Uit allevolken

Deel 3 · Uit alle volken · Hoofdstuk 1

Samson Occom

de Mohegan die zijn eigen volk bleef zoeken

1723-1792Mohegan, Connecticut

Op 2 september 1772 stond in New Haven, Connecticut, een man klaar om opgehangen te worden. Hij heette Moses Paul en hij was een Wampanoag, een inheemse Amerikaan. In december van het jaar ervoor had hij in een herberg in Bethany ruzie gekregen. De waard wilde hem geen drank meer schenken, een zekere Moses Cook sloeg hem, en Paul doodde Cook. De rechtbank in New Haven veroordeelde hem tot de strop.

In juli had Paul vanuit de gevangenis een brief geschreven. Hij vroeg één bepaalde predikant om op de dag van zijn dood te preken. Zijn reden was kort: “omdat wij van hetzelfde volk zijn”, vrij vertaald. Die predikant was Samson Occom, een Mohegan uit het oosten van Connecticut.

Occom kwam. Hij preekte over een tekst uit de brief aan de Romeinen: Want het loon van de zonde is de dood, maar de genadegave van God is eeuwig leven, door Jezus Christus, onze Heere. (Romeinen 6:23). Hij sprak de veroordeelde rechtstreeks aan. Hij sprak de andere toehoorders aan. En hij keerde zich apart tot de inheemse mensen die waren gekomen, met een harde waarschuwing over drank.

Die preek werd nog datzelfde jaar gedrukt in New Haven. Daarna volgde de ene herdruk na de andere. Het is het eerste geschrift van een inheemse Amerikaan dat op eigen naam werd uitgegeven, zo noemen historici het meestal. Occom was toen negenenveertig. Hij had al een leven achter zich als leraar, predikant en woordvoerder van zijn volk. Hij had geld opgehaald in Engeland voor een school die later Dartmouth College werd, een van de oudste universiteiten van Amerika. En hij had ontdekt dat die school niet bleef wat hem was beloofd.

Het begon in Mohegan, in 1723.

EEN VOLK DAT LAND VERLOOR

Mohegan lag vlak bij het stadje New London. Het gebied heet nu Montville en ligt in het reservaat van de Mohegan. In 1723 was Connecticut een Britse kolonie. Kolonisten en inheemse volken leefden er naast elkaar, en tussen hen ging het steeds weer over één ding: land.

Voor de Mohegan speelde daarbij één zaak die hun hele eeuw zou kleuren. In 1640 had hun leider Uncas een groot stuk land afgesproken met de kolonie. Wie had dat land nu eigenlijk? De Mohegan zeiden: het is aan ons toevertrouwd, niet weggegeven. De kolonie zag dat anders. Die rechtszaak, de Mason-zaak, sleepte zich tientallen jaren voort, tot 1773. Ze verdeelde de stam en zou Occom zijn halve leven bezighouden.

Zijn vader heette Joshua en stond bekend als jager. Zijn moeder heette Sarah. De familienaam wordt in de bronnen verschillend gespeld: Tomacham, Ockham. Volgens sommige biografen stamde de familie van Uncas af. Dat wordt vaak gezegd, maar een harde bron heb ik er niet voor gevonden. De Brothertown Indian Nation, het volk dat Occom later mee zou stichten, vertelt dat hij in een wigwam werd geboren.

Hij groeide op in de religie van zijn volk. Zo schreef hij het later zelf: hij was als heiden geboren en als heiden opgevoed.

EEN PRIMER EN EEN NIEUW TESTAMENT

Rond 1740 trok er een golf van opwekking door de Engelse koloniën. Historici noemen haar de Great Awakening, het Grote Ontwaken. Rondtrekkende predikers riepen mensen op tot persoonlijke bekering, en dat bereikte ook de inheemse dorpen. Sarah, Occoms moeder, werd een van de eerste Mohegan die christen werden.

In 1768 schreef Occom een kort verslag van zijn leven. Daarin vertelt hij dat hij zestien was toen de predikers kwamen. Een half jaar lang was hij onrustig van binnen. Hij kocht een primer, een eenvoudig leesboekje, en vroeg Engelse buren hem de letters te leren. Op zijn zeventiende vond hij, zo schreef hij, rust in Jezus Christus. Hij begon het Nieuwe Testament te lezen en wilde de kinderen van zijn volk leren lezen. Andere bronnen geven 1741 als jaar van zijn bekering. Eén biograaf noemt de prediker James Davenport, maar Occom noemt zelf geen naam.

Wat dreef een Mohegan-jongen ertoe om met een spellingboekje bij zijn witte buren aan te kloppen? Hij schreef er weinig over. Hij beschreef vooral wat hij deed.

In 1742 kozen de Mohegan hem, nog geen twintig, tot raadsman van hun leider Ben Uncas II. Hij was dus jong al iemand naar wie zijn volk luisterde.

EEN WEEK OF TWEE IN LEBANON

In 1743 ging zijn moeder naar Eleazar Wheelock, een jonge predikant in het dorp Lebanon, Connecticut. Ze vroeg hem haar zoon een week of twee les te geven. Occom bleef vier jaar.

Wheelock was congregationalist, een stroming van Engelse protestanten waarin elke plaatselijke gemeente zelfstandig is. Hij gaf Occom Latijn, Grieks en Hebreeuws. Later studeerde Occom verder bij een andere predikant, Benjamin Pomeroy, als voorbereiding op Yale. Daar kwam het nooit van. In de zomer van 1749 raakten zijn ogen zo overbelast dat hij moest stoppen.

In 1754 opende Wheelock in Lebanon een school voor inheemse leerlingen, Moor’s Indian Charity School. Later zou die school Occom naar de andere kant van de oceaan sturen.

TWAALF JAAR AAN DE OOSTPUNT VAN LONG ISLAND

In 1749 ging Occom mee op een vistocht naar Montauk, aan het oostelijke eind van Long Island. De Montaukett zochten een schoolmeester. Hij sprak eerst een half jaar af. Hij bleef ongeveer twaalf jaar.

Zijn eigen verslag is nuchter. Hij had zo’n dertig leerlingen overdag en een avondschool erbij. Hij leidde de diensten, bezocht zieken en beslechtte ruzies. Hij reed zo’n dertig mijl om ook bij de Shinnecock te preken. Hij woonde in een wigwam en verhuisde twee keer per jaar mee met zijn gezin. Voor het malen van zijn graan moest hij achttien mijl reizen.

In 1751 trouwde hij met Mary Fowler, een Montaukett en een van zijn oud-leerlingen. Ze kregen tien kinderen; Wikipedia telt er elf. Onderzoekers van Dartmouth beschrijven Mary als een vrouw die trouw bleef aan de Montauk-manier van leven, en als een tegenwicht voor de invloed van Wheelock. Ik noem haar hier omdat ze in veel boeken over Occom ontbreekt. Zonder haar is zijn verhaal niet te vertellen.

Op 30 augustus 1759 werd Occom geordend door het presbyterium van Suffolk op Long Island. Een presbyterium is in de presbyteriaanse kerk de vergadering van predikanten en ouderlingen uit een regio, die predikanten aanstelt. Hij had nooit een universiteit afgemaakt. De presbyterianen ordenden hem toch, als zendeling onder zijn eigen volken.

HONDERDTACHTIG POND

In zijn levensverhaal van 1768 doet Occom iets wat in die tijd bijna niemand durfde. Hij zet de cijfers naast elkaar.

Voor zijn werk op Montauk kreeg hij van de zendingscommissie in Boston vijftien pond per jaar, en later nog eens vijftien om schulden af te lossen. Een jonge, ongetrouwde witte zendeling kreeg van dezelfde commissie honderd pond voor één jaar, plus vijftig voor een tolk en dertig voor iemand die hem introduceerde. Samen honderdtachtig pond. Occom rekende uit dat hij voor twaalf jaar werk ongeveer evenveel had gekregen als die man in één jaar. En Occom was zijn eigen tolk.

Dan vertelt hij een verhaal over een inheemse jongen die bij een Engelse familie in dienst was. De zoon van de baas sloeg hem bijna elke dag. Iemand vroeg de jongen waarom. Hij dacht dat het kwam doordat hij indiaan was. Occom paste het op zichzelf toe. Hij geloofde, schreef hij, dat het kwam “omdat ik een arme indiaan ben”, vrij vertaald. En hij sloot af met de gedachte dat God hem zo gemaakt had.

Ik lees die zin als iets anders dan zelfmedelijden. Een man noemt het onrecht bij zijn naam, en legt zijn afkomst tegelijk in de hand van God. Dit verslag werd overigens pas in 1982 gepubliceerd. Het lag ruim tweehonderd jaar in een archief.

DRIEHONDERD PREKEN IN ENGELAND

Na zijn ordening ging Occom in 1761 en 1762 op reis naar de Oneida, een volk in het westen van de kolonie New York. Zijn zwager David Fowler ging mee. Een derde reis in 1763 strandde, omdat er oorlog uitbrak tussen Britten en inheemse volken rond de Grote Meren. In 1764 verhuisde Occom met zijn gezin terug naar Mohegan. Daar raakte hij in conflict met de plaatselijke predikant David Jewett, die zelf belang had bij de Mason-zaak. Het zendingsbestuur van Connecticut sprak Occom vrij van alle klachten, behalve van zijn rol in die landzaak. Wie voor het land van zijn volk opkwam, kreeg dus problemen met de mensen die zijn salaris betaalden.

In december 1765 vroeg Wheelock hem om naar Groot-Brittannië te gaan. De school had geld nodig. Occom voer met de predikant Nathaniel Whitaker over de oceaan. De bekende evangelist George Whitefield bracht hem in contact met edelen en hogere geestelijken. In maart 1766 liet Occom zich in Londen inenten tegen de pokken, in die tijd een omstreden behandeling.

Wat volgde, was een reis van bijna twee jaar door Engeland en Schotland. Occom hield naar schatting driehonderd tot vierhonderd preken. Koning George III gaf tweehonderd pond. De graaf van Dartmouth, William Legge, schreef zich in voor vijftig guineas en werd een van de grootste gevers. Samen haalden Occom en Whitaker ongeveer twaalfduizend pond op. Dat was een enorm bedrag. Onderzoekers van Dartmouth schatten het naar huidige waarde op meer dan twee miljoen dollar.

Zijn preken en zijn optreden kregen veel lof. Later zou hij Wheelock schrijven dat hij zich in Engeland soms als een bezienswaardigheid had gevoeld. In mei 1768 kwam hij terug in Amerika.

EEN GEZIN DAT HAD MOETEN WACHTEN

Thuis wachtte hem een teleurstelling. Wheelock had zijn gezin tijdens zijn afwezigheid niet goed verzorgd. Occom had geen betaalde baan meer. Wheelock bood hem een post als zendeling aan, ver in het binnenland, maar Occom was niet gezond en wilde zijn gezin niet opnieuw jaren alleen laten.

In die maanden gebeurde er ook iets wat hij zelf op papier zette. Op 4 januari 1769 schreef hij een korte brief aan het bestuur van de Schotse zendingsorganisatie die hem steunde. Hij bekende dat hij zich had laten overmannen door sterke drank. Hij schreef dat hij daarmee de zaak van God en de naam van het christelijk geloof schade had gedaan, en hij vroeg om vergeving en gebed. Die brief ligt nog in het archief van Dartmouth.

Kort daarna kwam er een nieuw gerucht. In maart 1769 schreef Wheelock hem dat iemand beweerde dat Occom opnieuw te veel had gedronken. Wheelock schreef dat hij het niet geloofde en het overal tegensprak. Hij voegde eraan toe dat het, als het waar was, “een grotere wond voor Christus en Zijn zaak” zou zijn dan wat er eerder was gebeurd. Op Wikipedia staat dat Wheelock geruchten over Occom verspreidde. Zijn eigen brief zegt iets anders. Wat er precies werd rondverteld en door wie, is niet meer goed na te gaan.

Het was dezelfde zonde waartegen Occom drie jaar later bij de galg van Moses Paul zou waarschuwen. Hij kende haar van binnenuit.

“TE ALBA MATER”

Op 13 december 1769 kreeg Wheelock van de gouverneur van New Hampshire een charter voor een nieuw college. Het werd genoemd naar de graaf die zo royaal had gegeven: Dartmouth. Wheelock verhuisde naar New Hampshire. Het geld dat Occom in Engeland had opgehaald voor de opleiding van inheemse jongeren, ging nu grotendeels naar een college voor witte studenten.

Occom zag het gebeuren. Op 24 juli 1771 schreef hij Wheelock een brief die de verhouding voorgoed veranderde. Hij hoorde dat er geen inheemse studenten meer waren, op twee of drie na van gemengde afkomst. Hij was naar Engeland gegaan voor de arme indianen, schreef hij, en zo hadden ze het de gevers ook verteld. Nu vreesde hij dat ze in Europa voor leugenaars en bedriegers zouden worden gehouden.

En dan een woordspeling die tweehonderdvijftig jaar later nog pijn doet. Een universiteit heet in het Latijn alma mater, voedende moeder. Occom schreef dat de school “te alba mater” werd, een witte moeder, die de bruine kinderen niet meer zou zogen. In die ene letter zat zijn hele oordeel.

Volgens Dartmouth zelf hebben de twee mannen elkaar daarna nooit meer gezien. Occom heeft nooit een voet gezet op de campus van het college waarvoor hij het geld had opgehaald.

Ik wil hier voorzichtig zijn. Wheelock schreef zelf ook veel brieven en had zijn eigen verklaringen. Dit is geen hoofdstuk over hem. Maar de feiten zijn helder: het geld werd gevraagd voor inheemse kinderen, en het werd vooral aan anderen besteed. In 1970 beloofde Dartmouth opnieuw werk te maken van de opleiding van inheemse studenten. Er ligt daar nu een vijver die Occom Pond heet.

BIJ DE GALG IN NEW HAVEN

In die bittere jaren kwam de brief van Moses Paul. Paul had in december 1771 Moses Cook gedood, na een ruzie die begon toen de waard hem geen drank meer wilde schenken. De executie werd eerst vastgesteld op juni 1772, en na een beroep uitgesteld tot 2 september.

Occom preekte die dag over het loon van de zonde. Hij hield de veroordeelde niets voor. “Helaas, arme Mozes”, sprak hij hem aan, vrij vertaald, en hij zei dat Paul nu uit bittere ervaring wist hoe waar die tekst was. Daarna keerde hij zich tot de inheemse toehoorders en waarschuwde hen voor dronkenschap. In een andere preek uit die jaren gaf hij de kolonisten de schuld van het binnenbrengen van drank en ziekte onder zijn volk, maar hij noemde zijn eigen mensen daarom nog niet onschuldig.

Je kunt die preek lezen als een vonnis. Ik lees haar liever als een man die bij de galg van een volksgenoot staat en het evangelie uitlegt aan iedereen die luistert. Paul had erom gevraagd. Occom kwam.

De preek werd op 31 oktober 1772 in New Haven gedrukt en kort daarna ook in New London. Er volgden meer dan twintig edities. Een telling van de American Antiquarian Society komt tot drieëntwintig verschillende drukken tussen 1772 en 1829. Er verscheen ook een vertaling in het Welsh. Sommige latere drukken bevatten een gesprek tussen Occom en Paul dat verzonnen was.

In 1773 viel in Londen het oordeel in de Mason-zaak. De Mohegan verloren. Een jaar later gaf Occom een liedbundel uit, A Choice Collection of Hymns and Spiritual Songs, gedrukt in New London. Hoeveel liederen hij zelf schreef, weet niemand precies. Het lied Awaked by Sinai’s awful sound wordt vaak aan hem toegeschreven, maar het verscheen pas na zijn dood.

EEYAWQUITTOOWAUCONNUCK

Als de kerk van de kolonisten zijn volk niet wilde dienen, dan moest het anders. Occom was ervan overtuigd dat inheemse volken voorgangers en leraren uit hun eigen midden nodig hadden. Hij schreef dat ze leraren moesten hebben “van hun eigen kleur of volk”, vrij vertaald.

Samen met zijn zwager David Fowler, een Montaukett, en zijn schoonzoon Joseph Johnson, een Mohegan, werkte hij aan een plan. Christelijke families uit verschillende kleine volken in New England zouden samen een nieuwe gemeenschap stichten. Het ging om Mohegan, Pequot, Narragansett, Montauk, Tunxis en Niantic. In oktober 1774 gaven de Oneida hun een stuk land in het binnenland van New York. In 1775 trok een eerste groep van vijftig tot vijfenzeventig mensen erheen.

Toen brak de Amerikaanse Revolutie uit. De oorlog joeg de nieuwe gemeenschap uiteen. Sommigen gingen terug naar New England, anderen vonden onderdak bij de Stockbridge in Massachusetts. Joseph Johnson verdween tijdens een vredesmissie. Pas na 1783 konden de families terugkeren.

In het najaar van 1785 was het zover. Op 7 november schreef Occom in zijn dagboek dat ze hun stad Brotherton noemden, “in het Indiaans Eeyawquittoowauconnuck”, vrij vertaald. Broederstad. Hij werd er de voorganger, en diende ook de Stockbridge en zijn eigen Mohegan.

Wat moet het voor iemand betekend hebben die zijn leven lang in andermans school, andermans kerk en andermans kas had gewerkt, om een eigen naam te schrijven voor een eigen plek?

In 1787 sprak hij zich in een preek uit tegen slavernij. Dat verdient vermelding, en ook dit: voor zijn vertrek naar Engeland had hij Wheelock nog gevraagd of hij iemand die tot slaaf was gemaakt mocht gebruiken voor het werk op zijn boerderij. Dartmouth noemt het allebei. Ik ook.

EEN KLEINER STUK LAND

In 1789 verhuisde Occom met zijn gezin definitief naar het westen van New York. Het land bleef onder druk staan. Een verdrag van 1788 gaf Brothertown een kleiner gebied, en de staat New York stond toe dat grond werd verpacht aan buitenstaanders. Wikipedia meldt dat Occom in april 1792 kolonisten van het land zette, maar ik heb daar geen andere bron voor gevonden.

Op 14 juli 1792 overleed Samson Occom in New Stockbridge, New York. Hij was negenenzestig. Over hoe hij stierf, lopen de verhalen uiteen. Volgens de ene overlevering zakte hij in elkaar op weg naar huis, kort nadat hij iets had geschreven, en vond zijn vrouw hem. Volgens een andere was hij hout aan het halen om de kerk van Brothertown af te bouwen. Latere biografen schrijven dat meer dan driehonderd inheemse mensen naar zijn begrafenis kwamen. Waar hij begraven ligt, is niet zeker.

Na zijn dood viel de gemeenschap uiteen. In 1795 werd ongeveer zestig procent van het land aan witte kolonisten verkocht. Tussen 1824 en 1848 trokken de meeste families van Brothertown verder naar het westen, naar Wisconsin. Daar bestaat de Brothertown Indian Nation nog altijd. Sinds 2020 viert de Brothertown Indian Nation elk jaar op 14 juli Samson Occom Day.

WAT BLIJFT ER VAN EEN STEM?

Occom liet geen groot kerkgenootschap na en geen universiteit die zijn naam draagt. Wel een preek, een liedbundel, een stapel brieven en een kort levensverhaal dat tweehonderd jaar moest wachten op een lezer. Hij liet ook een volk na dat zichzelf nog steeds naar zijn stad noemt.

Misschien herken je iets van hem. Je hebt je ingezet voor iets wat later anders werd gebruikt dan was afgesproken. Of je draagt een fout mee waar je zelf over hebt moeten schrijven. Occom deed allebei. Hij zette de bedragen naast elkaar, en hij zette zijn eigen schuld op papier. Daarna ging hij door met preken.

Op het terrein van Dartmouth, het college dat hij nooit bezocht, draagt een vijver zijn naam. En elk jaar op 14 juli gedenkt een volk dat zich naar Broederstad noemt de Mohegan die die naam opschreef.

Dossier

Wat vaststaat en wat verteld wordt

Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte in 1723 in Mohegan bij New London; raadsman van Ben Uncas II (1742); vier jaar bij Eleazar Wheelock vanaf 1743; ongeveer twaalf jaar leraar en predikant op Montauk; huwelijk met Mary Fowler (1751); ordening door het presbyterium van Suffolk (30 augustus 1759); reis naar Groot-Brittannië (1765-1768) en ongeveer £12.000 opgehaald; het charter van Dartmouth (1769) en het gebruik van het geld voor een college vooral voor witte studenten; de brief van 24 juli 1771; de preek bij de executie van Moses Paul (2 september 1772) en de vele drukken daarvan; de verloren Mason-zaak (1773); de liedbundel (1774); de stichting van Brothertown op Oneida-land; overlijden op 14 juli 1792 in New Stockbridge.

Alleen uit eigen getuigenis of latere overlevering: zijn bekering en het zelf leren lezen (eigen verslag van 1768); de bedragen van zijn salaris en dat van de witte zendeling (eigen verslag); de geboorte in een wigwam (overlevering van de Brothertown Indian Nation); het gevoel in Engeland als bezienswaardigheid te zijn gebruikt (eigen brief); het aantal mensen bij zijn begrafenis (latere biografen).

Onbevestigd: afstamming van Uncas; zijn bekering onder James Davenport; of Wheelock geruchten over drankgebruik verspreidde (zijn eigen brief van maart 1769 zegt dat hij ze tegensprak); de uitzetting van kolonisten in april 1792; de precieze omstandigheden van zijn dood en de plaats van zijn graf; of het lied Awaked by Sinai’s awful sound van hem is.

Duiding: Occom bekende zelf in januari 1769 dat hij te veel had gedronken. Dat staat vast. Wat er daarna over hem werd rondverteld, is niet goed te controleren. Zijn felle oordeel over Wheelock staat in zijn eigen brieven; Wheelock had zijn eigen kant van het verhaal, die hier niet uitgebreid is besproken.

Bronnen bij dit hoofdstuk

  1. Dartmouth College, The Occom Circle: Occom, Samson (personografie)
  2. Dartmouth Library, Slavery Project: Samson Occom
  3. Samson Occom, A Short Narrative of My Life (1768), Teaching American History
  4. Samson Occom aan Eleazar Wheelock, 24 juli 1771 (Occom Circle)
  5. Samson Occom, schuldbekentenis, 4 januari 1769 (Occom Circle)
  6. Eleazar Wheelock aan Samson Occom, 9 maart 1769 (Occom Circle)
  7. Past is Present (American Antiquarian Society), Moses Paul to Samson Occom
  8. Samson Occom, A Sermon Preached at the Execution of Moses Paul (Evans Early American Imprints)
  9. Encyclopedia of American Early Writers (University of Maryland): Samson Occom
  10. ConnecticutHistory.org, Samson Occom and the Brotherton Indians
  11. Brothertown Indian Nation, The Brothertown Movement from New England to Oneida lands in New York
  12. Brothertown Indian Nation, Remembering Samson Occom (2023)
  13. Encyclopedia.com, Occom, Samson
  14. Christianity.com, Samson Occom, Native American, Ordained
  15. Wikipedia, Samson Occom (startpunt)
Liever het hele boek?PDF downloadenE-book (EPUB)Over dit deel