Op zondag 20 maart 1977 waren de kerken van het aartsbisdom San Salvador dicht. In de hele stad en in de dorpen eromheen werd die ochtend geen mis gevierd, op één na. Die ene mis werd gehouden op het plein voor de kathedraal van San Salvador. Volgens de Romero Trust, die zijn leven en preken bewaart, stonden er ongeveer honderdduizend mensen.
De man aan het altaar was pas een paar weken aartsbisschop. Acht dagen eerder was zijn vriend, de jezuïet Rutilio Grande, doodgeschoten. Alle andere missen had Óscar Romero voor die zondag afgelast.
Drie jaar later was hij zelf dood. In die drie jaar werd een behoudende priester de bekendste stem van El Salvador. Elke zondag luisterde een groot deel van het land op de radio naar zijn preek. Hij noemde de namen van mensen die verdwenen waren, gemarteld of gedood. Op 24 maart 1980 werd hij doodgeschoten terwijl hij de mis vierde. In 2018 verklaarde de Rooms-Katholieke Kerk hem heilig.
Wie hem in zijn jonge jaren kende, had dat niet voorspeld.
EEN LEERLING IN DE WERKPLAATS
Óscar Arnulfo Romero werd geboren op 15 augustus 1917 in Ciudad Barrios, een plaats in de bergen van het oosten van El Salvador. Hij was het tweede kind van Santos Romero en Guadalupe de Jesús Galdámez. De Romero Trust spreekt van acht kinderen, Westminster Abbey van zeven. Het was een gezin met weinig geld.
El Salvador is het kleinste land van Midden-Amerika, tussen Guatemala en Honduras aan de Grote Oceaan. Het overgrote deel van de bevolking was rooms-katholiek.
Als jongen leerde Óscar het vak van timmerman. Volgens de Romero Trust was hij in de leer bij een timmerman in het dorp. Andere bronnen zeggen dat zijn vader hem het vak leerde. Hij was er goed in. Maar in 1931, toen hij dertien was, liet hij de werkplaats achter zich. Hij ging naar het kleinseminarie in de stad San Miguel, een opleiding voor jongens die priester wilden worden, geleid door de claretijnen, een katholieke orde.
In 1937 ging hij naar het grootseminarie in de hoofdstad San Salvador. Nog datzelfde jaar werd hij naar Rome gestuurd. Hij studeerde er aan de Gregoriana, de pauselijke universiteit van de jezuïeten.
Op 4 april 1942 werd Romero in Rome tot priester gewijd. Zijn familie was er niet bij. Het was oorlog in Europa, en reizen over de oceaan was voor hen niet mogelijk. Hij begon aan een doctoraat, maar in 1943 werd hij teruggeroepen naar El Salvador. Op de terugweg werd hij op Cuba vastgehouden, volgens de Romero Trust drie maanden lang. In december kwam hij thuis.
Op 11 januari 1944 vierde hij zijn eerste mis in Ciudad Barrios. Daarna werd hij pastoor in Anamorós, een dorp in het oosten. Al snel werd hij naar San Miguel gehaald. Hij bleef er meer dan twintig jaar, als pastoor en als bestuurder van de kathedraal. Volgens zijn biografen begon hij er een groep van de Anonieme Alcoholisten en hielp hij bij de bouw van de kathedraal.
In 1966 werd hij directeur van Orientación, het weekblad van het aartsbisdom. Onder zijn leiding was het een behoudend blad. In 1967 verhuisde hij naar San Salvador, als secretaris van de bisschoppenconferentie. Daar leerde hij een jezuïet kennen die Rutilio Grande heette. Ze werden vrienden.
DENKEN EN VOELEN MET DE KERK
Op 21 juni 1970 werd Romero gewijd tot hulpbisschop van San Salvador. Rutilio Grande was ceremoniemeester bij de wijding. Romero koos als wapenspreuk de Latijnse woorden Sentire cum Ecclesia. De Romero Trust vertaalt ze als “denken en voelen met de kerk” (vrij vertaald).
Die spreuk past bij hoe hij toen was. Hij wilde trouw zijn aan Rome en aan de leer van de kerk. Hij was voorzichtig en hij was bang voor onrust. In 1973 kwam hij in een openlijk conflict met de jezuïeten. Hij beschuldigde hun middelbare school ervan het marxisme te verspreiden met wat zij “bevrijdende opvoeding” noemden.
Volgens de Romero Trust zocht hij in 1971 hulp voor scrupulositeit, een angstige neiging om steeds te twijfelen of je wel goed genoeg gedaan hebt. Ik noem dat omdat het hem menselijk maakt. De man die later voor niemand meer opzij leek te gaan, worstelde met angst en twijfel.
VIJF BOEREN BIJ TRES CALLES
In 1974 werd Romero bisschop van Santiago de María, een bisdom op het platteland waar koffie werd verbouwd.
In 1975 doodde de Nationale Garde, een militaire politie, vijf boeren bij Tres Calles. Romero schreef een brief aan de president om te protesteren. Het laat zien dat er al iets aan het veranderen was, vóór de gebeurtenissen die zijn naam bekend zouden maken.
Om die gebeurtenissen te volgen, moet je iets weten van het land in de jaren zeventig. Het politieke geweld nam toe. Er ontstonden linkse gewapende groepen, en er waren doodseskaders: groepen die mensen ontvoerden en doodden zonder enige rechtszaak. Volgens de latere Waarheidscommissie van de Verenigde Naties werden die eskaders vaak door militairen geleid en gesteund door zakenmensen, grootgrondbezitters en sommige politici.
In dezelfde jaren ontstond in Latijns-Amerika de bevrijdingstheologie. Deze stroming in de theologie zegt dat God aan de kant staat van de armen, en dat het geloof ook iets moet doen aan armoede en onrecht. Sommigen zagen er een eerlijke lezing van de evangeliën in. Anderen vonden dat ze te dicht bij het marxisme kwam.
Op 3 februari 1977 benoemde de paus Romero tot aartsbisschop van San Salvador. Op 22 februari werd hij geïnstalleerd. De regering verwelkomde de benoeming. Veel priesters waren teleurgesteld. Ze kenden hem als de behoudende bisschop die de jezuïeten had aangevallen.
DE WEG NAAR EL PAISNAL
Op 12 maart 1977, nog geen drie weken later, reed Rutilio Grande van Aguilares naar het dorp El Paisnal. Met hem in de auto zaten Manuel Solórzano, een oudere catechist, en Nelson Rutilio Lemus, een tiener. Volgens de Romero Trust was Grande op weg om de mis te doen. Vatican News schrijft dat hij onderweg was naar een noveen, een reeks gebedsdiensten. Een doodseskader hield hen tegen en doodde alle drie.
Grande werkte in de streek rond Aguilares. Hij had er onder de armen groepen opgezet die leerden voor zichzelf te zorgen.
Romero leidde de uitvaartmis voor de drie mannen. Daarna nam hij een ongewoon besluit: op zondag 20 maart zouden alle kerken van het aartsbisdom dicht zijn, en zou er één mis zijn, voor de kathedraal. Kort daarna reisde hij naar Rome en vertelde hij paus Paulus VI wat er in zijn land gebeurde. Op 1 juli 1977 bleef hij weg bij de inauguratie van de nieuwe president. Hij protesteerde zo tegen het uitblijven van een onderzoek naar de moord op Grande.
De bronnen zien de dood van Grande als het keerpunt in zijn leven. America Magazine schrijft dat Romero door deze moord begreep waar zijn eigen weg naartoe zou leiden. Hoe plotseling die verandering was, is een vraag waar biografen verschillend over denken. De brief over Tres Calles laat zien dat hij al eerder begon te zien wat er in het land gebeurde.
Kun jij je een moment herinneren waarop je niet meer kon wegkijken van iets wat je al lang wist?
“ELKE KATHOLIEK MOET EEN MARTELAAR ZIJN”
In mei 1977 werd opnieuw een priester gedood: Alfonso Navarro, op 11 mei, samen met een jongen uit zijn parochie, Luis Torres. Het leger bezette daarna Aguilares, het dorp van Grande.
Paus Franciscus haalde in 2018 een zin aan uit een van zijn preken van 1977: “elke katholiek moet een martelaar zijn” (vrij vertaald). Romero bedoelde het woord in de oude betekenis: een martelaar is een getuige. Wie getuige is van Christus, moet bereid zijn om daarvoor iets te verliezen.
De aartsbisschop begon in zijn preken te vertellen wat er die week gebeurd was. Wie er verdwenen was. Wie er dood gevonden was. Wie er gemarteld was. Hij deed dat elke week opnieuw.
EEN STEM OP DE RADIO
Het aartsbisdom had een eigen radiozender, YSAX. Elke zondag zond die de preek van de aartsbisschop uit. Zijn preken duurden vaak uren. Volgens luisteronderzoek uit die jaren luisterde ongeveer driekwart van de mensen op het platteland en ongeveer de helft van de mensen in de stad geregeld naar hem. Het was het meest beluisterde programma van het land. Ook de Amerikaanse ambassade luisterde mee.
Voor veel mensen was het de enige plek waar ze hoorden wat er werkelijk gebeurde. De kranten en de andere zenders zwegen of vertelden het anders. CathNews schrijft dat Romero weigerde zich te laten censureren.
De zender werd gestoord. Het kantoor werd gebombardeerd. Zijn preken gingen elke week de lucht in, behalve wanneer YSAX door een bom was stilgelegd.
Hier zie je iets wat ik bewonder. Romero zocht geen podium. Hij had ruim twintig jaar in een parochie gewerkt en een kerkblad geleid. Hij gebruikte wat hij had: een preekstoel en een zwakke zender. En hij hield vol.
In november 1978 droegen 118 Britse parlementsleden en leden van het Hogerhuis hem voor voor de Nobelprijs voor de Vrede van 1979. In februari 1978 had hij al een eredoctoraat gekregen van de Amerikaanse Georgetown University, in februari 1980 volgde de Universiteit van Leuven in België. In mei 1979 gaf hij paus Johannes Paulus II zeven dossiers over het onrecht in zijn land, zo vermeldt Westminster Abbey.
Zijn tegenstanders zagen hem als een politicus in een priesterkleed. Ze verbonden hem met de bevrijdingstheologie en met de linkse guerrilla. Zelf zei hij tegen een journalist dat hij instemde met de katholieke visie op bevrijding, en niet met een materialistische. Hij zei dat hij met paus Paulus VI was.
EEN BRIEF AAN HET WITTE HUIS
Op 15 oktober 1979 kwam in El Salvador een revolutionaire regeringsjunta aan de macht, een groep van militairen en burgers. Het geweld werd niet minder. Het land gleed af naar de burgeroorlog die van 1980 tot 1992 zou duren.
Op 17 februari 1980 schreef Romero een open brief aan de Amerikaanse president Jimmy Carter. Hij vroeg hem om geen militaire hulp meer te geven aan de Salvadoraanse veiligheidstroepen. Volgens hem zou die hulp het onrecht en de onderdrukking alleen maar erger maken. Carter antwoordde niet zelf. Zijn minister van Buitenlandse Zaken, Cyrus Vance, stuurde een telegram. Of Romero dat ooit ontvangen heeft, is niet bekend.
In maart 1980 werd achter het altaar van de basiliek waar hij zou preken een koffer met dynamiet gevonden. Hij was niet ontploft. Een pauselijke gezant had hem gewaarschuwd dat hij in gevaar was. Romero wuifde de zorgen van anderen weg.
Tijdens zijn laatste retraite, een paar dagen van stilte en gebed, schreef hij aantekeningen over de mogelijkheid van een gewelddadige dood. Hij schreef dat het niet makkelijk was om die te aanvaarden. En hij schreef dat hij, als het zover kwam, “God heel dichtbij zal voelen bij mijn laatste adem” (vrij vertaald). America Magazine voegt eraan toe dat hij van het leven en van zijn volk hield. Hij verlangde er niet naar om weg te gaan.
ZONDAG 23 MAART 1980
Op zondag 23 maart preekte Romero voor de laatste keer op een zondag. De preek ging via YSAX het land in. Ook een buitenlandse zender, Radio Noticias del Continente, zond haar uit.
Aan het eind richtte hij zich tot de soldaten, de nationale garde en de politie. Hij zei dat ze broeders waren van hetzelfde volk dat ze doodden. Hij zei dat geen soldaat verplicht was een bevel op te volgen dat tegen de wet van God ingaat. Toen kwam de zin die bekend zou worden. Hij smeekte, vroeg en beval hen in de naam van God: “Stop de onderdrukking” (vrij vertaald uit het Spaans).
Volgens America Magazine was het applaus in de kerk zo luid dat de technici van de radio eerst dachten dat het geluid rondzong.
Wat doe je als je weet wat het je kan kosten, en je zegt het toch? Ik heb op die vraag geen makkelijk antwoord. Romero gaf er geen grote woorden aan. De volgende avond vierde hij gewoon weer de mis.
DE TARWEKORREL
Romero woonde bij het ziekenhuis van de Goddelijke Voorzienigheid, Divina Providencia, een ziekenhuis voor mensen met kanker in San Salvador. Op maandag 24 maart 1980 vierde hij om ongeveer zes uur ’s avonds de mis in de kapel van dat ziekenhuis. Het was een mis ter herinnering aan Sara Meardi de Pinto, die een jaar eerder was overleden. Haar zoon Jorge Pinto gaf het weekblad El Independiente uit, een van de weinige bladen die schreven over mensenrechten.
Een van de lezingen kwam uit het Evangelie naar Johannes, de woorden van Jezus over de tarwekorrel: Als de tarwekorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen, maar als hij sterft, draagt hij veel vrucht. (Johannes 12:24). Romero preekte erover. Er bestaat een geluidsopname van die preek. De jezuïet James Brockman, zijn biograaf, heeft die opname later opnieuw beluisterd en vertaald. De laatste woorden waren een uitnodiging om samen te bidden: “laten we ons innig verenigen in geloof en hoop” (vrij vertaald).
Direct na de preek viel er een schot. Het kwam uit een auto die voor de kapel stond. Romero werd geraakt en stierf in de kapel. Volgens de Romero Trust was het 18.26 uur.
De zin over de tarwekorrel had hij niet zelf gekozen. Het was de lezing van die avond.
PALMZONDAG 1980
Zes dagen later, op Palmzondag 30 maart 1980, was de uitvaartmis op het plein voor de kathedraal. Volgens Wikipedia kwamen er meer dan tweehonderdvijftigduizend mensen. Tijdens de dienst ontploften er bommen en werd er geschoten. In de paniek en door de schoten kwamen tientallen mensen om het leven. De Romero Trust spreekt van ongeveer veertig doden, officiële bronnen noemden er toen eenendertig. Wie er schoot, is nooit vastgesteld.
In datzelfde jaar begon de burgeroorlog. Aan de ene kant stonden het leger van de regering en de doodseskaders, aan de andere kant de linkse guerrillabeweging FMLN. In twaalf jaar kwamen meer dan vijfenzeventigduizend Salvadoranen om. In juni 1980 werd ook de Italiaanse franciscaan Cosme Spessotto doodgeschoten, een priester die net als Romero had gesproken over onrecht.
Op 16 januari 1992 werd in Mexico-Stad de vrede getekend, het akkoord van Chapultepec.
WAT DE WAARHEIDSCOMMISSIE VOND
Als deel van het vredesakkoord stelden de Verenigde Naties een Waarheidscommissie in. Op 15 maart 1993 verscheen haar rapport. Ze sprak met ongeveer tweeduizend getuigen en verzamelde informatie over vele duizenden slachtoffers. De grote meerderheid van het geweld dat ze onderzocht, kwam volgens haar voor rekening van de strijdkrachten en de groepen die met hen verbonden waren. Ze noemde ook honderden moorden en verdwijningen door de FMLN.
Over de moord op Romero was de commissie duidelijk. Majoor Roberto D’Aubuisson had het bevel gegeven. Hij was toen al overleden. Ook een paar andere mannen speelden volgens het rapport een actieve rol, onder wie een oud-kapitein van het leger.
Vijf dagen na het rapport nam het parlement een amnestiewet aan. In 2016 verklaarde het Hooggerechtshof van El Salvador die wet in strijd met de grondwet. In 2004 stelde een rechter in de Verenigde Staten die oud-kapitein in een civiele zaak aansprakelijk voor de moord. Hij dook onder. Voor de moord op Romero is nooit iemand strafrechtelijk veroordeeld.
Ik schrijf deze naam op omdat de Waarheidscommissie ze heeft vastgesteld. Over de burgeroorlog zelf zijn in El Salvador de meningen nog altijd verdeeld, en dat oordeel laat ik aan de Salvadoranen. Wat er in die kapel gebeurde, is wel vastgesteld.
In 2010 riepen de Verenigde Naties 24 maart uit tot de Internationale Dag voor het Recht op Waarheid, ter nagedachtenis aan Romero.
SINT-PIETERSPLEIN, 14 OKTOBER 2018
In 1990 opende zijn opvolger, aartsbisschop Arturo Rivera Damas, het proces om Romero zalig te verklaren. Het ging langzaam. Rond 2000 lag het stil, en in Rome werd onderzocht of zijn leer wel zuiver was. Sommigen in de kerk vonden dat hij om politieke redenen was gedood, en niet om zijn geloof.
In 2013 gaf paus Franciscus het proces weer vrij. Op 3 februari 2015 erkende hij Romero als martelaar, gedood in odium fidei, uit haat tegen het geloof. Op 23 mei 2015 werd hij in San Salvador zalig verklaard, op het plein Salvador del Mundo. Op 6 maart 2018 erkende de paus een genezing als wonder. Het ging om de genezing van Cecilia Maribel Flores, een zwangere vrouw. Een wonder is in de katholieke kerk een voorwaarde voor heiligverklaring. Of het een wonder was, is een geloofsvraag. De kerk heeft het onderzocht en erkend.
Op 14 oktober 2018 werd Óscar Romero op het Sint-Pietersplein in Rome heilig verklaard. Een dag later sprak de paus met pelgrims uit El Salvador. Hij noemde Romero een herder die zijn leven gaf voor zijn schapen.
In januari 2022 werd ook zijn vriend Rutilio Grande zalig verklaard, samen met Manuel Solórzano en Nelson Rutilio Lemus, die met hem in de auto zaten, en met Cosme Spessotto. Het gebeurde in San Salvador, op hetzelfde plein waar Romero zeven jaar eerder zalig was verklaard.
Ook de anglicaanse kerk gedenkt hem. Westminster Abbey in Londen, waar een anglicaanse gemeente samenkomt, onthulde op 1 juli 1998 tien beelden van martelaren uit de twintigste eeuw. Ze staan in een rij boven de westingang. Een van die stenen figuren is de aartsbisschop uit San Salvador, die avond in de kapel geraakt, direct nadat hij had gepreekt over een tarwekorrel die in de aarde valt.
Wat vaststaat en wat verteld wordt
Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte op 15 augustus 1917 in Ciudad Barrios; priesterwijding in Rome op 4 april 1942; lange periode als priester in San Miguel; hulpbisschop in 1970 en bisschop van Santiago de María in 1974; benoeming tot aartsbisschop in februari 1977; de moord op Rutilio Grande, Manuel Solórzano en Nelson Rutilio Lemus op 12 maart 1977; de ene mis voor de kathedraal; de zondagspreken via YSAX en de aanvallen op de zender; de brief aan president Carter in februari 1980; de laatste zondagspreek op 23 maart 1980; de moord tijdens de mis op 24 maart 1980; de doden bij de uitvaart; de conclusie van de Waarheidscommissie van de VN (1993); de civiele uitspraak tegen Saravia (2004); zaligverklaring (2015) en heiligverklaring (14 oktober 2018).
Alleen uit eigen getuigenis of latere overlevering: zijn aantekeningen van de laatste retraite over een gewelddadige dood (eigen notities, geciteerd door America Magazine); zijn behandeling voor scrupulositeit in 1971 (Romero Trust, op basis van biografen); de details van zijn vakopleiding als timmerman, waar de bronnen verschillen.
Onbevestigd: het exacte aantal doden bij de uitvaart (de bronnen lopen uiteen van ongeveer dertig tot vijftig); het precieze doel van de laatste rit van Grande (mis of noveen); de bekende uitspraak dat hij na zijn dood zou opstaan in het Salvadoraanse volk, waarvan de herkomst omstreden is en die ik daarom niet citeer.
Duiding: of Romero vooral om zijn geloof of vooral om politieke redenen werd gedood, was jarenlang een discussie in de kerk; de paus koos in 2015 voor het eerste. Het verloop en de oorzaken van de burgeroorlog zijn in El Salvador nog steeds een gevoelig onderwerp. Hoe abrupt zijn verandering na de dood van Grande was, wordt door biografen verschillend gezien.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Romero Trust, “The Century of Romero: 1917-2018”
- Romero Trust, “The Final Homily of Archbishop Romero”
- America Magazine, “The homily Oscar Romero was delivering when he was killed” (vertaling James R. Brockman)
- America Magazine, “Death comes for the archbishop”, 11 maart 2015
- Persbureau van de Heilige Stoel, toespraak van paus Franciscus aan pelgrims uit El Salvador, 15 oktober 2018
- Vatican News, “Church in El Salvador celebrates beatification of four martyrs”, januari 2022
- Verenigde Naties, International Day for the Right to the Truth
- Samenvatting van het rapport van de Waarheidscommissie voor El Salvador (Creighton University)
- Center for Justice and Accountability, Doe v. Saravia
- CathNews New Zealand, “Archbishop Romero, trusted news source”, 23 maart 2015
- Diario El Mundo, over de laatste zondagspreek van Romero, 24 maart 2025
- Kellogg Institute, University of Notre Dame, over de heiligverklaring, oktober 2018
- Wikipedia, “Óscar Romero” (startpunt)
- Wikipedia, “Truth Commission for El Salvador” (startpunt)
- Westminster Abbey, “St Oscar Romero”