad.
Ik vind dat een mooi detail. Daar liep een jonge Perziër tussen de gotische colleges, opgegroeid met de dichters van zijn eigen land, en hij voelde geen tegenstelling. Cragg beschreef hem als iemand die geloofde dat zijn Perzische achtergrond en zijn christelijk geloof bij elkaar konden komen. Daar heeft hij zijn leven lang aan gewerkt.
In 1949 werd hij diaken, in 1950 priester. Hij ging terug naar Isfahan en werd predikant van de St Luke’s Church, de kerk die later de kathedraal van het bisdom zou worden. Daar bleef hij tien jaar.
EEN HUWELIJK IN DE OLIECRISIS
In 1952 trouwde hij met Margaret Thompson. Zij was in Engeland voor een opleiding tot verpleegkundige en kwam ervoor terug naar Iran. Het was het jaar van de oliecrisis tussen Iran en Groot-Brittannië, toen Iran de Britse oliemaatschappij nationaliseerde en de verhoudingen tussen beide landen erg slecht waren.
Volgens haar doodsbericht in de Church Times was Margaret achttien toen ze met hem wilde trouwen. Hij was twaalf jaar ouder. Niet iedereen was er blij mee. Er waren bezwaren, ook van mensen met een koloniale blik, die een huwelijk tussen de dochter van een Engelse bisschop en een Iraanse priester niet passend vonden. Haar ouders steunden het paar wel.
Hier raak je aan iets wat in veel zendingsgeschiedenis meespeelt. De Engelse zendelingen brachten het evangelie, de scholen en de ziekenhuizen. Maar de leiding bleef lang in Engelse handen, en een Iraniër als gelijke behandelen ging niet altijd vanzelf. Margaret en Hassan lieten met hun huwelijk zien dat het anders kon.
Ze kregen vier kinderen: drie dochters en één zoon. Bahram werd op 22 september 1955 geboren in het christelijke ziekenhuis van Isfahan.
In 1959 verscheen Hassans autobiografie, in het Perzisch en in het Engels. De Engelse titel was Design of My World. Hij noemde het boek naar het grote koninklijke plein in Isfahan, Naqsh-e Jahan, wat zoiets betekent als het ontwerp van de wereld.
25 APRIL 1961
In 1960 werd hij predikant van de St Paul’s Church in Teheran. Een jaar later volgde hij zijn schoonvader op. Op 25 april 1961 werd Hassan Dehqani-Tafti bisschop in Iran. Hij was de eerste bisschop van Iraanse afkomst in het anglicaanse bisdom. Een Engels doodsbericht noemt hem zelfs de eerste etnisch Perzische bisschop in het land sinds de islamitische verovering in de zevende eeuw.
Hij zou dertig jaar bisschop blijven. Zijn kerk was klein, veel kleiner dan de oude Armeense en Assyrische kerken. Anders dan die kerken zocht de anglicaanse kerk ook contact met moslims, en er kwamen mensen met een moslimachtergrond in, zoals hijzelf.
Hij bouwde aan scholen, voor meisjes en voor jongens. Hij schreef liederen en gedichten in het Perzisch.
Van 1976 tot 1986 was hij ook de eerste President-Bishop van de Episcopal Church in Jerusalem en het Midden-Oosten, de anglicaanse kerkprovincie voor die regio. Een Brits blad schreef later dat hij de beweging leidde naar eigen, plaatselijke leiders in de kerken van het Midden-Oosten. Hij was daar zelf het eerste voorbeeld van.
EEN REVOLUTIE DIE HIJ EERST VERWELKOMDE
Eind jaren zeventig kwam Iran in beweging. De sjah, Mohammad Reza Pahlavi, regeerde als vorst met sterke banden met het Westen. In 1978 waren er massale protesten tegen hem. In januari 1979 verliet de sjah het land en in februari kwam ayatollah Khomeini aan de macht. Er kwam een Islamitische Republiek.
Volgens de mensenrechtenorganisatie Article 18, die het boek van de bisschop aanhaalt, verwelkomde hij de revolutie in het begin. Veel Iraniërs hoopten op meer vrijheid en rechtvaardigheid. Voor de kleine anglicaanse kerk liep het anders. De oude Armeense en Assyrische kerken kregen rechten in de nieuwe grondwet. Kerken die moslims bereikten, kregen te maken met beperkingen, inbeslagnames en arrestaties, zo vat een Pools wetenschappelijk artikel het samen.
Het ging snel. Op 19 februari 1979, acht dagen na de machtswisseling, werd dominee Arastoo Sayyah vermoord in zijn kerkkantoor in Shiraz. Hij was de predikant van de kerken in de provincie Fars. In juni en juli werden de christelijke ziekenhuizen in Isfahan en Shiraz in beslag genomen. Het ziekenhuis in Isfahan had meer dan honderd jaar mensen verzorgd. In augustus werden het bisschopshuis en de kantoren van het bisdom in Isfahan doorzocht. Papieren, foto’s en persoonlijke spullen werden meegenomen of verbrand.
Wat ik hier opschrijf, gaat over 1979 en 1980. Het is geen oordeel over Iran of de mensen die er nu leven. Het is wat er met deze ene kerk en dit ene gezin gebeurde.
VIER KOGELS IN HET KUSSEN
In de vroege ochtend van 26 oktober 1979 kwamen twee gewapende mannen het bisschopshuis in Isfahan binnen. Hassan en Margaret lagen in bed. Er werd vijf keer geschoten. Margaret wierp zich over haar man heen. Eén kogel ging door haar hand. De vier andere kwamen in het kussen terecht, rondom zijn hoofd. Haar doodsbericht in de Church Times noemt het een halo, een stralenkrans van kogelgaten.
Volgens Article 18 had de bisschop kort daarvoor geweigerd de toegang tot een kerkelijk fonds af te staan. Het bisdom had een trustfonds, onder meer voor de pensioenen van kerkmedewerkers.
Kort na de aanslag reisde hij af naar Cyprus en Engeland, voor afspraken die al eerder gepland waren. De leiders van de anglicaanse kerken wereldwijd raadden hem aan niet terug te gaan en zijn bisdom van buitenaf te leiden. Margaret ging wel terug naar Iran. Hun kinderen waren daar nog.
Hoe het voelt om op je eigen kussen de gaten te zien waar je hoofd lag, schrijft geen enkele bron. Ik ga het ook niet invullen. Wat wel vaststaat: hij bleef bisschop van Iran.
EEN PASPOORT ALS ONDERPAND
Bahram was inmiddels een jonge man. Hij was op zijn twaalfde naar een kostschool in Engeland gegaan, Monkton Combe, en had in Oxford gestudeerd. In 1978 haalde hij een masterdiploma economie aan de George Washington University in Washington. Daarna ging hij terug naar Iran. Hij gaf les in economie en toneelliteratuur aan het Damavand College in Teheran. In de revolutiejaren werkte hij ook als tolk voor buitenlandse journalisten.
Zijn zus zou in Engeland trouwen. Bahram wilde erheen, maar zijn paspoort werd ingehouden. Volgens de familie en volgens papieren die later in zijn auto werden gevonden, mocht hij het land niet uit. Hij kreeg te horen dat hij zijn paspoort terug kon krijgen als zijn vader het kerkelijke fonds afstond.
Vrienden waarschuwden hem dat hij gevaar liep. Volgens zijn zus weigerde hij weg te gaan, onder meer om bij zijn zussen te blijven.
Op 1 mei 1980 werd Jean Waddell, de secretaresse van het bisdom, in Teheran zwaar mishandeld. Vijf dagen later was Bahram aan de beurt.
DINSDAG 6 MEI 1980
Op dinsdag 6 mei 1980 reed Bahram na het werk weg van zijn college. Zijn auto werd klemgereden door een andere auto. Twee mannen stapten bij hem in en reden met hem naar een verlaten stuk grond bij de Evin-gevangenis. Een jongen van veertien zag hem praten met de twee mannen. Daarna hoorde hij een schot en zag hij twee mensen wegrennen naar een andere auto. Bahram stierf aan een schotwond in het hoofd, voordat hij behandeld kon worden.
Dat alles staat in Iraanse kranten van die maand en in een dossier van het Abdorrahman Boroumand Center, een organisatie die mensenrechtenschendingen in Iran vastlegt. Wie de daders waren, is nooit door een rechter vastgesteld. Niemand werd veroordeeld. De Iraanse kranten van toen gaven uiteenlopende verklaringen. De familie heeft altijd gezegd dat hij werd gedood omdat hij bij de kerk hoorde, en omdat hij de zoon van zijn vader was.
In The Hard Awakening schreef de bisschop een zin die in bijna elk verhaal over hem terugkomt. Zij hadden zijn paspoort genomen omdat ze het zijne niet konden nemen, en vrij vertaald: “ze doodden hem in mijn plaats.”
Wat doe je dan, als vader? Je zit op een eiland, je kunt niet naar je kind, je kunt niet naar je vrouw, je kunt niet eens naar de begrafenis.
EEN GEBED OVER DE TELEFOON
Hij schreef. Eerst een brief, waarin hij volgens de Independent zei dat hij zich verbijsterd voelde, maar heel kalm. Hij schreef ook dat de daders niet wisten wat ze deden. Dat zijn bijna de woorden van Jezus aan het kruis: En Jezus zei: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen. (Lukas 23:34)
En hij schreef het gebed dat hij aan Margaret dicteerde. Op 11 mei 1980 werd Bahram begraven na een dienst in de St Luke’s Church in Isfahan, de kerk waar zijn vader tien jaar predikant was geweest. Margaret had zijn lichaam geïdentificeerd. Ze sprak op de begrafenis en ze regelde het graf. En het gebed van haar man werd voorgelezen.
Ik geef hier in eigen woorden weer wat erin staat. Hij gedenkt zijn zoon en ook de mannen die hem doodden. Hij dankt God dat de familie door dit verdriet Jezus dichter volgt, op de weg van het offer. Hij bidt om liefde die vrij maakt van haat tegen wie hen vervolgen. Hij schrijft dat Bahrams bloed de vrucht van de Geest laat groeien in de grond van hun ziel. En het eindigt met een bede om liefde die leert hoe je je voorbereidt op je eigen sterfdag.
Ik heb dit gebed vaak gelezen. Wat me telkens raakt, is dat het niet doet alsof het geen pijn doet. Het noemt de moordenaars bij wat ze zijn. En dan bidt het voor hen.
Kun jij dat? Ik weet het eerlijk gezegd niet van mezelf. Hassan Dehqani-Tafti zat met precies die vraag op een eiland in de Middellandse Zee, en hij bad.
EEN BISSCHOP IN BASINGSTOKE
Een paar weken later kwamen Margaret en de dochters naar Engeland. Hassan voegde zich vanuit Cyprus bij hen. Ze dachten dat het voor een paar weken of maanden zou zijn. Het werd de rest van hun leven. Zijn jongste dochter, die later zelf bisschop werd in de Church of England, vertelde dat ze als vluchtelingen aankwamen.
Ze gingen wonen in Basingstoke, in het bisdom Winchester. Bisschop John V. Taylor maakte Hassan daar hulpbisschop. Zo kon hij zijn werk voor Iran blijven doen. Tot 1990 bleef hij bisschop van Iran, vanuit ballingschap. Hij steunde de christenen in Iran, werkte met Iraniërs in Engeland en bleef schrijven en vertalen.
In 1981 verscheen bij SPCK in Londen The Hard Awakening, zijn verslag van de revolutie en wat die betekende voor zijn kerk. Een Pools onderzoeker ontdekte later dat ambtenaren van het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken het boek vóór verschijning bespraken. Er zaten in die tijd nog Britse medewerkers van het bisdom gevangen in Iran, onder wie Jean Waddell, en de verhoudingen waren gespannen.
Hij richtte een uitgeverij op voor Perzische christelijke boeken. Hij noemde die Sohrab, ter ere van Bahram. Sohrab is de jonge held uit het Perzische dichtwerk het Shahnameh, die sterft door de hand van zijn eigen vader. Ik weet niet of hij die naam daarom koos. De bron zegt alleen dat het een eerbetoon aan zijn zoon was.
CHRISTUS IN DE PERZISCHE POËZIE
Volgens een bespreking in het blad van de vrienden van de kerk in het Midden-Oosten schreef of vertaalde hij meer dan dertig boeken. Die bespreking noemt hem, vrij vertaald, “een wijze herder, leraar en evangelist”, en ook dichter, liedschrijver en kunstenaar. Tussen 1992 en 1994 verscheen in het Perzisch een driedelig werk over Christus en de Iraniërs. In 2000 kwam het vervolg op zijn autobiografie uit: The Unfolding Design of My World. A Pilgrim in Exile. Het ontwerp van zijn wereld had zich verder ontvouwd, en het was een ander ontwerp geworden dan hij in 1959 kon weten.
Na zijn pensioen in 1990 bleef hij tot 2000 betrokken als vertegenwoordiger van de bisschop in Iran.
PARADISE IN WINCHESTER
In 2005 verhuisden Hassan en Margaret naar Oakham, een klein stadje in de Engelse Midlands. Daar overleed hij eind april 2008, zevenentachtig jaar oud. Over de precieze dag en plaats verschillen de bronnen: de Independent noemt 28 april in Oakham, andere bronnen 29 april in Winchester.
De anglicaanse kerkprovincie in het Midden-Oosten schreef bij zijn dood dat de manier waarop hij vergaf wie hem pijn hadden gedaan, vrij vertaald “een onvergetelijke les” was voor de hele anglicaanse wereld.
Hij werd begraven op het terrein van de kathedraal van Winchester, in het stuk dat Paradise heet, de begraafplaats van de bisschoppen en dekens. Margaret leefde nog acht jaar. Ze stierf op 22 oktober 2016 en werd naast hem begraven. In Isfahan, Shiraz en Teheran waren er herdenkingsdiensten voor haar.
Bahram werd begraven in Isfahan, na de dienst in de kerk van zijn vader. In de kathedraal van Canterbury wordt hij herdacht in de kapel voor de martelaren van onze tijd. Zijn vader ligt ver daarvandaan, in een Engelse tuin die Paradise heet, de man die vanaf een eiland een gebed dicteerde voor zijn zoon en voor de mannen die hem doodden.
Wat vaststaat en wat verteld wordt
Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte op 14 mei 1920 in Taft bij Yazd; doop in Isfahan in 1938; opleiding aan Ridley Hall in Cambridge vanaf 1947; predikant van St Luke’s in Isfahan (1950-1960); huwelijk met Margaret Thompson in 1952; bisschop in Iran vanaf 1961 als eerste Iraniër; President-Bishop vanaf 1976; de moord op Arastoo Sayyah op 19 februari 1979; de inbeslagnames van ziekenhuizen in 1979; de aanslag van 26 oktober 1979 waarbij Margaret in haar hand werd geraakt; de moord op Bahram op 6 mei 1980; het gebed voor de moordenaars, voorgelezen op zijn begrafenis; ballingschap in Engeland en hulpbisschop in Winchester; The Hard Awakening (1981); overlijden in 2008 en begrafenis in Winchester.
Alleen uit eigen getuigenis of latere overlevering: dat hij de revolutie eerst verwelkomde; dat Bahram gedood werd “in zijn plaats”; dat het gebed over de telefoon werd gedicteerd (getuigenis van zijn dochter); de reden voor de aanslag (zijn weigering het kerkelijk fonds af te staan) en voor de moord op Bahram komen van de familie en de kerk.
Onbevestigd: dat zijn vader schoenmaker was en zijn moeder christen werd (één journalistieke bron, niet in de doodsberichten); de exacte datum en plaats van zijn overlijden (28 april in Oakham of 29 april in Winchester); wie Bahram precies heeft gedood (nooit door een rechter vastgesteld); de naam Sohrab als bewuste verwijzing naar het Shahnameh.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Kenneth Cragg, doodsbericht in The Independent (overgenomen door Persian Anglican Ministry)
- Article 18, “Bahram Dehqani-Tafti, murdered son of first ethnic Iranian Anglican bishop”
- Article 18, “Persecution of church members started first week of Revolution”
- Article 18, “When I was 13, my older brother was murdered on his way back from work”
- Abdorrahman Boroumand Center, Bahram Dehqani-Tafti
- Church Times, doodsbericht Margaret Dehqani-Tafti, 9 december 2016
- World Watch Monitor, 2016
- Gospel Herald, 2016
- Anglican Communion News Service, 13 mei 2008
- Friends of the Holy Land / JMECA, boekbespreking door John Clark
- Textus et Studia, artikel over The Hard Awakening
- Studia Religiologica, “Anglikanie w Iranie w czasie Rewolucji Islamskiej”
- Wikipedia, Hassan Dehqani-Tafti (startpunt)
- Wikipedia, Diocese of Iran (startpunt)