Uit allevolken

Deel 1 · Uit alle volken · Hoofdstuk 8

Janani Luwum

de herder die bleef staan

1922-1977Oeganda

Op woensdag 16 februari 1977 stond de aartsbisschop van Oeganda in Kampala tussen soldaten en een grote menigte. Er werden die dag “bekentenissen” voorgelezen. Daarin werd hij genoemd als iemand die wapens had gesmokkeld voor een staatsgreep tegen president Idi Amin. Hij mocht niet antwoorden. Volgens een verslag van het Anglicaanse persbureau schudde hij alleen zijn hoofd. Soldaten riepen dat hij gedood moest worden.

Naast hem stond Festo Kivengere, bisschop van Kigezi in het zuidwesten van het land. Tegen hem fluisterde Janani Luwum een paar woorden die later in kerken over de hele wereld zijn herhaald. Vrij vertaald: “Ze gaan me doden. Ik ben niet bang.”

De andere bisschoppen mochten weggaan. Luwum werd teruggeroepen. Kivengere wachtte buiten tot bewakers hem met een geweer wegstuurden. Niemand van hen zag de aartsbisschop nog levend terug.

Een dag later zei de radio dat hij was omgekomen bij een auto-ongeluk. Dat was niet waar. Hij was doodgeschoten.

Janani Luwum werd in Oeganda de eerste martelaar van de tweede eeuw van zijn kerk. Zijn land herdenkt hem nu elk jaar met een nationale feestdag. In Londen staat zijn beeld boven de westdeur van Westminster Abbey. Hij was een herdersjongen uit het noorden, een onderwijzer die pas op zijn zesentwintigste echt ging geloven, en een aartsbisschop die bleef staan toen staan gevaarlijk werd.

Zijn verhaal begint bij het vee, in een dorp vlak bij de grens met wat nu Zuid-Soedan is.

EEN JONGEN BIJ DE KUDDE IN MUCWINI

Janani Luwum werd geboren in Mucwini, een dorp in Oost-Acholi, in het noorden van Oeganda. Het ligt in het huidige district Kitgum. Over zijn geboortejaar zijn de bronnen het niet eens. De meeste noemen 1922, een paar 1924.

Oeganda was toen een Brits protectoraat, een gebied onder Brits bestuur. Het zou dat blijven tot 1962. De Acholi zijn een volk in het noorden van het land. Het christendom was daar nog jong. De eerste zendelingen van de Church Missionary Society, een Engelse anglicaanse zendingsorganisatie, waren in 1877 in het zuiden van Oeganda aangekomen. Het noorden volgde later.

Luwums vader heette Eliya Okello. Hij was een van de eerste christenen in de streek en werd later catechist, een leek die in een dorp lesgeeft in het geloof en de kerk helpt leiden. Het gezin was arm. Janani hoedde als jongen het vee van de familie. Pas rond zijn tiende ging hij naar school.

Hij leerde snel. Hij ging naar de Gulu High School en daarna naar Boroboro Teacher Training College bij Lira. Volgens de Daily Monitor rondde hij die opleiding af in 1941 en werd hij onderwijzer op de lagere school van Puranga.

EEN KERKGANGER DIE NOG NIET GELOOFDE

Luwum groeide op in de kerk. Hij kende de liederen en de gebeden. Maar zijn latere secretaresse Margaret Ford, die in 1978 de eerste biografie over hem schreef, was er eerlijk over. Hij was in die jaren, vrij vertaald, “nog geen bekeerd christen”. Zijn geloof was een gewoonte.

Herken je dat? Je kunt jaren in een kerkbank zitten zonder dat het tot je doordringt.

Op 6 januari 1948 veranderde dat. Er kwam een Acholi-echtpaar naar zijn dorp om te preken. Volgens de Daily Monitor heetten ze Yusto en Josephine Otunno. Ze hoorden bij de Oost-Afrikaanse opwekking, een beweging die sinds de jaren dertig door Rwanda, Oeganda, Kenia en Tanzania trok. De mensen die erdoor geraakt werden, noemden zich balokole: de geredden. Ze bleven meestal lid van hun eigen kerk, vaak de anglicaanse. Maar ze legden de nadruk op openlijk belijden van zonde, op een persoonlijke ontmoeting met Jezus en op getuigen waar iedereen bij was.

Die dag beleed Luwum zijn zonden en gaf hij zijn leven aan Jezus. De datum staat in Oegandese, Britse en kerkelijke bronnen. Hij was zesentwintig jaar, of vierentwintig, afhankelijk van welk geboortejaar klopt.

EEN ONDERWIJZER DIE DE ORDE VERSTOORDE

Wat daarna gebeurde, was typisch voor de balokole. Luwum begon direct te preken. Hij waarschuwde mensen tegen drank en tabak. Dat viel bij het plaatselijk gezag niet goed. Volgens Westminster Abbey zagen de autoriteiten zijn prediking als een verstoring van de openbare orde.

De Daily Monitor gaat verder. Volgens die krant werd hij met acht anderen gearresteerd en in Kitgum vastgezet. Twee dagen kregen ze geen eten. Luwum zou tegen zijn bewakers hebben gezegd dat hij van hen hield. Ik heb dit laatste deel alleen in deze ene krant gevonden, zonder bronvermelding. Het past bij wie hij later werd, maar ik kan het niet controleren.

Er is nog een verhaal dat het Christian History Institute vertelt: dat hij als jonge gelovige uit een boom preekte tegen medestudenten. Ook dat staat in één bron.

Wat wel vaststaat: zijn leven sloeg om. In januari 1949 vertrok hij naar de theologische school in Buwalasi, in het oosten van Oeganda. Thuis liet hij zijn vrouw Mary achter, met een jong dochtertje.

EEN FIETS EN VIERENTWINTIG GEMEENTEN

In 1950 kwam hij terug als catechist en werd hij verbonden aan de kerk van St. Philip in Gulu. In 1953 ging hij opnieuw naar Buwalasi, nu om predikant te worden. Op 21 december 1955 werd hij tot diaken gewijd. Een jaar later volgde zijn wijding tot priester. Een anglicaanse priester is wat in een Nederlandse kerk een dominee of voorganger heet. Een paar bronnen geven voor de wijdingen eerdere jaren, maar de meeste noemen 1955 en 1956.

Hij kreeg de zorg over een uitgestrekt gebied. Volgens de Amerikaanse Episcopal Church ging het om vierentwintig gemeenten. Het Christian History Institute schrijft dat hij een arm plattelandsgebied van zo’n veertig mijl breed per fiets bediende. Veel van zijn tijd ging op aan het bijleggen van ruzies tussen groepen en stammen.

Er lag ook een andere weg voor hem open. Volgens dezelfde bron had hij in zijn stam een leidende rol kunnen krijgen. Hij koos voor de kerk.

Luwum kreeg twee keer de kans om in Engeland te studeren. Eerst een jaar aan St Augustine’s College in Canterbury. Volgens de Daily Monitor keerde hij in 1959 terug, naar de parochie Palwo bij Lira. In 1962 werd hij vicedirecteur van de school in Buwalasi, waar hij zelf had gestudeerd. Daarna studeerde hij aan het London College of Divinity. In 1965 werd hij directeur van Buwalasi.

Het waren de jaren waarin Oeganda onafhankelijk werd. In 1962 vertrokken de Britten. In september 1966 werd hij provinciaal secretaris van de Church of Uganda, Rwanda, Burundi en Boga-Zaïre. Boga ligt in het oosten van wat nu de Democratische Republiek Congo is. Het was een kerk die over vier landen heen liep.

In 1968 was hij volgens de Daily Monitor op de Lambeth-conferentie, de tienjaarlijkse bijeenkomst van anglicaanse bisschoppen uit de hele wereld, als adviseur.

BISSCHOP IN EEN STADION

Op 25 januari 1969 werd Janani Luwum in Gulu gewijd tot bisschop van het nieuwe bisdom Noord-Oeganda. Het was een openluchtdienst in het Pece Stadium. Onder de gasten waren president Milton Obote en de legerleider Idi Amin. Twee jaar later zou de een de ander verdrijven.

Als bisschop zette Luwum zich in voor leprapatiënten in Gulu. Hij haalde een Duitse groep naar zijn bisdom om boeren te trainen in landbouw, zodat de kerk ook eigen inkomsten kreeg. Het was een praktische man. Hij preekte, maar hij keek ook naar de oogst.

Op 25 januari 1971 pleegde Idi Amin een staatsgreep. De Duitse groep vertrok. Luwum bleef preken en reisde langs zijn predikanten om hen te bemoedigen.

EEN LAND ONDER DE SCHADUW VAN AMIN

Onder Idi Amin leefde Oeganda in angst. Duizenden mensen werden opgepakt, geslagen, zonder proces vastgezet of gedood. Het geweld trof in het bijzonder de Acholi en de Langi, de volken uit het noorden waar Luwum zelf vandaan kwam. In 1972 verdreef Amin de Aziatische bevolking uit het land.

Amin kwam uit een overwegend islamitisch volk. Toch is het te simpel om het conflict dat volgde een strijd tussen islam en christendom te noemen. Na de inval in Luwums huis protesteerden katholieke en protestantse bisschoppen samen met moslimimams. Luwum zelf riep religieuze leiders bij elkaar, christenen en moslims, om te spreken over mensenrechten.

In mei 1974 werd hij gekozen tot aartsbisschop. Op 9 juni 1974 werd hij geïnstalleerd, als opvolger van Erica Sabiti. Hij was de derde aartsbisschop van de provincie en de tweede Afrikaan op die plek. Volgens het Christian History Institute kwam Amin niet naar de installatie.

“IK BEN BEREID TE STERVEN IN HET LEGER VAN JEZUS”

Als aartsbisschop wilde Luwum zijn kerk hervormen. Hij waarschuwde haar zich niet aan te passen aan wat hij “de machten van de duisternis” noemde. Westminster Abbey bewaart van hem één zin die de toon zet, vrij vertaald: “Ik ben bereid te sterven in het leger van Jezus.”

Hij was geen man van grote gebaren. De Oegandese historici Tom Tuma en Phares Mutibwa noemden hem, vrij vertaald, “een zachtaardig, vreedzaam en nederig man”. Volgens het Anglicaanse persbureau ging hij vaak zelf naar het State Research Bureau, de beruchte geheime dienst van Amin, om gevangenen vrij te krijgen. Over zijn eigen veiligheid zei hij dat hij elke dag kon worden opgepakt. Hij zou blijven preken.

Niet iedereen was het met zijn aanpak eens. Volgens het Christian History Institute mopperden sommigen dat hij te veel met Amin samenwerkte. Luwum antwoordde dat hij niet de kant van de regering koos. Hij vertelde de president juist wat de kerk afkeurde. Zo smal is de weg voor een kerkleider onder een dictator. Wie praat, wordt medeplichtig genoemd. Wie zwijgt, ook.

Ik vind dat een vraag die je niet snel afdoet. Wat zou jij doen, als de enige deur naar gevangenen via het paleis van hun beul liep?

EEN KERSTPREEK DIE VAN DE LUCHT GING

In augustus 1976 vielen soldaten de Makerere-universiteit in Kampala binnen. Luwum zat de groep christelijke leiders voor die daarop een protestmemorandum schreef tegen moord en verkrachting met medeweten van de regering.

Met Kerst 1976 preekte hij op de radio. Volgens de Dictionary of African Christian Biography sprak hij over de overwinning van christenen door lijden heen. De uitzending werd afgebroken voordat hij klaar was.

Een woord uit die tijd is bewaard gebleven in verschillende kerkelijke bronnen, vrij vertaald: “Zolang de gelegenheid er is, preek ik het evangelie met al mijn kracht.” Hij voegde eraan toe dat zijn geweten zuiver was voor God. Hij wist niet hoe lang hij op zijn stoel zou zitten, zei hij. Hij leefde alsof er geen morgen was.

Ondertussen bereidde zijn kerk een groot feest voor. In juni 1877 waren de eerste zendelingen van de Church Missionary Society in Oeganda aangekomen. Op 30 juni 1977 zou de Church of Uganda haar honderdjarig bestaan vieren.

ZATERDAG 5 FEBRUARI 1977

Op 5 februari 1977 vielen soldaten het huis van de aartsbisschop binnen. Ze zeiden dat ze naar wapens zochten. Volgens het Christian History Institute zetten ze een geweer tegen zijn ribben. Ze vonden niets.

Drie dagen later, op 8 februari, schreven bijna alle anglicaanse bisschoppen van Oeganda samen een brief aan de president. Ze protesteerden tegen de inval. Ze schreven over moorden, over mensen die verdwenen, over veiligheidsdiensten die hun macht misbruikten. De Dictionary of African Christian Biography noemt het de eerste keer dat de kerk het militaire bewind zo openlijk aansprak. De bisschoppen vroegen ook om een gesprek. Op 12 februari overhandigde Luwum het protest.

Volgens één bron ontving Amin hem op 14 februari samen met zijn vrouw in het paleis. Luwum ontkende iedere betrokkenheid bij een complot. Hij kreeg het advies zich voortaan bij zijn kerkelijke werk te houden.

“IK ZIE HIERIN DE HAND VAN GOD”

Twee dagen later, op 16 februari, werden de kerkleiders naar Kampala geroepen. Er was een grote bijeenkomst, met soldaten en publiek. Drie mannen lazen bekentenissen voor waarin ze Luwum aanwezen als een spil in een complot om wapens het land in te smokkelen. Zijn familie heeft die beschuldiging altijd ontkend. Amin vroeg de menigte wat er met de verraders moest gebeuren. Soldaten riepen dat ze gedood moesten worden.

Toen sprak Luwum de woorden tegen Kivengere die aan het begin van dit hoofdstuk staan. Er zijn ook andere laatste woorden overgeleverd. Volgens het Anglicaanse persbureau zei hij tegen de bisschoppen, toen hij werd weggeleid, vrij vertaald: “Wees niet bang. Ik zie hierin de hand van God.” Het Christian History Institute geeft een vergelijkbare zin. Misschien zei hij het allebei, tegen verschillende mensen. Waar de bronnen verschillen, laat ik ze naast elkaar staan.

Die dag werden ook twee ministers opgepakt: Erinayo Wilson Oryema en Charles Oboth Ofumbi. Ook zij waren christen.

De volgende ochtend meldde Radio Uganda dat de drie mannen waren omgekomen. Ze zouden in een auto hebben geprobeerd de chauffeur te overmeesteren, waarna die auto was gebotst. Niemand mocht de lichamen zien.

Het verhaal hield geen stand. Henry Kyemba, minister van Volksgezondheid onder Amin, schreef in zijn boek A State of Blood dat de aartsbisschop was doodgeschoten. Ooggetuigen zeiden hetzelfde. Volgens de Dictionary of African Christian Biography gebeurde het op bevel van Amin. Geen rechter heeft dat ooit vastgesteld.

Over de precieze datum van zijn dood bestaat geen zekerheid. Oeganda houdt 16 februari aan, de dag van zijn arrestatie. De Church of England en de Amerikaanse Episcopal Church herdenken hem op 17 februari, de dag waarop zijn dood bekend werd.

EEN DIENST ZONDER KIST

De kerk wilde hem begraven in Kampala. Dat mocht niet. Het lichaam werd niet vrijgegeven voor een uitvaart. Volgens het Afrikaanse platform This is Africa kwamen er toch ongeveer vierenhalfduizend mensen naar de kathedraal op de heuvel Namirembe, voor een dienst zonder lichaam. Volgens het Christian History Institute preekte Erica Sabiti, de man die Luwum als aartsbisschop was opgevolgd.

Zijn lichaam werd naar het noorden gebracht, naar Mucwini, het dorp waar hij geboren was. Volgens This is Africa kwam het daar op 19 februari aan. Hij werd begraven bij de kerk van St. Paul in Mucwini. Het Anglicaanse persbureau schrijft dat soldaten van Amin hem daar begroeven. Een Amerikaanse bron zegt dat de familie het lichaam pas weken later kreeg. Ook hier lopen de verslagen uiteen.

Hij liet zijn vrouw Mary Lawinyo achter en, volgens de meeste bronnen, negen kinderen. Mary overleed in 2019, drieënnegentig jaar oud.

Festo Kivengere verwachtte dat hij de volgende zou zijn. Hij vluchtte met zijn gezin, deels te voet, het land uit. Binnen een jaar schreef hij een boek met de titel I Love Idi Amin. Daarin vroeg hij hoe hij, na alles wat Amin had gedaan, minder kon doen dan hem liefhebben. Het is de stem van dezelfde opwekking die Luwum in 1948 had geraakt.

Op 30 maart 1977 was er een herdenkingsdienst in Westminster Abbey in Londen. In Oeganda vierde de kerk in juni toch haar honderdjarig bestaan, onder leiding van Luwums opvolger Silvanus Wani. Volgens predikant Geoffrey Byarugaba leek het meer op rouw dan op feest. In zijn eigen kerk werd Luwum uitgeroepen tot de eerste martelaar van haar tweede eeuw.

In 1979 verdreven Tanzaniaanse troepen het bewind van Amin. Amin vluchtte naar het buitenland. Hij is nooit berecht.

Ik denk aan het dorp waar Luwum begon. Hij preekte er als jonge man tegen drank en werd daarom opgepakt. Bijna dertig jaar later sprak hij een president tegen en werd hij om die reden gedood. Tussen die twee momenten ligt een leven van fietsen, lesgeven, bemiddelen en bezoeken. Wat maakte het verschil tussen de kerkganger van voor 1948 en de man in Kampala? Hij heeft het zelf nooit groots uitgelegd. Hij preekte zolang de gelegenheid er was.

EEN BEELD BOVEN DE WESTDEUR

In juli 1998 werden boven de westingang van Westminster Abbey tien beelden onthuld van christelijke martelaren uit de twintigste eeuw. Het beeld van Janani Luwum is gemaakt door de beeldhouwer Corin Johnson.

In Oeganda is 16 februari sinds 2015 een nationale feestdag. Voor de eerste grote herdenking dat jaar werd John Sentamu, aartsbisschop van York, als prediker naar Mucwini gevraagd. Het graf bij de kerk is een plek van bedevaart geworden.

In Mucwini, bij een dorpskerk in het noorden, ligt de man die als jongen daar het vee hoedde. In Londen staat hij in steen boven de westdeur van Westminster Abbey, met zijn gezicht naar de straat.

Dossier

Wat vaststaat en wat verteld wordt

Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte in Mucwini, Acholi; opleiding in Gulu en Boroboro; bekering op 6 januari 1948 in de Oost-Afrikaanse opwekking; studie in Buwalasi vanaf 1949; wijding tot diaken op 21 december 1955 en priester in 1956; studie in Canterbury en Londen; directeur van Buwalasi; provinciaal secretaris in september 1966; bisschop van Noord-Oeganda op 25 januari 1969; aartsbisschop in 1974; afgebroken kerstpreek 1976; inval in zijn huis op 5 februari 1977; protestbrief van de bisschoppen in februari 1977; openbare beschuldiging en arrestatie op 16 februari 1977, samen met de ministers Oryema en Oboth Ofumbi; de woorden tegen Kivengere; de valse verklaring over een auto-ongeluk; zijn dood door kogels; begrafenis in Mucwini; herdenkingsdienst in Westminster Abbey op 30 maart 1977; beeld boven de westdeur sinds juli 1998.

Alleen uit eigen getuigenis of latere overlevering: dat hij voor 1948 nog niet bekeerd was (zijn biograaf Margaret Ford); de namen van de predikers Yusto en Josephine Otunno en de naam van zijn vader (alleen de Daily Monitor); de arrestatie met acht anderen in Kitgum en zijn woorden tegen de bewakers (alleen de Daily Monitor); het preken uit een boom en de fietstochten (alleen Christian History Institute); het geweer tegen zijn ribben; het gesprek met Amin op 14 februari (één bron).

Onbevestigd: zijn geboortejaar (1922 of 1924); de exacte datum van zijn dood (16 of 17 februari 1977); de precieze laatste woorden tegen de bisschoppen; wanneer zijn lichaam aan de familie werd gegeven; het aantal kinderen (de meeste bronnen zeggen negen, één zegt vijf); wie het bevel tot de moord gaf.

Duiding: de beschuldiging van wapensmokkel is nooit bewezen en wordt door zijn familie en zijn kerk afgewezen. De kritiek dat hij te dicht bij Amin stond, komt uit één bron en laat zien hoe smal de weg was voor kerkleiders onder zijn bewind.

Bronnen bij dit hoofdstuk

  1. Westminster Abbey, “Janani Luwum” (commemorations)
  2. Westminster Abbey, “Janani Luwum” (our history)
  3. Dictionary of African Christian Biography, “Luwum, Janani” (Norbert C. Brockman)
  4. Dictionary of African Christian Biography, “Luwum, Janani Jakaliya” (tweede artikel)
  5. Dictionary of African Christian Biography, “Luwum, Janani Jakaliya” (John Kateeba Tumwine)
  6. Dictionary of African Christian Biography, “Kivengere, Festo”
  7. Daily Monitor, “Luwum, the fearless shepherd”
  8. Daily Monitor, “Occasion to celebrate 100 years of Christianity turns into mourning”
  9. The Episcopal Church, Feast of Janani Luwum (bulletin insert, 2023)
  10. Christian History Institute, “Janani Luwum felt the hand of the Lord in Uganda”
  11. Christian History Institute, “Costly Love, Radical Forgiveness”
  12. Anglican Communion News Service, 7 februari 1997 (archief Worldwide Faith News)
  13. Anglican Communion News Service, januari 2015
  14. Anglican Communion News Service, januari 2017
  15. This is Africa, “Marking 40 years of the martyrdom of Janani Luwum”
  16. Wikipedia, “Janani Luwum” (startpunt)
Liever het hele boek?PDF downloadenE-book (EPUB)Over dit deel