Naar de inhoud
Wim Kamphorst

Groeitijdlijn

Elke leeftijd vraagt iets anders van een vader. Kies de fase van je kind en krijg een focus, een valkuil en een Bijbelse verwijzing om bij stil te staan.

0 tot 4 jaar

Veiligheid

Je kind leert of de wereld veilig is. Jouw aanwezigheid, aanraking en stem vormen de basis van vertrouwen.

Wat je kunt doen: Wees er lichamelijk: draag, knuffel, speel op de grond. Zegen je kind bij het slapengaan.

Let op: Denken dat de zorg vooral bij moeder ligt.

Psalm 131:2, Marcus 10:16

4 tot 8 jaar

Ontdekken

Je kind ontdekt de wereld en vraagt honderd keer waarom. Het kijkt hoe jij reageert op fouten.

Wat je kunt doen: Beantwoord vragen geduldig, ook over God. Laat zien hoe je sorry zegt.

Let op: Te veel corrigeren en te weinig bevestigen.

Deuteronomium 6:6-7, Spreuken 22:6

8 tot 12 jaar

Kunnen

Je kind wil laten zien wat het kan en vergelijkt zich met anderen. Het zoekt bevestiging bij jou.

Wat je kunt doen: Leer je kind vaardigheden, geef het verantwoordelijkheid, en benoem karakter, niet alleen prestaties.

Let op: Alleen reageren op cijfers en resultaten.

Lucas 2:52, 1 Timoteüs 4:12

12 tot 16 jaar

Wie ben ik?

Je kind zet zich af en zoekt een eigen identiteit. Het stelt jou en je geloof op de proef.

Wat je kunt doen: Blijf in verbinding, ook als het schuurt. Luister meer dan je preekt. Zoek samen activiteiten waarbij je naast elkaar zit.

Let op: De afwijzing persoonlijk opvatten en afstand nemen.

Lucas 2:41-51, Jakobus 1:19

16 en ouder jaar

Loslaten

Je kind wordt volwassen en maakt eigen keuzes. Je rol verschuift van opvoeder naar adviseur en vriend.

Wat je kunt doen: Markeer de overgang bewust, bijvoorbeeld met een weekend samen en een zegen. Vraag om hun mening.

Let op: Blijven sturen waar je nu mag vertrouwen.

Lucas 15:12, Genesis 48:15-16