Gods generaalsin Nederland

Deel 1 · Volg hun geloof na · Hoofdstuk 7

Anne van der Bijl

de smokkelaar die om blinde ogen bad

1928-2022Sint Pancras

Op de avond van 18 juni 1981 lag er een sleepboot met een groot ponton voor de kust van China, bij de stad Shantou. Aan boord waren twintig mensen van Open Doors. Op het ponton lagen 232 waterdichte pakketten van elk ongeveer een ton. Samen bevatten ze een miljoen Chinese Bijbels.

Rond negen uur kwam er vanaf het strand een signaal. Het ponton voer een kleine baai in. Op het strand stonden Chinese christenen te wachten, volgens Open Doors meer dan tweeduizend. Sommigen liepen het water in om de pakketten binnen te halen. In een menselijke keten gingen de dozen het strand op. Na ruim twee uur was alles gelost. Tegen half twee ’s nachts was het ponton terug in internationale wateren.

De operatie heette Project Pearl. Kranten en tijdschriften schreven er later over, en de cijfers lopen in de verslagen wat uiteen. Vast staat dat het om ongeveer een miljoen Bijbels ging, op één nacht, op een strand bij Shantou.

De man die dit mee had bedacht, stond die nacht waarschijnlijk niet op dat ponton. Hij was drieënvijftig en leidde de organisatie die hij jaren eerder met een koffer vol boekjes was begonnen. In de hele wereld kenden ze hem als Brother Andrew, broeder Andrew. In Noord-Holland heette hij gewoon Anne van der Bijl, de zoon van de smid.

EEN SMID, EEN ZIEKE MOEDER EN EEN ORGEL

Anne van der Bijl werd geboren op 11 mei 1928 in Sint Pancras, een dorp vlak bij Alkmaar. Hij was de vierde van zes kinderen. Zijn vader was smid en slechthorend. Zijn moeder had een zwak hart. Het gezin was arm.

Over die jeugd weten we vooral wat hij zelf vertelde, in het boek God’s Smuggler dat in 1967 verscheen. In de Nederlandse uitgave, Gods smokkelaar, beschrijft hij een gereformeerd gezin aan de Bovenweg. Zijn vader fietste elke dag naar een smederij in Alkmaar en hield een moestuin bij om de kinderen te eten te geven. Zijn moeder zat het grootste deel van de dag in haar stoel en luisterde naar de christelijke radio. Wie aanklopte, kreeg te eten, ook als er weinig was.

Er was ook zijn oudere broer Bas. Bas kon niet praten en zat vaak de hele dag buiten onder een boom. Maar op het traporgel in de huiskamer speelde hij zonder één fout, zo vertelde Anne later, en mensen bleven op straat staan om te luisteren. Volgens zijn boek stierf Bas in 1939 aan tuberculose, en voelde Anne zich toen door God in de steek gelaten.

Zelf was hij geen brave jongen. In zijn eigen verhaal pest hij de buren, liegt hij over geld en zit hij na de kerkdienst stiekem bij de mannen die de preek bespreken, zodat hij kan doen alsof hij goed heeft opgelet. Hij droomde ervan spion te worden.

TULPENBOLLEN EN EEN GEWEER

In mei 1940 viel het Duitse leger Nederland binnen. Anne was twaalf. Volgens Open Doors verliet hij school na de zesde klas. In de oorlog verstopte hij zich soms in sloten om niet door de Duitsers te worden opgepakt voor dwangarbeid, zo vertelde hij later. In de hongerwinter van 1944 at het gezin tulpenbollen.

In 1946 ging hij in het leger en werd hij uitgezonden naar Nederlands-Indië, waar Nederland vocht tegen de Indonesische onafhankelijkheid. Hij kreeg een opleiding als commando.

Wat hij daar meemaakte, heeft hij nooit mooier gemaakt dan het was. Zijn eenheid was betrokken bij het doden van de bewoners van een dorp. Hij vertelde dat zelf, en verschillende kranten noemden het bij zijn dood. In zijn boek beschrijft hij hoe hij daarna een jonge moeder en haar baby vond, gedood door dezelfde kogel. Hij ging drinken en nam onnodige risico’s. Per brief hoorde hij dat zijn moeder was overleden.

Jaren later ging hij terug naar Indonesië. Volgens Open Doors bood hij daar excuses aan voor wat het Nederlandse leger had gedaan.

In 1949 verbrijzelde een kogel zijn enkel. Zijn tijd als soldaat was voorbij. Hij kwam terug in Nederland met een kapotte voet en, zoals een verslag het zegt, zonder enig idee wat hij met zijn leven moest.

Tijdens zijn herstel lag hij in een katholiek ziekenhuis. Daar pakte hij de Bijbel die zijn moeder hem had meegegeven. Die had hij tot dan toe laten liggen. Nu begon hij te lezen. Volgens zijn boek moedigden de zusters in het ziekenhuis hem aan. Hij schreef ook brieven met een meisje dat hij in zijn opleidingstijd had leren kennen. Zij stuurde hem een schema om de Bijbel te bestuderen.

Ken je dat, dat een boek dat al jaren in de kast staat ineens tegen je begint te spreken? Bij Anne begon het zo, in een ziekenhuisbed.

EEN JANUARINACHT IN 1950

Terug in Sint Pancras ging hij naar de kerk. Zo vaak als het kon, vertelde hij later, bij elke kerk en elke samenkomst. Zijn familie werd er ongerust van. Een lied over Gods volk dat vrij moest worden, bleef in zijn hoofd hangen.

Begin 1950 gaf hij zijn leven aan God. Hoe dat ging, kennen we alleen uit zijn eigen verhaal. Hij lag op een stormachtige januarinacht in bed. Natte sneeuw sloeg tegen het huis. Volgens Christianity Today bad hij bij die overgave een kort gebed. Het blad gaf het bij zijn overlijden weer, in vertaling ongeveer zo: “Heer, als U mij de weg wijst, zal ik U volgen.”

Ik vind dat gebed mooi door wat erin ontbreekt. Geen belofte om groot te worden, geen plan. Alleen een man met een kapotte enkel die zegt dat hij wil volgen als God de weg wijst. De rest van zijn leven ging over die ene voorwaarde.

CHOCOLADE EN EEN AFSPRAAK OVER SCHOOLGELD

Na zijn bekering ging Anne werken bij de chocoladefabriek van Ringers in Alkmaar. Daar ontmoette hij, volgens zijn boek, Corry van Dam weer, een jonge vrouw die hij eerder bij een tentsamenkomst had gezien. Ze werkte bij de fabriek op de administratie van de werktijden.

Hij hoorde van een zendingsschool in Glasgow, van de Worldwide Evangelization Crusade, kortweg WEC. In zijn boek vertelt hij dat hij bij een kanaal bad en zich zonder voorwaarden aan God gaf, en dat zijn enkel daarna begon te genezen. Dat verhaal staat alleen in zijn eigen boek.

In mei 1953 begon hij aan de opleiding in Glasgow. Hij bleef er ongeveer twee jaar en leerde er Engels. Volgens zijn eigen verslag maakte hij met God een afspraak: als hij ook maar één dag te laat zou zijn met het schoolgeld, zou hij teruggaan naar de fabriek. Het geld kwam steeds op tijd, uit onverwachte hoek. Op de school zag hij op een wereldkaart hoeveel landen communistisch waren. Uit die landen kwamen nooit zendelingen op bezoek, viel hem op.

WARSCHAU, JULI 1955

In juli 1955 werd in Warschau het vijfde Wereldjeugdfestival gehouden, een groot evenement van communistische jongeren uit de hele wereld. Anne ging mee met een Nederlandse groep. In zijn koffer zat christelijke lectuur, in verschillende talen.

Hij hield het niet bij het officiële programma. Hij zocht kerken op en sprak in een baptistengemeente in Warschau. Een christelijke boekhandelaar vertelde hem dat er in de Sovjet-Unie bijna geen Bijbels meer te krijgen waren. Die feiten staan in meerdere bronnen.

Wat er op zijn laatste ochtend gebeurde, vertelt hij zelf. Hij keek naar marcherende jongeren en las in de Bijbel. Een vers uit Openbaring raakte hem als een opdracht: Wees waakzaam en versterk het overige dat dreigt te sterven (Openbaring 3:2). Hij las het als een roeping voor de kerken achter het IJzeren Gordijn, die van de rest van de wereld waren afgesneden.

Datzelfde jaar ging hij naar Tsjechoslowakije. Daar liet hij in Praag de officiële groep achter zich en preekte hij bij christenen. Hij werd daarna een tijd uit het land geweerd. Nog in de jaren vijftig begon hij in Nederland een werk dat eerst De Akker is de Wereld heette, en ook Kruistochten. Over het precieze jaar zijn de bronnen het niet eens: Open Doors houdt 1955 aan, de NOS noemde 1957. Later kreeg het werk de naam Open Doors, open deuren.

“MAAK ZIENDE OGEN BLIND”

In 1957 reed Anne in een blauwe Volkswagen Kever naar Joegoslavië. In de auto zaten Bijbels en Bijbelgedeelten, verstopt tussen zijn bagage. Gedrukte christelijke lectuur werd aan de grenzen van communistische landen vaak in beslag genomen.

Volgens zijn eigen boek kreeg hij de auto van een echtpaar dat zijn familie al lang steunde. Het was een bijna nieuwe wagen. Later zou die blauwe Kever het bekendste symbool van Open Doors worden.

Bij de grens bad hij een gebed dat bij zijn naam is blijven horen. Hij vroeg God of de grenswachten niet zouden zien wat God niet wilde dat ze zagen. Het hart van dat gebed is één zin, die Open Doors in Zuid-Afrika nog altijd citeert. In het Nederlands: “Maak nu, bid ik, ziende ogen blind.” Toen Jezus op aarde was, liet Hij blinden zien. Anne vroeg Hem nu het omgekeerde.

Hij kwam erdoor. Wat de grenswacht precies deed of zag, kennen we alleen uit zijn eigen verslag. Niemand anders was erbij, en de communistische grensdiensten hebben er geen verslag van nagelaten dat ik heb kunnen vinden. Het is een getuigenis. Hij bad dat gebed daarna bij grens na grens, en het werd het gebed van een hele beweging.

Volgens zijn boek hield hij in zeven weken in Joegoslavië meer dan tachtig samenkomsten. In een kerk in Belgrado vroeg hij wie er een eigen Bijbel had. Zeven mensen staken hun hand op. Vanaf dat moment wilde hij Bijbels brengen, zoveel als hij kon.

Hoe kijk jij naar zo’n verhaal? Je kunt het afdoen als geluk, of als een vermoeide douanier. Anne zag het anders. Voor hem was het simpel: hij had iets gevraagd en God had het gegeven.

CORRY

Anne en Corry trouwden in 1958. Volgens zijn boek was het op 27 juni. Hij vroeg haar ten huwelijk vlak voor een reis naar Hongarije, zo vertelde hij, zodat ze zou weten wat het betekende om met hem te leven: afscheid nemen, wachten, niet weten wanneer hij terug zou zijn.

Ze kregen vijf kinderen. De eerste, een zoon, werd volgens het boek in 1959 geboren.

Het gezin woonde in Sint Pancras. Jan Zwart, die als jongen in Zaandam met hem in aanraking kwam, beschreef in 2024 hoe “oom Anne” daar in de tuin werkte. De blauwe Kever stond soms voor het huis van een huisgemeente in Zaandam, die hem steunde. Na een reis zat de auto onder de modder.

Anne was vaak weg. Over haar eigen leven staat in de bronnen weinig. Open Doors schreef bij haar overlijden dat ze de Heer trouw had gediend. Ze waren negenenvijftig jaar getrouwd.

EEN BOEK DAT DE GRENZEN SLOOT

In 1965 ging Anne voor het eerst naar China. Hij reisde ook naar Cuba, Bulgarije, Roemenië en de Sovjet-Unie. Het werk groeide. Volgens zijn boek bestond het team in 1964 uit twaalf mensen.

In 1967 verscheen God’s Smuggler, geschreven met de Amerikaanse auteurs John en Elizabeth Sherrill. Het boek werd een wereldsucces. Volgens Open Doors en verschillende kranten zijn er meer dan tien miljoen exemplaren verkocht, in minstens vijfendertig talen.

In het Nederlands verscheen het lang niet. Volgens uitgeverij Gideon was om veiligheidsredenen afgesproken dat Open Doors het pas na zijn dood in het Nederlands zou uitgeven. In 2023 kwam het er, als Gods smokkelaar.

Het succes had een prijs. De NOS schreef bij zijn dood dat het reizen naar communistische landen na het boek moeilijker werd. Iedereen wist nu wie broeder Andrew was. Volgens Open Doors verzamelde de Oost-Duitse geheime dienst later meer dan honderdvijftig pagina’s over hem.

Hij werd een man die anderen stuurde. Open Doors organiseerde conferenties in Azië en Afrika en zocht kerken op die onder druk stonden. De naam Open Doors betekende voor hem iets eenvoudigs. Elke deur was open, zei hij, zolang je bereid was te gaan.

TWEE UUR OP EEN CHINEES STRAND

Dan komt die nacht in juni 1981 terug. Volgens het tijdschrift Mental Floss bedacht Anne Project Pearl samen met Ed Neteland, vicepresident van Open Doors. Uitgevoerd werd het door een internationale ploeg van twintig man, onder leiding van iemand die alleen als broeder David bekendstaat.

De Bijbels werden in Amerika gedrukt. De pakketten werden zo gemaakt dat ze konden drijven. De sleepboot trok het ponton naar het strand bij Shantou. Volgens een tijdlijn van Open Doors voeren rond kwart voor acht ’s avonds Chinese patrouilleboten voorbij zonder alarm te slaan, terwijl de bemanning bad.

Wat er daarna met de Bijbels gebeurde, is in grote lijnen bekend. Vissers meldden de operatie. Soldaten kwamen en een deel van de Bijbels werd vernietigd of in het water gegooid. Vissers vonden aangespoelde dozen en verkochten de Bijbels door. Open Doors schatte dat tot tachtig procent bij Chinese christenen terechtkwam. Een vertegenwoordiger van de officiële China Christian Council vond juist dat zulke acties het geloof in de ogen van de overheid verdachter maakten.

Hoeveel mensen er die nacht op het strand stonden, is niet zeker. De verslagen noemen getallen van ruim tweeduizend tot tienduizend. Ik laat het bij wat zeker is: één nacht, een miljoen Bijbels en mensen die het water in liepen om ze binnen te halen.

BIJ DE VIJAND THUIS

Toen het IJzeren Gordijn viel, verlegde Anne zijn aandacht. Hij zag in de islamitische wereld de grote nieuwe vraag voor de vrijheid van geloof. Al in de jaren zeventig en tachtig was hij geregeld in Libanon, en volgens Open Doors sprak hij daar met leiders van verschillende groepen.

In 1992 zette Israël ruim vierhonderd Hamas-leden het land uit, naar een berggebied in Zuid-Libanon. Anne ging naar hen toe, met tenten, voedsel en medicijnen. Rond 1997 ontving Hamas-oprichter Ahmed Yassin hem bij hem thuis. Yasser Arafat gaf hem toestemming voor een christelijke boekwinkel in Gaza. Hij sprak er op de Islamitische Universiteit over het christelijk geloof.

Veel christenen begrepen dat niet. Hij legde het zelf uit met een zin die Christianity Today bij zijn dood aanhaalde. In vertaling: “De beste manier om Israël te helpen is haar vijanden naar Jezus te leiden.” Hij zocht geen politiek gelijk. Hij zocht mensen.

Hij schreef boeken over dit werk, zoals Light Force in 2004 en Secret Believers in 2007, beide met Al Janssen. Het laatste ging over moslims die in stilte in Jezus gingen geloven. Op ongeveer negentigjarige leeftijd reisde hij nog naar Pakistan, in de hoop leiders van de Taliban te spreken.

Hij kreeg in die jaren ook erkenning. Koningin Beatrix gaf hem een koninklijke onderscheiding; de NOS noemt het jaar 1994, Open Doors noemt 1993. In 1997 kreeg hij een internationale prijs voor zijn inzet voor godsdienstvrijheid. Hij bleef zichzelf zien als een gewone man. Het Cato Institute haalde bij zijn dood een uitspraak van hem aan: wat hij deed, kon iedereen doen.

HARDERWIJK, 27 SEPTEMBER 2022

Op 23 januari 2018 overleed Corry. Aan het eind van zijn leven woonde Anne in Harderwijk, niet ver van het Nederlandse kantoor van Open Doors in Ermelo.

Op dinsdag 27 september 2022 overleed hij thuis in Harderwijk, vierennegentig jaar oud. Volgens Open Doors in de Filipijnen gebeurde het kort na twee uur ’s middags. Hij liet vijf kinderen en elf kleinkinderen achter. Dan Ole Shani, de directeur van Open Doors International, zei bij zijn dood dat hij voor Christus had geleefd en in Christus was gestorven.

De NOS bracht het nieuws. Kranten in Europa, Amerika en Australië schreven in memoriams. Zijn eigen boek was in zijn eigen taal nog niet verschenen.

DE BLAUWE KEVER

Toen Anne begon, was er een koffer met boekjes. Bij zijn dood werkte Open Doors volgens eigen opgave in meer dan zestig landen, met ongeveer duizend medewerkers. Elk jaar publiceert de organisatie een lijst van landen waar christenen het zwaarst vervolgd worden.

Ik heb in dit hoofdstuk vaak moeten schrijven dat iets alleen uit zijn eigen boek komt. Dat hoort bij hem. Hij werkte in landen waar niemand iets opschreef en waar verslagen gevaarlijk waren. Wat we van hem hebben, is vaak zijn eigen woord. En zijn eigen woord begon met dat korte gebed in een januarinacht: als U de weg wijst, zal ik volgen.

Misschien sta jij ergens voor een grens. Geen slagboom met een wachthuisje, wel iets waar je niet langs durft. Anne van der Bijl begon zonder plan en zonder geld. Hij had een kapotte enkel, een Bijbel van zijn moeder en later een blauwe auto.

Jan Zwart herinnerde zich die auto nog toen hij in 2024 zijn boek schreef. Een blauwe Volkswagen Kever voor een huis in Zaandam, onder de modder van de laatste reis.

Dossier

Wat vaststaat en wat verteld wordt

Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte op 11 mei 1928 in Sint Pancras; vader smid, moeder ziek; militaire dienst in Nederlands-Indië vanaf 1946 en betrokkenheid bij het doden van dorpsbewoners (door hemzelf erkend en breed gemeld); verwonding aan de enkel in 1949 en het lezen van de Bijbel van zijn moeder tijdens het herstel; bekering in 1950; WEC-opleiding in Glasgow vanaf 1953; het Wereldjeugdfestival in Warschau in juli 1955 en het Bijbeltekort waar hij daar van hoorde; de reis met de blauwe Volkswagen naar Joegoslavië in 1957; huwelijk met Corry in 1958, vijf kinderen; God’s Smuggler (1967) met John en Elizabeth Sherrill; Project Pearl op 18 juni 1981 bij Shantou met ongeveer een miljoen Bijbels en een bemanning van twintig; contacten met Hamas, Yassin en Arafat; overlijden van Corry op 23 januari 2018; zijn eigen overlijden op 27 september 2022 thuis in Harderwijk.

Alleen uit eigen getuigenis: zijn jeugdherinneringen (Bas, het orgel, de streken); de dood van Bas in 1939; het verstoppen in sloten en de tulpenbollen; de jonge moeder en haar baby in Indië; de zusters in het ziekenhuis en het meisje met het studieschema; de details van zijn bekering (de januarinacht, de natte sneeuw, het gebed); de ontmoeting met Corry bij Ringers en haar meisjesnaam Van Dam; het gebed bij het kanaal en het genezen van zijn enkel; de afspraak over het schoolgeld; Openbaring 3:2 op de laatste ochtend in Warschau; de herkomst van de Kever; de grenswacht die de Bijbels niet zag; de tachtig samenkomsten en de zeven Bijbels in Belgrado; de exacte trouwdatum; het Stasi-dossier en zijn excuses in Indonesië (via Open Doors); het tijdstip van overlijden (via Open Doors).

Onbevestigd: het jaar van oprichting van zijn eerste stichting (1955 of 1957); hoeveel mensen er bij Project Pearl op het strand stonden (ruim 2.000 tot 10.000) en hoeveel Bijbels uiteindelijk aankwamen (schatting Open Doors); zijn precieze rol bij Project Pearl (bedenker en leider op afstand, volgens Mental Floss niet zelf aan boord); het jaar en de graad van de koninklijke onderscheiding (1993 of 1994); het jaar van het bezoek aan de gedeporteerde Hamas-leden (1992 of 1993).

Duiding: of God de grenswachten werkelijk blind maakte, is een geloofsvraag. Historici wijzen erop dat de meeste verhalen over Bijbelsmokkel uit de memoires van de smokkelaars zelf komen en dat onafhankelijke studies schaars zijn.

Bronnen bij dit hoofdstuk

  1. NOS, 28 september 2022: Oprichter Anne van der Bijl (94) van hulporganisatie Open Doors overleden
  2. Open Doors International, Biography Brother Andrew
  3. Christianity Today, september 2022: Died: Brother Andrew
  4. Christianity Today, september 2022: Brother Andrew and the Middle East
  5. Vatican News, 29 september 2022
  6. Religion News Service, 28 september 2022
  7. Open Doors Filipijnen, Brother Andrew
  8. Evangelical Focus, 28 september 2022
  9. Eternity News: Brother Andrew, founder of Open Doors, passes away
  10. The Tablet: God’s smuggler dies aged 94
  11. Christian History Institute: God Pointed His Bible Carriers to His Chosen Recipients
  12. Hungarian Review, 2015: Bibles for Communist Europe, a Cold War Story (deel 1)
  13. Fragment Gods smokkelaar (Plateau & Open Doors, 2023)
  14. Fragment Jan Zwart, Bijbels als brandstof (2024)
  15. Uitgeverij Gideon, De ethiek van het smokkelen (fragment)
  16. SuperSummary, samenvatting God’s Smuggler
  17. Open Doors Zuid-Afrika: The prayer of God’s Smuggler
  18. Premier Christianity: How one million Bibles were smuggled into China in just two hours
  19. Mental Floss: When missionaries smuggled one million Bibles into communist China
  20. Open Doors Australië: The Project Pearl timeline
  21. Wikipedia: Open Doors
  22. Wikipedia: Andrew van der Bijl
  23. CBN, februari 2018: Wife of famous Bible smuggler Brother Andrew dies
  24. Cato Institute, 11 oktober 2022
  25. Open Doors Nederland, webshop: God’s Smuggler
Liever het hele boek?PDF downloadenE-book (EPUB)Over dit deel