Uit allevolken

Deel 1 · Uit alle volken · Hoofdstuk 6

Sundar Singh

de sadhoe in het gele gewaad

1889-1929?Punjab en de Himalaya

In april 1929 schreef een Indiase prediker brieven aan zijn vrienden. Een van hen was de Zweedse aartsbisschop Nathan Söderblom. De boodschap was kort: hij ging nog één keer op preektocht, naar Tibet. Hij was negenendertig en zijn gezondheid was slecht. Hij vertrok uit Subathu, een plaatsje in de heuvels van Noord-India. Op 18 april 1929 werd hij voor het laatst gezien bij Kalka, een stadje aan de voet van de weg naar Simla. Daarna hoorde niemand meer iets van hem.

Er kwam geen brief meer, geen bericht uit een klooster en geen graf. In 1932 verklaarde de regering van Brits-Indië hem vermoedelijk overleden.

De man heette Sundar Singh. Hij was als sikh geboren en werd christen. Hij trok jarenlang op blote voeten door India in het saffraangele gewaad van een sadhoe, een rondtrekkende heilige man. In de jaren twintig sprak hij in Groot-Brittannië, Amerika, Australië, Zwitserland en Zweden. Bewonderaars noemden hem een levende apostel en heilige. Een paar jaar later noemden anderen hem een fantast. Beide beelden leefden al tijdens zijn leven naast elkaar.

Dit hoofdstuk is daarom een beetje anders dan de andere. Over Sundar Singh gaan veel wonderverhalen rond. De meeste komen uit zijn eigen vertellingen. Al in zijn eigen tijd werd hard gestreden over de vraag of ze waar waren. Ik vertel ze, en ik zeg er telkens bij waar ze vandaan komen.

Het begint in een dorp in de Punjab.

EEN ZOON VAN DE SARDAR

Sundar Singh werd geboren op 3 september 1889 in Rampur, bij Doraha, in het district Ludhiana. Dat ligt in de Punjab, het land van de vijf rivieren in het noordwesten van India. India was toen een Britse kolonie. De Punjab is het hart van het sikhisme, een godsdienst die in de vijftiende eeuw ontstond en één God belijdt. Sikh-mannen dragen hun haar ongeknipt, als teken van hun geloof.

Zijn vader, Sher Singh, was een welgesteld man en volgens het Dictionary of Christian Biography in Asia het hoofd van het dorp, met de rang van sardar. Sundar was de jongste van drie zoons. Het gezin was sikh, maar leefde ook met hindoeïstische gebruiken. Een Brits archief spreekt van een familie van sikh- en hindoe-afkomst.

De sterkste invloed in zijn jeugd was zijn moeder. Ze was diep gelovig en nam hem mee naar sadhoes, de mannen die alles achterlieten om God te zoeken. Ze hoopte dat haar jongste zoon ooit net zo zou worden. Thuis leerde hij de Bhagavad Gita, een geliefd hindoeïstisch heilig boek. Volgens zijn latere biografen kende hij het op zijn zevende uit zijn hoofd. Dit detail komt uit de verering rond hem, uit geen enkel document.

Zijn moeder stuurde hem ook naar een school van de Amerikaanse presbyterianen in Ludhiana, de Ewing Christian High School, om Engels te leren. Daar kwam hij in aanraking met het Nieuwe Testament. Hij moest er niets van hebben.

EEN BIJBEL IN HET VUUR

Toen hij ongeveer veertien was, stierf zijn moeder. De jongen raakte in een diepe crisis. Hij was boos, op God en op de christenen. In het openbaar verbrandde hij een Bijbel, bladzijde voor bladzijde, terwijl vrienden toekeken. Zo staat het in de vroege levensbeschrijvingen. Een Brits archief noemt het kort een symbolische verbranding van de Bijbel.

Wat er daarna gebeurde, vertelde hij zelf. Hij kon geen rust vinden in zijn eigen godsdienst en ook niet in de andere boeken die hij las. Op een nacht in december 1904 besloot hij dat hij zich voor de trein zou werpen als God zich niet aan hem liet zien. Hij bad. Vroeg in de ochtend zag hij, zo vertelde hij later, Jezus. Christian History spreekt van een visioen van de gekruisigde liefde van Christus. Hij wist het zeker, en de onrust was weg.

De datum wisselt per bron. Een recent artikel van Shivraj Mahendra noemt 18 december 1904, rond half vijf in de ochtend. Een andere bron houdt het op december 1903. De religiehistoricus Eric Sharpe wees erop dat dit verhaal vooral rust op Sundars eigen navertellingen en op de eerste boeken over hem. Er waren geen andere getuigen.

Ik geloof dat God mensen zo kan opzoeken. Maar ik kan het niet bewijzen, en Sundar kon het ook niet. Wat wel vaststaat, is wat er daarna gebeurde.

WEGGESTUURD UIT HET OUDERLIJK HUIS

Sundar knipte zijn haar af. Voor een sikh was dat een openbaar teken: hij hoorde er niet meer bij. Zijn vader zette hem het huis uit. Volgens het tijdschrift Christian History vreesde hij ook de schande. In de Punjab kwamen veel bekeerlingen tot het christendom uit de laagste kasten, en een zoon van de sardar die christen werd, was een vernedering voor de familie.

Volgens het Dictionary of Christian Biography in Asia gaf zijn vader hem nog een afscheidsmaaltijd. Volgens latere levensbeschrijvingen probeerde iemand uit de familie hem te vergiftigen, en overleefde hij dat. Ook dat verhaal komt van hemzelf.

In 1904 ging hij naar een christelijke kostschool van de presbyteriaanse zending in Ludhiana. Later werkte hij onder leprapatiënten in een christelijk tehuis in Sabathu, ook gespeld als Subathu, in de heuvels bij Simla. Simla, nu Shimla, was in de zomer de hoofdstad van Brits-Indië. Op 3 september 1905, de dag waarop hij zestien werd, werd hij daar gedoopt. Volgens de Dictionary gebeurde dat in de St. Thomas’ Church, een anglicaanse kerk. Sharpe schrijft dat een anglicaanse zendeling hem doopte.

EEN CHRISTEN IN HET GEWAAD VAN EEN SADHOE

Een jaar later, in oktober 1906, nam Sundar een besluit dat zijn leven zou bepalen. Hij trok een saffraangeel gewaad aan en zette een saffraangele tulband op. Hij werd sadhoe, maar dan een christelijke.

In India kende iedereen dat beeld. Een sadhoe bezit niets, trekt van dorp naar dorp en leeft van wat mensen hem geven. Sundar droeg alleen een Nieuw Testament bij zich. Hij trouwde niet en hij liep op blote voeten. Volgens zijn biografe in het Dictionary of Christian Biography in Asia wilde hij het christendom Indiaas maken. De Zwitserse historicus Philippe Bornet plaatst hem bij de pogingen van die tijd om het christendom los te maken van zijn koloniale verpakking.

Dat ging niet zonder weerstand. Volgens Christian History hadden presbyteriaanse zendelingen in de Punjab er bezwaar tegen dat hij zijn geloof in Christus vermengde met de levenswijze van hindoeïstische asceten. Zij zagen er syncretisme in, het samensmelten van godsdiensten. Sundar zag het anders. Hij bleef bij Jezus en hij bleef in zijn gewaad.

Hoe zou jij reageren als iemand in jouw kerk het evangelie bracht in een vorm die je eerst aan een andere godsdienst deed denken?

In diezelfde jaren werkte in de leprakolonie van Subathu Samuel Stokes, die in 1904 naar India was gekomen. Aangemoedigd door de aartsbisschop van Canterbury begon hij een kleine broederschap naar het voorbeeld van Franciscus. Het SOAS-archief in Londen schrijft dat Sundar kort betrokken was bij een broederschap van die soort. De bronnen die ik las, zeggen niet precies hoe lang en hoe nauw.

NAAR HET VERBODEN LAND

Sundar trok door de Punjab, door Kasjmir, door het grensgebied met Afghanistan en door Beloetsjistan, dat nu in Pakistan ligt. Hij vertelde later dat hij er werd opgepakt en met stenen bekogeld. In 1908 trok hij volgens zijn eigen verhaal voor het eerst Tibet in.

Tibet was in die tijd een gesloten land in de Himalaya, geleid door boeddhistische lama’s. Buitenlanders en zendelingen kwamen er nauwelijks binnen. In de verhalen over Sundar heet het daarom het verboden Tibet.

Uit de jaren daarna stammen zijn bekendste verhalen. In één ervan liet een lama hem in een droge put werpen. Na drie dagen zou een onbekende helper hem eruit hebben gehaald. In een ander verhaal werd hij in 1914 in Ilam, in Nepal, gevangengenomen, uitgekleed en met bloedzuigers bedekt. Zijn vriend A.J. Appasamy, later bisschop in Zuid-India, nam zulke verhalen op in zijn biografie.

Hier moet ik eerlijk zijn. Al deze verhalen komen van Sundar zelf. Er zijn geen andere getuigen. De Britse bisschop Stephen Neill, een kenner van het Indiase christendom, dacht volgens Sharpe dat Sundar nooit in Tibet was geweest, al geloofde hij dat zelf wel. De Duitse theoloog Michael Biehl schreef in 2003 dat historisch onderzoek concludeerde dat de reizen naar Tibet niet hebben plaatsgevonden zoals ze verteld zijn. Waar Sundar dan wel was in die zomers, weten we niet precies. Het SOAS-archief houdt het op tochten en prediking in de berggebieden. Een sluitend antwoord geven de bronnen niet.

ACHT MAANDEN IN LAHORE

In december 1909 begon Sundar op aanraden van de anglicaanse bisschop Lefroy aan een opleiding aan St. John’s Divinity School in Lahore, nu een stad in Pakistan. Hij hield het ongeveer acht maanden vol. In juli 1910 vertrok hij.

Zijn biografen leggen de oorzaak bij voorwaarden die de bisschop stelde. Hij zou zijn gewaad moeten afleggen en niet meer buiten zijn eigen parochie mogen preken zonder toestemming. Dat paste niet bij wat hij als zijn roeping zag. In 1911 gaf hij volgens de overlevering zijn vergunning als prediker terug. Daarna hoorde hij bij geen enkel kerkgenootschap meer.

Ik herken iets in die keuze, en ik heb er ook vragen bij. Een roeping volgen buiten elke kerk om kan vrijheid geven. Het kan je ook eenzaam maken, en kwetsbaar, omdat niemand je meer kan corrigeren. Bij Sundar zou je beide kunnen zien.

DE KLUIZENAAR VAN DE KAILASH

Van ongeveer 1910 tot 1916 trok hij vanuit Kotgarh, een plaats in de heuvels boven Simla, de bergen in. Hij schreef over zijn tochten in Urdu, de taal van veel Indiase christenen in het noorden, in een christelijk blad, de Nur Afshan. Die stukken werden de basis voor de eerste boeken over hem. Alfred Zahir publiceerde er in 1916 een, Rebecca Parker, een zendelinge, in 1918.

Uit 1912 stamt zijn meest omstreden verhaal. Hoog in de Himalaya zou hij in een grot een christelijke kluizenaar hebben gevonden, die de Maharishi van de Kailash werd genoemd. Die man zou ongeveer driehonderd jaar oud zijn. Sundar vertelde dat hij weken bij hem was. Er waren geen getuigen en er is geen verslag van iemand anders. Later sprak Sundar ook over een geheime beweging van christelijke sannyasi’s, asceten die in het verborgen in Jezus geloofden. Biehl vond er geen enkel spoor van.

In zijn boek At the Master’s Feet, dat in 1922 uit het Urdu werd vertaald, beschrijft Sundar hoe hij alleen in een bos bad en een vreemde man ontmoette. Eerst herkende hij hem niet. Dan schrijft hij: “Ineens wist ik dat mijn lieve Heiland voor mij stond” (vrij vertaald). Zijn boeken zijn korte, stichtelijke teksten over het gebed en de omgang met Jezus.

VAN RANGOON TOT OXFORD

Vanaf 1918 werd Sundar gevraagd buiten Noord-India. Dat jaar reisde hij door Zuid-India en door Ceylon, het huidige Sri Lanka. In 1918 en 1919 volgden Birma (nu Myanmar), Malaya (nu Maleisië) en Singapore, China en Japan.

In 1920 kwam hij naar Groot-Brittannië. Hij sprak er in kerken en zalen, en in Oxford ontmoette hij de theoloog B.H. Streeter. Daarna reisde hij door naar de Verenigde Staten en Australië. In 1921 schreef Streeter met de Indiase theoloog A.J. Appasamy het boek The Sadhu, waarin hij werd voorgesteld als een levende mysticus. Op een reis door Europa in 1920 werd hij volgens Christian History uitgeroepen tot een levende apostel en heilige.

De historica Sumita Mukherjee onderzocht hoe de Britse pers hem ontving. Volgens haar trok hij mensen ook door zijn uiterlijk en zijn afkomst. Hij paste in het westerse beeld van de wijze man uit het oosten, ook al was hij christen. Het is een ongemakkelijke gedachte. De mensen die hem bewonderden, keken soms meer naar een beeld dan naar de man.

In 1922 kwam hij terug naar Europa. Hij bezocht Palestina. Zijn tocht door Zwitserland leverde veel publicaties op, en volgens Bornet werden de organisatoren overrompeld door zijn optredens. Van 21 tot 23 april 1922 was hij in Uppsala bij aartsbisschop Söderblom, die later een boek over hem schreef.

APOSTEL OF BEDRIEGER?

Vanaf ongeveer 1924 sloeg de stemming om. In Duitsland en Zwitserland ontstond een fel debat dat bekend werd als de Sadhustreit, de strijd om de sadhoe. Volgens Biehl ging het om duizenden bladzijden aan getuigenissen, brieven en ander materiaal.

Aan de ene kant stonden onder anderen enkele jezuïeten. Een van hen was de Belgische jezuïet Henri Hosten, die in Calcutta en Darjeeling werkte en zich openlijk tegen Sundar keerde. De andere hoofdpersoon was Oskar Pfister, een Zwitserse dominee en leerling van de psychoanalyse van Freud. In 1926 publiceerde hij Die Legende Sundar Singhs. Daarin sprak hij van “een ziekelijke verwarring tussen feit en verbeelding” (vrij vertaald, naar Sharpe). Later ging hij verder en beschuldigde hij Sundar van bewuste onwaarheden over zijn eigen leven.

Aan de andere kant stond de Duitse godsdienstwetenschapper Friedrich Heiler uit Marburg. Hij had Sundar in 1924 beschreven als een heilige zoals in de vroege kerk. In 1925 bundelde hij documenten in een boek met de veelzeggende titel Apostel oder Betrüger?, apostel of bedrieger? Söderblom koos ook partij voor Sundar.

Daartussen klonken stemmen die minder hard waren. Zijn vriend C.F. Andrews dacht dat de visioenen voor een groot deel uit zijn verbeelding kwamen, en merkte dat Sundar er later niet meer over sprak. De Zweed Tor Andrae vond dat hij zeker geen oplichter was, maar dat hij de werkelijkheid anders beleefde dan westerlingen.

Sharpe, die als religiehistoricus veel over Sundar schreef, kwam tot een voorzichtig oordeel. De mystieke ervaringen van Sundar zijn niet te controleren. In zijn laatste boek, The Riddle of Sadhu Sundar Singh, dat na zijn dood in 2004 verscheen, liet hij zien hoe westerse christenen elk hun eigen Sundar hadden gemaakt. Voor de ene groep was hij een vurige evangelist die stierf in Tibet. Voor de andere een ideale mysticus.

Ik ga hier geen eindoordeel geven. Dat kan ik ook niet. Wat ik wel zie: een man die zichzelf in zijn verhalen soms groter maakte dan de feiten. En een man die ondertussen jarenlang arm en zonder kerk achter zich over Jezus bleef vertellen.

EEN MOE LICHAAM

Na 1922 keerde Sundar niet meer naar het westen terug. Hij was vaak ziek. Hij schreef boeken, meestal eerst in het Urdu: Reality and Religion, The Search after Reality, Meditations on Various Aspects of the Spiritual Life, Visions of the Spiritual World en With and Without Christ. Alles bij elkaar acht boeken, waarvan twee pas na zijn dood verschenen.

Zijn gedachten veranderden ook. Volgens Sharpe raakte hij geboeid door de geschriften van de Zweedse mysticus Emanuel Swedenborg, en schreef hij daar in 1928 over aan Söderblom. Volgens het Dictionary of Christian Biography in Asia zei hij in 1929 dat de straf na dit leven niet eeuwig zou zijn. Veel van zijn evangelische bewonderaars hadden daar moeite mee.

Al die jaren schreef hij brieven aan Rebecca Parker, de zendelinge die zijn eerste boek over hem schreef. Hij zag haar als een moeder. Zijn brieven uit de jaren 1918 tot 1929 liggen nog in het archief van het Londense Zendingsgenootschap, nu bij SOAS in Londen. Hij schreef ze in Engels en in Hindoestaans in Latijnse letters.

In 1923 maakte hij zijn laatste vaste zomertocht naar wat hij Tibet noemde. Hij kwam uitgeput terug. In 1928 was zijn gezondheid volgens Sharpe al slecht.

DE WEG LANGS KALKA

Toen schreef hij in april 1929 die laatste brieven. Hij ging nog één keer naar Tibet. Vrienden raadden het hem af.

Hij vertrok uit Subathu, de plaats waar hij als jonge bekeerling leprapatiënten had verzorgd. Op 18 april 1929 werd hij gezien bij Kalka. Wat er daarna gebeurde, weet niemand. Misschien bezweek hij in de sneeuw of door uitputting, misschien kreeg hij een ongeluk in de bergen. Sommige bewonderaars dachten dat hij in Tibet als martelaar stierf. Daar is geen enkel bewijs voor.

Volgens Sharpe verdween Sundar daarmee in nog groter duister. Het beeld past. Een leven dat al vol verhalen zat, eindigde zonder graf en zonder getuige.

EEN KIND DAT ZIJN MOEDER ZOEKT

Sundar Singh stichtte geen kerk en liet geen beweging na. Hij verloor zijn erfenis, zijn familie en zijn goede naam in een deel van de wereld. Toch oordeelde Sharpe dat geen andere Indiase christen zo’n invloed had gehad, in India en in het westen. In 2007 verscheen nog een nieuwe bundel met zijn woorden, Wisdom of the Sadhu.

Misschien vind je de verhalen over de put en de kluizenaar moeilijk te geloven. Mensen die hem van dichtbij kenden, twijfelden ook. Je hoeft die verhalen niet te geloven om te zien wat er in zijn boeken staat: een man die het gebed boven alles stelde en zijn landgenoten Jezus wilde laten zien in een vorm die Indiaas was.

Hij vertelde graag gelijkenissen. In een ervan zoekt een kind zijn moeder, die zich verborgen heeft. Het krijgt mango’s aangeboden, maar het wil ze niet. Het zegt: “Ik wil alleen mijn moeder” (vrij vertaald).

Hij was veertien toen hij zijn eigen moeder verloor. Daarna zocht hij God. Eerst bij het spoor in de nacht, later op de paden van de Himalaya, in een geel gewaad, op blote voeten.

Dossier

Wat vaststaat en wat verteld wordt

Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte op 3 september 1889 in de Punjab in een sikh-familie; de invloed van zijn moeder en haar dood toen hij ongeveer veertien was; de school van de presbyteriaanse zending in Ludhiana; zijn breuk met zijn familie; zijn doop in Simla op 3 september 1905; zijn leven als christelijke sadhoe vanaf ongeveer 1906; de korte opleiding in Lahore (1909-1910); de artikelen in het Urdu-blad en de boeken van Zahir (1916) en Parker (1918); de reizen door Azië (1918-1919) en naar het westen (1920 en 1922), waaronder het bezoek aan Söderblom in april 1922; zijn acht boeken; de Sadhustreit vanaf 1924 met Pfister, Hosten en Heiler; zijn vertrek in april 1929 en zijn verdwijning.

Alleen uit eigen getuigenis of latere overlevering: het visioen van Jezus in december 1904 (of 1903) en het plan om zich voor de trein te werpen; de details van de Bijbelverbranding; de vergiftiging door zijn familie; de Gita op zijn zevende; zijn eerste tochten naar Afghanistan en Beloetsjistan; de reden van zijn vertrek uit Lahore (volgens zijn biografen); het teruggeven van zijn predikersvergunning in 1911; het christendom Indiaas maken als zijn bewuste doel (zo zijn biografen).

Onbevestigd of betwist: zijn reizen in Tibet (al in de jaren twintig betwist, door Neill en Biehl in twijfel getrokken); de redding uit de droge put; de gevangenschap in Ilam (1914); de Maharishi van de Kailash (1912); de geheime beweging van christelijke sannyasi’s; de precieze band met de broederschap van Samuel Stokes; de exacte datum van zijn verdwijning (de meeste bronnen noemen april, één bron juni 1929); de oorzaak en plaats van zijn dood.

Duiding: of Sundar Singh bewust overdreef, oprecht geloofde wat hij vertelde of werkelijk bovennatuurlijke dingen meemaakte, is nooit opgehelderd. Al in zijn eigen tijd zagen de één een apostel en de ander een bedrieger. Historici van nu, zoals Sharpe en Bornet, laten vooral zien hoe zijn bewonderaars en tegenstanders elk hun eigen beeld van hem maakten.

Bronnen bij dit hoofdstuk

  1. Hazel Vincent, “Singh, Sadhu Sundar”, Dictionary of Christian Biography in Asia
  2. Christian History Institute, “Wanderer for Christ” (Christian History 87)
  3. SOAS University of London, Sadhu Sundar Singh Papers (CWM/LMS)
  4. Eric J. Sharpe, “Christian Mysticism in Theory and Practice: Nathan Söderblom and Sadhu Sundar Singh”, Religious Traditions
  5. Michael Biehl, “Sadhu Sundar Singh: Revisited”, Indian Journal of Theology 45 (2003)
  6. Sumita Mukherjee, “The Reception given to Sadhu Sundar Singh, the itinerant Indian Christian ‘Mystic’, in Interwar Britain”, Immigrants and Minorities (2017)
  7. Philippe Bornet, “A ‘Christian Hindu Apostle’? The Multiple Lives of Sadhu Sundar Singh”, in Translocal Lives and Religion (Equinox)
  8. Shivraj K. Mahendra, “Sadhu Sundar Singh: The Apostle with the Bleeding Feet”, Journal of the Asian American Theological Forum 13/1
  9. Sundar Singh, At the Master’s Feet, vertaald door Arthur en Rebecca Parker (1922)
  10. Who was who in Indology, “Hosten, Henri”
  11. Basel Mission Archives, Friedrich Heiler, Apostel oder Betrüger? Dokumente zum Sadhustreit (1925)
  12. Christian Classics Ethereal Library, “Sadhu Sundar Singh”
  13. Lutterworth Press, A.J. Appasamy, Sundar Singh
  14. Wikipedia, “Sundar Singh” (startpunt)
  15. Wikipedia, “Eric J. Sharpe”
  16. Wikipedia, “Satyananda Stokes”
  17. Over de invloed van Sundar Singh op de Indiase en westerse kerk (etsjets.org)
Liever het hele boek?PDF downloadenE-book (EPUB)Over dit deel