Gods generaalsin Nederland

Deel 1 · Volg hun geloof na · Hoofdstuk 4

Corrie ten Boom

de vrouw achter de valse kast

1892-1983Haarlem

Op maandag 28 februari 1944 viel de Sicherheitsdienst binnen in een oud huis aan de Barteljorisstraat in Haarlem. Beneden zat een horlogewinkel. Boven woonde de familie Ten Boom. Die dag werden ruim dertig mensen opgepakt, onder wie een vader van vierentachtig en twee dochters van achtenvijftig en eenenvijftig.

De mensen naar wie de mannen zochten, vonden ze niet. Ze zaten met z’n zessen achter een extra muur in de slaapkamer van de jongste dochter: twee Joodse mannen, twee Joodse vrouwen en twee mensen uit het verzet. De ruimte was ongeveer tweeënhalve meter lang en zeventig centimeter breed. Je kwam er binnen via een linnenkast. Terwijl de SD het huis bewaakte, bleven ze daar zitten. Na ruim zevenenveertig uur haalden twee politieagenten uit het verzet, Jan Overzet en Theo Ederveen, hen eruit.

Drie van de vier Joodse onderduikers hebben de oorlog overleefd.

De jongste dochter heette Corrie. Ze was eenenvijftig. Ze zou Scheveningen, Vught en Ravensbrück meemaken, en haar vader en haar zus verliezen. En ze zou na de oorlog ruim dertig jaar de wereld rondreizen met één boodschap: Gods liefde is dieper dan de diepste put. Haar boek The Hiding Place werd een wereldwijde bestseller en daarna een film.

Maar het begon met een winkel waar al ruim honderd jaar klokken tikten.

HONDERD JAAR KLOKKEN EN GEBED

In 1837 opende Willem ten Boom een klokken- en horlogewinkel in het huis aan de Barteljorisstraat. Het pand was rond 1600 gebouwd voor de schout van Haarlem. Willem woonde met zijn gezin boven de zaak. Volgens het Corrie ten Boom Huis begon hij in 1844 een gebedsgroep voor het Joodse volk en de vrede van Jeruzalem. Het museum vertelt dat drie generaties Ten Booms daar honderd jaar voor hebben gebeden. Die overlevering komt uit de familie zelf, maar ze verklaart wel iets van wat er later in dat huis gebeurde.

Willems zoon Casper, geboren in 1859, werd ook horlogemaker. In 1884 trouwde hij met Cornelia Luitingh en ze gingen in Amsterdam wonen, waar Casper een eigen zaak begon. Ze kregen vijf kinderen. Betsie werd geboren in 1885, Willem in 1886 en Nollie in 1890. Een zoontje, Hendrik Jan, stierf in 1888 toen hij zes maanden oud was.

Op 15 april 1892 werd de jongste geboren, een maand te vroeg. Ze kreeg de namen Cornelia Arnolda Johanna en werd Corrie genoemd. Volgens het museum was het Goede Vrijdag. Waar ze geboren werd, is minder zeker dan je zou denken. Het museum en het Holocaust Memorial Museum in Washington zeggen Amsterdam, en dat past bij de tijdlijn van het gezin. Andere bronnen noemen Haarlem.

In 1897 verhuisde het gezin naar Haarlem. Casper nam de winkel van zijn vader over. Corrie groeide op boven de zaak, in een huis dat de familie de Beje noemde, naar de straatnaam.

DE EERSTE VROUW MET EEN HORLOGEDIPLOMA

Corrie werd ook horlogemaker, en ze werd de eerste vrouw in Nederland met een diploma als horlogemaker. Het museum en de Haarlemse krant noemen 1924. Engelstalige naslagwerken noemen 1922. Over het feit zelf zijn de bronnen het eens.

Het huis was altijd vol. In de jaren twintig en dertig nam het gezin kinderen van zendelingen in huis, zo vertelt het museum. Moeder Cornelia stierf, volgens het museum in oktober 1921. Betsie, die zwak van gezondheid was, deed het huishouden. Corrie werkte in de winkel naast haar vader.

Vanaf de jaren twintig begon Corrie clubs voor meisjes. Ze gaf er Bijbelonderwijs, en de meisjes deden er aan muziek, toneel en handwerk. Toen Duitsland in mei 1940 Nederland binnenviel, werden die clubs verboden.

Haar broer Willem was predikant geworden. In 1928 promoveerde hij in Leipzig op een proefschrift over het opkomende antisemitisme in Duitsland en Frankrijk, zo meldt het museum.

EEN BORD IN DE ETALAGE

Volgens het museum begonnen Corrie en Betsie in 1941 met verzetswerk. Via de familie vonden veel Joodse mensen een onderduikadres. Corrie ging adressen bekijken voordat er iemand naartoe werd gestuurd. Ze regelde bonkaarten voor mensen die ondergedoken zaten.

In het voorjaar van 1943 kwamen er mensen in het huis zelf wonen. Een van de eersten was Hans Poley, een student die zich niet wilde melden toen de Duitsers oud-militairen terugriepen in krijgsgevangenschap. Een ander was Meijer Mossel, voorzanger van de Joodse gemeente in Amsterdam. In huis noemden ze hem Eusie.

Er woonden in 1943 en 1944 meestal vijf of zes onderduikers tegelijk. Met hulp van het verzet werd in Corries slaapkamer een extra muur gebouwd. Daarachter zat de schuilplaats, de Engelenbak, met een radio om naar Radio Oranje te luisteren. In de etalage stond een klein driehoekig bord van het horlogemerk Alpina. Zolang het er stond, was het veilig om binnen te komen.

Rond het huis groeide een netwerk, dat later de BéJé-groep werd genoemd. Volgens het Holocaust Museum in Houston kwamen er zo’n tachtig verzetsmensen geregeld over de vloer.

Hoeveel mensen er door dit werk gered zijn, weet niemand precies. Het museum schrijft dat de familie, haar vrienden en de BéJégroep “waarschijnlijk zo’n 800 Joden en andere voortvluchtigen” hebben gered. Bij haar dood noemde haar woordvoerder in Amerika ruim zevenhonderd. Het Holocaust Memorial Museum houdt het op honderden. Ik noem het getal 800 hier omdat het overal rondgaat, maar het is een schatting uit de kring rond de familie. Een telling met namen heb ik niet gevonden.

MAANDAG 28 FEBRUARI 1944

Toen kwam de dag van de inval. De familie was verraden. Volgens het museum en The Hiding Place was de verrader een Nederlander, Jan Vogel. Wat er na de oorlog met hem gebeurde, komt verderop.

Hoeveel mensen er die dag precies zijn opgepakt, verschilt per bron. Het museum en het Holocaust Memorial Museum spreken van ongeveer dertig, het monumentenregister van het Nationaal Comité 4 en 5 mei van eenentwintig. Onder hen waren Casper, Betsie en Corrie, maar ook Willem, Nollie en Nollies zoon Peter.

De zes in de schuilplaats bleven onontdekt. Ruim zevenenveertig uur later waren ze vrij.

TIEN DAGEN

Casper ten Boom was vierentachtig. Het monument in Haarlem noemt hem oud-voorzitter van de Kamer van Koophandel. Hij werd naar de gevangenis in Scheveningen gebracht. Op 9 maart 1944 stierf hij in Den Haag. Volgens het Holocaust Memorial Museum lag hij op een gang in een ziekenhuis. Hij had negen of tien dagen in gevangenschap doorgebracht. Na de oorlog werd hij herbegraven op het Nationaal Ereveld in Loenen.

Corrie en Betsie zaten in de gevangenis van Scheveningen, die het Oranjehotel werd genoemd. Willem kwam later weer vrij, en ook Nollie overleefde de oorlog.

Op 6 juni 1944 werden de twee zussen overgebracht naar kamp Vught in Brabant. In september 1944 werden veel gevangenen van Vught naar Duitsland overgebracht. Corrie en Betsie gingen in een veewagen. Op 8 september kwamen ze aan in Ravensbrück, een concentratiekamp voor vrouwen.

DANK GOD VOOR DE VLOOIEN

Wat er in Ravensbrück gebeurde, kennen we bijna helemaal uit het verslag van Corrie zelf. Ze schreef over die tijd in Gevangene en toch, haar eerste boek, en veel later in The Hiding Place. Ik vertel het zoals zij het vertelde.

De barak waar de zussen terechtkwamen, was overvol en vergeven van de vlooien. Corrie wist niet hoe ze daar moest leven. Betsie wist het wel. Die dag hadden ze samen gelezen uit de eerste brief aan de Thessalonicenzen, uit een Bijbeltje dat ze langs de controle hadden gesmokkeld. Daar staat: Dank God in alles. Want dit is de wil van God in Christus Jezus voor u. (1 Thessalonicenzen 5:18). Betsie wilde God danken voor alles in die barak: dat ze samen waren, dat ze een Bijbel hadden, dat er zoveel vrouwen waren die het evangelie nodig hadden. En voor de vlooien.

Later kwam Betsie te werken in de ruimte waar de zwakste vrouwen sokken breiden voor Duitse soldaten. De bewaaksters kwamen daar niet binnen. Volgens Corrie hoorde Betsie een van hen zeggen dat het daar wemelde van de vlooien. Zo konden de vrouwen in die ruimte vrij samen de Bijbel lezen en bidden.

Kun jij danken voor iets waar je nog geen enkele reden voor ziet? Betsie deed het voordat ze wist waar het goed voor was.

Ook het verhaal van het vitaminenflesje komt uit het boek. Corrie had een flesje Davitamon bij zich, vitaminedruppels. Ze deelde ervan uit aan zieke vrouwen in de barak. Het flesje bleef druppelen, schreef ze, veel langer dan kon. Betsie dacht aan de weduwe in de Bijbel van wie de kruik olie niet leeg raakte. Toen een Nederlandse vrouw die in het kampziekenhuis werkte, Mien, gisttabletten begon mee te brengen, kwam er op een dag geen druppel meer uit.

Deze verhalen zijn bekend geworden over de hele wereld. Ze komen uit het verslag van Corrie, en er is niemand anders die ze kon navertellen. Zo moet je ze ook lezen: als haar getuigenis.

EEN HUIS MET GROENE VERF

Betsie werd steeds zieker. Ze had al haar leven lang een zwakke gezondheid. Volgens Corrie praatte Betsie in die weken over wat ze na de oorlog moesten doen. Ze zag een groot huis voor zich waar mensen die beschadigd uit de kampen kwamen, konden herstellen. En ze zag een kamp in Duitsland, met bloembakken aan de ramen en heldergroene verf, waar mensen weer zouden leren liefhebben. Corrie heeft die woorden later beschreven als visioenen die uitkwamen.

Betsie ten Boom stierf op 16 december 1944 in Ravensbrück. Ze was negenenvijftig. In The Hiding Place staan woorden die Betsie haar in die laatste dagen meegaf: er is geen put zo diep, of Gods liefde is nog dieper. Het museum noemt die zin de kern van wat Corrie daarna overal vertelde. Ook dat woord kennen we alleen uit haar eigen verslag.

EEN FOUT OP EEN LIJST

Twaalf dagen later, rond 28 december 1944, werd Corrie vrijgelaten. Over de precieze dag zijn de bronnen het oneens: het museum noemt 28 december, andere bronnen de 30e of 31e. Het Holocaust Memorial Museum schrijft alleen dat ze eind december vrijkwam en op 1 januari 1945 in Berlijn was. Volgens haar boek moest ze eerst in de ziekenbarak blijven tot haar gezwollen benen beter waren. Daarna reisde ze per trein terug naar Nederland en ging ze naar het huis van haar broer Willem.

Waarom ze vrijkwam, is nooit helemaal opgehelderd. Corrie vertelde dat ze pas in 1959 hoorde dat het om een administratieve fout ging. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei schrijft dat ze “waarschijnlijk” door een fout vrijkwam. Een document dat dit bewijst, heb ik niet gevonden.

Er gaat een nog sterker verhaal rond: dat vlak na haar vrijlating alle vrouwen van haar leeftijd in de gaskamer zijn omgebracht. Sommige bronnen zeggen een week later, haar woordvoerder zei in 1983 de dag erna. Ravensbrück kreeg rond die tijd inderdaad een gaskamer, maar ook de datum daarvan verschilt per bron. Dit verhaal is niet met stukken bevestigd. Ik laat het daarom open.

EEN BRIEF AAN JAN VOGEL

De oorlog had haar familie zwaar getroffen. Haar neef Christiaan, Kik, de zoon van Willem, stierf in april 1945 in Duitse gevangenschap. Hij was vierentwintig. Willem zelf overleed kort na de oorlog. Het monument in Haarlem noemt april 1946, andere bronnen december 1946.

Direct na de bevrijding kreeg Corrie de beschikking over villa Schapenduinen in Bloemendaal. Ze maakte er een herstelhuis van voor mensen die uit kampen en gevangenissen kwamen. Volgens sommige bronnen nam ze er ook mensen op die met de bezetter hadden samengewerkt. Het eerste huis uit Betsies woorden stond er.

Volgens het museum schreef Corrie op 19 juni 1945 aan Jan Vogel, de man die haar familie had verraden. Ze vergaf hem. Het museum vertelt ook dat Vogel tot geloof kwam en daarna ter dood werd gebracht. Over dat laatste moet ik eerlijk zijn. Ik heb geen vonnis, geen proces-verbaal en geen bericht van een executie gevonden. De brief en de vergeving komen uit Corries eigen kring. Wat er van Vogel is geworden, blijft hier onbevestigd.

EEN KELDER IN MÜNCHEN

In 1946 reisde Corrie voor het eerst naar Amerika. Ze bleef tien maanden in de Verenigde Staten en Canada. In 1947 sprak ze in Duitsland.

Wat daar gebeurde, vertelde ze in november 1972 in het blad Guideposts en in 1974 in haar boek Tramp for the Lord. Het was in een kerk in München, in een kelderruimte met houten stoelen. Ze had gesproken over vergeving: God gooit onze zonden in de diepste zee. Na afloop kwam er een man naar haar toe. Het was een voormalige bewaker uit Ravensbrück. Hij zei dat hij christen was geworden en vroeg haar of ze hem wilde vergeven.

Ze kon haar hand niet optillen, schreef ze. Ze bad in stilte of Jezus haar wilde helpen. Toen stak ze haar hand uit, zonder dat ze er iets bij voelde. Volgens haar verslag ging er op dat moment een warmte door haar heen, en zei ze tegen hem dat ze hem vergaf.

Wie die man was, weten we niet. Het verhaal staat alleen in haar eigen woorden. Maar ze vertelde het niet als een overwinning van zichzelf. Ze vertelde het als iets wat ze niet kon, en wat God deed toen ze gehoorzaamde.

Heb jij iemand bij wie je je hand niet kunt optillen?

DARMSTADT

In 1949 begon Corrie geld in te zamelen om een voormalig kamp in Darmstadt te huren. Het werd een opvangplaats voor vluchtelingen en ontheemden. Het bleef open tot 1960. Het tweede beeld uit Betsies woorden, een kamp in Duitsland waar mensen konden herstellen, had een adres gekregen. Of er ook bloembakken en groene verf waren, vertelt alleen Corries eigen verslag.

Daarna reisde ze. Haar paspoorten liggen in het archief van Wheaton College in Amerika. In 1948 staat er als beroep “Director of a sanatorium”, in 1952 “Missionary”, in 1963 “authoress” en in 1966 “evangelist”. Je kunt haar leven bijna aflezen aan die vier woorden. In 1959 ging ze terug naar Ravensbrück. In 1966 sprak ze op het wereldcongres voor evangelisatie in Berlijn. Over meer dan dertig jaar kwam ze in meer dan zestig landen, op zes continenten.

Op 17 april 1962 werd ze volgens het museum benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Op 12 december 1967 erkende Yad Vashem haar als Rechtvaardige onder de Volkeren. Ze plantte een boom in de tuin van de Rechtvaardigen in Jeruzalem. Veertig jaar later, in 2007, werden ook Casper en Betsie zo erkend. In april 2008 reikte de Israëlische ambassadeur de oorkonde in Haarlem uit aan de familie.

EEN BOEK DAT DE WERELD RONDGING

In november 1971 verscheen The Hiding Place. Corrie schreef het samen met John en Elizabeth Sherrill. Het echtpaar was op haar spoor gekomen toen ze onderzoek deden voor God’s Smuggler, het boek over Broeder Andrew. In 1975 kwam de film, met Jeannette Clift als Corrie en Julie Harris als Betsie.

Hier wil ik even stilstaan bij wat dat boek betekent voor dit hoofdstuk. Veel van wat de wereld over Corrie weet, komt uit The Hiding Place: de vlooien, het flesje, de visioenen, de woorden van Betsie. Het is haar getuigenis, opgetekend door twee schrijvers, bijna dertig jaar na de feiten. Dat maakt het niet onwaar. Het betekent wel dat we het moeten lezen als wat het is: een vrouw die vertelt wat God in haar leven deed.

VIJF STILLE JAREN

In 1977 vestigde Corrie zich in Placentia, in Californië. Ze was vijfentachtig. In 1978 kreeg ze een beroerte, waarna ze niet meer goed kon spreken. In oktober 1980 volgde volgens het museum een zware beroerte. De vrouw die ruim dertig jaar over de wereld had gesproken, kon nu bijna niets meer zeggen.

Op 15 april 1983 stierf ze, op haar eenennegentigste verjaardag. Het museum noemt elf uur ’s avonds. De uitvaart was besloten. Ze werd begraven in Santa Ana, in Californië. Volgens het persbureau UPI had ze achttien boeken geschreven, waarvan er meer dan zeven miljoen waren verkocht.

Vijf jaar later, op 15 april 1988, opende het Corrie ten Boom Huis in Haarlem als museum. Bijna een half miljoen mensen zijn er sindsdien doorheen gelopen, schrijft het museum. Ze staan in het huis waar zes mensen zevenenveertig uur achter een muur zaten te wachten.

Aan de zijgevel van het huis hangt een plaquette met de namen van haar familie. De laatste regel luidt: “Zij stierven in het geloof dat het beste nog komt.”

Dossier

Wat vaststaat en wat verteld wordt

Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte op 15 april 1892; de horlogewinkel aan de Barteljorisstraat sinds 1837; Corrie als eerste vrouwelijke gediplomeerde horlogemaker in Nederland; onderduikers in huis in 1943 en 1944, de schuilplaats in haar slaapkamer; de inval op 28 februari 1944 en de bevrijding van de zes onderduikers na ruim 47 uur; de dood van Casper op 9 maart 1944; Scheveningen, Vught (vanaf 6 juni 1944) en Ravensbrück (vanaf begin september 1944); de dood van Betsie op 16 december 1944; vrijlating eind december 1944; de dood van Kik in 1945; het herstelhuis in Bloemendaal en het opvangkamp in Darmstadt (1949-1960); erkenning door Yad Vashem op 12 december 1967; The Hiding Place (1971) en de film (1975); de verhuizing naar Californië in 1977, de beroertes vanaf 1978 en haar overlijden op 15 april 1983.

Alleen uit eigen getuigenis of organisatie: de gebedsgroep voor Israël sinds 1844; de vlooien in de barak en Betsies dankgebed; het vitaminenflesje dat bleef druppelen; Betsies visioenen over het huis en het kamp; Betsies woorden over de put en Gods liefde; de administratieve fout als reden voor de vrijlating (door het Nationaal Comité 4 en 5 mei als “waarschijnlijk” overgenomen); de brief aan Jan Vogel van 19 juni 1945; de ontmoeting met de bewaker in München in 1947, met alles wat daar gezegd en gevoeld werd; het ridderschap van 1962 (alleen museum).

Onbevestigd: het aantal van 800 geredde mensen (een schatting van het museum; andere bronnen noemen ruim 700, honderden of tientallen); de bewering dat vrouwen van haar leeftijd kort na haar vrijlating werden vergast (versies spreken elkaar tegen, geen document gevonden); de veroordeling en executie van Jan Vogel en zijn bekering; de exacte dag van haar vrijlating (28, 30 of 31 december); haar geboorteplaats (Amsterdam of Haarlem) en het jaar van haar diploma (1922 of 1924).

Duiding: of het flesje een wonder was en of Betsies woorden visioenen van God waren, is een geloofsvraag. De historische bronnen bevestigen wel dat het herstelhuis en het opvangkamp in Duitsland er na de oorlog echt kwamen.

Bronnen bij dit hoofdstuk

  1. Corrie ten Boom Huis, Familie ten Boom
  2. Corrie ten Boom Huis, Geschiedenis
  3. Corrie ten Boom House, The history of the museum
  4. United States Holocaust Memorial Museum, Corrie ten Boom
  5. Nationaal Comité 4 en 5 mei, Haarlem, Corrie ten Boom Huis
  6. Rodi Haarlem, In memoriam: verzetsheldin Corrie ten Boom (91), 18 april 2021
  7. Holocaust Museum Houston, The Ten Boom family, rescuer profile
  8. UPI, overlijdensbericht, 19 april 1983
  9. Women in World History via Encyclopedia.com, Ten Boom, Corrie (1892-1983)
  10. New World Encyclopedia, Corrie ten Boom
  11. Wheaton College Archives, The Travels of Corrie ten Boom, 1 februari 2019
  12. Guideposts Classics: Corrie ten Boom on Forgiveness (november 1972)
  13. PBS, The Question of God, Corrie ten Boom
  14. Christian History Institute, Clerical error freed Corrie ten Boom
  15. EWTN/CNA, Dutch Christian family who saved Jewish refugees honored, 18 april 2008
  16. Wikipedia, Corrie ten Boom
  17. Wikipedia, Casper ten Boom
  18. Wikipedia, Betsie ten Boom
  19. Wikipedia, Ten Boom Museum
  20. Wikipedia, The Hiding Place (biography)
  21. Wikipedia, Ravensbrück concentration camp
  22. SparkNotes, The Hiding Place, hoofdstuk 13 en 14
  23. SparkNotes, The Hiding Place, hoofdstuk 15 en 16
  24. GradeSaver, The Hiding Place, hoofdstuk 13: Ravensbruck
  25. COGWA, Give Thanks for Fleas? (met paginaverwijzingen naar The Hiding Place)
  26. EverybodyWiki, Jan Vogel (collaborateur)
  27. Bible.com, 1 Tessalonicenzen 5:18 (HSV)
Liever het hele boek?PDF downloadenE-book (EPUB)Over dit deel