Op 29 oktober 1907 zat een klein groepje mensen in Amsterdam bij elkaar om te bidden. Het waren huisgenoten, geen grote menigte. Een van hen was Wilhelmine Polman-Blekkink, de vrouw van een voormalige officier van het Leger des Heils. Sinds 1906 baden ze om iets waarover ze alleen hadden gelezen.
Die dag gebeurde het, zo vertelden zij en haar man later. Wilhelmine werd door de Heilige Geest aangegrepen. Ze sprak in een taal die ze niet had geleerd, ze profeteerde en ze zong in de Geest. Haar man Gerrit schreef jaren later dat op die dag de pinksterbeweging in Nederland begon. Historici hebben die datum overgenomen. De Pinkstergemeente Amsterdam noemt 29 oktober 1907 haar geboortedag.
Wat er in die kamer precies gezegd werd, weten we niet. Er zijn geen namen van de andere huisgenoten overgeleverd. We weten wel wat eruit groeide. Binnen een paar jaar leidde het echtpaar Polman een beweging met gemeenten van Haarlem tot Terschelling, een eigen blad, een zendingsschool en een kerkzaal voor vijfhonderdvijftig mensen. Gerrit werd in heel Europa bekend als een van de vaders van de pinksterbeweging. Zijn vrouw preekte naast hem, in een tijd dat de meeste kerken dat een vrouw niet toestonden.
En in 1930 viel het allemaal uit elkaar.
De Nederlandse kerkhistoricus Cornelis van der Laan schreef over Gerrit Polman een proefschrift met de titel Sectarian Against His Will: sektariër tegen wil en dank. Wie het leven van de Polmans volgt, begrijpt waarom. Ze wilden geen nieuwe kerk. Ze wilden dat de kerken die er al waren, opnieuw de kracht van de Geest zouden ontdekken.
Het begon niet in Amsterdam, en ook niet in een kerk. Het begon bij het Leger des Heils.
OFFICIER TOT 1902
Gerrit Roelof Polman werd geboren in 1868. Zijn geboorteplaats en de precieze datum heb ik voor dit hoofdstuk niet kunnen vaststellen. Hij werd als kind gedoopt in de Nederlandse Hervormde Kerk. Van der Laan beschrijft een moeilijke jeugd, maar de details daarvan staan in zijn boek, dat ik niet heb kunnen inzien.
In 1890 ging Gerrit bij het Leger des Heils. Hij werd in Rotterdam opgeleid tot officier en klom op. Zijn leidinggevende was Arthur Sydney Booth-Clibborn, een schoonzoon van William Booth, de stichter van het Leger. Volgens een lesbrief van een pinkstergemeente had Gerrit zich twee jaar eerder, in 1888, bekeerd. Die datum heb ik nergens anders teruggevonden.
In het Leger ontmoette hij Wilhelmine Johanna Marie Blekkink. Ze was rond 1878 geboren, ongeveer tien jaar na hem. Haar vader heette Henricus Sophinus Blekkink, haar moeder Marie Henriëtte Wanrooij. Wanneer en waar ze trouwden, heb ik niet kunnen vinden.
Het Leger des Heils van die jaren was een plek waar vrouwen preekten en leidinggaven. Dat zou later belangrijk blijken.
EEN STAD IN ILLINOIS
Rond 1900 trok een Schotse evangelist in Amerika veel aandacht. Hij heette John Alexander Dowie. Hij preekte goddelijke genezing en had in 1896 een eigen kerk gesticht, de Christian Catholic Church. In 1900 kondigde hij de bouw aan van een eigen stad, Zion, ten noorden van Chicago. Een jaar later noemde hij zichzelf Elia de Hersteller.
Booth-Clibborn raakte onder de indruk van Dowie. In januari 1902 verliet hij met zijn gezin het Leger des Heils en reisde naar Zion. De Polmans gingen in hetzelfde jaar de weg die hun chef was gegaan. Ze verlieten het Leger, aangetrokken door Dowies boodschap van genezing.
In oktober 1903 kwamen Gerrit en Wilhelmine aan in Zion City, Illinois. Gerrit studeerde er. In juli 1904 werd hij tot diaken gewijd in Dowies kerk, en Wilhelmine tot diacones. Hij liet zich er ook dopen, door volledige onderdompeling.
Dowie was omstreden. Hij wees de hulp van artsen af, en zijn titel als Elia stuitte velen tegen de borst. In 1905 nam zijn rechterhand Wilbur Glenn Voliva de leiding van hem over, toen Dowie na een beroerte herstelde in Mexico. In maart 1907 stierf hij.
De Polmans waren toen al terug in Nederland. In januari 1906 had Dowies kerk hen uitgezonden om het werk van Zion in Amsterdam te leiden. Gerrit nam later Dowies geloof in genezing mee, maar niet zijn afkeer van dokters. Dat verschil komt verderop in dit verhaal terug.
EEN BIDKRING AAN DE NIEUWE PRINSENGRACHT
In Amsterdam kwam het echtpaar samen met een kleine groep in een huis aan de Nieuwe Prinsengracht 42. Volgens de Lucepedia, een theologische encyclopedie die op het werk van Van der Laan steunt, waren het er ongeveer vijfentwintig. Ze lazen de Bijbel, baden en hoorden verhalen uit het buitenland. In 1904 was er een opwekking geweest in Wales. In 1906 kwam uit Los Angeles het nieuws over de samenkomsten aan Azusa Street, waar mensen in tongen spraken.
Gerrit hield later vast aan dat begin. In een brief uit 1915 aan de historicus Geert Wumkes corrigeerde hij diens verslag. De beweging, schreef hij, was in 1906 in Los Angeles begonnen, onder een groep bekeerde Afro-Amerikanen.
In de Amsterdamse kring werd een dag apart gezet voor gebed en Bijbelstudie, zo schreef Gerrit later. In oktober 1907 kwam een vriend terug van een reis naar Kristiania, het huidige Oslo. Hij heette M.D. Voskuil en was net als Gerrit officier bij het Leger geweest. Hij had daar de opwekking rond de predikant Thomas Barratt gezien. Zijn verslag was helder: wie de doop in de Geest ontving, sprak in tongen.
Kort daarna, op 29 oktober, begon Wilhelmine in tongen te spreken.
Ik vind het opvallend hoe gewoon dat begin is. Geen zaal, geen podium, geen beroemde spreker. Een paar mensen in een huis, die maanden achtereen om hetzelfde bleven vragen. Hoe lang zou jij volhouden als je bidt en er gebeurt niets?
EEN BLAD MET DE NAAM VAN REGEN
Het eerste wat de Polmans daarna deden, was schrijven. In april 1908 verscheen het eerste nummer van Spade Regen, het eerste pinksterblad van Nederland. Het zou maandelijks blijven verschijnen tot 1931.
De naam kwam uit de brief van Jakobus. Daar staat het beeld van een boer die wacht op zijn oogst: Zie, de landbouwer verwacht de kostbare vrucht van het land, en heeft daarbij geduld, totdat het de vroege en late regen zal hebben ontvangen. (Jakobus 5:7). Voor Gerrit en Wilhelmine was die late regen, de spade regen in het oude Nederlands, een nieuwe uitstorting van de Geest vlak voor de terugkomst van Christus. Ze verwachtten dat Hij spoedig zou komen.
Jaren later stelde Gerrit dat bij. Volgens Van der Laan sprak hij toen liever over druppels die vooraf gaan aan de spade regen, dan over de regen zelf. Het is een bescheiden correctie van een man die zijn verwachting niet opgaf, maar wel leerde wachten.
SUNDERLAND, 4 JUNI 1908
In het voorjaar van 1908 kwam er een uitnodiging uit Engeland. In Sunderland, aan de noordoostkust, hield de anglicaanse dominee Alexander Boddy in de week na Pinksteren een conventie in zijn parochie, All Saints in Monkwearmouth. Het was de eerste van een reeks die tot 1914 jaarlijks terugkwam.
Volgens het verslag van de Amsterdamse gemeente was het Wilhelmine die zei dat hij moest gaan. Zij zou in de tussentijd zelf preken. Op 3 juni 1908 kwam Gerrit in Sunderland aan, samen met Arie Kok, een van de eerste Amsterdammers die de Geest had ontvangen. De volgende dag, in een kleine gebedssamenkomst in de pastorie, gebeurde met hem wat zijn vrouw een half jaar eerder had meegemaakt. Hij sprak in tongen. Volgens een artikel op de site Sporen van God ontving hij de Geest door de bediening van Boddy’s vrouw Mary.
“Een grote kracht van heerlijkheid kwam over mij,” zo beschreef hij het later.
Thuis brak er een drukke zomer aan. Volgens de eigen geschiedschrijving van de gemeente waren er dagelijks samenkomsten. Gerrit schreef over genezingen, over mensen die verlost werden van demonen, over bekeringen. Hij noemde in zijn latere verslag ook mensen die met spiritisme bezig waren geweest en vrij werden. Die verhalen komen uit de gemeente zelf. Medische of andere verslagen erover heb ik niet gevonden.
ZIJ PREEKTE ALS HIJ WEG WAS
Vanaf 1908 reisde Gerrit veel. De Amsterdamse gemeente telt voor de jaren 1908 tot 1912 zestien reizen van het echtpaar naar Engeland, dertien naar Duitsland en vier naar Zwitserland. Hij sprak op conferenties en werd een bekend gezicht in de jonge pinksterbeweging van Europa. In mei 1912 tekende hij in Sunderland, samen met Boddy en de Engelse leider Cecil Polhill, de eerste verklaring van een Internationale Pinksterraad. In december van dat jaar kwam die raad bijeen in Amsterdam.
Als Gerrit weg was, preekte Wilhelmine. En als hij er wel was, deed ze het soms ook. Ze sprak op conferenties in binnen- en buitenland en onderwees op de bijeenkomsten voor leiders. Ze profeteerde, sprak in tongen en legde tongentaal uit. Van der Laan vat het samen in één zin: “Zuster Polman deelde volledig in de bediening van haar man.”
Ze was ook voorzichtig. Op een leidersbijeenkomst vóór 1912 waarschuwde ze, zo blijkt uit de verslagen die Van der Laan bestudeerde, dat je niet elke profetie zomaar moet aannemen. Als ze elke profetie hadden aangenomen die hun was toegestuurd, zei ze, waren ze allemaal al dood geweest. In 1911 erkenden de Polmans samen dat de doop in de Geest en het spreken in tongen niet altijd samenvallen. Voor een beweging die net begonnen was, waren dat nuchtere woorden.
In Haarlem werd de gemeente geleid door een vrouw, Riek Trompetter. Zij had de Geest ontvangen onder handoplegging van Wilhelmine. In Den Haag stelde Gerrit twee vrouwen aan als leiders.
Ik sta even stil bij Wilhelmine, omdat ze in veel verhalen over de pinksterbeweging achter haar man verdwijnt. Het begon bij haar. Zij sprak als eerste in tongen, zij stuurde haar man naar Sunderland, en zij hield de gemeente bij elkaar als hij weg was. Van der Laan merkte op dat zijn boek over Gerrit ook gelezen kan worden als een biografie van haar.
EEN STOKERIJ AAN DE KERKSTRAAT
De gemeente groeide. In 1909 telde ze ongeveer honderdvijftig mensen die de doop in de Geest hadden ontvangen. Ze verhuisde naar een zaal aan de Huidekoperstraat 22 met tweehonderdveertig plaatsen. Gerrit beschreef de nieuwe zaal later als een omgebouwde stal voor renpaarden.
In februari 1911 kocht de gemeente een oud pand aan de Kerkstraat 342-344, een voormalige likeurstokerij en lijstenmakerij. De prijs was 48.000 gulden, waarvan 40.000 geleend. Architect C. de Groot maakte er een kerk van met woonruimte erboven. De Polmans gingen er zelf op de eerste verdieping wonen.
Op 30 december 1911 legde Wilhelmine de eerste steen. De tekst is nog te lezen in de inventaris van Amsterdamse gedenkstenen: “Totdat HIJ komt / Deze gedenksteen gelegd door / W.J.M. Polman-Blekkink / Den 30sten December 1911.” Boven de ingang kwam een naam: Immanuël, God met ons.
Op 1 juni 1912 werd het gebouw geopend. De zaal bood plaats aan vijfhonderdvijftig mensen. Achter het podium lag een gebedskamer, waar mensen heen konden die op een oproep reageerden. Er waren kamers voor zendingszusters en een rusthuis. In oktober 1912 begon er een zendingsschool. De eerste klas bestond vooral uit vrouwen. De enige man was Piet Klaver, die later naar China zou gaan, net als Trijntje Bakker en Geertje Roos.
Niet iedereen in Amsterdam was blij met de buren. In november 1913 waarschuwde het Nieuw Israëlitisch Weekblad zijn Joodse lezers voor de traktaten en uitnodigingen van de zendingszusters uit de Kerkstraat. Ook vanuit de gevestigde kerken kwam weerstand. Gerrit schreef zelf over vervolging, door kerken en door het publiek.
VREDE IN EEN TIJD VAN OORLOG
In 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit. Nederland bleef neutraal, en Gerrit koos dezelfde lijn. Hij was pacifist. Hij bezocht krijgsgevangenen aan beide kanten van het front en werkte onder Belgische soldaten. In Nederland bezocht hij dienstweigeraars in de gevangenis.
De oorlog sneed de gemeente af van de broeders en zusters in Engeland en Duitsland. Het werd een tijd van geldzorgen en van geestelijke moeite, zo schreef Gerrit later. Vanaf 1915 gaf hij ook een tweede blad uit, Klanken des Vredes. Het zou bestaan tot 1929.
Na de oorlog leefde het werk weer op. Gerrit sprak over een golf van zegen in 1918 en een nieuwe bezoeking in 1919. In 1920 richtte hij het Nederlandsch Pinksterzendingsgenootschap op. Zendelingen gingen naar China, Nederlands-Indië, Belgisch Congo en Zuid-Amerika. In 1921 kwam er in Nederland een internationale conventie met leiders uit Zweden, Denemarken, Duitsland, Zwitserland, Engeland, Schotland en Amerika.
In 1926 schreef Gerrit voor het Amerikaanse blad Pentecostal Evangel een overzicht van het werk in Nederland. Hij riep pinkstergelovigen overal op om elkaar vast te houden over landsgrenzen heen. Het christen-zijn moest volgens hem zwaarder wegen dan de trouw aan een land. De Nederlanders en de anderen waren, schreef hij, “one in Christ”.
“EN DE OPRECHTEN ZULLEN GELOOVEN”
Gerrit had van Dowie het geloof in goddelijke genezing meegenomen. Op maandagmiddag waren er samenkomsten speciaal voor zieken. Hij onderscheidde vier wegen: het gebed van het geloof, de voorbede van twee of meer mensen, de zalving met olie door oudsten, en de handoplegging.
Maar hij was geen kopie van Dowie. Hij verwierp de hulp van artsen niet, al zag hij genezing door geloof alleen als de hogere weg. Opvallend weinig genezingsverhalen kwamen in Spade Regen terecht. En in december 1922 schreef hij in zijn blad een stuk dat Van der Laan later citeerde. De leer van lichamelijke genezing had schade gedaan, vond hij. Gelovigen moesten hun geloof tonen in hun daden, en niet de strijd aangaan met dokters. Wie het beter meende te weten, kon dat laten zien:
“Die denkt, iets beters te hebben, brenge dat voort, en de oprechten zullen gelooven.”
Het is een zin die ik graag onthoud.
In 1925 kwamen er in de Kerkstraat een doopvont en lidmaatschapskaarten. Gerrit doopte door onderdompeling, maar erkende ook de doop van mensen die als kind besprenkeld waren. De doop was geen voorwaarde om lid te worden of aan het avondmaal deel te nemen. Ook daarin bleef hij iemand die bruggen wilde slaan.
SEKTARIËR TEGEN WIL EN DANK
Het grote verdriet van Gerrit was dat die bruggen nauwelijks gebruikt werden. Hij wilde geen eigen beweging. In een interview in 2007 zei Van der Laan dat Polman wilde dat de andere kerken oog kregen voor het werk van de Heilige Geest. De kerken wezen het af. Een pinkstergelovige gold in die jaren al snel als lid van een sekte.
Langzaam gebeurde wat hij niet wilde. Er kwamen eigen gemeenten, met oudsten die hij aanstelde. Er kwamen eigen bladen, een eigen school, een eigen zendingsgenootschap, en tenslotte lidmaatschapskaarten. Volgens Van der Laan was het juist de combinatie van zijn opvattingen, zijn oecumenische hart, zijn pacifisme, zijn verwachting van het einde en zijn internationale blik, die de kerken op afstand hield. Zo werd hij sektariër tegen wil en dank.
Ken je dat, dat je iets begint om te verbinden, en dat het eindigt als iets apart? Het overkwam de Polmans, en ze konden het niet tegenhouden.
1930
In 1930 kwam het einde van Gerrits leiderschap. Hij had overspel gepleegd. Verschillende bronnen noemen dat, en ook Van der Laan behandelt het in zijn proefschrift, volgens een recensent zorgvuldig en met mededogen. Een site over de geschiedenis van Amsterdamse gebouwen schrijft dat het om meerdere vrouwelijke gemeenteleden ging. Dat detail heb ik in maar één bron gevonden. De Amsterdamse gemeente zelf houdt het kort: er was een crisis, en de voorganger legde zijn ambt neer.
In één boek over de geschiedenis van de evangelische beweging staat ook dat Gerrit zich in die laatste jaren als de profeet Elia zou zijn gaan zien. Ik heb daar geen tweede bron voor gevonden. Het verhaal komt niet terug in de andere bronnen die ik las.
Meer wil ik er niet over zeggen. Het staat vast, het deed veel mensen pijn, en het hoort bij zijn leven. Het was een zware klap voor de jonge beweging. De landelijke samenhang ging verloren. Mensen verlieten de gemeente. De gemeente verliet het gebouw aan de Kerkstraat, en in 1931 nam een gereformeerde gemeente het over. Boven het podium hing een glas-in-loodraam met de wijze maagden uit Mattheüs 25, die met brandende lampen op de bruidegom wachten. Duitse vrienden hadden het Polman ooit cadeau gedaan. In 1931 verscheen ook het laatste nummer van Spade Regen.
De historicus Wumkes, die de beweging vanaf het begin had gevolgd, dacht dat de pinksterbeweging in Nederland zou uitsterven.
ZANDVOORT EN BAARN
Gerrit en Wilhelmine verhuisden in 1930 samen naar Zandvoort. In 1932 overleed Gerrit Roelof Polman. De precieze datum en plaats van zijn overlijden heb ik niet kunnen vaststellen. Een artikel uit 1963 noemt het jaar 1931, maar de andere bronnen houden het op 1932.
Wilhelmine leefde nog bijna dertig jaar. Over die jaren heb ik niets gevonden. Wel haar overlijdensakte. Op 17 april 1961 stierf Wilhelmine Johanna Marie Blekkink in Baarn, drieëntachtig jaar oud. In de akte staat ze nog steeds als de vrouw van Gerrit Roelof Polman.
De beweging stierf niet uit. In Amsterdam leidde oudste Jan Klaver de gemeente een tijd, waarna Piet Klaver voorganger werd, de man uit de eerste klas van de zendingsschool. In Haarlem en Rotterdam stonden Nico Vetter en Pieter van der Woude op. Na jaren van verdeeldheid kwamen de gemeenten in de jaren veertig en vijftig weer bij elkaar.
In september 2007 vierde de pinksterbeweging in Nederland haar honderdste verjaardag in het Olympisch Stadion in Amsterdam. Daar bood de scriba van de Protestantse Kerk in Nederland, dr. B. Plaisier, excuses aan voor de minachting waarmee de kerken de pinkstergelovigen zo lang hadden bekeken. Gerrit had dat gesprek met de kerken een eeuw eerder willen voeren.
Het gebouw aan de Kerkstraat staat er nog. Na de gereformeerden kwamen er de Evangelische Broedergemeente en een Russischorthodoxe parochie. Tegenwoordig zijn er kantoren en woningen. Het is een gemeentelijk monument.
De eerste steen is er nog, met de naam van de vrouw die in 1907 als eerste in Nederland in tongen begon te spreken. Wie hem leest, ziet geen naam van de man die de beweging leidde, en ook niet het jaar 1930. Er staan drie woorden boven haar naam, gebeiteld in een tijd dat ze nog dachten dat het niet lang meer zou duren.
Totdat Hij komt.
Wat vaststaat en wat verteld wordt
Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboortejaar 1868 en overlijdensjaar 1932 van Gerrit Polman; officier bij het Leger des Heils tot 1902; vertrek naar Zion City in oktober 1903 en wijding als diaken in juli 1904; terugkeer naar Amsterdam in januari 1906; het spreken in tongen van Wilhelmine op 29 oktober 1907 als begin van de beweging; Spade Regen van april 1908 tot 1931; Gerrits geestesdoop in Sunderland in juni 1908 en zijn contacten met Alexander Boddy; het gebouw Immanuël aan de Kerkstraat, de eerste steen van 30 december 1911 en de opening op 1 juni 1912; zijn pacifisme in de Eerste Wereldoorlog; de oprichting van het zendingsgenootschap in 1920; zijn afzetting in 1930 wegens overspel; het overlijden van Wilhelmine Johanna Marie Blekkink op 17 april 1961 in Baarn, 83 jaar oud.
Alleen uit eigen getuigenis of organisatie: wat er precies gebeurde op 29 oktober 1907; Wilhelmines aansporing om naar Sunderland te gaan; Gerrits woorden over zijn ervaring in de pastorie; de genezingen, bevrijdingen en bekeringen in de zomer van 1908; het aantal reizen naar het buitenland; het aantal leden in 1909, de stal aan de Huidekoperstraat en de koopsom van het pand.
Onbevestigd: de bekering van Gerrit in 1888; dat het overspel met meerdere vrouwen was (één bron); dat Gerrit zich aan het eind als de profeet Elia zag (één bron); de precieze datum en plaats van geboorte en overlijden van Gerrit, en de datum en plaats van het huwelijk (niet gevonden). Eén recensie noemt 1867 als geboortejaar; de andere bronnen houden 1868 aan.
Duiding: dat Polman sektariër werd tegen zijn wil, is de stelling van Cornelis van der Laan. Andere historici volgen hem daarin, maar het blijft een duiding van zijn leven.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Pinkstergemeente Amsterdam, “Geschiedenis”
- Lucepedia, “De pinksterbeweging”
- Reformatorisch Dagblad, 20 september 2007, “Die zaal’ge vreugd, in dat heilig uur” (via Digibron)
- David Bundy, recensie van Sectarian Against His Will (PentecostalTheology.com)
- David Bundy, “Between the Reveil and Pentecostalism”, Asbury Theological Journal 51/2 (1996)
- Cornelis van der Laan, “International Pentecostal Council (1912-1914)”
- Cornelis van der Laan, “Protestantse gebedsgenezers in Nederland” (1990, via Digibron)
- Wapenveld, april 2008, interview met C. van der Laan
- Stanley Frodsham, With Signs Following, hoofdstuk “Pentecost in Holland” (verslag van G.R. Polman)
- Assemblies of God, “This Week in AG History: May 29, 1926”
- Sporen van God, “Pinkstervrouwen”
- De Eerste Steen, “Kerkstraat 342-344”
- Amsterdam op de kaart, “Immanuël, Kerkstraat 342-344”
- Huygens Instituut, Repertorium zending en missie: Pinkster-Zendingsschool
- Open Archieven, overlijdensakte Wilhelmine Johanna Marie Blekkink, Baarn 1961 (Het Utrechts Archief)
- Paul N. van der Laan, “Eén van Geest” (Academia)
- StuCom 0183, “Het doopkleed en ons naakte geloof”
- Bethel Boskoop, lesbrief “Geschiedenis van de pinksterbeweging en Bethel” (2024)
- Maarten J. Aalders, Een handjevol verkenners?
- Theologie.nl, “Pinksterbeweging: Hier sta ik, het kan ook anders”
- Wikipedia, “John Alexander Dowie”
- Wikipedia, “Alexander Boddy”
- Wikipedia, “Arthur Booth-Clibborn”
- Bijbel (HSV), Jakobus 5:7