Eind augustus 1958 stond het Malieveld in Den Haag vol mensen. Van 22 tot en met 31 augustus preekte de Amerikaanse evangelist T.L. Osborn er over Jezus en over genezing. Het thema van de campagne kwam uit de brief aan de Hebreeën: Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid. (Hebreeën 13:8). Op sommige avonden kwamen er meer dan honderdduizend mensen, zo schreven later onder anderen de godsdienstwetenschapper Sipco Vellenga en het Reformatorisch Dagblad. Johan Maasbach vertaalde. Hij was niet de enige tolk. Een van de anderen was een jongen van twintig, voorganger van een pinkstergemeente in Den Haag. Hij heette Ben Hoekendijk.
Niet iedereen zag die zomer een wonder. De journalist H.J.A. Hofland liep voor de Rotterdamsche Courant langs de tenten met zieken. Hij zag die avond niemand plotseling genezen. Een klein meisje liep een paar stappen aan de hand van haar vader en zakte toen weer in elkaar. Hofland schreef het op zoals hij het zag.
Voor de pinksterbeweging in Nederland werd 1958 een keerpunt. Het bezoek trok veel belangstelling, en in de jaren daarna groeide de beweging snel. Ben Hoekendijk zou tentcampagnes houden, een blad beginnen en conferenties opzetten waar later tienduizenden mensen naartoe kwamen. Uit zijn werk groeide Stichting Opwekking, die van het liedboek en de Pinksterconferentie.
Maar de gemeente waar hij in 1958 voorganger van was, had hij niet zelf gesticht. Die hoorde bij Stromen van Kracht, de beweging van zijn vader. En dat verhaal begint bij een schilder.
EEN ZENDELINGSKIND MET EEN TEKENPEN
Karel Hoekendijk werd geboren in 1904. Zijn vader, C.J. Hoekendijk, was prediker van de Vrije Evangelische Gemeente en een naaste medewerker van Johannes de Heer. Volgens het levensverhaal dat Karels vrouw later schreef, ging het gezin naar Indonesië toen Karel een baby van een paar weken was. Zijn vader werkte daar als zendeling. Karel groeide op in een dorp in de bergen, tot zijn elfde.
Hij werd tekenaar. In Indonesië werkte hij als bouwkundig tekenaar en ontwierp hij huizen, zo staat in hetzelfde verslag. Terug in Nederland ging hij naar de Akademie voor Beeldende Kunsten. Hij beschilderde lampenkappen om zijn studie te betalen.
Op de academie zat ook een meisje dat in 1910 in Rotterdam geboren was: Elisabeth La Rivière. Ze had als kind leren bidden van haar moeder en was tot geloof gekomen in een samenkomst van het Leger des Heils. Toen Karel vroeg of ze elkaar beter wilden leren kennen, zei ze eerst nee. Ze vond zichzelf te jong. Na gebed werd ze ervan overtuigd dat hij haar man zou worden, zo schreef ze later. Ze hadden ongeveer vier jaar verkering.
Na hun trouwen woonden Karel en Elisabeth in een huisje dat Windekind heette, aan de Kromme Aar bij Alphen aan den Rijn. Karel werkte als ontwerper bij uitgeverij Samson in Alphen en later voor een uitgeverij in Baarn. Het gezin verhuisde naar Baarn. Er kwamen vier kinderen: Lioba, Frans, Else en Ben.
Ben was de jongste zoon. Hij werd geboren op 30 juni 1938 in Baarn.
Van buitenaf leek het een gewoon kunstenaarsleven. Bij zijn overlijden schreef het Reformatorisch Dagblad dat Karel schilder van beroep was. Na de oorlog ging hij nog een paar jaar terug naar Indonesië, als hoofd van de afdeling visuele producties van de Rijksvoorlichtingsdienst. Volgens zijn vrouw was dat van 1948 tot 1951.
In die jaren zocht Elisabeth naar iets wat ze in de Bijbel las. Ze was ervan overtuigd geraakt dat de Bijbel letterlijk bedoeld was, en ze zocht jarenlang naar de doop in de Heilige Geest. In 1952 kwam de Canadese evangelist B.G. Leonard naar Nederland. In Zeist ontving Elisabeth door zijn bediening de Geestesdoop, zo vertelde ze het zelf.
Karel was nog niet zover.
EEN ZOMERAVOND ZONDER HUISARTS
Wat er daarna gebeurde, kennen we vooral uit het verslag van Elisabeth. In de zomer van 1953 kreeg Karel plotseling een hartaanval. Hij kreeg moeilijk adem en dacht dat hij de avond niet zou halen. De huisarts was met vakantie. Elisabeth belde een vriendin die vervuld was met de Geest en voor zieken bad. Die vriendin kwam langs en bracht Karel een boodschap waarvan zij geloofde dat die van God kwam: hij was geroepen, en als hij alles overgaf, zou hij genezen en in Gods dienst komen.
Karel had zich daar lang tegen verzet. Die avond gaf hij zich over. En hij genas.
Ik vertel het zoals zijn vrouw het vertelde. Een medisch verslag is er niet. Wel zeggen meerdere bronnen dat Karel rond deze tijd herstelde van een ernstige ziekte en daarna besloot zijn leven aan de verkondiging van het evangelie te geven. Het Reformatorisch Dagblad noemde bij zijn dood het jaar 1952, Elisabeths eigen verslag noemt de zomer van 1953. Welk jaar het precies was, heb ik niet kunnen vaststellen.
Elisabeth schreef ook dat Karel daarna voor haar bad, en dat een ernstige maagziekte bij haar verdween. Zij noemde het kanker. Ook dat kennen we alleen uit haar eigen getuigenis.
Heb je ooit iets gehoord waarvan je wist dat het waar was, en heb je het toch jaren voor je uit geschoven? Karel Hoekendijk was bijna vijftig toen hij zich gewonnen gaf. Hij had een vak, werk als ontwerper en een gezin met vier kinderen. Vanaf dat moment kreeg zijn leven een andere richting.
ALLE NEGEN GAVEN
In 1953 begon Karel Hoekendijk de beweging die hij Stromen van Kracht noemde. Het begon met samenkomsten op zaterdagavond in Utrecht. Die groeiden snel. Een familielid in Amsterdam vroeg het echtpaar daar ook te komen, en zo ontstond in Amsterdam een gemeente die later op vrijdagavond samenkwam in de Lutherkapel.
Karel en Elisabeth predikten bekering, de doop in de Heilige Geest en het gebruik van alle negen gaven van de Geest. Een uitspraak uit hun kring, die Vellenga later citeerde, zei het eenvoudig: de gaven lagen klaar, je mocht ze komen halen. Elisabeth gaf onderwijs, Karel trok rond als evangelist.
Opvallend was wie er kwamen. Volgens Jo van den Brink trok Stromen van Kracht meer ontwikkelde mensen aan dan de oudere pinkstergemeenten. Ben vertelde in 1986 aan het Reformatorisch Dagblad dat de latere predikanten Albert van den Heuvel en Willem Verhoef op de zaterdagavonden in Utrecht waren geweest. Verhoef werkte als student onder andere studenten.
In het begin wilde Karel binnen de kerken blijven. Hij wilde mensen helpen levende leden van hun eigen kerk te worden, schreef het blad Ambtelijk Contact in 1963. De reformatorische kerken stonden daar eerst welwillend tegenover. Dat veranderde toen Stromen van Kracht eigen doopdiensten ging houden.
Er was ook kritiek vanuit de pinksterbeweging zelf. Jo van den Brink, hoofdredacteur van het blad Kracht van Omhoog, keek er in 1976 op terug. Volgens hem kwam het onderwijs van Stromen van Kracht uit een andere hoek dan dat van de oudere pinkstergemeenten. Hij wees op de invloed van Leonard, die volgens hem de Drie-eenheid ontkende en mensen opnieuw doopte. Karel liet dat herdopen later los, zei Van den Brink. Karel had in eerdere jaren zelf in Kracht van Omhoog geschreven. De verhoudingen in die kleine wereld waren nauw, en ze waren niet altijd eenvoudig.
Van 1953 tot 1960 leidde Karel het landelijke werk en was hij hoofdredacteur van het blad Stromen van Kracht. Uit de beweging ontstonden zelfstandige gemeenten, verspreid over het land. Een daarvan was de gemeente in Den Haag.
TWINTIG JAAR OUD OP HET MALIEVELD
Daar stond Ben in 1958, als voorganger. Hij was twintig.
Het initiatief voor de campagne van Osborn kwam van Jo van den Brink, de man van Kracht van Omhoog. Een interkerkelijk comité onder leiding van de hervormde Haagse predikant P.C. van Leeuwen bereidde het voor. Op 18 augustus zond de NCRV beelden uit van Osborns campagnes in België. Een paar dagen later stond hij in Den Haag.
Osborn vroeg zieken te geloven dat ze al genezen waren, ook als ze daar nog niets van merkten. Bleef genezing uit, dan lag dat volgens hem bij de zieke. Die gedachte zou in de jaren erna in veel pinkstergemeenten terugkomen. Ook Ben zou jarenlang een stellige leer over genezing prediken.
Volgens de historicus Paul van der Laan was Ben een van de tolken van Osborn. Wat hij precies vertaalde en op welke avonden, weet ik niet. Er gaat een verhaal rond dat hij ook als jonge verslaggever in de film over de campagne te zien is. Dat verhaal komt uit een reactie onder een blogbericht. Ik heb het niet kunnen controleren.
Over de rol van Karel bij de campagne heb ik geen bron gevonden.
Volgens Vellenga steeg het aantal pinkstergelovigen in Nederland van ongeveer 7.500 in 1960 naar ruim 34.000 in 1981.
EEN TENT EN EEN BLAD
In 1959 trouwde Ben met Wiesje Hijink. Ze kregen drie kinderen. Wiesje had eerder met jongeren uit Stromen van Kracht op zondag straatevangelisatie gedaan in Amsterdam, met gitaren, zo vertelde ze in 2020 aan Groot Nieuws Radio.
Samen begonnen ze aan tentcampagnes, onder de naam Ben Hoekendijk Evangelisatie Campagnes. Van 1959 tot 1974 trok Ben met een tent door het land. In 1960 begon hij een blad. Hij noemde het Opwekking.
Dat jaar ging ook zijn vader een andere kant op. Vanaf 1959 verlegde Karel zijn werk naar het buitenland, en vanaf 1960 reisden hij en Elisabeth tot zijn dood de wereld rond voor evangelisatiecampagnes. Het blad Stromen van Kracht werd in de jaren zestig een nieuwsbrief van het echtpaar.
EEN OUD THEATER IN PARAMARIBO
In 1961 hielden Karel en Elisabeth een campagne in Suriname. Volgens Elisabeths verslag kon Karel in Paramaribo geen kerk of zaal huren. Hij huurde het oude theater Thalia, dat niet meer in gebruik was. Er kwamen grote menigten, en veel mensen lieten zich dopen, ook in een zwembad.
In 1962 haalde Karel het nieuws in Nederland: de Surinaamse regering weigerde hem de toegang tot het land. Dat staat in het Reformatorisch Dagblad. Elisabeth gaf er later haar eigen verklaring voor. Volgens haar had een predikant van een grote kerk in Paramaribo andere predikanten, artsen en de overheid tegen hen opgezet. Ongeveer tien jaar later zou een nieuwe regering hen weer hebben uitgenodigd. Die uitleg komt alleen van haar.
Daarna volgden reizen naar landen ver weg. Japan, India, Sri Lanka, Singapore, Batakland. De drie Guyana’s, Sint Vincent, Sint Lucia, de Nederlandse Antillen. Over verschillende van die reizen schreven ze boekjes, met titels als Japan, India en Gods werk in de 3 Guyana’s. Hoeveel mensen er kwamen en wat er gebeurde, weten we vrijwel alleen uit hun eigen verslagen.
In 1979 was Karel voorganger van een gemeente van Stromen van Kracht in Zwolle. Die gemeente stond los van de gemeenten die uit zijn beweging waren gegroeid. Die hadden in 1972 de Federatie van Volle Evangelie Gemeenten gevormd, die later opging in Volle Evangelie Gemeenten Nederland. Het Reformatorisch Dagblad schreef in 1979 dat het werk van Karel de voornaamste bron van die federatie was geweest.
VIERHONDERD MENSEN IN VIERHOUTEN
Ben bouwde intussen verder. Met Pinksteren 1971 organiseerde hij in Vierhouten een conferentie van een paar dagen. Er kwamen enkele honderden mensen, ongeveer vierhonderd volgens een latere schatting. Het werd een jaarlijkse traditie. Later kwamen er volgens Vellenga elk jaar vijftien- tot twintigduizend mensen, uit traditionele kerken en uit vrije groepen.
Vanaf 1972 organiseerde hij ook de One Way Days voor jongeren in de Jaarbeurs in Utrecht. Op zaterdag 23 oktober 1976 was het de vijfde keer. Er kwamen naar schatting vijftienduizend mensen, veel van hen jong. Op de affiches stond een opgestoken vinger met de woorden “Jezus redt”. Er zong een koor van zeshonderdvijftig mensen. Ben, achtendertig jaar, evangelist uit Putten, sprak die ochtend over Esther, die vasthield aan haar overtuiging. Na de toespraak werden jongeren uitgenodigd naar voren te komen. Tegen de verslaggever van het Reformatorisch Dagblad zei hij: “Wij zijn niet bang voor emotionaliteit.”
Uit Putten kwam ook het blad Opwekking. Zijn zwager en zus, Peter en Else Vlug, werkten mee aan het opbouwen van de stichting. Else legde de basis voor het kinderwerk op de conferenties.
OP VERSCHILLENDE WIJZEN
In 1968 had Ben een boek geschreven met de titel Genezing in de verzoening. Vellenga citeert eruit dat satan volgens Ben de bron van elke ziekte was. Het lag dicht bij wat Osborn in 1958 op het Malieveld had gepreekt.
Dertien jaar later, in 1981, schreef Ben in zijn blad iets anders. Het stuk werd bekend als de Vierhouten-verklaring. Hij schreef: “Gods genezende kracht werkt op verschillende wijzen, en is altijd wonderbaar.” Hij vroeg om een pastorale houding tegenover zieken die niet genezen, met troost in plaats van het verwijt van ongeloof. En hij pleitte voor een positievere houding tegenover artsen en ziekenhuizen.
Ik vind dat een moedige stap. Wie jarenlang heeft gepreekt dat elke ziekte van satan komt, moet iets overwinnen om in zijn eigen blad te schrijven dat het genuanceerder ligt. Ben deed het.
In 1986 sprak een verslaggever van het Reformatorisch Dagblad hem opnieuw. Ben voelde zich niet meer thuis bij het etiket pinksterbeweging. In Vierhouten bad hij met mensen uit gereformeerde en rooms-katholieke kerken. Over tongentaal zei hij dat liefde zwaarder woog. Hij had liever “iemand van het Leger des Heils met liefde” dan iemand die in tongen sprak zonder liefde. Zijn moeder was ooit in een samenkomst van het Leger des Heils tot geloof gekomen. Of hij daaraan dacht, weet ik niet.
PINKSTERZONDAG IN ROTTERDAM
Karel Hoekendijk bleef preken tot het eind. Volgens Elisabeth sprak hij op Pinksterzondag 1987 nog in Rotterdam. Hij was tweeëntachtig. Die avond kreeg hij een beroerte.
Hij overleed in juni 1987 in Harderwijk. Het Reformatorisch Dagblad meldde op 17 juni dat hij plotseling was overleden. Het bericht noemde hem een schilder die na een ernstige ziekte evangelist was geworden, en de stichter van een beweging waaruit talrijke pinkstergemeenten waren voortgekomen.
Hij noemde zichzelf zendeling en evangelist. Zijn vader was ook zendeling geweest.
TERUGGEGEVEN
Drie jaar later kwam er voor Ben een einde aan het werk dat hij had opgebouwd. In februari 1990 maakten Ben en Wiesje bekend dat ze Stichting Opwekking verlieten. Ze zeiden dat ze “hun werk in Opwekking hebben teruggegeven aan de Heer”. Ben was eenenvijftig. Hij zei dat hij een nieuwe wind van de Geest wilde volgen en dat hij verder zou gaan via Stichting Shalom.
Er speelde meer. Volgens het Nederlands Dagblad en Veluwe FM waren er persoonlijke problemen, die later tot een echtscheiding leidden. Sommige bronnen spreken van 1992 als het jaar van zijn vertrek. Hoe het precies zat, laat ik rusten. Wel staat in het Nederlands Dagblad dat Ben en Wiesje zich later met elkaar verzoenden.
Peter Vlug nam de leiding van Opwekking over. De Pinksterconferentie groeide verder, tot meer dan zestigduizend bezoekers per jaar.
SHALOM IV
Ben ging de zee op. Het zeilen werd zijn tweede leven. Dertig jaar schreef hij voor het tijdschrift Waterkampioen onder de schuilnaam Toerzeiler. Hij deed mee aan de eerste solozeilwedstrijden over de Noordzee en organiseerde er later zelf een. Hij vertaalde vaarwijzers en schreef boeken over watersport. Zijn bekendste boek kreeg de titel Was het toeval of een glimlachje van de Hemel (1997). Hij gaf ook boeken uit over Israël.
Al zijn boten heetten Shalom. De eerste was een kleine Delta, waarmee hij voor het eerst naar Engeland voer. Met de laatste, de Shalom IV, zeilde hij met zijn zoon naar Spitsbergen.
In 2011 werd hij ridder in de Orde van Oranje-Nassau, voor zijn werk op het gebied van theologie en zeilsport.
Ben Hoekendijk overleed op 1 mei 2020 in Harderwijk, eenentachtig jaar oud. Stichting Opwekking maakte zijn dood bekend en dankte God voor zijn leven. Het was het jaar waarin de stichting zestig jaar bestond.
EEN MAN MET EEN TEKENPEN, EEN JONGEN OP EEN VELD
Hun levens lopen niet in een rechte lijn. Er zijn breuken in te zien, tussen kerken, tussen bewegingen, binnen de familie en binnen een huwelijk. Ik heb ze niet groter gemaakt dan de bronnen toelaten.
Maar wie vandaag met Pinksteren een liedboek opslaat, of in een gewone kerk hoort bidden voor een zieke, staat ergens stroomafwaarts van wat een schilder in 1953 in Utrecht begon. En van wat zijn zoon, twintig jaar oud, op een veld in Den Haag hoorde en daarna in een tent ging doorvertellen.
Ik zie Karel op een zaterdagavond in Utrecht staan, een kunstenaar die zijn tekenpen had ingeruild voor een Bijbel. En ik zie Ben, jaren later, aan het roer van een boot die Shalom heet, met zijn zoon naast zich, op weg naar het noorden.
Wat vaststaat en wat verteld wordt
Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): Karel Hoekendijk geboren in 1904, zoon van C.J. Hoekendijk; schilder van beroep, na de oorlog enkele jaren bij de Rijksvoorlichtingsdienst in Indonesië; herstel van een ernstige ziekte en daarna de keus voor de evangelieverkondiging; oprichting van Stromen van Kracht in 1953 en leiding van het landelijk werk tot 1960; weigering van toegang tot Suriname in 1962; voorganger in Zwolle in 1979; overleden in juni 1987 in Harderwijk, 82 jaar. Ben Hoekendijk geboren op 30 juni 1938 in Baarn; in 1958 voorganger van een gemeente van Stromen van Kracht in Den Haag; de Osborn-campagne op het Malieveld (22 tot en met 31 augustus 1958, meer dan 100.000 mensen op sommige avonden); huwelijk met Wiesje Hijink in 1959; blad Opwekking vanaf 1960; tentcampagnes; Vierhouten vanaf 1971; One Way Day van 1976; de Vierhouten-verklaring van 1981; vertrek bij Opwekking in 1990; zeilen en schrijven; ridderorde in 2011; overleden op 1 mei 2020 in Harderwijk, 81 jaar.
Alleen uit eigen getuigenis (vooral het levensverhaal van Elisabeth Hoekendijk): de jeugd van Karel in Indonesië; de ontmoeting op de kunstacademie en het gebed van Elisabeth; het huisje aan de Kromme Aar en het werk bij Samson; de Geestesdoop van Elisabeth via Leonard in Zeist; de hartaanval van Karel en de boodschap van de vriendin in 1953; de genezing van Elisabeths maagziekte; de campagne in theater Thalia in 1961 en de uitleg van de uitzetting; de terugkeer naar Suriname tien jaar later; de reizen naar Azië en het Caribisch gebied; de preek op Pinksterzondag 1987 en de beroerte die avond.
Onbevestigd: het precieze jaar van Karels genezing (1952 of 1953); de exacte geboortedatum en -plaats van Karel; dat Ben als tolk of als jonge verslaggever bij de Osborn-campagne betrokken was (één bron, en een reactie onder een blog); het jaar waarin de One Way Days stopten; of Ben in 1990 of 1992 vertrok (de krant van februari 1990 noemt 1990).
Duiding: of de genezingen in de levens van Karel en Elisabeth en in de campagnes van 1958 een ingrijpen van God waren, is een geloofsvraag. Er zijn geen medische verslagen van gevonden. Het ooggetuigeverslag van Hofland beschrijft een avond zonder zichtbare genezingen.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Ben Hoekendijk, Wikipedia (Engels)
- Ben Hoekendijk, Simple English Wikipedia
- Sipco Vellenga, “… die al uw krankheden geneest”, Medische Antropologie 10 (2), 1998
- Paul N. van der Laan, Eén van Geest (academia.edu)
- Bethel Boskoop, Geschiedenis van de pinksterbeweging en Bethel (lesmateriaal, 2024)
- Elisabeth Hoekendijk, “Karel en Elisabeth”, blog Stromen van Kracht
- Boeken Karel en Elisabeth Hoekendijk, blog Stromen van Kracht
- Reformatorisch Dagblad, 17 juni 1987, “Pinksterevangelist K. Hoekendijk plotseling overleden” (Digibron)
- Reformatorisch Dagblad, 4 juni 1976, “De Pinksterbeweging in historisch perspectief” (Digibron)
- Reformatorisch Dagblad, 25 oktober 1976, “Massale belangstelling voor Hoekendijks One-Way-Day” (Digibron)
- Reformatorisch Dagblad, 1 juni 1979, “De Pinksterbeweging: een chaotische eenheid (I)” (Digibron)
- Reformatorisch Dagblad, 16 mei 1986, “Tachtig jaar pinksterbeweging” (Digibron)
- Reformatorisch Dagblad, 23 februari 1990, “Hoekendijk weg bij Opwekking” (Digibron)
- Ambtelijk Contact, 1 juni 1963, “De Pinksterbeweging I” (Digibron)
- Reformatorisch Dagblad, 4 november 2019, “Vlug-Hoekendijk (85) overleden” (Digibron)
- Revive, 4 mei 2020, “Oprichter van Stichting Opwekking Ben Hoekendijk (81) overleden”
- Nederlands Dagblad, “Ben Hoekendijk, mede-oprichter van Opwekking, overleden”
- Veluwe FM, 4 mei 2020, “Medeoprichter van Stichting Opwekking overleden in Harderwijk”
- Groot Nieuws Radio, 30 mei 2020, “Wiesje Hijink over ontstaan Opwekking”
- Zeilhelden, januari 2022, “Ben Hoekendijk 1938-2020”
- H.J.A. Hofland, “Gebedsgenezer” (1958), overgenomen op internetbijbelschool.nl
- Scriptie over Mozaiek010 (neo-evangelicals.nl, 2022)
- Goedgelovig, 19 juni 2011, “Andere Tijden: Het Holland Wonder”
- Goedgelovig, 10 mei 2011, “Ben Hoekendijk geridderd”
- Herziene Statenvertaling, Hebreeën 13:8