Naar de inhoud
Wim Kamphorst

Twee vaders

Soms zie je jezelf het scherpst als twee mannen naast elkaar staan. Lees wat ze deden, en kijk eerlijk naar welke kant jij neigt. Niemand staat altijd aan dezelfde kant.

  1. Eli

    Wist wat zijn zonen deden, sprak ze mild aan en liet het daarbij.

    Jetro

    Zag zijn schoonzoon zich kapotwerken, zei dat eerlijk en hielp hem met een oplossing.

    Waar zwijg jij, terwijl een eerlijk woord zou helpen?

    Lees: 1 Samuël 2:22-25, 1 Samuël 3:13, Exodus 18:17-23

  2. Laban

    Bedroog zijn schoonzoon en gebruikte zijn eigen dochters voor zijn voordeel. Zij zeiden later: hij heeft ons verkocht.

    Boaz

    Zag een arme vreemde vrouw, beschermde haar en liet expres meer voor haar achter dan de regel vroeg.

    Neem je van de mensen om je heen, of geef je meer dan nodig is?

    Lees: Genesis 29:25, Genesis 31:14-15, Ruth 2:8-16

  3. Saul

    Hield zo vast aan zijn macht dat hij in woede zijn speer naar zijn eigen zoon gooide.

    Jonathan

    Was zelf de kroonprins, maar gaf zijn mantel en zijn zwaard aan David, omdat hij zag dat God met hem was.

    Waar houd jij iets vast wat je zou moeten loslaten of doorgeven?

    Lees: 1 Samuël 18:1-4, 1 Samuël 20:30-33

  4. De vader

    Zag zijn verloren zoon van ver aankomen, rende hem tegemoet en gaf een feest.

    De oudste zoon

    Bleef buiten staan, telde hoe hard hij zelf gewerkt had en wilde niet mee feesten.

    Lijk jij meer op de vader die rent, of op de zoon die telt?

    Lees: Lucas 15:20-32

  5. David als vader

    Liet zijn zoon Absalom terugkomen, maar wilde hem twee jaar lang niet zien.

    God als Vader van David

    Beloofde: als hij verkeerd doet, zal Ik hem corrigeren, maar mijn trouw zal Ik niet van hem wegnemen.

    Laat jij je kind na een fout ook voelen dat je trouw blijft?

    Lees: 2 Samuël 14:24-28, 2 Samuël 7:14-15

  6. Jakob

    Trok één zoon voor, gaf hem een prachtig kleed, en zijn andere zonen gingen hun broer haten.

    Jozef

    Werd door zijn broers verkocht, maar zei later: wees niet bang, ik zal voor jullie en jullie kinderen zorgen.

    Welk patroon uit je eigen familie wil jij doorbreken?

    Lees: Genesis 37:3-4, Genesis 50:19-21